Vastu bouw en verbouw: principes, regels en praktische toepassing in combinatie met het Besluit bouwwerken leefomgeving

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de wet- en regelgeving over milieu en gebouwen op de schop gegaan.

Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor gebruikers en omgeving.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kent een onderscheid tussen bestaande bouw, nieuwbouw, verbouw en gebruik.

Als je met de verduurzaming van vastgoed te maken hebt, dan is het handig en noodzakelijk om je weg in deze regels te vinden.

Het Bbl bevat regels voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.

Naast het Bbl bestaan ook nog besluiten en regelingen zoals het Omgevingsbesluit (Ob), de Omgevingsregeling (Or), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

EU regelgeving wordt veelal in bestaande nationale wet- en regelgeving verwerkt.

Het Bbl is opgebouwd uit hoofdstukken zoals bestaande bouw en nieuwbouw.

In hoofdstuk 2 worden de algemene bepalingen verwoord, waaronder bepaalde begrippen.

Artikel 2.6 stuurt de specifieke zorgplicht voor bouwwerkinstallatie aan.

Dit is de basis voor goed beheer van installaties, zoals o.a. in de energiebesparingsplicht is verwerkt.

“De eigenaar van het bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk draagt er zorg voor dat een krachtens de wet aanwezige bouwwerkinstallatie:a. functioneert in overeenstemming met de op die installatie van toepassing zijnde regels;b. adequaat wordt beheerd, onderhouden en gecontroleerd; enc. zodanig wordt gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt.”

In artikel 2.22 t/m 2.30 staat omschreven wanneer wel of geen vergunning voor bouwactiviteiten vereist is.

Hoofdstuk 3 is van toepassing op het in stand houden van een bestaand bouwwerk en richt zich op drie pijlers: veiligheid, gezondheid en duurzaamheid en bruikbaarheid.

“Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het bouwwerk tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.”

Afdeling 3.3 (art. 3.63 e.v.) geeft aan welke eisen er gelden t.a.v. onder andere luchtkwaliteit.

Bij het verduurzamen van een gebouw, bijvoorbeeld door het toepassen van extra isolatie of het vervangen van de luchtbehandeling, zullen deze eisen minimaal behaald moeten worden.

Het PvE gezond binnenklimaat langdurige zorg staat de eisen van het Bbl bij klasse C.

Klasse C is het basisniveau voor het binnenklimaat, maar gaat op verschillende aspecten verder dan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Ook bij bestaande gebouwen en installaties moet regelmatig gecontroleerd worden of de eisen nog behaald worden.

Zo wordt na jaren van gebruik en kleine aanpassingen niet zelden geconstateerd dat de luchtbehandeling ontregeld is en daardoor niet aan gestelde ontwerp- en wettelijke eisen voldoet en een risico voor de gezondheid kan zijn.

Afdeling 3.4 (art. 3.83 e.v.) gaat over energiezuinigheid.

Hier worden de energiebesparingsplicht (3.84) en informatieplicht (3.84a) aangestuurd, evenals de label-C-verplichting voor kantoren (3.87).

De EPBD III-eis voor Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen staat in artikel 3.87aa t/m 3.87c.

Afdeling 3.7 (art. 3.99 e.v.) gaat over de eisen aan bouwwerkinstallaties.

De belangrijkste artikelen vanuit het oogpunt van duurzaamheid zijn die voor een Systeem voor gebouwautomatisering en -controle (GACS) in art. 3.145 t/m 3.147.

Een GACS is vanaf 1-1-2026 voor installaties met een vermogen van meer dan 290 kW verplicht.

In het Bbl staat er: “De artikelen 3.145 en 3.146 zijn niet van toepassing tot en met 31 december 2025.”

Als gevolg van de EPBD IV zullen de afdelingen over laadinfra, GACS en automatische lichtregelsystemen in het komende jaar aangepast worden.

Zo zal een GACS bij installaties vanaf 70 kW vanaf 2030 verplicht worden.

De eisen voor nieuwbouw gelden voor het moment waarop een vergunning wordt aangevraagd.

Als je de vergunning bijv. in afdeling 3 (art. 4.101 e.v.) staan de eisen voor de gezondheid van gebruikers en bewoners van gebouwen en installaties.

Een vaak voorkomend probleem is dat ventilatiesystemen binnen te veel geluid maken, terwijl dat volgens art. 4.106 niet zou mogen.

In 4.17 en 4.108 staat aangegeven dat ook buiten het gebouw geen geluidsoverlast van installaties mag ontstaan.

Vanaf art. 4.121 staan de eisen omschreven voor de luchtkwaliteit.

In het PvE gezond binnenklimaat langdurige zorg staan de eisen van het Bbl bij klasse C.

In art. 4.146 en 4.147 staan wel eisen aan daglichttoetreding (ramen), maar in het Bbl worden geen eisen gesteld aan buitenzonwering noch welke impact deze op de daglichttoetreding mag hebben.

Afdeling 4.4 (art. 4.148 e.v.) gaat over de duurzaamheidseisen die voor nieuwbouw gelden.

Art. De huidige grenswaarden voor de BENG-indicatoren zijn een tussenstap op weg naar emissieneutrale gebouwen (zero emission buildings - ZEB).

De BENG-eisen beperken de energiebehoefte, maar voor 2050 is het nodig dat deze energiebehoefte volledig wordt gedekt door hernieuwbare energiebronnen.

Anticiperend op de energie efficiëntie eisen voor 2050 heeft de overheid ook streefwaarden voor isolatie van woningbouw opgesteld.

Isoleren van een bouwdeel naar deze streefwaarde zorgt ervoor dat dit bouwdeel absoluut goed genoeg is geïsoleerd en bij aansluiting op een alternatieve warmtebron niet meer hoeft te worden aangepakt.

De streefwaarden zijn ook bruikbaar voor 24-uurs-zorggebouwen.

Het voorkomen van oververhitting in gebouwen wordt aangestuurd in art. 4.149b.

Art. 4.158 e.v. geven aan wat de milieuprestatie-eis aan nieuwbouw is, uitgewerkt in een minimale MPG-score.

De aanwezigheid van laadinfra wordt aangestuurd in 4.160a en b.

De eis voor een GACS staat in art.

Als gevolg van de EPBD IV zullen de afdelingen over laadinfra, GACS en automatische lichtregelsystemen in het komende jaar aangepast worden.

Zo zal een GACS bij installaties vanaf 70 kW verplicht worden.

Dit hoofdstuk is van toepassing op bouwactiviteiten voor het verbouwen van, het verplaatsen van of de wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk.

Bij verbouwen is het “van rechtens verkregen niveau” van belang:

  • Het kwaliteitsniveau van een bouwwerk of gedeelte daarvan is na een verbouwing niet lager dan het toegestane kwaliteitsniveau onmiddellijk voorafgaand aan die verbouwing.
  • Voor zover het in het eerste lid bedoelde kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing lager is dan het niveau voor bestaande bouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor bestaande bouw als het ten minste aan te houden kwaliteitsniveau.
  • Voor zover het kwaliteitsniveau voorafgaand aan de verbouwing hoger is dan het niveau voor nieuwbouw geldt in afwijking van eerste lid het niveau voor nieuwbouw als ten minste aan te houden kwaliteitsniveau.

In art. 5.20 staat welke minimum duurzaamheidseisen bij verbouw gelden.

In lid 1 en 2 staan de minimale isolatiewaarden vermeld. Bij een ingrijpende renovatie gelden de nieuwbouweisen voor isolatie.

Anticiperend op de energie efficiëntie eisen voor 2050 heeft de overheid ook streefwaarden voor woningbouw opgesteld.

Isoleren van een bouwdeel naar deze streefwaarde zorgt ervoor dat dit bouwdeel absoluut goed genoeg is geïsoleerd en bij aansluiting op een alternatieve warmtebron niet meer hoeft te worden aangepakt.

De streefwaarden zijn ook bruikbaar voor 24-uurs-zorggebouwen.

Je vindt de streefwaarden in de Stimular-maatregel Grootschalige isolatie.

In lid 5 van dit artikel is de definitie van een ingrijpende renovatie opgenomen: “Van ingrijpende renovatie is sprake wanneer meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil wordt verbouwd en deze verbouw de integrale bouwschil betreft.”

In lid 7 is de RED II verwerkt: bij een ingrijpende renovatie of bij de complete vervanging van een verwarmingsinstallatie is een minimum hoeveelheid hernieuwbare energie vereist.

Gebouwen die op een warmtenet zitten of binnen 3 jaar daarop aangesloten worden zijn van deze regel uitgezonderd.

In art. 5.21 zijn eisen aan technische bouwsystemen benoemd.

Bij een ingrijpende renovatie gelden er cf. art. De regels in hoofdstuk 6 zijn gesteld met het oog op brandveiligheid, gezondheid tegen schadelijke concentraties asbestvezels en formaldehyde, en duurzaamheid.

Afdeling 4 (art. 6.27 e.v.) geeft aan wanneer een energielabel verplicht is, namelijk bij oplevering, verkoop of verhuur.

Verder wordt omschreven hoe het energielabel opgesteld moet worden en wanneer en hoe je het label moet laten zien.

Afdeling 5 (art. 6.32 e.v.) omschrijft wanneer en hoe installaties gekeurd moeten worden: airconditioningsystemen, stookinstallaties, verwarmingsinstallaties en gasverbrandingsinstallaties.

In deze afdeling staat ook omschreven hoe de keuringsrapporten verstrekt moeten worden en hoe daarmee om te gaan.

Dit hoofdstuk omschrijft alle regels die gelden bij het bouwen, verbouwen en slopen van gebouwen en installaties.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving komen veel definities voor die nader verklaard worden.

Belangrijke termen voor duurzame gebouwen en installaties zijn onder andere: airconditioning systeem, bijna energieneutraal gebouw, bouwschil, bouwwerkinstallatie, energielabel, rijpende renovatie, koelsysteem, ominale belasting, stookplaats, systeem voor gebouwautomatisering en -controle, technisch bouwsysteem, technische ruimte, uitwendige scheidingsconstructie, ventilatiesysteem, verblijfsgebied, verblijfsruimte en verbouwen.

Vastu Shastra is een oude, heilige wetenschap uit India, die gaat over energie in huis of kantoor en harmonie tussen gebouw en bewoners of werknemers.

Vastu bepaalt welke windrichtingen en plaatsingen ideaal zijn voor functies zoals een keuken in het zuidoosten en een slaapkamer in het zuidwesten.

In de praktijk is het combineren van Vastu met moderne bouw niet altijd haalbaar, maar het kan bijdragen aan duurzaamheid en efficiëntie door natuurlijke ventilatie en verlichting te stimuleren.

Architecten en hoteliers zien Vastu Shastra steeds vaker als onderscheidende factor in hospitality-ontwerp.

Beste geuren zoals wierookolie, bergamotolie, ylang-ylang olie en mirre olie kunnen volgens Vastu meditatie ondersteunen.

Kleine aanpassingen zoals de inrichting van meubels en deurkwaliteiten kunnen volgens Vastu positieve energie bevorderen.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving is er een duidelijk onderscheid in de regels voor nieuwbouw en voor verbouw.

Hoofdstuk 4 is van toepassing op een nieuw te bouwen bouwwerk en als het gaat over het verbouwen van een bestaand bouwwerk geeft hoofdstuk 5 van het Bbl de prestatie-eisen voor deze verbouw.

In de praktijk zijn er randgevallen waarbij een constructie nog deels bestaand is ondanks verbouwing, waardoor interpretaties over nieuwbouw of verbouw ontstaan.

De dakraamuitleg en het concept rechtens verkregen niveau zijn cruciaal bij het bepalen van de juiste toepassing van regels bij verbouw.

Bij optoppen en andere uitbreidingen blijft het bestaande onderbouwing vaak bestaan en gelden de verbouwregels alleen op de vernieuwde delen.

Het doel is uiteindelijk dat patiënten en medewerkers zich prettig voelen en efficiënt kunnen werken, met aandacht voor indeling, privacy, sfeer, comfort en toegankelijkheid.

Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste wettelijke eisen voor bestaande bouw en nieuwbouw.

Bestaande bouw en nieuwbouw gaan hand in hand met de verduurzamingsdoelen in Nederland, en de EPBD stelt eisen aan energielabels en prestaties van gebouwen.

De Omgevingswet en het Bbl vragen om een zorgvuldige afweging tussen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij zowel verbouw als nieuwbouw.

Infographic: Verdeling Bbl-kaders (veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid, milieu)

Kernpunten over Vastu Shastra en duurzaamheid in hospitality-ontwerp

Vastu Shastra biedt praktische richtlijnen voor energie, ruimte-indeling en sfeer die kunnen bijdragen aan gezondheid en welvaart in hospitality-omgevingen.

  • Ingangen op het oosten nodigen overvloed uit; keukens in het zuidoosten optimaliseren energiestromen; rustgevende slaapkamers in het zuidwesten bevorderen kalmte.
  • Vierkante kamers worden als het meest in balans beschouwd; rechthoekige, L- of T-vormige ruimtes zijn minder gunstig volgens Vastu.
  • De deurpositie en opening van deuren spelen een belangrijke rol voor energetische stromingen en toegankelijkheid.
  • Materialen zoals hout en ronde vormen worden aangeraden om positieve energie te stimuleren; vermijd doornige planten zoals cactus.
  • Specifieke geuren voor meditatie en ontspanning kunnen volgens Vastu een extra ondersteunende rol spelen.

Koers voor regelgeving: van Bbl naar praktijk

De regels uit het Bbl bepalen in hoeverre een verbouwing of nieuwbouw voldoet aan veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.

Wanneer een dakraam geplaatst wordt bij een bestaande woning, gelden de verbouwregels voor het dakraam en niet noodzakelijk voor alle omliggende voorzieningen.

Bij grotere veranderingen zoals het optoppen of vergrotingen geldt vaak het rechtens verkregen niveau voor de kwaliteitseisen die na de verbouwing gelden.

Samenvatting van de praktische aanpak

  • Vraag tijdig na of wijziging vergunningen vereist is; leg relevante documenten en berekeningen bij de omgevingsvergunning voor de gemeente.
  • Betrek arboplanner en arbo-commissie vroegtijdig bij ontwerp en uitvoering om arbeidsrisico's te beheersen.
  • Communiceer met toekomstige gebruikers over plannen en maatregelen om hinder en risico’s te beperken.
  • Houd rekening met zowel bestaande bouwregels als verbouwregels bij renovaties en uitbreidingen.

tags: #vastu #bouw #en #verbouw