De zogenaamde “vroege witte uitslag” wordt veroorzaakt door in water oplosbare zouten. Van nature komt in klei een zeer gering percentage oplosbare zouten voor. Dit zijn natrium-, magnesium- of kaliumsulfaten. Ook in de mortel komen deze oplosbare zouten voor. Bij droging, kristalliseren de oplosbare zouten op het oppervlak van het metselwerk en een witte uitslag wordt zichtbaar. Dit is een natuurlijk fysisch proces, dat in de voorjaarsperiode jaar na jaar kan optreden. Kalkuitslag door in water oplosbare vrije kalkdelen is een tweede vorm van witte uitslag. Kalkdelen worden gevormd als de cement in de mortel met water reageert. Als weersinvloeden de kalkdelen niet afspoelen, ontstaat een chemische omzetting, door CO2 uit de buitenlucht, waardoor een hardnekkige uitslag van calciumcarbonaat ontstaat.
Na verloop van tijd kan op metselwerk na 2-3 jaar een grijs-witte verkleuring ontstaan. Deze uitslagvorm is toe te schrijven aan gips, een onoplosbare stof. Deze vorm van uitslag zal zonder maatregelen in de tijd toenemen. Metselwerkdelen die niet nat worden door regen, vertonen dit type van uitslag niet. In het onderzoek is tevens naar voren gekomen dat de poriestructuur van de metselbaksteen van belang is. De baksteen fungeert slechts als transportmiddel. Als regen niet in het verse metselwerk kan dringen zullen vroege witte uitslag en uitslag door kalkdelen niet ontstaan. Bescherm daarom vers metselwerk, zeker de eerste 48 uur. Besteed daarnaast altijd zorg aan de vochtigheid van de bakstenen voor het metselen. Bij het opperen dienen de bakstenen minimaal winddroog te zijn om uitslag zoveel mogelijk te voorkomen. Richt de bouwlocatie daarop in.
Baksteengevels zijn zowel tijdens de uitvoering maar ook zeker na verloop van jaren onderhevig aan vervuiling/verwering. Op bakstenen gevels kan soms een opvallende, witte waas of uitslag ontstaan. De oorzaak ligt in oplosbare zouten in het metselwerk. Bij nieuwbouw verdampt vocht uit de muur via het oppervlak. Tijdens dat proces worden de zouten door het water meegevoerd naar buiten. Als het water verdampt, blijven de zouten als een witte aanslag achter op de stenen. Na verloop van tijd trekt regenwater meestal van buiten naar binnen en spoelt de zouten verder de muur in. Daardoor verdwijnt de uitslag vaak vanzelf. Het is dus verstandig om na nieuwbouw even af te wachten voordat je iets onderneemt.
Welke factoren spelen een rol? Steensoort: Hard gebakken stenen bevatten minder oplosbare stoffen en geven minder snel uitslag. Als die wél optreedt, is ze vaak moeilijker te verwijderen. De meeste sulfaten lossen gemakkelijk op en verdwijnen met regen, behalve calciumsulfaat, dat wat hardnekkiger is. Betonconstructies: Bij ommetselde betondelen kan kalk uit het beton naar buiten treden en zich op de gevel afzetten. Onjuiste reiniging: Onvoldoende afspoelen of verkeerd afzuren kan leiden tot chloriden (zouten) die vocht aantrekken. Dit veroorzaakt vochtvlekken of verkleuringen, zoals gele, groene of bruine tinten door metaalzouten. Speciale bakstenen: Sommige stenen bevatten metaalhoudende kleurstoffen. Die kunnen bij vocht ook voor uitslag of verkleuring zorgen.
Andere vormen van uitslag Bij oude, massieve muren kan silicaatuitslag optreden: glasachtige afzettingen die aan het oppervlak ontstaan. Bij tuinmuren of bloembakken kunnen humuszuren uit aarde de kalk in de mortel aantasten, wat eveneens uitslag veroorzaakt. Ook op vers voegwerk komt kalkuitslag vaak voor. Dit gebeurt vooral bij dichte stenen, omdat vocht dan vooral via de voegen verdampt en daar kalk achterlaat.
Vlekvorming en typen uitslag
Vlekvorming in metselwerk: Wanneer nieuw metselwerk te veel water te verduren krijgt, kan cement of kalk uit de voegen lopen. Dit veroorzaakt lichtgrijze of witte vlekken op de stenen, ook wel een cementsluier genoemd. De verkleuring is vaak het duidelijkst te zien in verticale strepen waar regenwater heeft afgevoerd, of rondom voegen waar kalk is neergeslagen. Kalkuitslag verwijderen: Kalkuitslag op gevels en stenen oppervlakken kan op verschillende manieren worden verwijderd, afhankelijk van de aard en hardnekkigheid van de aanslag. Lichte kalkuitslag kan vaak worden verwijderd met een roterende staalborstel in combinatie met Ervas Kalkoplosser, opgelost in water. Dit poeder is gebaseerd op een organisch zuur en bevat géén fluor, fosfor, zwavel, zoutzuur of oplosmiddelen. Daardoor is het milieuvriendelijk en veilig voor de meeste steensoorten. Deze methode is vooral geschikt voor harde bakstenen, gevelstroken, klinkers en gevelstenen. Hardnekkige kalkstrepen Bij dikkere kalkkorsten of uitslag rondom scheuren is mechanisch borstelen soms niet voldoende. In dat geval kan een verdunde zoutzuuroplossing worden gebruikt om de kalk op te lossen. Hierbij is voorzichtigheid geboden. Maak de muur vooraf volledig nat, zodat het zuur niet in de poriën van de steen kan trekken. Spoel na de behandeling meerdere keren grondig na met schoon water. Tijdens deze reactie ontstaat calciumchloride, een zout dat vocht aantrekt. Daardoor kan het oppervlak langer vochtig blijven of, bij droog weer, opnieuw een witte aanslag vertonen. Gebruik daarom bij voorkeur Ervas Kalkoplosser: deze bevat uitsluitend organische zuren en géén agressieve stoffen zoals zoutzuur. Bovendien is het product overschilderbaar.
Behandeling van schadelijke zouten: Om schadelijke zouten in metselwerk te neutraliseren, kan een plastikan-gemodificeerd natriumsilicofluoride worden toegepast. Deze watergedragen vloeistof bevat geen oplosmiddelen en kan worden aangebracht door borstelen of spuiten. Let op: dit middel is alleen geschikt voor minerale, stevige en absorberende ondergronden, en niet voor natuursteen. Uitslag voorkomen: Om nieuwe zoutuitslag te voorkomen, kunnen impregneermiddelen op basis van siloxanen worden gebruikt. Deze maken het oppervlak waterafstotend, terwijl de muur wel blijft ademen. Het verwijderen en voorkomen van uitslag of vlekken in metselwerk vraagt om kennis van materialen en omstandigheden. Een verkeerde aanpak kan het probleem verergeren of blijvende schade veroorzaken.
Vroege witte uitslag op gevelmetselwerk
Vervuiling van gevelmetselwerk met witte uitslag komt helaas regelmatig voor, terwijl het merendeel van de witte uitslag op relatief eenvoudige wijze te voorkomen is. Het lijkt er soms echter op dat het een algemeen geaccepteerd fenomeen is. De laatste decennia is er gelukkig meer onderzoek uitgevoerd naar het ontstaan van de verschillende vormen van witte uitslag en de mechanismen die eraan ten grondslag liggen. Dit onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er onderscheid gemaakt moet worden in witte uitslag die al in een vroeg stadium van de bouw of vrij snel na de oplevering zich aftekent in de gevels en late witte uitslag, die pas na een jaar of nog langer zich begint af te tekenen.
De witte uitslag die wij waarnemen op gevelmetselwerk is bijna altijd een afzetting van opgeloste componenten die afkomstig zijn van de toegepaste bouwmaterialen. De uitbloeiingen en uitspoelingen komen van bestanddelen uit de metselstenen, metselmortel en het aanmaakwater of een combinatie van deze materialen. Vooral het verse metselwerk bevat bestanddelen die in water op kunnen lossen, omdat dan het verhardingsproces (hydratieproces) nog niet volledig heeft plaatsgevonden. Als het hydratatieproces verstoord wordt door externe factoren, zoals bijvoorbeeld overmatige belasting door regenwater of uitdroging door zon en hoge temperaturen, dan zullen er oplosbare bestanddelen in het gerealiseerde gevelmetselwerk ontstaan of blijven zitten. Het handelt zich voornamelijk om zout- en kalkverbindingen. Het gevelmetselwerk wordt uiteindelijk weer belast door regen of water afkomstig van de bouw. Het aansluitende drogingsproces van het gevelmetselwerk zorgt ervoor dat de oplosbare bestanddelen meegenomen worden naar het oppervlak van het gevelmetselwerk en zich daar afzetten.
De kwaliteiten en eigenschappen van bakstenen en betonstenen kan behoorlijk verschillen, waarbij dit ook geldt voor de eigenschappen die een verband houden met het ontstaan van vroege uitslag. De porositeit van de metselstenen is een belangrijke eigenschap, waarbij dit in het geval van bakstenen beoordeeld kan worden op basis van de gespecificeerde, initiële wateropzuiging of vrijwillige wateropneming. De producenten van bakstenen moeten ten aanzien van het gehalte aan actieve oplosbare zouten ook voldoen aan eisen. Op basis van de NEN-EN 771-1 moeten de bakstenen beproefd worden ten aanzien van het gehalte aan Na-, K- en Mg-zouten. De afgelopen decennia hebben de producenten van metselmortels op het gebied van het voorkomen van uitslag een aantal veranderingen doorgevoerd in de producten die ze aanbieden. De meeste producenten bieden naast de reguliere metselmortels ook uitslag arme varianten aan.
Recentelijk is er door mortelproducent Omnicol ook een uitbloeiingsvrije doorstrijkmortel voor bakstenen gevelmetselwerk ontwikkeld. De samenstelling van deze doorstrijkmortel moet volgens de producent voorkomen dat er witte uitslag op het gevelmetselwerk ontstaat. Ook de beoordeling van de effectiviteit van deze doorstrijkmortel op basis van samenstelling is niet mogelijk door het ontbreken van normen of richtlijnen. Producenten van metselstenen en metselmortel leveren bij hun producten ook altijd verwerkingsvoorschriften. De ervaring leert dat deze voorschriften maar zelden bestudeerd worden, waardoor er op veel bouwplaatsen regelmatig de grenzen van het toelaatbare wordt opgezocht. Vooral in perioden met lagere temperaturen wordt er vaak toch nog gemetseld, terwijl cement niet meer reageert onder de 5°C. Het moge duidelijk zijn dat als het hydratieproces niet optimaal plaatsvindt, er een grote kans is dat er oplosbare bestanddelen in het metselwerk blijven zitten. De basis voor het ontstaan van de vroege witte uitslag is dan gelegd.
Naast de verwerkingsvoorschriften van producenten en infobladen van brancheverenigingen zijn er ook nog andere richtlijnen die bruikbare informatie bevatten ten aanzien van het voorkomen van witte uitslag op gevelmetselwerk. Het voorkomen van regenwater op het (verse) metselwerk komt de kwaliteit van het metselwerk als ook het aangebrachte isolatiemateriaal ten goede. Het metselwerk dient onder beschermende maatregelen te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld onder een (regen/zomer) kap. Het jonge metselwerk dient minimaal voor de duur van carbonatie te worden beschermd tegen regenval om uitslag te voorkomen. Ook moet voorkomen worden dat regenwater vanaf het dak of vloervelden in de spouw terecht komt. Bij hoge luchttemperaturen (richtwaarde T ≥ 25°C), maar vooral bij bezonning van het metselwerk, moet extra aandacht worden besteed aan de voorbevochtiging en nabehandeling van het metselwerk. Sterke bezonning moet worden voorkomen. Bij toepassing van geprefabriceerde metselmortels, de leverancier c.q. Het moge duidelijk zijn dat het altijd de voorkeur verdient om het metselwerk te realiseren onder ideale omstandigheden.
Het fenomeen van vroege witte uitslag op gevelmetselwerk komt helaas veel voor. In veel gevallen handelt het zich om zoutverbindingen die zich afzetten op het oppervlak van het gevelmetselwerk. Deze afzettingen zullen bij de eerste regenbuien mee afspoelen, maar het wil niet zeggen dat de witte uitslag daarmee dan ook voorgoed voorbij is. Afhankelijk van de hoeveelheid oplosbare bestanddelen in het metselwerk kan deze vorm van uitslag een groot aantal jaren terug blijven komen. Het is zodoende aan te raden om bij een grote mate van deze witte zoutuitslag, toch een grondig reinigingsproces te hanteren en eventueel het gevelmetselwerk aansluitend ook te hydrofoberen. De wijze waarop het reinigen kan gebeuren is vastgelegd in de beoordelingsrichtlijn BRL 2826-08 ‘Reiniging van gevels van steenachtige materialen’. In deze BRL kan ook teruggevonden worden hoe het gevelmetselwerk gereinigd moet worden als er witte kalkuitslag aanwezig is. Deze vorm van vroege witte uitslag zal namelijk niet verdwijnen door afspoeling met water en zodoende het gehele jaar door aanwezig zijn. Het reinigen hiervan is echt noodzakelijk en dient ook vakkundig te gebeuren. Over het algemeen is het reinigen met een verdund sulfaminezuur de beste oplossing, waarbij dit wel correct uitgevoerd moet worden overeenkomstig de verwerkingsvoorschriften die bij het product worden meegeleverd. Daarbij is het goed op elkaar afstemmen van deze twee producten ook van groot belang. Aansluitend dienen de verwerkingsvoorschriften van de metselstenen en metselmortel goed opgevolgd te worden. Het negeren of een klein beetje afwijken van de voorschriften kan soms al resulteren in het ontstaan van witte uitslag. De klimaatomstandigheden waaronder het metselwerk gerealiseerd mag worden, liggen uitgebreid vast in de BRL 2826-01. Grote waterbelasting niet zonder gevolgen. Bakstenen zijn prima bestand tegen vocht. Toch kan grote waterbelasting op metselwerk tot schade leiden. Optische schade in de vorm van witte uitslag, die de gevel ontsiert en aannemers opzadelt met klachten van opdrachtgevers. Zowel kalk- als sulfaatuitslag is echter positief te beïnvloeden.

Hoe kalkuitslag werkt (stappen in beeld)
- In nog niet voldoende verharde specie bevindt zich vrije kalk die nog gemakkelijk kan uitspoelen.
- Als het gaat regenen, worden van het verse metselwerk zowel de stenen als de specievoegen intens nat.
- De vrije kalk in de specievoegen lost op en verdeelt zich in de waterfilm die de muur omsluit.
- Op het moment dat het regengebeuren stopt, droogt de waterfilm op de muur op.
- Alle stoffen die in dit water zijn opgelost, blijven achter als afzetting.
- De achtergebleven vrije kalkafzetting komt in contact met koolzuur uit de lucht en carbonateert tot calciumcarbonaat.
- Het calciumcarbonaat zit vast als witte uitslag op het oppervlak van de voeg en bij verzadiging van de voegen ook op de stenen.
Schade De schade is optisch van aard, maar kan ook uitmonden in glasschade. Het calciumcarbonaat kan in het glas etsen en zo streepvorming veroorzaken die niet gemakkelijk is weg te poetsen. Verwijderen kan, door het glas te polijsten. Dit kan echter maar een beperkt aantal keer.
Sulfaatuitslag en afdekking
Utslag door sulfaten: Witte uitslag die uitsluitend op de steen voorkomt. Er zijn meerdere soorten sulfaat. Ze veroorzaken witte kristallen op het oppervlak van de steen. Het proces: Een bakstenen muur wordt intensief nat; Sulfaten in de steen lossen op. Dit gebeurt als de steen maar lang genoeg nat blijft; Als de steen opdroogt, blijven daar waar het water verdampt de opgeloste stoffen achter; Bij een relatief warme muur verdampt het water in de steen en de opgeloste stoffen blijven in de steen achter. De uitslag is niet zichtbaar; Bij relatief koud weer verdampt het water aan het oppervlak van de steen door luchtbeweging. De uitslag blijft op het oppervlak achter en is als witte kristallen zichtbaar. Gaat het opnieuw regenen, dan lossen deze sulfaten op en spoelen deels weg. De rest trekt weer in de steen en kan bij de volgende waterbelasting weer oplossen. Schade De schade is ook bij sulfaatuitslag vooral optisch van aard, maar glasschade is zeker aan de orde. Het sulfaat kan zich op het glas afzetten en streepvorming veroorzaken die niet eenvoudig is weg te poetsen. Zie afbeelding 12. Dit verdwijnt door het glas te polijsten, maar ook hiervoor geldt: het kan slechts een paar keer.
Oplossing: Zorg voor een goede afdekking van vers metselwerk en voor een juiste detaillering. Muren moet bij voorkeur worden voorzien van een afdekking die minimaal 30 mm oversteekt. Gebeurt dit niet, dan krijg je te maken met gevolgen zoals afbeelding 14 toont. Afdekken is een koud kunstje, getuige afbeelding 15 en 16. Je moet er alleen de tijd voor nemen. Maar beter dat, dan de hinderlijke gevolgen en/of erger, boze opdrachtgevers.

Ing. G. H.
tags: #uitslag #maken #gebogen #metselwerk