De gangbare manier om dak- en thuisloosheid te definiëren is door gebruik te maken van de ETHOS Light-categorieën. Deze vormen onder andere de basis voor de doelstellingen van de Europese verklaring van Lissabon om dakloosheid tegen 2030 te beëindigen, en voor de dak- en thuislozentellingen in België. Binnen dit kader worden verschillende woonsituaties als dak- of thuisloos beschouwd: mensen die leven in de openbare ruimte (straatslapers); mensen die gebruikmaken van noodopvangvoorzieningen (noodopvang); mensen in die langer dan nodig in institutionele instellingen verblijven door een gebrek aan adequate woonoplossing; mensen die in non-conventionele woningen verblijven door een gebrek aan adequate woonoplossingen (tijdelijke structuren, caravans); mensen die tijdelijk ondergebracht zijn bij vrienden of familie door een gebrek aan adequate woonoplossingen (sofaslapers); mensen die in ontoereikende huisvestingssituaties verkeren zoals overbevolkte woningen of woningen zonder essentiële voorzieningen. De benadering hanteert een definitie waarbij dakloosheid wordt gezien als een gebrek aan volwaardige huisvesting. Hierdoor wordt niet alleen feitelijke dakloosheid, maar ook een potentieel zeer grote groep mensen die geen veilig eigen (t)huis hebben meegenomen.
Wat is ETHOS en wat betekent dit voor verschil tussen dak- en thuislozen?
ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en is in 2005 ontwikkeld door FEANTSA. Een beetje een rare vraag misschien, maar wat is het verschil tussen een dak- en een thuisloze? Zijn er mensen die in de begeleidende zorg werken die weten wat er met die termen bedoeld wordt? Of zijn het gewoon 2 namen voor hetzelfde principe: iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats.
De analyse maakt onderscheid tussen feitelijk dak- en thuislozen, residentiële dak- en thuislozen en marginaal gehuisvesten. Feitelijk dakloos betekent buiten, op straat of in de (laagdrempelige) nachtopvang verblijven. Residentieel dakloos (of thuisloos) betekent vaste bewoner zijn van een sociaal pension, daklozeninternaat of anderszins over een woonruimte in de Maatschappelijke Opvang beschikken. Marginaal gehuisvest betekent dat de huisvesting geen garantie biedt op langdurig verblijf. Dit kader helpt bij het identificeren van wie beschermd moet worden tegen dakloosheid en hoe breed het begrip is.
Juridische en praktische kenmerken in de praktijk
- Een dakloze Heeft geen vast woonadres en geen postadres, en heeft geen toegang tot tijdelijke opvang; inschrijving in BRP gebeurt meestal niet op een woonadres.
- Een thuisloze wisselt van onderdak of woonplaats en kan wel inschrijving bij familie of kennissen hebben; er bestaan briefadresregelingen in sommige gemeenten om stabiliteit mogelijk te maken.
- Bijstand en rechten hangen samen met de aanwezigheid van een adres: een briefadres kan soms noodzakelijk zijn voor de meeste vormen van bijstand.
- De combinatie van problematiek (psychische problemen, verslaving, schulden) komt vaak voor en vraagt om een ketenaanpak met preventie, signalering, opvang, begeleiding en nazorg.
- In de maatschappelijke opvang wordt steeds zichtbaarder dat het aantal dakloze mensen met psychische stoornissen toeneemt, en dat er nieuwe groepen aan bod komen.
Regionale voorbeelden en aanpakken
In Schiedam wordt het verschil tussen dak- en thuisloosheid benadrukt: daklozen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats en vaak geen adres om te wonen of te logeren, terwijl thuislozen nog wel tijdelijk verblijven kunnen hebben en mogelijk een briefadres krijgen. De gemeente Schiedam werkt met briefadresregelingen via De Erker en gebruikt BRP-inschrijving als richtlijn. De gemeente Vlaardingen fungeert als centrumgemeente voor Schiedam en biedt opvang en maatwerktrajecten via lokale organisaties zoals Stichting Elckerlyc en Wijkondersteuningsteams (WOT). Een belangrijke conclusie is dat het voorkomen van dakloosheid prioriteit heeft, maar dat wanneer het toch misgaat, snelle opvang en passende zorg centraal staan.

Verklarende cijfers en maatschappelijke kosten
Volgens recente cijfers bestaan er in Nederland duizenden dak- en thuislozen; de maatschappelijke kosten van dakloosheid lopen hoog op per persoon per jaar. In Schiedam zijn briefadresregelingen tijdelijk en afhankelijk van persoonlijke omstandigheden; gemiddeld wordt een briefadres ongeveer een half jaar gebruikt. De complexiteit van de problematiek vraagt om een geïntegreerde en duurzame aanpak met preventie, signalering, opvang, begeleiding en nazorg.
Gelijktijdige factoren en psychosociale dimensies
Emotioneel/psychologisch gezien bestaan er verschillen tussen dak- en thuisloos zijn: het gevoel van "thuis" kan ontbreken ondanks een dak boven het hoofd. Kinderen en minderjarigen kunnen onder verschillende omstandigheden dakloos of thuisloos zijn, en de overgang van jeugdzorg naar volwassen zorg kan hierbij een complicerende factor vormen. De problematiek vereist een ketenaanpak met voorzieningen op het gebied van preventie, signalering, opvang, begeleiding en nazorg.
Wat is Ethos?
Praktische inzichten voor ontwerp en inclusie
Bij het ontwerpen voor inclusie is het cruciaal om vertegenwoordigers van de doelgroep en andere stakeholders te betrekken bij zowel het ontwerpen als het tussentijds evalueren. Open en uitnodigende sfeer, duidelijke doelen, en respect voor bijdragen zijn essentieel. Een 90-graden opstelling bij interviews en transparante informatie over hoe resultaten worden vastgelegd helpen bij betrouwbaarheid en vertrouwen. Notities moeten voorbereid zijn met duidelijke structuur, rekening houdend met subjectiviteit.

Statistieken en maatschappelijke voorbeelden
In Nederland worden schattingen gemaakt over het aantal dak- en thuislozen en de verhouding tot de beschikbare opvang en bijstand. Belangrijke vragen waarmee gemeenten worstelen zijn onder andere: hoeveel jongeren worden beschouwd als dakloos, en wat is de aard van de hulp die nodig is bij dit vraagstuk? De regionale opvang en de samenwerking tussen gemeenten en maatschappelijke organisaties spelen een sleutelrol in het voorkomen en oplossen van dakloosheid.
| Onderwerp | Belangrijke bevindingen |
|---|---|
| Feitelijk daklozen | Verblijven buiten of in nachtopvang; ontbreken van vast woonadres |
| Residentieel daklozen | Beschikken over een woonruimte in opvanginstellingen; vaste bewoner in sociale opvang |
| Marginaal gehuisvesten | Huisvesting biedt geen garantie op langdurig verblijf |
Hoofdpunten en praktische handelen
Het verschil tussen dak- en thuisloosheid ligt in toegang tot volwaardige huisvesting en consistente verblijfszekerheid, maar de grenzen zijn vaak vloeiend. Een dakloze heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en geen BRP-adres; een thuisloze wisselt van onderdak en kan soms een adres hebben bij familie of bekenden. De aanpak vereist tijdige en integraal gerichte hulp die gericht is op huisvesting, inkomen en educatie/work, zodat de basis op orde komt.
In Schiedam en elders in Nederland blijven inspanningen gericht op und weg van dakloosheid: voorkomen waar mogelijk en, bij vervolg, passende opvang en zorg. De aanpak is multidisciplinair en regionaal gecoördineerd met meerdere betrokken partijen en een duidelijke beleidsregie.

tags: #verschil #dak #en #thuislozen