Iedere winter wordt een aantal rijksmonumenten en historische boerderijen getroffen door een schoorsteenbrand.
In de praktijk kan er bij het stoken van alles mis gaan.
De meeste problemen doen zich voor in en nabij het schoorsteenkanaal.
Door de toenemende populariteit van houtkachels lijkt het aantal schoorsteenbranden de laatste tijd toe te nemen.
Stook verantwoord.
Lekkende hete gassen kunnen leiden tot ontbranding van materialen in de buurt van het lek.
Balkkoppen in het schoorsteenkanaal kunnen vlam vatten door scheuren in het metselwerk.
Controleer het schoorsteenkanaal tijdens het stookseizoen regelmatig op lekkages.
U kunt de plek van de lekkage vinden doordat er rook naar buiten kringelt.
Wees alert op verkleuringen van verf of hout in de buurt van het schoorsteenkanaal.
Vermoed u een lekkage, laat het schoorsteenkanaal dan controleren door een bouwkundig aannemer of een schoorsteenspecialist.
Deze kan het kanaal afpersen.
Vervuiling ontstaat doordat zich reststoffen afzetten tegen de binnenzijde van het schoorsteenkanaal.
Hoe snel het kanaal vervuilt, hangt af van de brandstof en de wijze van stoken.
Vochtig hout levert vaak meer vervuiling op.
Dat geldt ook voor het stoken van papier, geverfd en geïmpregneerd hout en samengesteld hout zoals triplex en spaanplaat.
Uitstoot van de gloeiende deeltjes is extra gevaarlijk bij gebouwen met een brandbare dakbedekking zoals riet.
Verbrand geen vochtig, geïmpregneerd, geverfd of samengeperst hout.
Plaats bij een rietgedekte kap een vonkenvanger op de schoorsteen.
De diameter van het schoorsteenkanaal speelt een belangrijke rol in het stookproces.
Voor verbranding is lucht nodig, die met een bepaalde snelheid via de kachel door het schoorsteenkanaal wordt afgevoerd.
Schoorsteenkanalen zijn ontworpen en gebouwd voor een bepaald soort gebruik, bijvoorbeeld voor een kolen- of oliegestookte haard.
Veel knikken in een schoorsteen verminderen de trek.
Doorvoer van deze pijpen door vloeren, plafonds en daken breng risico’s met zich mee.
Na plotselinge afkoeling door het bluswater kan een stenen kanaal scheuren en springen.
Bij hoge temperaturen in het kanaal kan bluswater bovendien veranderen in stoom.
De brandweer maakt meestal gebruik van een ramoneur om een schoorsteenbrand te blussen.
Een ramoneur bestaat uit een ketting, met daaraan een kogel met staalborstel of kettinkjes met plaatjes.
De brandweer verwijdert de gloeiende deeltjes uit het kanaal en laat de schoorsteen gecontroleerd afkoelen.
Het is klaar genoeg, dat het woord Schoorsteen zamengesteld is uit schoor en steen, van welk schoor/ fulcimen, wij schooren / fulcire, hebben.
Er moet derhalven een denkbeeld van stutten, onderstutten, in dit woord plaats hebben.
Maar zal schoorsteen dan zijn een steen, die GESCHOORD WORDT, of een steen, die SCHOORT?
Dit laatste verkiest Kiliaan, zeggende: ‘schoorsteen / fulcrum sive sustentaculum camini, vulgo contramurus foci, Sax. schornsteyn, q.d. lapis fulciens sive sustentans, & feurmur, q.d. murus ignis.’
De Heer Ten KateGa naar voetnoot(a) schijnt het eerste te stellen, wijl hij zegt, ‘schoor of schóór-steen H-D schorstein caminus; vermits door ijzers, of stijlen onderschoort’; en dit gedagt schijnt mij ook het best te zijn.
steen, de schoorsteen van den schoorsteen.
Zal dan caminus de heerdstede zijn?
Maar welke is dan de steen, die de de heerdstede schoort?
Naar mijn gedagt is de schoorsteen, of caminus, die opening, welke boven de heerdstede en het vuur gemaakt is, en zig uitstrekt tot boven het dak van het huis, op dat de rook door dezelve uitga.
Zoo deze beschrijving goed is, kan de schoorsteen den naam niet hebben van iets te schooren, dewijl er niets boven is, dat hij zoude kunnen schooren; maar wel van geschoord te worden, naardien deze, doorgaands steenen', opening beneden, door stijlen van hout, of steen, of ijzer, onderschraagd en geschoord wordt.
Bij gelegenheid van dit schoorsteen, kwam mij in den zin, waar ons schoorvoetende van af mogt komen?
ik zogt in Kiliaan en Ten Kate; doch bij geen' van beiden vond ik troost.
Zelfs vond ik het gansche woord bij hen niet.
Ik weet echter niet beter, of het is bekend genoeg; schoon ik thands geene voorbeelden bij de hand hebbe, om deszelfs gebruik uit agtbare schrijveren te bevestigen.
Wij gebruiken het voor langzaam, dralende, en sleepende.
dagt ik eens, zou het ook zijn voor schuervoetende? om dat men, als ware het, met de voeten sleepende, den grond, of over den grond schuurt, en de verwisseling van ue met oe, en van oe met oo bekend genoeg is.
Dan scheen mij dit weer te gedrongen.
Thands geef ik in bedenking, of het ook zou zijn voor schortvoetende, als of het was, voor, de voeten gedurig opschortende, gelijk in schorten, opschorten, het denkbeeld van dralen, toeven, duidelijk ligt opgesloten, waar van, eene zaak, of een werk, opschorten.
Of, wilt ge liever, schoon de opgegevene afleiding mij aannemelijker voorkomt, dat schortvoetende, zoo veel zegge, als of het iemand aan voeten schortte, of iemand geen voeten had, of, als of iemand iet aan de voeten schortte, in welken zin, van,esse, deficere, schorten bij ons in gebruik is.
Ik denk niet, dat iemand zwarigheid zal maken, en vragen, hoe schoorvoetende voor schortvoetende, gekomen zij?
Immers, om de uitspraak, zou ik kunnen antwoorden, heeft men voor schortvoetende, schorvoetende begonnen te zeggen, en hoe ligt komt van schor, door eene verlengde uitspraak, schoor?
Het geen ik over deze woorden gegist en gelezen heb, is het volgende.
Ik heb lang gedagt, dat schoorsteen zoo veel was, als, en zamengetrokken uit schouwer- of schouder-steen; dan zoude het een' brandsteen, heerdsteen, een' steen, waarop vuur gebrand, of gestookt wordt, beteekenen.
Zoo vind ik deze woorden bij PlantijnGa naar voetnoot(c) geschreven.
overeenkomst te hebben met het Grieksche κάω, καίω, καύω, waar van καύσω, κέκαυκα, enz.
Kiliaan schijnt onze woorden, schouden, verschouden, enz., af te leiden van koud, in de beteekenis van warm.
Zo schrijft hijGa naar voetnoot(f): ‘dat koud warm beteekent, getuigt het Fransche woord chauld, of chaud; waar mede de spreek-wijzen, die thans bij ons zeer gemeen zijn, van schouden, verschouden, of schauden, verschauden, dat is, warm-maken, en zengen, overëenkomen’.
Het kan wel zijn, dat deze woorden, chaud, enz., en schouwen, enz., met elkanderen gemeenschap hebben; of zoo, dat ze uit een gemeene bron voordgesproten; of zoo, dat ze van elkanderen afgeleid zijn.
Doch dat koud voor warm bij ons genomen zij, blijkt nog niet, behalve, mogelijk, in dat ééne voorbeeld, waarvan we in de aanteekening d, gesproken hebben; maar dat dus nog eer door eené verbasterde uitspraak van het Fransch, dan door eene algemeene overneming van koud, in den zin van warm, bijgekomen is.
Anders zoude men zeer wel van koud, met voorzetting eener s, skoud, of schoud, en hier van schouwen, of schouwen, kunnen gekregen hebben.
Immer is het niet ongewoon, dat, door voorvoeging der s, menige nieuwe woorden ontstaan, blijkt uit krabben en schrabben; rompelen en schrompelen, en anderen
wenGa naar voetnoot(h); houden, houwen; oude, ouwe; Goude, Gouwe; enz.; in welke, eigenlijk, niet zoo zeer de d in w veranderd, als wel geheel uitgelaten wordt, of smelt, gelijk, wegens derzelver zagtheid, menigmaal gebeurt
Dus komt dan van houden, hou-en; van schouden, schou-en; doch, om de uitspraak te ondersteunen, en verwarring, in het schrijven, voor te komen, heeft men er de w, ten behulp en overgang, ingezet
Mekerchius, daar hij schrijftGa naar voetnoot(m): ‘van καίειν, branden, leiden sommige Vlamingen cafcoen af; anderen cave; de Brabanders scauwe, welke woorden eene rookplaats of schoorsteen beteekenen’.
Van hetzelfde gevoelen was de Heer W.O. Reiz, die dus schrijftGa naar voetnoot(n): ‘καίειν, schouwen. schauw en scioor beteekent bij de Scythen, en de volken, die van hun ontsproten zijn, gelijk de Duitschers, niet anders dan vuur.
Hiervan schauwen, verzengen. Hiervan het oude Gothische woord, dat nog heden bij de Spanjaarden gebruiklijk is, Causon, om de hette en den brand der koorts te beteekenen.
Der Grieken καύσων, dat hette, brand, en eene hete koorts beteekent, heeft denzelfden oorsprong, als deze allen.
Voor het Neerduitsche koude, zeggen de Hoogduitschers kalde, of keldte.
Van hier het Latynsche gelidus [kil-koud].
Want k, of C, en g, worden gemaklijk verwisseld.
In een Angel-Saxisch Woordenboek, door den Heer J. de Laat opgesteld, vind ik: “Cijle / koude”. koel, en koelte, en het Hoogduitsch kalte.
Doch, niettegenstaande dat alles, kan men met reden vragen; indien schoorsteen van schouwe, of schoude komt, en hetzelfde woord is, als Kiliaans schoudsteen, van waar komt dan de r in dit woord?
en waaröm hield men zig niet aan de eenvoudige uitspraak van schouw steen?
en, daar de HoogduitschersGewoonlijk schornsteins plagten te schrijven, van waar komt die n in dit woord?
Hieröm dunkt het mij thans waarschijnlijker, om den oorsprong des woords van het werkwoord schooren af te leiden: wel niet in den zin van onderstutten, of schragen: want, in deze beteekenis, komt dit werkwoord zelf af van het Naamwoord schoor, dat een stut, of steunsel, beteekent.
en, wil men dit, dan zal men altijd moeite hebben, om te zeggen, of de schoorsteen ondersteune, dan of hij ondersteund worde.
De benaming van schoorsteen is van uitgebreider beteekenis, dan dat men tussen denzelven en eene ondersteuning, genoegzame overeenkomst ontdekken kan.
die noodig is, om een open vuur te stoken: hieröm spreekt men van den mantel, de val, de stijlen, den boezem, het vegen, en de pijp van den schoorsteen.
Doch, in naauwer en eigenlijken zin, wordt de schoorsteen dat deel genoemd, dat boven het dak uitsteekt: daarom spreekt men van de schoorsteenen, die op het huis zijn.
Nu heeft het wortelwoord scheeren, (waarvan schoor, geschoren), en dus, waarschijnelijk, ook het daar mede vermaagschapte woord schooren, den zin van iets stijf te spannen, en uitterekken.
Dit blijkt uit het scheeren van een touw, de scheering der webbe, en anderen.
Deze beteekenis straalt ook door in schoor, dat in Vriesland nog zeer gebruiklijk is, voor stijf gespannen, strak uitgerekt; vooräl wanneer iets eenigszins schuin, doch tevens steil, opgeregt is.
En van deze zelfde beteekenis, denk ik, dat schoor, voor stut, zijn oorsprong en beduiding heeft.
Dus weet men, in Vriesland, in Gelderland, en in Overijssel, van eenen schoordijk te spreken, die steil afloopt, en geen voorland heeft.
Hier mede komt het Engelsch shore, voor strand, overëen.
vindt men een' gemaklijken overgang tot alles, wat uitsteekt, gelijk de eigenlijk gezegde schoorsteen boven het dak.
‘Schoren, voor uitsteken, is een oud Scythisch woord.
Hier van worden de klippen op den Zweedschen strand nog scheren genoemd, van derzelver uitsteken, en de rookplaats, bij de Duitschers, schorstein, om dat het een steen is, die boven het dak uitsteekt.
Om dezelfde reden heet allerlei strand bij de Grieken σχερὸς, volgens Hesychius, bij de Angel-Saxen score, bij de Engelschen shore, om dat hij boven de zee uitsteekt’: zoo schrijft ergens de doorgeleerde Johan Georg Wachter.
En dit zal, ongetwijfeld, den kundigen Lezer beter bevallen, dan het geen ik nog uit Besoldus en Schottelius heb bij te brengen.
stain komt van schorn, dat is, ondersteunen; en dit (schorn), gelijk ik denk, van securus, zeker; zoo, dat het zij, zeker, veilig maken.
Bij de Engelschen is schore, schragen, stutten; en een stut’Ga naar voetnoot(r).
De laatste spreekt dus: ‘schorn, schornstein: een zamengesteld woord.
Maar wat beteekent bij ons eigenlijk schorn?
Het is te beklagen, dat we een groot deel der oude Duitsche taal verloren hebben.
Schoren, beteekende, eertijds, ondersteunen.
Schorn is bij sommigen, een wan, of werpschoffel.
Schorsen is, in het Neerduitsch, opgorden, opschorten.
Dus kon schorstein mogelijk een omgezette en opgevoerde steen zijn.
Schors beteekent ook, in het Neerduitsch, een bast.
schoor, geschoren, heeft afgeleid
als scheurbuik, scheurbeen, scheurmond, schuur, schuuräar, schuren, schoor, (het Engelsch shore), schooren, schoorhout, schoorladder, schoorzolder, schorre, schoorkant, schorse, schorte, schorsen, schorten, en anderen; vindt men, in het te voren gezegde, ook, klaar, den zin en oorsprong van het woord schoorvoetend, dat ik denk, dat van late geboorte en zamenstelling is; zoo, om dat het noch bij Kiliaan, noch bij Plantyn, en, mogelijk, ook bij geene ouder schrijveren, voorkomt; als, om dat, naar mij dunkt, de zamenvoeging zelf met de regelmaat der taal niet overëenkomt.
Immers het woord heeft de gedaante van een Deelwoord (participium): was het dit, dan moest er ook een werkwoord (Verbum) zijn, waar van het afkwam: maar noch voeten, noch schoorvoeten is als een werkwoord bij ons bekend.
Ik weet ook niet, dat eenigen onzer Taalverwanten een woord, of werkwoord hebben, dat in gedaante en zin met ons schoorvoetend overëenkomt.
Doch ik vind geene ge-noegzame reden, om dit woord te verbannen: daar toch deszelfs gebruik de taal verrijkt, en de meening klaar is.
Het geeft, namelijk, in zijne eigene beteekenis, iemand te kennen, die zijne voeten schoor stelt, welke spreekwijs ook nog, in Vriesland, gebruikelijk is.
Extra context over schoorsteen en oorsprong
Proeve van Dichtoefening, door A.L.F. en A.P.S. Thesaurus Teutonicae linguae, Antwerp. 1573.
Het is bijzonder, dat men van warm, in het Fransch Chaud, koud gemaakt heeft, in de Neerduitsche benaming der stranguria, een welbekend ongemak.
Ten Kate II. D. bl. 60.
Zoo wordt scheeren van κείρειν afgeleid, door Voss. Etymologic, p. Maand.
Bijdr. II. D. bl.
Daarna volgt een lange historische somma aan citaten en voetnoten over oorsprong en taalverwantschappen.
Praktische adviezen voor veiligheid
Schoorsteenvegen is een essentieel onderdeel van veilig wonen.
1 keer per jaar: voor de meeste huishoudens met een open haard of houtkachel.
2 keer per jaar: bij intensief gebruik, bijvoorbeeld als de kachel de hoofdverwarming is.
Pelletkachels: ook jaarlijks vegen, ondanks dat ze schoner lijken.
Dit advies sluit aan bij Brandweer Nederland, ASPB en verzekeraars.
Wat is de beste periode om te vegen?
De ideale periode is voor het stookseizoen: in september of oktober.
Dan is het kanaal schoon bij de eerste koude dagen en bent u ruim op tijd verzekerd van veilige trek.
Veel bewoners laten vegen ná de winter, zodat aanslag direct wordt verwijderd en de schoorsteen schoon de zomer in gaat.
Beide opties zijn goed - zolang u het maar jaarlijks doet.
Waarom jaarlijks vastleggen belangrijk is
Verzekeraars vragen bij brandschade vaak om een veegbewijs.
Zonder bewijs kan discussie ontstaan over de dekking.
Door jaarlijks in dezelfde periode te laten vegen en het bewijs te bewaren, voldoet u aantoonbaar aan de onderhoudsverplichting.

- Hoe vaak moet ik mijn schoorsteen schoonmaken?
- Minimaal 1× per jaar, vaker bij intensief gebruik.
- Wanneer moet ik mijn schoorsteen laten vegen? Bij voorkeur vóór het stookseizoen (september/oktober).
- Moet ik een veegbewijs hebben voor de verzekering? Ja, bijna alle verzekeraars vragen hierom bij schade.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik mijn schoorsteen schoonmaken?
Minimaal 1× per jaar, vaker bij intensief gebruik.
Wanneer moet ik mijn schoorsteen laten vegen?
Bij voorkeur vóór het stookseizoen (september/oktober).
Moet ik een veegbewijs hebben voor de verzekering?
Ja, bijna alle verzekeraars vragen hierom bij schade.
Leer Schoorsteen Vegen: Deskundige Tips voor Professionals en Beginners
tags: #tijd #om #de #schoorsteen #meme