Geschiedenis, beelden en gevel van de Bijenkorf Den Haag: bouwkunst, ruimte en symboliek

De Bijenkorf Den Haag, gebouwd in 1926, is kenmerkend voor warenhuizen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Het gebouw toont expressieve baksteenarchitectuur in de stijl van de Amsterdamse School, met een stapeling van grote vloeroppervlakten en een minimaal aantal draagpunten door toepassing van betonkolommen. Inwendig maakte een forse lichthal met een lichtkoepel duidelijk dat het gebouw uit meerdere verdiepingen bestaat, terwijl het hoofdtrappenhuis hier vlak achter lag en licht in het interieur bracht.

De gevels aan de Grote Marktstraat en Wagenstraat zijn om het casco heen gedrapeerd: vrijelijk golvend met grote vensterpartijen op de begane grond en een volledig glazen etalagestrook die vanuit de visie op het winkelen werd opgelegd. Alle 68 etalageramen zijn uitgevoerd in brons, met minimale penanten en een omlopende luifel van glas die droogloop langs de gevels mogelijk maakt. De hoofdingangen bevonden zich midden in de langsgevels, en niet op de ronde hoek; zo moesten klanten door de etalages worden gelokt en via bescheiden ingangen naar binnen worden gezogen.

Parkeergelegenheid en hoofdtoegang bij Wagenstraat en Grote Marktstraat in 1926

De ingang aan de Grote Marktstraat werd uitgevoerd als een brede portiek met twee kolommen, bekleed met bronsdraad; boven de achterwand bevindt zich een sluis met twee deuren en een etalagekast geflankeerd door twee tourniquets. De zijwanden tonen bronzen plastieken van kunstenaars Hildo Krop en Lous Beyerman; in de overlichten van het tochtportaal was glas-in-lood toegepast. De hoofdtoegang aan de Wagenstraat oogde rijk door gepolitoord padoekhout en brons, met eveneens een portiek en twee dubbele deuren. Een gedenkplaat ter herinnering aan de opening van het gebouw in 1926, aangeboden door het personeel in Amsterdam, hing hier ooit.

Portiek en bronzen beelden aan de Grote Marktstraat

Aan de Grote Marktstraat en Wagenstraat bevindt zich ook een expedities Hof achter een ijzeren hek, met een sluis en deurcombinaties. De bouwkundig rijke gevels zijn versierd met natuurstenen beeldhouwwerk van zeven beeldhouwers uit het Interbellum, waarvan sommige werken symbolische betekenissen dragen die handel en warenhuizen onderstrepen, en de Bijenkorf in het bijzonder definiëren. Langs de neggen van de vensterpartijen komen consoles uit planten- en dierenwereld, sport en het moderne leven naar voren; onder de stroken geglazuurde bouwkeramiek bevinden zich consoles met kopjes.

Decoratieve consoles en kopjes onder keramiek

De lichthal en het trappenhuis: visie op licht, ruimtelijkheid en verkeer

Midden in het gebouw bevond zich een zeshoekige lichthal van circa 200 m2 met galerijen en een bijzondere leuning beschreven als een opstaande kartelrand, bekleed met brons. De lichthal werd bekroond door een lichtkoepel en bevatte een legraam als een kiel van een schip of Zeppelin, uitgevoerd als een ijzeren geraamte met gepolijst aluminium; de invulling bestond uit glas getint in vier kleuren goud. Tegen de kolommen langs de vide waren lichtornamenten aangebracht; klokken vormden eveneens decoratieve elementen. Het verlies aan winkelruimte werd ruimschoots gecompenseerd door de verhoogde zichtbaarheid en aantrekkingskracht van het gebouw, waardoor klanten ook op andere verdiepingen kwamen.”

Het trappenhuis bevat een ‘keizerlijke’ trap met een brede vlucht die splitsing bereikt bij een bordes en twee omlopende vlakken. Gesneden trappalen en schalmgaten tonen open liftschachten, omdat liften centraal stonden in het transportsysteem. Latere verbouwingen sloten liftenstangen af om veiligheidsreden en omdat de liften als object aan waarde inboetten. De wandbetimmering bestaat uit Baroda-hout en padoek; boven de bordessen zijn grote spiegels geplaatst. Verlichting geschiedde door zilveren reflectoren boven de liftschacht achter spiegelramen, zodat glas-in-loodramen niet verblind werden. Grote vensters zorgen voor ruimtelijke verlichting van de hal tot en met de vierde verdieping.

Trappenhuis en lichthal met glas-in-loodramen

Uitbreidingen en ruimtelijke ontwikkelingen: B, C en D richting modernisering

De bouwdeel B, ontworpen door A. Elzas in 1963, werd aan de oostzijde toegevoegd ten behoeve van de HEMA en een uitbreiding van de Bijenkorf, waardoor de achtergevel en oostgevel van het hoofdgebouw rechtgetrokken werden. Bouwdeel B ligt langs de Grote Marktstraat en de Voldersgracht en heeft een onregelmatige plattegrond door de hoekconfrontatie van straat en gracht. Dit bouwdeel is lager en toont moderne betonarchitectuur in tegenstelling tot het hoofdgebouw.

Hoewel er uitbreidingen waren met bouwdelen B, C en D, bleef de ruimtelijke indeling over het algemeen gelijk: vrij indeelbare winkelvloeren zonder vaste indeling per afdeling, waarbij rekening gehouden moest worden met kolommen, trappenhuizen, liften en het atrium. De expeditie en magazijnen werden via een servicetoren tegen de achtergevel van het gebouw verdeeld over alle verdiepingen; het hoofdgebouw kreeg een vide in de winkelverdiepingen van de begane grond tot en met de vierde verdieping en er zijn nieuwe roltrappen geplaatst. De combinatie van kelder- tot vierde verdieping werd heringericht om de winkelruimte met 1500 m2 uit te breiden middels de nieuwbouw van Scalatheater, dat later werd aangepast aan moderne functies.

Overzicht van hoofdgebouw en uitbreidingen (B, C en D)

Een belangrijke stap was de uitbreiding van bouwdeel C (zuidzijde) door Fitch Architects & Design Consultants uit Londen rond 1997, met kelder en begane grond die aansluiten op bouwdeel A. In 2012-2013 werd dit bouwdeel uitgebreid met een verdieping door Rijnboutt Amsterdam, waardoor het hoofdgebouw nog verder uitsteekt. De uitbreiding zorgde voor een open karakter en extra lichtinval, terwijl de expeditie en magazijnen bleven opereren in een servicetoren aan de achterzijde.

Terrein, context en omliggende ontwikkelingen

De Vruchtenbuurt in het noorden van Den Haag, gebouwd tussen circa 1928 en 1940, is gerelateerd aan fruitnamen zoals abrikozen, aardbeien, druiven en meer. Deze namen verwijzen naar de straatpatronen en de ontwikkeling van de wijk tussen de Perziklaan en Pomonaplein. Verwijzingen naar bomen en vruchten geven een afbeelding van de ruimtelijke identiteit in Den Haag als geheel.

Wijk Vruchtenbuurt met straatnamen naar vruchten

De stad Den Haag itself wordt belicht als een gebied met een lange geschiedenis van ruimtelijke patronen, conflicten en cultuuromslagen. Teksten in het boek beschrijven de continuïteit van het gridpatroon, de heroriëntaties in Binnenhof en Plein en de ontwikkelingen die Den Haag tot de regeringsstad maken. De Beeldengalerij langs de Grote Marktstraat en Spui met sculpturen uit verschillende periodes biedt een levendig beeld van Haagse kunst in de openbare ruimte. Het project Beeld in Geluid biedt beschrijvende audio-fragmenten langs beelden voor blinde en slechtziende bezoekers.

Beeldengalerij langs Grote Marktstraat en Spui

Beelden en kunstenaars: brokstukken van Den Haag in steen en brons

Rondom de Bijenkorf zijn beelden en reliëfs aangebracht door verschillende beeldhouwers uit het Interbellum. Naast de prominente nastrevens van handel en moderniteit vinden we beelden die verwijzen naar de lokale geschiedenis en de symboliek van de winkelstad. In de latere decennia zijn fragmenten verplaatst of opnieuw gepositioneerd, zoals het reliëf Theo van der Nahmer bij het Eneco-onderstation aan de Tomatenstraat, waarbij de signatuur en betekenis mogelijk verschillend geïnterpreteerd kunnen worden.

Verder is de Beeldengalerij een cruciaal element van de Haagse openbare kunst: 40 sokkels bij de Grote Marktstraat en het Spui, met rond 46 sculpturen in wisselende samenstellingen, ontworpen door Geert Lap en tekstborden van Rudo Hartman. Beeld in Geluid en samenwerkende partners bieden beschrijvende audio om kunst toegankelijk te maken voor iedereen. De galerij fungeert als een contrapunt voor de drukke binnenstad en laat een dwarsdoorsnede van Nederlandse beeldhouwkunst zien.

Beeldengalerij Beelden langs Grote Marktstraat

Verklarende details en aanvullende geschiedenis

In de loop der tijd heeft Den Haag vele bouwkundige veranderingen ondergaan: van de expeditie via C naar de moderne winkelruimtes, en de voortdurende verbetering van zichtlijnen en toegang. Het verhaal van de Bijenkorf en zijn gevel- en binnenruimten is een kernpunt in de stedelijke identiteit van Den Haag, verweven met de Amsterdamse School en de latere Haagse scholen. Het verhaal wordt verder aangevuld door verwijzingen naar de brug tussen architectuur, ruimtelijke patronen en publieke kunst die Den Haag maakt tot een unieke regeringsstad met internationale allure.

Historische en moderne ingrepen in Den Haag

Op de kaart van Den Haag is het Vredespaleis een belangrijke tegenstelling: de relatie tussen gemeentelijke vernieuwing, monumentale beelden en de publieke ruimte. Diverse monumenten en reliëfs in de stad herinneren aan militair, politiek en cultureel erfgoed, met behoud en herplaatsing waar nodig. Het verhaal van de Bijenkorf Den Haag is daarmee een microkosmos van bredere trends in ontwerp, beeldende kunst en stedelijke ontwikkeling.

tags: #tomatenstraat #den #haag #beelden #gevel