De monumentale gevel van het stadhuis van 's-Hertogenbosch ondergaat een grondige en goed voorbereide restauratie.
De natuursteen is voorzichtig gereinigd en onderzocht.
De schade blijkt aanzienlijk en de restauratie komt geen moment te laat.
De grote kleurverschillen op de stadhuisgevel zullen verdwijnen en de geschiedenis wordt weer zichtbaar.
De 350 jaar oude stadhuisgevel is in het verleden nooit echt gerestaureerd, maar steeds opgelapt.
Door die honderden reparaties, reinigingen en vervuiling is de gevel veranderd in een storend lappendeken.
Bovendien kampt de gevel al een eeuw met roestende ankers en scheurend natuursteen.
Het doel van de uitgebreide restauratie is dat de geschiedenis van de gevel weer spreekt.
“Het streven is nu dat de 17e-eeuwse architectuur van de gevel wordt hersteld door de zandstenen blokken te ontstoren.
Dit houdt in dat de kleur wordt bijgewerkt, als dat nodig is, door een laagje gekleurd zandsteen aan te brengen”, legt gemeentelijk bouwhistoricus Ronald Glaudemans uit.
Boven in de stadhuisgevel bevindt zich het timpaan, dat in 1985 beschilderd is.
De oorspronkelijke zandsteenkleur van het beeldhouwwerk wordt tijdens de restauratie hersteld.
Het stadswapen in het timpaan wordt wel opnieuw beschilderd.
Op de Markt in Den Bosch is het stadhuis al sinds 1670 een centraal middelpunt van de stad.
De restauratie van dit monumentale pand is dan ook bijzonder te noemen.
De afdeling Maatschappelijk vastgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch heeft zich als doel gesteld om met het huidige herstelplan de geschiedenis weer zichtbaar te maken.
Zo zijn kogelgaten uit de Tweede Wereldoorlog, die met te harde cement zijn dichtgesmeerd, weer te zien zijn na de restauratie.
De gevel van het stadhuis is voor het laatst in 1970 aangepakt.
Naast het reinigen van de gevel, herstellen we de schade aan de zandstenen onderdelen en wordt het schilderwerk aan de buitenzijde gedaan.
Van Dijk Schilderwerken voerde rechtstreeks voor de gemeente het schilderwerk uit.
Nico de Bont deed de volledige gevelrestauratie.
De steigeropbouw startte in september 2023 en de werkzaamheden zijn in het voorjaar van 2024 afgerond.
Bijzonder is ook de kleur van de voordeur.
Na historisch kleurenonderzoek vanuit de afdeling Erfgoed werd duidelijk dat het Spaanse Groene de kleur is die past bij de bouwtijd van het stadhuis, de 17e eeuw.
Hiermee komt een einde aan de vrij willekeurig gekozen rode kleur.
D.J. In de dichtbebouwde Bossche binnenstad is het bestaande stadhuis uitgebreid en zijn de over vijf locaties verspreide ambtelijke diensten in een nieuw stadskantoor geconcentreerd.
De centrale glazen publiekshal van het stadskantoor verbindt de vroegere stadsbalie, een voormalige kantoor van Rijkswaterstaat en een oude school met elkaar.
De Binnendieze loopt onder het gebouw door en is door een glazen vloer zichtbaar.
Het complex is als open flexkantoor ingericht.
In het representatieve, met witte natuursteen beklede stadhuis zijn de bestuursfuncties geconcentreerd.
Een gerestaureerde dertiende-eeuwse bakstenen wand vormt een confrontatie met de geschiedenis op de verschillende verdiepingen.
Men had oudtijds in den Bosch een raadhuis en een Stadhuis.
Het raadhuis stond aan de straat, thans genaamd Achter het Stadhuis, zooals reeds is medegedeeld in Deel II p. huis van den Bosch, dat ook wel het heerenhuis werd geheeten.
Volgens Van Heurn Beschrijving en ook volgens diens Historie I. p. 336 brandde dit geheel af bij den grooten brand, die 13 Juni 1463 een goed deel van den Bosch in de asch legde.
Op hetzelfde erf, waarop het eerste stadhuis van den Bosch stond, werd omstreeks het jaar 1478 en volgende jaren het tweede stadhuis van die stad gebouwd, dat eveneens het heerenhuis werd geheeten.
J. van Oudenhoven t.a p. blz. 14 en 15 deelt over dit laatste stadhuis het volgende mede: “Item is hier daernaer …”
In dezen kelder, waarin thans de stadsfolterwerktuigen worden tentoongesteld, werden blijkens R.A. van van Zuylen de Stadsrekeningen I p. de Fransche krijgsgevangenen opgesloten en blijkens id. p. 929 in 1578 de Staatsche krijgsgevangenen.
Een der voorbedoelde vertrekken zal vóór het jaar 1629 de kapel van dat stadhuis geweest zijn.
Men zie hierover Dr. C.R. Hermans Bijdragen II p. 548 en R.A. van Zuylen t.a.p. I p.
In het jaar 1529 werd begonnen met den voorgevel van dit tweede stadhuis door eenen anderen te vervangen.
Daarover bevatten gezegde Stadsrekeningen over 1530/31 o.a.
Item Willem Persoens van tpatroon te maecken van den wapenen des Keysers metter cronen van Brabant ende deser stadt, zoe men die uutgehoewen opter poyen setten sal …
In 1668 waren van het tweede stadhuis de zolderingen boven de St. stond een geheel nieuw stadhuis te bouwen en nam zij daarom daartoe het besluit.
Den 10 Mei 1670 werd voor dit nieuwe derde stadhuis door den metselaar Gysbert van der Lip en anderen de eerste steen gelegd, waarna met den bouw daarvan begonnen werd.
De kosten er van waren geheel voor rekening der stad, ondanks dat de vier Kwartieren der Bossche Meierij haar in 1673 verzocht hadden om hun voor hunne plattelandskamer eene nieuwe kamer in dit Stadhuis te geven en hun die in 1674 door de Regeering der stad werd verstrekt.
Deze verbond daaraan echter de voorwaarde dat zij die kamer voor zich zelve zouden kunnen gebruiken als de Gedeputeerden der vier Kwartieren van de Meierij ze niet voor hunne vergaderingen noodig hadden.
De kamer, welke dezen kregen, was de kamer, welke gebouwd was boven de Rolkamer van dit derde stadhuis; in hare vensters deden de vier Kwartieren der Meierij glasruiten plaatsen, waarin gebrand waren de wapens dier vier Kwartieren, zoomede die der Schouten, welke in 1673 daarover gesteld waren; deze wapens zijn in 1772 daaruit weggeraakt, toen die vensters hersteld werden.
In hetzelfde jaar 1679 werd in het derde stadhuis eene pui geplaatst, waarop men van weerszijden met eene monumentale trap kwam; zij werd in 1791 door eene zelfde vervangen; deze is omstreeks het jaar 1850 afgebroken doch in het jaar 1913 weder hersteld.
In hetzelfde jaar 1679 werd in het derde stadhuis en wel in deszelfs benedenvestibule de vierschaar geplaatst, welke er zich thans nog in bevindt; ook werden toen boven in den voorgevel van hetzelve geplaatst de vier mannen te paard, welke met het slaan van het uur rondrijden en de twee trompetters te paard, die er bij staan; de beelden daarvoor waren door Jacob Roman gesneden.
In dezen gevel werd ook het wapen der stad gezet, dat door den beeldhouwer Jacobus van der Hoeven gebeeldhouwd was.
Over den dubbelen keizerlijken adelaar, die in dat wapen staat, had de stad blijkens Van Heurn t.a.p. met den advocaat-fiscaal van Brabant, hoewel blijkens Van Heurn Beschrijving een zelfde wapen reeds in 1597 geplaatst was in de binnenzijde van de St. Janspoort en er ook een zoodanig geschilderd was op het oxaal, dat in 1613 in de Bossche St. Janskerk geplaatst werd.
In het jaar 1682 was de bouw van het derde stadhuis reeds zoover voltooid, dat het kon gemeubeld worden en de Regeering der stad er zitting in kon nemen.
Van het tweede stadhuis waren toen nog over, behalve de op blz. 459 vermelde gedeelten, de griffie en de secretarie.
De ontwerper van het plan voor de binnenordonnantie van dit stadhuis was de Bosschenaar Dirk van der Lith; het plan voor deszelfs voorgevel werd in overleg met dezen ontworpen door den Haagschen bouwmeester mr. Pieter van der Minne; de Bosschenaar Peter van Gogh had de plannen voor de pui, de ingangspoort, de benedenvestibule en de vierschaar van datzelfde stadhuis gemaakt; al deze plannen waren door den Rotterdammer Claes Jeremiassen nagezien en verbeterd; voor de raadzaal van het derde stadhuis was het plan ontworpen door meergenoemden Jacob Roman.
penen na trompetgeschal door den oudste der Groenroeden aan het publiek bekend gemaakt; alle verkoopingen en verpachtingen werden des Zondags, na daartoe bekomen verlof van den Hoogen laagschout en de Schepenen van deze pui afgelezen en des Zondags na 11 uren werden de huwelijksgeboden van de Katholieken ook daar van afgekondigd, en wel door een der Groenroeden.
Moest in den Bosch een misdaadiger terechtgesteld worden dan geschiedde dit, als hij geen militair was, op het schavot, hetwelk voor gezegde pui op de Markt geplaatst werd; gedurende deze terechtstelling stonden de Hoog- en Laagschout of deszelfs stadhouder en twee Schepenen der stad op die pui om toe te zien of aan het vonnis, waarbij de lijfstraf was opgelegd, behoorlijk werd voldaan.
Van de pui kwam men door eene poort, in welks tympan thans nog het jaartal 1670 staat, in de benedenvestibule, waarvan de vloer in 1680 werd gelegd en aan wier muren hingen vier gebeeldhouwde wapenborden, n.l. Rechts van de vestibule, aan den kant van de Markt, had men de Griffie (thans de Burgerlijke stand); in dit vertrek bevonden zich verschillende kasten, waarin de processtukken, de rollen en andere boeken, die tot de griffie behoorden, bewaard werden.
Links van de benedenvestibule, aan den kant van de Markt, had men de secretarie of kamer van de Secretarissen (thans de archiefkamer); in dit vertrek was aan de Marktzijde eene verhevenheid, waarop elk der Secretarissen aan een lessenaar zat; ter zijde van dit vertrek stond een aanzienlijk gestoelte, zoo schreef Van Heurn, met eene kap daarboven; daarin gingen de twee schepenen zitten als zij de akten, welke geminuteerd waren, moesten teekenen.
Ook was in deze kamer eene groote kast, waarin de registers, welke tot de secretarie behoorden, bewaard werden.
In de geweesene L. Achter de Secretarie had men links van de beneden vestibule de prothokolkamer, welke eigenlijk een aanhangsel der Secretarie was; langs de vier muren van deze kamer stonden kasten, in eene waarvan zich bevonden de protocollen van de gewezen notarissen van de stad en vrijdom den Bosch; ingevolge eene publicatie van den Raad en Leenhof van Brabant moesten oudtijds toch binnen drie maanden na het overlijden van eenen notaris diens protocollen onder eenen behoorlijken inventaris ter secretarie van diens laatste standp…
Het stadhuis ’s-Hertogenbosch in Hollands classicisme stijl, pronkend aan de markt, met een rijke historie en bijzondere schatten.
Het Stadhuis: Holland aan de macht1670 | Tijd van regenten en vorsten
Het stadhuis aan de Markt kreeg in 1670 een flinke make-over.
De Hollandse bestuurders, die toen de macht hadden in ’s-Hertogenbosch, lieten dat graag zien met een gevel in hun eigen Hollandse classicistische stijl - dezelfde stijl die je ook terugziet bij het Mauritshuis in Den Haag.
Voor de gewone Bosschenaren voelde die periode minder groots: ruim 150 jaar lang waren zij tweederangsburgers. Ze betaalden belasting, maar hadden geen inspraak en het stadsbestuur was alleen toegankelijk voor protestanten.
Kerken en kloosters werden gesloten of kregen een militaire functie: zo werd de Sint-Jacobskerk een pakhuis en verrees de Citadel om de stad én de inwoners onder controle te houden.
Pas in 1794, met de komst van de Fransen, kwam er een einde aan deze Hollandse overheersing.
Al 350 jaar lang siert de natuurstenen gevel de Markt.
In al die eeuwen heeft er nog nooit zo’n grondige en gedegen voorbereide restauratie plaatsgevonden als tussen 2023 en 2024.
Door honderden reparaties, reinigingen en vervuiling was de stadhuisgevel veranderd in een storend lappendeken.
Het doel van de uitgebreide restauratie was dat de geschiedenis van de gevel weer spreekt.
Ronald Glaudemans, bouwhistoricus van de gemeente ’s-Hertogenbosch, deelt het geschiedenisverhaal en de resultaten van uitgebreid historisch onderzoek.
Sinds 1366 is op deze plek aan de Markt het Bossche stadsbestuur gevestigd.
Het stadhuis is een complex van aaneengegroeide gebouwen.
In de late middeleeuwen is dit goed te zien aan de voorgevel: die bestaat uit drie aangepaste gevels.
Als na het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629 een Hollands stadsbestuur is geïnstalleerd, ergeren veel van de nieuwe protestantse bestuurders zich aan die oude middeleeuwse gevels.
Het oude, middeleeuwse stadhuis zoals het er tot 1670 bij stond.
Het nieuwe stadhuis met zandstenen gevel en groene deuren aan de rand van een schilderij uit circa 1770.
Daarom besluit het Hollandse stadsbestuur in 1670 tot de bouw van een geheel nieuwe gevel, voor de oude stadhuisgebouwen die grotendeels intact zullen blijven.
Voor de stijl van de gevel wordt gekozen voor het tegenovergestelde van de flamboyante gotische gevel die er stond.
De keuze valt op de strenge, sobere (protestantse) stijl van het Hollands Classicisme.
Voor het ontwerp van de nieuwe stadhuisgevel worden Hollandse architecten gevraagd en voor de bouw Hollandse aannemers gezocht.
Als de bouw tenslotte, bij gebrek aan Hollandse kandidaten, toch wordt gegund aan een Bossche aannemer, wordt de voorwaarde gesteld dat er wel twee Hollandse steenhouwers moeten worden ingehuurd.
De stadhuisgevel uit 1670 is helemaal opgetrokken uit grote blokken Bentheimer Zandsteen.
Door het gebruik van natuursteen krijgt de gevel meer statuur dan wanneer deze gewoon in baksteen zou zijn gebouwd.
Om de natuurlijke kleurverschillen weg te werken en om de natuursteen te beschermen, wordt de gevel in 1671 geheel geschilderd.
De verfkleur die de schilders gebruiken, is misschien verrassend.
De gevel krijgt namelijk de kleur Bentheimer, precies de kleur van de natuursteen zelf!
De reden is dat zandsteen onder invloed van zuurstof snel ‘verweert’ en van lichtbeige verkleurt naar donkergrijs en zelfs zwart.
De geschilderde gevel van het stadhuis omstreeks 1895.
Hoewel de zandstenen gevel op het eerste oog ruim 350 jaar hetzelfde is gebleven, zijn er wel onderdelen aangepast aan de tijd.
Zo zijn in de achttiende eeuw de kruisvensters vervangen door schuifvensters met kleine ruitjes.
Dat is in die tijd modern.
In de negentiende eeuw zijn grote ruiten in de mode.
De herkenbare zandstenen blokken blijven onveranderd.
Al zijn zo nu en dan natuurlijk wel kleine reparaties noodzakelijk, zoals het dichtsmeren van kogelgaten.
De gevel is getuige geweest van meerdere gewapende conflicten.
In 1944 loopt de gevel tijdens de bevrijding van de stad grote schade op door de inslag van een granaat in de gevel en de ontploffing van een brandbom tegen de gevel.
Bovendien zijn er bijna duizend grote en kleine kogelgaten uit de Tweede Wereldoorlog geteld, waarvan de grote daarna zijn dichtgesmeerd.
Het bij de bevrijding in oktober 1944 beschadigde bordes.
Hoewel zandsteen vele eeuwen mee kan gaan, ontstaan zo’n honderd jaar geleden toch de eerste bouwtechnische problemen.
Dit heeft vooral te maken met de wijze waarop de gevel in 1670 is gebouwd.
De zandstenen blokken zijn met ijzeren ankers en krammen aan elkaar en aan de achterliggende bakstenen gevel verankerd.
Dit is in de 17e eeuw gebruikelijk.
Maar 250 jaar na de bouw is het lood zo erg verouderd dat het begint te scheuren.
Hierdoor komt er steeds meer regenwater bij de ijzeren ankers, waardoor ze gaan roesten.
Dit proces gaat nog steeds door.
Het kan alleen worden gestopt door het openhakken van de gevel en het vervangen van de ankers door roestvrij staal.
De eerste ankers zijn in 1922 uitgehakt en vervangen.
Vele volgen in de jaren zestig en tachtig van de vorige eeuw.
Tijdens het vervangen van de zandstenen in de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaat een discussie over het uiterlijk van de stadhuisgevel.
Doordat er steeds nieuwe blokken zandsteen ingemetseld worden, ontstaan grote kleurverschillen.
Dit wordt weggewerkt met verf.
Ondanks het negatieve advies van de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg start een chemische reiniging van de gevel in 1970.
Een nu onbekend maar agressief middel tast de beschermde huid van de zandsteen aan.
Adviezen om de gevel alsnog te schilderen, worden in de wind geslagen.
Alleen de grootste kleurverschillen door na 1970 vernieuwde blokken worden gecamoufleerd door ze in te smeren met verdunde Oost-Indische inkt.
De stadhuisgevel omstreeks 1975, nadat er een chemische reiniging van de natuursteen heeft plaatsgevonden.
In 1985 voorzien schilders het beeldhouwwerk in het timpaan bovenop de stadhuisgevel van kleuren.
Dit is niet gebaseerd op een historisch gegeven, want het beeldhouwwerk is nooit gekleurd geweest.
Het stadswapen met de hertogskroon zijn hierop een uitzondering.
Om het nieuwe schilderwerk niet teveel te laten opvallen, zijn de kleuren kunstmatig vervuild.
Fotogrammetrische opname van de sterk vervuilde en vlekkerige stadhuisgevel in 2020, als uitgangspunt voor de voorbereiding van de restauratie.
Zoals hierboven beschreven, is de stadhuisgevel in het verleden nooit echt gerestaureerd, maar steeds opgelapt.
De meest recente aanpak is ingrijpender.
Deze restauratie is dan ook gedegen voorbereid.
De gevel is eerst voorzichtig gereinigd, zonder de huid van de natuursteen verder te beschadigen.
Hierna hebben experts de schade van de roestende ankers goed bekeken.
Die schade bleek aanzienlijk en de restauratie kwam geen moment te laat.
Zo’n dertig roestende ankers moesten worden uitgehakt en vervangen.
De gehele gevel is daarna zorgvuldig gevoegd, zodat er voorlopig geen regenwater in de gevel kan komen.
Proefstuk voor het ontstoren op de gevel van het stadhuis.
Dit geeft een beeld hoe de zandsteen er na restauratie uit gaat zien.
De reiniging en het inzetten van nieuwe blokken maakte van de stadhuisgevel een nog groter lappendeken dan deze sinds 1970 al was.
Het streven was dat de classicistische architectuur van de gevel werd hersteld door de zandstenen blokken te ‘ontstoren’.
Dit houdt in dat per blok, als dat nodig was, de kleur is bijgewerkt.
Met een airbrush bracht de restaurateur een laagje gekleurde zandsteen aan.
Deze transparante coating, die vergruisde zandsteen bevat, wordt één geheel met de steen en vormt ook een beschermlaagje.
De zandsteenkleur van het beeldhouwwerk in het timpaan is ook hersteld, zoals het in 1670 was bedoeld.
De in 1985 bedachte niet-historische kleuren zijn verdwenen.
Wel is het stadswapen opnieuw beschilderd.
Dit wapenschild komt oorspronkelijk uit 1810.

Welkom in het stadhuis van 's-Hertogenbosch | Wethouder Huib van Olden
In 1481 wordt voor uitbreiding het linkerdeel, de voormalige stadsherberg ‘De Gaffel’ aangekocht en van een sierlijke schermgevel met arkeltorentjes voorzien.
Pas in 1599 werd het rechterdeel aangekocht en van een nieuwe, bijpassende voorgevel voorzien.
De 3D reconstructie toont de uiteindelijke verschijningsvorm van het stadhuis aan het einde van de zestiende eeuw.
De huidige, natuurstenen gevel werd in 1670 gebouwd, voor de bestaande gebouwen.
Rechts het Stadhuis rond 1660.
In 1563 werd een nieuw griffiehuis gebouwd op het achtererf.
Hiervan werd de verdieping eerst gebruikt als schepenkamer en later als trouwzaal.
Een prent van het Stadhuis rond 1777 van Jacob Evers.
Gezicht op de Markt met het Stadhuis rond 1860.
Het Stadhuis vanaf de Pensmarkt rond 1925.
Het team van Nico de Bont werkte aan de restauratie van de gevel van het monumentale stadhuis op de Markt in Den Bosch.
Restauratie van de oude zandstenen gevel uit 1670 was hard nodig.
Met de restauratie van de stadhuisgevel is de geschiedenis weer zichtbaar gemaakt.
Het uitgangspunt van het herstelplan was dat de geschiedenis van de gevel weer spreekt.
De gevel van het stadhuis is voor het laatst in 1970 aangepakt.
Het houtwerk aan het dak en de dakkapellen hebben we op sommige plaatsen hersteld of waar nodig gereconstrueerd.
Het houten wapenschild met kroon was op veel plaatsen door houtrot aangetast.
De steigeropbouw startte in september 2023 en de werkzaamheden werden volgens planning opgeleverd in het voorjaar van 2024 - net voor de start van het trouwseizoen.
Pas in 1599 werd het rechterdeel aangekocht.