Stelling tegen gevel plaatsen: regels en veiligheid

Het is verplicht om een veiligheidsafstand aan te houden bij het bouwen van een gebouw (artikel 7.15, lid 2 Bbl). De veiligheidsafstanden staan in paragraaf 6.2 van de richtlijn Bouw- en sloopveiligheid. De bouwveiligheidszone, de hijszone en het hijsgebied bepalen de veiligheidsafstand. De bouwveiligheidszone is afhankelijk van de hoogte van het te bouwen gebouw. De veiligheidsafstanden kunnen leiden tot het (gedeeltelijk) afsluiten van trottoirs, fietspaden, wegen of openbaarvervoerslijnen in de nabije omgeving van de bouwplaats. De veiligheidsafstanden in de richtlijn Bouw- en sloopveiligheid gelden niet voor bouwwerken die geen gebouw zijn (bijvoorbeeld viaducten of bruggen). Dat neemt niet weg dat ook voor die bouwwerken maatregelen nodig zijn om onveilige situaties of nadelige hinder voor de omgeving van bouwwerkzaamheden te voorkomen. Meer hierover leest u op de pagina Specifieke zorgplicht en regels over veiligheid in de directe omgeving.

In plaats van veiligheidsafstanden zijn gelijkwaardige maatregelen mogelijk. Zo’n maatregel is ter beoordeling van het bevoegd gezag. Denk bijvoorbeeld aan een tijdelijke overkapping van de openbare weg. Het is verplicht om een risicomatrix in te vullen bij bouwwerkzaamheden aan bouwwerken (artikel 7.5a Bbl). Zo’n risicomatrix moet duidelijk maken welke veiligheidsrisico’s er zijn bij het bouwen. De risicomatrix staat in de Omgevingsregeling (Bijlage XVIIIa, zie ook de pagina Risicomatrix bij bouw- en sloopactiviteit) en bestaat uit een aantal vragen. Aan de hand van de antwoorden volgt er een score. Des te hoger de score des te hoger is het veiligheidsrisico. De score kan leiden tot het verplicht opstellen van een bouwveiligheidsplan en het aanstellen van een veiligheidscoördinator voor de directe omgeving. Tussen het toesturen van de risicomatrix en de start van het bouwen zit enige tijd. Daarom is het van belang om voor de start van de bouw na te gaan of de ingevulde risicomatrix nog actueel is en zo nodig te actualiseren.

Het wel of niet actueel zijn, kan afhankelijk zijn van de keuzes die de bouwer na de ontwerpfase (nog) maakt over bijvoorbeeld de logistiek, inrichting van de bouwplaats, bouwmaterialen, bouwvolgorde, uitvoering en bouwtechniek. Als de risicomatrix een score van 12 punten of meer geeft, is het verplicht om een ‘veiligheidscoördinator directe omgeving’ aan te stellen (en ook om een bouwveiligheidsplan op te stellen). Dit staat in artikel 7.5a, lid 2 van het Bbl en artikel 5.55 van de Omgevingsregeling. Die veiligheidscoördinator directe omgeving heeft een aantal taken voor de directe omgeving van het bouwterrein (niet te verwarren met de coördinator veiligheid en gezondheid die toeziet op het bouwterrein zelf vanwege het Arbeidsomstandighedenbesluit). Toezien dat het treffen van de maatregelen onder a. toezien op het treffen van passende maatregelen bij het niet (juist) uitvoeren van wat onder b. t/m f. Voor geplande bouwwerkzaamheden zullen twee werkdagen achter elkaar hijskranen aan het werk zijn. De hijszone zal over de openbare weg en een trambaan reiken. In het bouwveiligheidsplan staat dat op die dagen geen trams op deze trambaan mogen rijden en welke maatregelen gelden.

Het kan zijn dat derden de instructies van de veiligheidscoördinator directe omgeving niet opvolgen (bijvoorbeeld de tramvervoerder die toch blijft rijden). In dat geval adviseert de veiligheidscoördinator de opdrachtgever/hoofdaannemer om in te grijpen en zo nodig de bouw stil te laten leggen totdat de veiligheid weer te garanderen is. De directe omgeving van het bouwterrein begint vanaf het hek van de bouwplaats. Waar de directe omgeving eindigt, is afhankelijk van de locatie en de aanwezigheid van bebouwing en mensen in de omgeving daarvan. Dit biedt ruimte voor invulling maar de verantwoordelijkheid ligt bij degene die bouwt. Een basisschool kan bijvoorbeeld dicht bij een bouwterrein liggen, maar buiten de veiligheidsafstand. De basisschool kan dan toch binnen de directe omgeving liggen. In dat geval zijn veiligheidsmaatregelen nodig.

De veiligheidscoördinator directe omgeving heeft geen publiekrechtelijke bevoegdheden zoals de gemeente die wel heeft. Als de veiligheidscoördinator een taak niet kan uitvoeren omdat betrokkenen instructies van de coördinator niet opvolgen, gaat de coördinator terug naar degene die de coördinator heeft aangesteld. Dat zal degene zijn die de bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren (hoofdaannemer/ opdrachtgever). Het kan zijn dat de veiligheidscoördinator ondanks overleg met degene die de coördinator heeft aangesteld, een taak nog steeds niet kan uitvoeren. In dat geval geeft de veiligheidscoördinator de opdracht terug omdat die persoon vindt dat de veiligheid in het geding is en er strijdigheid met een regel zal zijn.

De naam en contactgegevens van de veiligheidscoördinator directe omgeving moeten naar het bevoegd gezag toe bij het toesturen van de bouwmelding of de vergunningaanvraag voor de technische bouwactiviteit (artikel 7.5c Bbl). Het verschil is dat de veiligheidscoördinator directe omgeving in de bouwfase toeziet op de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving van de bouwplaats. De V&G-coördinator ziet in de bouwfase toe op de veiligheid en gezondheid op de bouwplaats. Eén persoon kan beide functies hebben. Die ziet dan toe op de veiligheid en gezondheid op de bouwplaats en de directe omgeving daarvan. Verder heeft de V&G-coördinator een rol in de ontwerpfase (fase vóór de bouwfase). In de ontwerpfase (fase vóór de bouwfase) hoeft er geen veiligheidscoördinator directe omgeving te zijn (die kan wel verplicht zijn voor in de bouwfase). Bij risicovolle bouwprojecten is het wel raadzaam om in de ontwerpfase al na te denken over veiligheidsrisico’s voor de directe omgeving en hoe deze risico’s in het ontwerp zijn te beperken. In het bouwveiligheidsplan moeten de overblijvende risico’s zijn opgenomen. Het ligt voor de hand dat de opdrachtgever in de ontwerpfase het uitvoeren van een risicobeoordeling voor de veiligheid in de directe omgeving en het opstellen van een bouwveiligheidsplan door de V&G-coördinator laat doen. In de bouwfase kan een veiligheidscoördinator directe omgeving wel verplicht zijn. Het is dan van belang dat de V&G-coördinator de zaken over veiligheid (voor de directe omgeving) uit de ontwerpfase goed overdraagt aan de veiligheidscoördinator directe omgeving. Tot de aanbesteding is de V&G-coördinator verantwoordelijk voor het bijhouden van de risicobeoordeling en het bouwveiligheidsplan. Daarna neemt de veiligheidscoördinator directe omgeving het stokje over. Als de risicomatrix een score van 12 punten of meer geeft, is het verplicht om een bouwveiligheidsplan op te stellen (en ook om een ‘veiligheidscoördinator directe omgeving’ aan te stellen). In het bouwveiligheidsplan moeten maatregelen staan voor het waarborgen van de veiligheid en bescherming van de gezondheid in de directe omgeving van het bouwterrein (zoals veiligheid van derden, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder). Het kan zijn dat er afspraken nodig zijn met andere partijen (zoals gemeente) over te nemen maatregelen. Het opnemen van maatregelen in het bouwsafeheidsplan zorgt namelijk niet voor een contractuele binding tussen opdrachtgever en derden. Daarom is van belang dat het bouwveiligheidsplan wel aangeeft welke schriftelijke afspraken er zijn of nog gaan komen. Tussen het toesturen van het bouwveiligheidsplan en de start van het bouwen zit enige tijd. Daarom is het van belang om voor de start van de bouw na te gaan of het bouwveiligheidsplan nog actueel is en zo nodig te actualiseren. Het wel of niet actueel zijn, kan afhankelijk zijn van de keuzes die de bouwer na de ontwerpfase (nog) maakt over bijvoorbeeld de logistiek, inrichting van de bouwplaats, bouwmaterialen, bouwvolgorde, uitvoering en bouwtechniek. Het bevoegd gezag kan in individuele gevallen met een maatwerkvoorschrift afwijken van de regels. Artikel 7.5 van het Bbl regelt dat. Stel bijvoorbeeld dat de risicomatrix niet verplicht om een bouwveiligheidsplan op te stellen (met maatregelen over veiligheid, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder) of een veiligheidscoördinator voor de directe omgeving aan te stellen. Dan kan het bevoegd gezag dat alsnog verplichten met een maatwerkvoorschrift (artikel 7.5, lid 3 Bbl).

Magazijnstellingen en veiligheidsmaatregelen

Binnen de tuinzaadsector wordt gebruik gemaakt van magazijnstellingen waar goederen al dan niet op pallets worden opgeslagen. Werken met magazijnstellingen is niet zonder risico’s. Ongevallen, lichamelijk letsel en materiële schade kunnen optreden door bijvoorbeeld het omvallen of instorten van magazijnstellingen of geraakt worden door vallend materiaal uit de stelling. Dit Arboblad gaat in op de risico’s en beheersmaatregelen bij het inrichten en gebruik van magazijnstellingen die mechanisch beladen worden.

Risico’s met betrekking tot fysieke belasting (bijvoorbeeld bij het handmatig beladen van stellingen), worden in het Arboblad Tillen en dragen behandeld. Geef medewerkers (aantoonbaar) jaarlijks instructie op de werkvloer over minimaal: de risico's bij verkeerde belading, overbelasting of beschadiging van stellingen. Zorg daarnaast dat de medewerkers voldoende kennis hebben van MAGAZIJNSTELLINGEN om deze dagelijks te controleren en wijs ze op hun plicht om schade of onveilige situaties direct te melden bij de leidinggevende. Zorg dat dit altijd een praktijkgedeelte bevat. Daarnaast verlangt de Arbowet dat de maatregelen in een bepaalde volgorde worden genomen, waarbij eerst naar de bron van het probleem wordt gekeken. Dit wordt de arbeidshygiënische strategie genoemd. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technisch, uitvoerende en economische redenen). Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw. Het pad is voldoende breed.

De minimale ruimte tussen twee stellingen of stelling en muur is, hierbij: draaicirkel = (lengte van een heftruck + lading) * 125%. De vrije hoogte van onderdoorgangen moet minimaal gelijk zijn aan de doorrijhoogte van de gebruikte transportmiddelen plus 25 cm, maar moet minimaal 2 meter bedragen of 2.10 meter als deze deel uitmaakt van een vluchtweg. Zorg bij voorkeur voor een driewiel heftruck, omdat deze een kleinere draaicirkel heeft. De aanrijdbescherming is minimaal 40 cm hoog en sterk genoeg om de klap van de heftruck op te vangen. De stellingen zijn gebouwd door een erkend stellingbouwbedrijf en opgebouwd/geborgd volgens het voorschrift van de leverancier. Er is een ingebruikname keuring (voor palletstellingen). Dit is een verklaring van de verkopende partij dat de stelling veilig is opgebouwd. De vloer waarop de stelling staat moet voldoende draagvlak hebben voor de gewenste stelling. De maximaal beladen stelling mag de toelaatbare belasting van de vloer niet overschrijden. Alle stellingen zijn vastgezet aan de vloer.

Infografiek: Veiligheidsafstand en hijszone bij gevelplaatsing

Als de hoogte van de stelling groter is dan 2 meter en de verhouding tussen hoogte en diepte meer dan vier op één bedraagt, dan moet de stelling in dwarsrichting goed aan het gebouw zijn verankerd of aan de naastgelegen stelling zijn gekoppeld. De maximale stellinglast is op een belastingsplaat op de stellingen aangegeven. Zorg dat de chauffeur deze maximale stellinglast kent en niet overschrijdt. Alle leggers zijn voorzien van uithaakbeveiliging / borgpennen (ook wel uitlichtbeveiliging genoemd). Iedere ontbrekende of beschadigde borgpen wordt direct vervangen. De liggers (planken) zijn geborgd. Er is een medewerker aangewezen die minimaal ieder kwartaal de veiligheid van de aanwezige stellingen beoordeelt en eventuele beschadigingen vastlegt en oplost. De stellingen (incl. o.a. de stalen opslagsystemen) worden minimaal jaarlijks gekeurd en na schade, verplaatsing of wijzigingen in de configuratie door een aangewezen objectief persoon of instelling met voldoende aantoonbare kennis en kunde. Van de uitgevoerde keuringen zijn schriftelijke bewijsstukken. Bij constateren van vervorming van de staanders van meer dan 10 mm gemeten over een meter hoogte bij maximale belasting van de stelling, is sprake van ernstige vervorming waarbij direct maatregelen worden genomen. Voer tijding onderhoud / reparatie uit. Noodzakelijke reparaties of herstellingen worden direct uitgevoerd.

De materialen in de stelling zijn zodanig opgeslagen dat ze niet kunnen vallen, omvallen, inzakken, wegglijden, verschuiven of weglekken. Pallets in de stellingen zijn niet beschadigd (planken gebroken, klos ontbreekt) en zijn recht in de stellingen geplaatst. Waar gevaar bestaat dat voorwerpen aan de achterzijde uit een stelling kan vallen en iemand kan raken, is een doorstootbeveiliging aangebracht, zoals een schot of een fijnmazig hekwerk (zie onderstaande afbeeldingen). Plaatsen waar personen of heftrucks onder magazijnstellingen doorlopen of rijden, zijn voorzien van onderdoorgangbeveiliging. Stimuleer dat chauffeurs van transportmiddelen het melden als zij een magazijnstelling hebben aangereden. Magazijnmedewerkers dragen veiligheidsschoenen (minimaal type S1), bij voorkeur met antislip zool.

Doorvalbeveiliging achter magazijnstelling

Bij het ontbreken van een montage-instructie, bijvoorbeeld bij tweedehandse stellingen, wordt de stelling na montage beoordeeld door een objectief persoon of instelling "met aantoonbaar voldoende kennis en kunde voor het uitvoeren van de beoordeling". Medewerkers die in de stellingen werken zijn geïnstrueerd over: risico's bij verkeerde belading, overbelasting of beschadiging van stellingen. De aangewezen stellingcontroleur beoordeelt minimaal eens per kwartaal of er geen beschadigingen zijn, ordelijk gestapeld wordt, geen slechte pallets gebruikt worden, de maximale belasting niet overschreden wordt. Personen die de periodieke (ten minste eens per kwartaal) inspectie uitvoeren zijn in de regel interne medewerkers die zijn aangewezen om deze taak te vervullen. Zij gebruiken daarbij een checklist om eventuele tekortkomingen op te sporen en leggen de beoordeling vast. Beoordelen voor in gebruikname kan gebeuren door deskundigen van of namens de leverancier van de stellingen. Er gelden geen specifieke aandachtspunten in het PMO t.a.v. Bied instructie en voorlichting in meerdere talen.

De Stellingbeoordelaar benadrukt dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor een veilige inrichting, correct gebruik en periodieke inspectie van magazijnstellingen. De jaarlijkse magazijnkeuring is een van de belangrijkste verplichtingen en de inspecties gebeuren volgens normen zoals NEN-EN 15635 en NPR 5055-1. Inspectieresultaten leiden tot vervolgstappen zoals reparatie of aanpassing van de stelling. Het Bouwbesluit uit 2012 vormt daarnaast een kader voor brandveiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van bouwwerken en magagerstellingen die als bouwwerk worden gezien, vereisen soms vergunningen.

NEN-EN 15635 inspectie-rapport

Goede praktijken bij deze richtlijn: Stellingbeoordelaar. Als werkgever wilt u natuurlijk dat uw werknemers in alle veiligheid aan het werk kunnen in uw magazijn. Het is daarom essentieel om de magazijnstellingen aan de wettelijk gestelde eisen te laten voldoen. Vanuit de overheid zijn er wettelijke eisen en Nederlandse richtlijnen gesteld om de veiligheid op de werkvloer te optimaliseren. Aan welke voorwaardes moeten uw magazijnstellingen voldoen? Heeft u een vergunning volgens de bouwregelgeving nodig? Voor sommige magazijninrichtingen wel! In dit geval worden uw stellingen als bouwwerk gezien en is het nodig om een bouwvergunning aan te vragen. In sommige gevallen is het ook nodig om een sloop-, omgevings- of milieuvergunning aan te vragen. De jaarlijkse magazijnkeuring is mogelijk de belangrijkste verplichting. Niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa, is het verplicht om uw magazijnstellingen jaarlijks te laten keuren. Stellingen kunnen ongemerkt beschadigen of verouderen waardoor de veiligheid niet meer kan worden gewaarborgd. Dankzij deze keuringen houden experts uw stellingen in de gaten en wordt er gezorgd dat ze elk jaar weer opnieuw in topconditie blijven. Zaak voor een onafhankelijke keuring: een veiligheidscontrole laten uitvoeren door gecertificeerde keurmeesters.

Keuring volgens NPR/NEN normen

Stellinginrichten, onderhoud en inspectie dragen bij aan een veilige werkomgeving. De Arbowet vereist dat magazijnstellingen periodiek worden geïnspecteerd; deze inspecties bestaan uit visuele controles en technische beoordelingen volgens normen zoals NEN-EN 15635. Een tijdig onderhoud en duidelijke instructies in meerdere talen dragen bij aan de veiligheid. Ook de juiste gebruikte stellingen dienen aan de normen te voldoen, en eventuele schade of afwijkingen dienen direct te worden gemeld en opgelost. Moderne ontwikkelingen zoals drones en sensoren kunnen helpen bij de monitoring van stellingen en mechanische stabiliteit op bouwplaatsen verhogen de veiligheid.

Waarom de magazijnstellingen van Jungheinrich veiligheid garanderen.

Belangrijkste elementen voor veilige gevelplaatsing met stelling

  1. Plan de veiligheidsafstanden en draagkracht volgens de hoogte van het gebouw en hijszone.
  2. Vul tijdig de risicomatrix in en stel bouwveiligheidsplan en veiligheidscoördinator directe omgeving aan indien nodig.
  3. Bevestig stellingen volgens leveranciervoorschriften en voer ingebruikname keuring uit.
  4. Implementeer onderdoorgangbeveiliging en aanrijdbeveiliging langs transportroutes voor heftrucks.
  5. Voer kwartaalinspecties uit door een gekwalificeerde stellingbeoordelaar en documenteer bevindingen.
  6. Beperk hinder voor omgeving met maatregelen zoals overkapte bouwzones of tijdelijke verkeersmaatregelen.

Bezorgt de bouwautoriteit afwijkingen met maatwerkvoorschriften? Dan kan het bevoegd gezag daarop aandringen om aanvullende maatregelen te stellen. De samenwerking tussen ontwerpfase, bouwfase en toezicht is essentieel om veiligheid en gezondheid in zowel de bouwplaats als directe omgeving te waarborgen en om de betrokkenen tijdig te informeren en te beschermen.

tags: #stellage #tegen #gevel