U heeft klachten aan uw galblaas. Mogelijk wordt u daaraan geopereerd. Dit heet een galblaasverwijdering (cholecystectomie). In deze folder leest u wat de galblaas is. Ook krijgt u informatie over 2 soorten klachten: galsteenlijden en een galblaasontsteking. Verder leest u wat u van een operatie mag verwachten.
De galblaas zit rechtsbovenin de buik en zit vast aan de lever. De lever maakt gal aan dat wordt gebruikt voor het verteren van vetten. Via de galblaasgang is de galblaas verbonden met de lever. In de galblaas wordt gal opgeslagen. In de galblaas kunnen galstenen ontstaan. Galstenen zijn er verschillende soorten en maten. Sommige mensen hebben 1 galsteen, anderen hebben er wel 50. Sommige mensen hebben meer risico op galstenen dan andere mensen. Dat is uit onderzoek gebleken. Galstenen zitten in de galblaas. Door de samenknijpende beweging (peristaltiek) van de galblaas kan er een steen uit de galblaas raken. Deze komt dan in de galblaasgang of gemeenschappelijke levergang (ductus choledochus) terecht. Dit geeft pijn die komt en gaat (koliekpijn).
De pijn voelt u rechtsbovenin de buik of in het maagkuiltje. Soms straalt deze pijn uit naar de rug of de flank. Soms bent u dan ook misselijk en moet u braken. Cholecystitis is een ontsteking van de galblaas. Door de galstenen kan de galblaas ontstoken raken. Mogelijke klachten zijn pijn, koorts, drukpijn onder de ribbenboog (rechts), misselijkheid en braken. Een heel enkele keer ontsteekt de galblaas zonder stenen.
Met buikpijnklachten gaat u meestal eerst naar de huisarts. Als de huisarts denkt aan galsteenlijden, dan krijgt u een verwijzing voor de polikliniek Chirurgie. Op de Spoedeisende Hulp wordt bloed afgenomen. Ook wordt u onderzocht door een arts of een arts in opleiding. Als er reden voor verder onderzoek is, wordt er eerst een echo gemaakt. Soms krijgt u ook een scan van de buik. In de operatiekamer ontmoet u het operatieteam. Het operatieteam bestaat uit de anesthesist, de anesthesiemedewerker, operatieassistenten en operateur.
Meestal wordt gekozen voor en kijkoperatie. U krijgt dan 4 kleine sneden (openingen) in de buikwand. 1 onder de navel, 1 in het maagkuiltje en 2 onder de ribbenboog. Eerst wordt de buikholte opgeblazen met koolzuurgas. Daarna worden een cameraatje en 3 werkinstrumenten ingebracht. Hierna wordt de galblaas verwijderd en weggehaald via een van de openingen. Soms is het veiliger om de galblaas via een gewone operatie te verwijderen. Dan wordt er een grotere snee onder de ribbenboog gemaakt. Een gewone operatie is bijvoorbeeld nodig bij verklevingen of een forse ontsteking. Deze beslissing kan tijdens de operatie gemaakt worden.
Na de operatie gaat u naar de afdeling. Na een operatie aan een galblaasontsteking krijgt u mogelijk 3 dagen lang een infuus met antibiotica. Wanneer u weer thuis bent, moet u luisteren naar uw lichaam. De eerste week mag u niet zwaar tillen. Na elke chirurgische ingreep kunnen complicaties voorkomen. Kort of lang na de ingreep, ook al bent u nog zo zorgvuldig behandeld. Een letsel aan uw darmen of galwegen. Dit letsel ontstaat bij het losmaken van de galblaas. Het ontstaan van een abces in het operatiegebied. De eerste week na uw ontslag naar huis kunt u de afdeling bellen. Treden deze klachten op langer dan een week na de operatie? Bel dan uw huisarts. U bent geopereerd en uw lichaam heeft tijd nodig om verder te herstellen. In deze folder staat informatie over de herstelperiode na de operatie. U vindt hierin adviezen die u kunnen helpen om het genezingsproces zo goed mogelijk te laten verlopen.
Algemeen Vaak zult u de eerste tijd na de ingreep last houden van pijn. U mag pijnstilling innemen volgens afspraak. Als u eenmaal thuis bent, is het voor uw herstel van belang dat u actief blijft, maar uzelf niet overbelast. Het is daarom belangrijk om goed te luisteren naar de signalen die uw lichaam geeft. Dan merkt u vanzelf wat u wel en niet kan.
Wanneer kunt u weer naar huis? U kunt eten en drinken zonder over te geven en eten blijft niet hangen in de slokdarm.
Wondverzorging U heeft een wond overgehouden aan de operatie. Het wondverband mag u na 24 uur verwijderen. Mogelijk zitten er onder het wondverband steristrips (een soort hechtpleisters). Als dit zo is, dan moet u deze laten zitten. Deze vallen er vanzelf af, of worden tijdens het polikliniekbezoek verwijderd. Als de wond nog wondvocht lekt, dan wordt de wond verbonden met absorberend verband. Dagelijks moet de wond geïnspecteerd worden op roodheid, nalekken van wondvocht en geel beslag.
Leefregels Lichamelijke verzorging - 24 uur na de operatie mag u weer douchen. De eerste week niet te lang en te heet douchen. Na het douchen de wond goed droogdeppen met een schone handdoek. De eerste 2 weken na de operatie, of als de wonden nog niet helemaal dicht zijn, mag u niet zwemmen of in bad. De wond kan anders open weken en geïnfecteerd raken. Belasting - Na een kijkoperatie is het belangrijk vier weken rustig aan te doen en geen zwaar huishoudelijk werk. De eerste 2 weken mag u niet meer dan 5 kilogram tillen. Na een open buikoperatie is het belangrijk 6 weken niet zwaar te tillen, geen zwaar huishoudelijk werk te doen en niet zwaar te sporten. Voeding - Het is belangrijk om uw ontlastingspatroon goed in de gaten te houden. We raden u aan om voldoende te drinken en vezelrijk te eten. Probeer grote hoeveelheden vet eten tegelijkertijd te vermijden. Werk - U mag weer gaan werken als u denkt dat u daar weer toe in staat bent. Verricht u zware arbeid, bespreek dan tijdens uw controle afspraak bij de chirurg wanneer u weer mag gaan werken. Verkeer - U mag weer autorijden wanneer u zich daartoe in staat acht. In de eerste weken is uw reactievermogen verminderd. Houd daar rekening mee als u deelneemt aan het verkeer.
Pijn en pijnstilling Na de operatie kunt u nog enige tijd pijn hebben. Heeft u naast paracetamol extra pijnstilling nodig, dan krijgt u een recept mee bij ontslag. Direct contact opnemen Bij iedere operatie worden uitgebreide voorzorgsmaatregelen getroffen om de kans op complicaties zo klein mogelijk te houden. Als u toch problemen krijgt die te maken hebben met de ingreep of behandeling in het ziekenhuis, kunt u dag en nacht contact opnemen met het ziekenhuis. Neem u de eerste 30 dagen na de operatie direct contact op als: u koorts heeft boven 38.5º C; het wondgebied rood, warm en opgezwollen wordt, vies ruikt en als u meer pijn krijgt, en/of als er meer vocht uit de wond komt; u last krijgt van hevige pijnklachten; u flink misselijk wordt en braakt.
Tot slot Wat neemt u mee? uw (geldige) identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart, rijbewijs); uw medicatie-overzicht. Dat is een lijst met de medicijnen die u nu gebruikt. U haalt deze lijst bij uw apotheek. Heeft u een andere zorgverzekering of een andere huisarts? Of bent u verhuisd? Geef dit dan door. Dat kan bij de registratiebalie in de hal van het ziekenhuis. Zorgt u ervoor dat u op tijd bent voor uw afspraak? Kunt u onverwacht niet komen? Geeft u dit dan zo snel mogelijk aan ons door. Dan maken we een nieuwe afspraak met u. Vragen Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van de inhoud van deze folder, stelt u deze dan aan uw arts of de verpleegkundige van de afdeling. Bent u van mening dat in deze folder bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag. De polikliniek Chirurgie is van maandag tot en met vrijdag tussen 08.30 en 12.00 uur en tussen 13.30 en 15.30 uur telefonisch te bereiken via 071 582 8045. De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905.

Galwegenlek na cholecystectomie: oorzaak en aanpak
1. 2. 3. 4. Als tijdens de cholecystectomie een galwegletsel wordt ontdekt en er bestaat geen weefselverlies, is het sluiten van het defect door middel van een end to end anastomose over een T-drain een goede optie, mits verricht door een op dit gebied ervaren chirurg en na een cholangiogram. Als tijdens de cholecystectomie een galwegletsel ontdekt met weefselverlies kan direct een hepaticojejunostomie worden verricht door een hierin ervaren chirurg. Een galwegletsel type A dient te worden behandeld door het verlagen van de drukgradiënt tussen ductus choledochus en duodenum. Dit kan worden bereikt door een stent, nasobiliaire drain en / of papillotomie. Er is geen bewijs van hoge kwaliteit welke een voorkeur aantoont van een van de mogelijkheden cq combinaties. De ware incidentie van galwegletsels is niet bekend door onderrapportage en retrospectieve studies. Na diagnose van het letsel, dient afhankelijk van de complexiteit, overleg met een expertise centrum plaats te vinden.
De behandeling is afhankelijk van de aard, locatie en omvang van het letsel van het galwegsysteem. Daarnaast spelen het moment van herkenning en de eventuele voorafgaande therapie een rol. Bij een partiële transectie of totale transectie zonder opgetreden weefselverlies, kan mits de ervaring aanwezig is, direct herstel worden verricht over een (T-)drain. Alvorens de drain te verwijderen moet worden overwogen eerst de continuïteit te waarborgen door bij ERC een voerdraad te passeren. Kwaliteit van leven speelt een belangrijke rol bij patiënten met een galwegletsel en galwegreconstructie. Een routinematig intra-operatief cholangiogram ter preventie van galwegletsel is controversieel. De mortaliteit is in de eerste 2 jaar na chirurgische reconstructie van een galwegletsel verhoogd. Een galwegletsel wordt gedefinieerd als: elk letsel inclusief lekkage van het intrahepatische galwegsysteem en de ductus cysticus. Slechts 42% van de letsels wordt tijdens de primaire operatie herkend. De commissie heeft de Amsterdam classificatie (Bergman 1996) aangehouden aangezien in dit schema classificatie direct gekoppeld kan worden aan de behandeling.

De behandeling is afhankelijk van de aard, locatie en omvang van het letsel. Daarnaast spelen het moment van herkenning en de eventuele voorafgaande therapie een rol. Een galwegletsel type A dient te worden behandeld door het verlagen van de drukgradiënt tussen ductus choledochus en duodenum. Dit kan worden bereikt door een stent, nasobiliaire drain en / of papillotomie. Er is geen bewijs van hoge kwaliteit welke een voorkeur aantoont van een van de mogelijkheden cq combinaties. De ware incidentie van galwegletsels is niet bekend door onderrapportage en retrospectieve studies. Na diagnose van het letsel, dient afhankelijk van de complexiteit, overleg met een expertise centrum plaats te vinden. De MRC wordt wijdverbreid gebruikt voor de niet-invasieve beeldvorming van de galwegen. Er zijn geen publicaties van kwaliteit waarbij de MRC met andere beeldvorming wordt vergeleken bij de evaluatie van galwegletsels na cholecystectomie. De commissie heeft de Amsterdam classificatie (Bergman 1996) aangehouden aangezien in dit schema classificatie direct gekoppeld kan worden aan de behandeling. De behandeling is afhankelijk van de aard, locatie en omvang van het letsel van het galwegsysteem. Daarnaast spelen het moment van herkenning en de eventuele voorafgaande therapie een rol.

Praktische aspecten van herstel en nazorg
Na diagnose van galwegletsel dient afhankelijk van complexiteit overleg met een expertise centrum plaats te vinden. De mediaan follow-up na reconstructie van galwegletsel laat variatie zien, en de kwaliteit van leven is een belangrijke overweging bij reconstructie. Een routinematig intra-operatief cholangiogram ter preventie van galwegletsel is controversieel. De mortaliteit is hoger in de eerste 2 jaar na reconstructie dan in de algemene populatie. Bij een partiële transectie of totale transectie zonder weefselverlies kan herstel mogelijk zijn met een drain. Voordat de drain wordt verwijderd moet de continuïteit worden gewaarborgd door een voerdraad te passeren. Kwaliteit van leven en lange termijn uitkomsten zijn belangrijke overwegingen bij behandeling. De behandeling en uitkomsten hangen af van aard, locatie, omvang en timing van herkenning van het letsel, evenals de voorafgaande therapie.
Behandeling van letsel aan de galwegen
Overige gerelateerde informatie
De MRC wordt wijdverbreid gebruikt voor de niet-invasieve beeldvorming van de galwegen. Er zijn geen publicaties van kwaliteit waarbij de MRC met andere beeldvorming wordt vergeleken bij de evaluatie van galwegletsels na cholecystectomie. Een galwegletsel wordt gedefinieerd als elk letsel inclusief lekkage van het intrahepatische galwegsysteem en de ductus cysticus. De ware incidentie van galwegletsels is niet bekend door onderrapportage en retrospectieve studies. Na diagnose van het letsel dient overleg met een expertise centrum plaats te vinden.
tags: #symptomen #lekkage #na #galblaasoperatie