Nu je alles weet over drainage en je keuze hebt gemaakt welke drainagebuis geschikt is voor jouw klusproject, kan het echte werk beginnen!
Bepaal voordat je aan de slag gaat eerst waar de buizen in de tuin of andere locatie komen te liggen. Dit is afhankelijk van de oppervlakte die je met drainage wil voorzien.
De aanbevolen onderlinge afstand tussen de sleuven is 5 tot 6 meter. Op deze manier is er geen plek in de tuin die verder dan 3 meter van een drainagebuis af ligt.
Om nauwkeurig te werk te gaan kun je piketpaaltjes plaatsen met draad ertussen zodat je de sleuven recht kunt uitgraven.
Graaf met behulp van een spade een brede gleuf van ongeveer 20 cm breed en 60 cm diep. De minimale diepte van je drainage is 60 cm en mag maximaal 90 cm uiteindelijk zijn.
Hierin komt uiteindelijk de drainagebuis te liggen. Door een lijn te trekken met de spade kun je daarna de touwtjes weghalen tussen de paaltjes.
Let erop dat je buizen niet in het grondwater liggen. Zo kan de drainagesysteem zijn werk niet goed uitvoeren en heb je alsnog een natte tuin.
Ook moeten de buizen iets aflopen richting de afvoer en zorg je voor afschot waarbij je rekening moet houden met een halve cm afloop per strekkende meter.
Na het uitgraven van de sleuven maak je een bedje van grof zand zodat de buis niet verstopt raakt. Hiervoor kun je grof zand gebruiken, maar grind of schelpen zijn ook geschikt. Zorg dat het bedje minimaal 5 tot maximaal 10 cm hoog is.
Let op: we adviseren de maximale lengte van 350 meter aan drainagebuizen niet te overschrijden.
Doordat de diameter van een afvoerbuis verschillend is dan die van de drainagebuis heb je een verloop nodig om ze aan elkaar te kunnen koppelen. Het verloop beschikt over een handig kliksysteem waardoor je geen lijm of ander gereedschap nodig hebt.
Wanneer je het verloop hebt bevestigd kun je deze aansluiten op de afvoer en hierna de drainagebuis bevestigen op het verloop.
Wil je het water op een andere manier weg lozen dan via de afvoer? Dat kan door de drainagebuis te koppelen aan een regenton of infiltratiekrat. Wanneer je aan het water woont kun je de drainage ook laten af lopen naar het water (bijv. een meertje of kanaaltje).
Om een einde aan je drainagesysteem te maken kun je de buis doorzagen en vervolgens een eindkap op het uiteinde plaatsen. Als laatste kun je met een waterpas controleren of je drainagesysteem recht loopt.
Als laatste stap vul je de sleuf met grof zand (of grind of schelpen). Zorg dat de sleuf gevuld is tot 20 cm onder het maaiveld Daarna vul je verder aan met de eerder uitgezette grond om de rest op te vullen en de tuin of andere plek waar je drainage aanlegt te egaliseren.
Omdat het klimaat verandert, met steeds meer hevige stortbuien, zijn de regels voor regenwaterafvoer aangepast. Als het regent op het gras, dan zakt het water de grond in. Maar als het regent op verharding zoals op daken of bestrating, dan kan het regenwater niet de grond inzakken. Het water stroomt dan naar het riool of de sloot in. Dit noemen we versnelde afvoer en kan overstroming en wateroverlast veroorzaken.
Soms is de verharding nodig, zoals bij de bouw van huizen of bedrijven en bij de aanleg van straten, parkeerterreinen of tennisvelden. In dat geval moet de afvoer van het regenwater goed worden geregeld. Het waterschap heeft hier regels voor. Bij verharding van meer dan 500 m² is een vergunning nodig. Je moet dan maatregelen nemen om de afvoer van regenwater goed te regelen, bijvoorbeeld door extra sloten te graven. Dit worden compenserende maatregelen genoemd.
Bij gras of grond zakt regenwater rechtstreeks de zachte bodem in. Maar dit is niet het geval bij verhard oppervlak zoals asfalt, klinkers en tegels. In dat geval is de bodem grotendeels of helemaal afgesloten en stroomt het regenwater direct de sloot of het riool in en kan het niet meer in de bodem zakken. Ook het regenwater op het dak stroomt via de regenpijp vaak naar het riool of de sloot. Er komt dan bij regen sneller en meer water in de al volle sloot.
Je kunt dit ook zien als een file op de snelweg; er komen heel veel druppels in één keer in de sloot, die allemaal op hetzelfde moment van A naar B willen.
De aanleg van nieuwe woonwijken, straten en parkeerplaatsen noemt het waterschap toename van ‘nieuw verhard oppervlak’. Bij de aanleg van dit nieuwe verhard oppervlak stroomt er versneld meer water de sloot in waardoor de sloot kan overstromen. Er komt dan bij regen sneller en meer water in de al volle sloot. Je kunt dit ook zien als een file op de snelweg; er komen heel veel druppels in één keer in de sloot, die allemaal op hetzelfde moment van A naar B willen. Dit kan tot wateroverlast leiden als we daar niets aan doen.
Bij de versnelde afvoer van regenwater bij de aanleg van nieuwe verharding moet je daarom een vergunning aanvragen en maatregelen nemen om de negatieve gevolgen van de nieuwe verharding op te lossen. In de Waterschapsverordening zijn vrijwel alle regels van het waterschap over de ruimte rondom jouw woning en alles daaromheen opgeschreven. Compenserende maatregelen zijn verplicht als er in totaal meer dan 500 m2 (40 standaard parkeerplaatsen) aan nieuwe verharding wordt aangelegd of gebouwd.
Bij een kleiner oppervlak van minder dan 500m² is de kans op het ontstaan van wateroverlast of overstroming klein en daarom is het dan niet verplicht om compenserende maatregelen te nemen. Voor het aanleggen van een terras in jouw tuin is dus geen vergunning van het waterschap nodig. Het kan zijn dat jouw gemeente hier wel regels voor heeft.
Bij het bepalen van hoeveel maatregelen moeten worden genomen wordt door het waterschap het 'te compenseren oppervlak' berekend. Het te compenseren oppervlak is alle nieuwe verharding die wordt aangelegd en waardoor regenwater naar de sloot of het riool stroomt.
Wanneer het oppervlak groter is dan 500m2, moet het totale oppervlak dat aan nieuwe verharding wordt aangelegd, worden gecompenseerd. Soms kan het niet anders en moet nieuwe verharding worden aangelegd. Bijvoorbeeld voor de bouw van huizen. Voor de ruimte om de woningen heen, zoals tuinen, parkeervakken, trottoirs, speeltuinen, tennisvelden, zonnepaneelvelden etc. zijn er andere keuzes mogelijk. Keuzes waarbij de grond niet volledig hoeft te worden verhard en water voor een deel nog in de bodem kan zakken. Denk hierbij aan waterdoorlatende stoeptegels. Als er minder wordt verhard kan er meer water in de bodem zakken.
Je kunt compenseren op verschillende manieren. Deze manieren zijn beschreven in de beleidsregel. Het waterschap gebruikt een volgorde waarin de compenserende maatregelen worden goedgekeurd. Met deze volgorde beschermt het waterschap dat water goed wordt afgevoerd en blijft de waterkwaliteit goed of wordt zelfs beter. Dit heet de 'voorkeursvolgorde'.
Als de sloot breed genoeg is voor het benodigde transport van water, dan ziet het waterschap bij voorkeur dat compensatie plaatsvindt door de aanleg van een oever met mogelijkheden voor vegetatie. Dat kan een natuurvriendelijke oever zijn of een terrastalud. Een natuurvriendelijke oever is een flauwe of minder steile oever of slootkant. Bijvoorbeeld de oever daalt 1 meter over een breedte van 4 meter (1:4). Op deze oever kunnen planten goed groeien en dieren goed leven.
Soms zijn er redenen waardoor een verplichte maatregel niet kan worden uitgevoerd en kunnen andere maatregelen worden goedgekeurd. Met ruimtelijke beperkingen worden hierbij de dingen bedoeld die het moeilijk maken om sloten of greppels aan te leggen omdat er geen andere sloten aanwezig zijn om op aan te sluiten. Dit kan voorkomen in een gebied waar al veel huizen en gebouwen staan en er weinig vrije ruimte is. Deze maatregelen hebben niet de voorkeur vanwege het feit dat deze maatregelen minder robuust zijn uit oogpunt van onderhoud en beheer.
Hieronder wordt per type maatregel uitgelegd hoe berekend hoeveel er moet worden gecompenseerd in de maatregel(en). De grootte van de compensatie, bijvoorbeeld de lengte en de breedte van de extra sloot, wordt door het waterschap bepaald door het volume van het water dat door de maatregel moet worden opgevangen. Dit volume noemt het waterschap berging. Voor sommige maatregelen wordt in de berekening van de berging ook naar de diepte gekeken. De diepte van maatregelen wordt bepaald door de hoogte van de waterstand, ook wel het waterpeil genoemd.
Hiervoor wordt de stijging van het waterpeil (peilstijging) die maximaal een keer per 10 jaar (T=10) of een keer per 100 jaar (T=100) gebeurt gebruikt. Deze peilstijging kan bij het waterschap worden opgevraagd via het vergunningenloket.
Bij het aanleggen van nieuwe verharding hoort een slootoppervlak van 14% van de vierkante meters nieuwe verharding. De nieuwe sloot moet worden gegraven in de buurt van een bestaande sloot en hierop aangesloten worden. Het water van de nieuwe sloot moet daarbij zonder hindernissen naar de bestaande sloot kunnen stromen. Als deze eisen worden vervuld, is een berekening van het oppervlak in m2 voldoende.
Doordat op deze manier de nieuwe sloot onderdeel is van het bestaande netwerk van sloten is de peilstijging van de nieuwe sloot gelijk aan de peilstijging in de al aanwezige sloot.
Voorbeeld: er wordt 10.000m2 (1 hectare) nieuwe verharding aangelegd. Een greppel is een laag stuk land waar het water in kan stromen maar waar niet altijd water in staat. In de greppel moet minimaal dezelfde hoeveelheid water passen als wanneer er een nieuwe sloot zou zijn gegraven. De bodem van een greppel ligt alleen hoger dan het waterpeil in de sloten ernaast. De grote van de berging in een ‘droge’ greppel wordt daarom niet in vierkante meters maar in kubieke meters berekend.
Voorbeeld: er wordt 12.000m2 (1,2ha) nieuwe verharding aangelegd. Dit betekent dat er 2.800m2 moet worden gecompenseerd. De maximale peilstijging die gemiddeld een keer per 100 jaar voorkomt (op te vragen bij het waterschap) bedraagt 1,50m. Let op! Het waterschap stelt verschillende eisen aan bergingen in de open lucht en bergingen onder de grond. Ook alle verharding waarbij het regenwater niet direct naar een sloot stroomt, moet worden gecompenseerd.
Maatregelen op terreinen die niet van de overheid zijn, kunnen veelal niet goed opgeschreven en gecontroleerd worden door het waterschap via het Legger. De vastgestelde peilbesluiten kun je vinden in het dataportaal van waterschap Hollandse Delta. Wil je meer informatie over de ligging, afmetingen, zoneringen en onderhoudsplichtige? Zie de vastgestelde Legger van het waterschap en het beheerregister.
NB: de legger is een selectieve momentopname uit het beheerregister. Een vastgestelde legger verandert inhoudelijk niet tot op het moment dat de legger opnieuw wordt vastgesteld. De dagelijkse mutaties vinden plaats in het beheerregister.
Om uit te rekenen hoeveel compensatie er in een ontwerp aanwezig is, zijn de peilstijgingen nodig die maximaal 1 keer per 10 jaar (T=10) of 1 keer per 100 jaar (T=100) optreden, afhankelijk van het type maatregel (Zie ‘hoe bereken ik hoe groot mijn maatregel(en) moeten worden?’). Deze peilstijging kan bij het waterschap worden opgevraagd via het vergunningenloket.
Bij zeer grote werkzaamheden met een verhard oppervlak vanaf 5 hectare (10 voetbalvelden) geldt een speciale regel van het waterschap. Het is bij deze ontwikkelingen bijna altijd mogelijk om sloten te graven. Om die reden geldt dat bij deze grote ontwikkelingen maximaal 20% van de compensatie mag worden aangelegd in de vorm van waterbergingen of ondersteunende kunstwerken (zoals een waterplein of bergingskelder).
Bijvoorbeeld: je hebt uitgerekend dat je 9.000m3 moet compenseren. Van die 9.000m3 mag je dan 1.800m3 (=20%) in een waterplein compenseren. Bij zeer grote werkzaamheden wordt gekozen voor of een waterbergingsgebied of een waterbergingskelder, niet beide. Bij voorkeur met 1 aansluiting op een bestaande sloot.
Een sloot, greppel, waterbergingsgebied of -kelder moet worden aangelegd voordat je het oppervlak verhardt. Anders kan dit tijdelijk leiden tot wateroverlast in de buurt. De eigenaar van de compenserende maatregelen is verantwoordelijk voor het controleren en onderhouden van de maatregelen. De eigenaar moet ervoor zorgen dat de maatregel het opvangen van regenwater kan blijven vervullen. Deze plicht geld ook voor ondersteunende kunstwerken.
Net als de andere type compenserende maatregelen worden ze opgeschreven in de Legger en in de toezichtsplannen (Schouw) van het waterschap. De risico's op het niet goed werken van waterbergingen en ondersteunende kunstwerken zijn groter dan voor sloten. Omdat een slechte werking wateroverlast in de regio kan veroorzaken, is een goede werking belangrijk. Het waterschap eist daarom dat een voorziening helemaal met het oog kan worden geïnspecteerd. Zo kan worden gecontroleerd of de berging nog wel werkt en kan als het nodig is onderhoud worden uitgevoerd. In andere woorden; deze voorzieningen moeten makkelijk en goed bereikbaar zijn.
Vraag je voor 1 juli 2025 een vergunning aan? Dan kan je gebruik maken van de overgangsregeling. In plaats van de nieuwe compensatieregel van 14% voor de aanleg van nieuw verhard oppervlak geldt dan nog de oude compensatieregel van 10%. Vraag je op of na 1 juli 2025 een vergunning aan? Je bent zelf verantwoordelijk voor het maken van de plannen en het ontwerpen van de compenserende maatregelen. Heb je ergens vragen over? Of wil je jouw plan met het waterschap bespreken? Dan kun je altijd contact opnemen met het waterschap. Wij kijken graag met je mee. Meer informatie?
Neerslagwater opvangen en afvoeren: Regenpijpsystemen en regenpijp (ook wel regenbak genoemd) is een goot die aan de dakrand van de terrasoverkapping wordt bevestigd om het neerslagwater dat van het dak afloopt op te vangen en te verzamelen. De voorwaarde hiervoor is dat het terrasdak een helling heeft, dus een afschuining moet hebben. Alleen dan kan het water gecontroleerd richting de regenpijp afvloeien.
Vanaf de goot, die ook een geschikte hellingshoek moet hebben, stroomt het verzamelde neerslagwater via een trechter in een regenpijp, zoals je die in onze online winkel vindt, of via een zogenaamde regenafvoerketting van het dak. De regenpijp of regenketting wordt meestal aan de buitenkant, dus zichtbaar, op de dragende palen van de terrasoverkapping gemonteerd. Bij moderne terrasoverkappingen van aluminium, die we ook in grote hoeveelheden in onze online winkel aanbieden, zit de afwateringvoorziening echter vaak ook in de dragende aluminiumpaal.
Het gehele systeem van goot, trechter en regenpijp wordt ook wel een gootsysteem genoemd. Een gootsysteem heeft verschillende functies: Het vangt het aflopende water van het terrasdak op en verzamelt het; Het voert het afstromende water af; Het beschermt de bouwtechnische constructie tegen vocht, wat op de lange termijn schade zou veroorzaken; Het beschermt ook de fundering van de terrasoverkapping en de ondergrond tegen teveel vocht.
Terrasoverkappingen bestaan in feite uit twee delen: de overkapping en de onderconstructie die het dak draagt. Het is ofwel tegen het huis aangebouwd of vrijstaand. De onderconstructie kan van hout, aluminium of een combinatie van beide bouwmaterialen zijn. Het dak bestaat meestal uit glas of kunststof.
Regenpijpen voor terrasdaken zijn verkrijgbaar in verschillende vormen, waaronder halfronde en rechthoekige profielen. Gewoonlijk worden de regenpijpen aan de buitenkant bevestigd. Samenvattend kunnen we stellen dat er regenpijpen voor specifieke toepassingen op de markt zijn, zoals voorgehangen goten, op-dakgoten, inwendige goten, liggoten en meer.
Gangbare materialen voor regenpijpen zijn: titaan-zink, verzinkt staal, koper, RVS, aluminium en kunststof (PVC). Daarnaast zijn er houten goten. De gootsystemen zijn in verschillende maten verkrijgbaar. De keuze van de maat hangt af van de dakoppervlakte en het aantal afvoeren.
Regenwater verzamelen en leidingwater besparen: Regenwater kun je verzamelen met regenton, cisterne en dergelijke om het in de tuin te gebruiken. Bijvoorbeeld om planten te bewateren of de tuin WC door te spoelen. Regenwater is gratis en minder kalkhoudend dan leidingwater.
Om regenwater van het terrasoverkapping te verzamelen, zijn opvangbakken zoals regentonnen en regenwatertanks geschikt, die in verschillende varianten verkrijgbaar zijn. Moderne regentonnen hebben soms handige regenvangers die voorkomen dat de ton overloopt.
Je kunt het regenwater ook in een ondergrondse regenwatertank verzamelen. Zo'n tank in de grond heeft een pomp en filter nodig, zodat je het water comfortabel kunt aftappen. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat de tank diep genoeg in de grond is begraven, zodat het water daarin bij vorst niet bevriest en de tank barst.
Voordelen van regenwater als gietwater op een rijtje: Regenwater verrijkt zich onderweg met zuurstof en neemt pollen en plantenresten mee; Het is milieuvriendelijk en minder kalkhoudend dan leidingwater; Regenwater is gratis en bespaart kosten.
Regenwater laten infiltreren: Wie het regenwater niet in een regenton wil verzamelen moet het op een andere manier afvoeren om waterophoping bij funderingen te voorkomen. Terrasdak-afwatering kan bovengronds of ondergronds plaatsvinden.
Afwatering van de terrasoverkapping via bovengrondse systemen: Gootlijnen en afwateringsgoten kunnen in de terrasvloer worden ingebouwd en aangesloten op riolering of grondwaterputten. Hofafvoeren zijn vaak bouwpakketten beschikbaar.
Ondergrondse afwatering van de terrasoverkapping: Regenwaterafvoer kan tot in de grond doorgevoerd worden en aangesloten op regenwaterafvoer of infiltratieputten. Regenwater dat geen behandeling nodig heeft dient naar infiltratiesystemen te worden geleid.
Regenwater van het terrasdak in de vijver leiden: Onder bepaalde voorwaarden kun je regenwater zo ontwerpen dat het in de tuinvijver terechtkomt, maar hou rekening met vuil en roetdeeltjes.
Stap 1 - Bepaal de locatie waar je de lijngoten wilt plaatsen. Voor een juiste waterafvoer is het van belang dat de lijngoten in de stroomrichting van het water geplaatst worden.
Stap 2 - Graaf een sleuf op de juiste diepte. Met een steekschep maak je eenvoudig een gleuf voor de lijngoot. Zorg dat deze net iets dieper is dan de lijngoot zelf.
Stap 3 - Maak een stabiele ondergrond. Ondergrond mag bestaan uit stabilisatiezand of grind, ongeveer 5 tot 10 cm.
Stap 4 - Plaats de lijngoot. Begin bij de afvoerzijde en zorg voor goede aansluiting.
Stap 5 - Sluit de lijngoten aan op het afvoersysteem. Lijngoten kunnen aangesloten worden op riolering, infiltratiesysteem of waterput.
Stap 6 - Stabiliseer de lijngoten. Vul de zijkanten van de sleuf met zand, grind of beton. Lijngoten gaan langdurig mee bij goed onderhoud.
Stap 7 - Plaats het rooster op de lijngoot. Roosters houden vuil tegen en bepalen de verkeersklasse.
Stap 8 - Zorg voor de afwerking. Leg bestrating, grond of grind rondom de lijngoot en test eventueel de werking met een tuinslang.
Vragen over het leggen van lijngoten? Een tuin met mooi afgewerkte afscheidingen is binnen handbereik met behulp van kantopsluiting. Met kantopsluiting grenst u in een mum van tijd uw gras, bloemenperk of grindpad af van de rest van uw tuin.
We verkopen twee merken kantopsluiting: Multi-Edge en Ecolat. Kantopsluiting is een naam voor alle soorten materialen die kunnen worden gebruikt als fysieke afgrenzing van uw tuin of onderdelen van uw tuin. Het wordt daarom ook wel tuinafboording genoemd. Kantopsluiting zorgt voor een mooie afwerking van uw tuin en heeft praktisch nut.
Daar zitten nog een aantal voordelen aan het gebruik van kantopsluiting. Kantopsluiting grenst uw tuin netjes af en houdt alles op de juiste plek, inclusief planten.
Kunstgras: Kantopsluiting kan de rand van kunstgras wegwerken en dient als afscheiding tussen kunstgras en siertuin. Gazon van natuurlijk gras: Kantopsluiting houdt het gras op de juiste plek en voorkomt dat gras over het tuinpad groeit. Een oprit of parkeerplaats met grind of split: kantopsluiting behoudt de grind en voorkomt verspreiding.
Leg de kantopsluiting aan door lines te bepalen, sleuven te graven, ondergrond te stabiliseren, strips te bevestigen, en de rand af te werken met een passende voeg en rooster.
Betonnen opsluitbanden in de tuin worden vaak gebruikt om overgangen te creëren tussen gazon en looppad. Kantopsluiting komt in verschillende materialen voor; kunststof en staal bieden elk voordelen voor flexibiliteit en stevigheid.
Multi-Edge METAL (stalen kantopsluiting): hoogte 17,5 cm inclusief pinnen; ADVANCE: hoogte 20 cm met 24 cm in de grond. Kunststof varianten FLEX en ECO en Ecolat hebben lagere hoogtes en verschillende doseringen per meter.
Voorbeeld: als je 40 strekkende meter gazon afboorden wilt met Multi-Edge METAL, deel dan door 0,95 om de totale benodigde lengte te krijgen.

Drainage aanleggen in tuin met tekst en uitleg. Made by Vriemee!
Samenvatting van de belangrijkste punten
- Plan je sleuven met 5-6 meter tussenafstand en 60-90 cm diepte.
- Creëer afschot en voorkom grondwater contact met de buizen.
- Bedje van grof zand 5-10 cm hoog voor drainage; vul sleuven tot 20 cm onder maaiveld.
- Verlopen koppelingen vermijd lijm; gebruik kliksysteem.
- Koppel drainage aan regenton, infiltratiekrat of waterloop afhankelijk van situatie.
- Begrens de lengte van drainage tot 350 meter.
- Kies kantopsluiting die past bij stijl en functionaliteit van de tuin.
- Overheidsregels rond regenwaterafvoer veranderen; vergunningen mogelijk vereist bij grote verharding.
tags: #verlaging #kantopsluiting #voor #afvoer