Ik ben nieuw hier en ook behoorlijk nieuw in houtbewerken. Ik heb twee stationaire Hammer machines gekocht. Een Hammer K3 winner cirkelzaag en een N3800 lintzaag. Over de cirkelzaag ben ik helemaal tevreden, maar zagen met de lintzaag gaat nog niet echt lekker. Regelmatig zoekt de zaag z'n eigen weg. Ik heb bij de machine drie zaagbladen gekocht bij Felder (6mm, 10mm en 20mm). Ik zet 'm op de juiste spanning, aangegeven met de pijl voor de breedte van het zaaglint. De bovengeleiding stel ik dicht op het materiaal en de zijdelingse geleiding stel ik tegen het zaaglint aan. Ik heb ook geprobeerd om een hogere spanning in te stellen en de geleiding (nog) strakker op het lint te zetten. Is er iets wat ik over het hoofd zie?
Dit is voor mij de eerste keer dat ik met een lintzaag werk en ik had verwacht hier makkelijker en preciezer mee te zagen. Ik heb het idee dat ik nu met m'n decoupeerzaag preciezer kan zagen en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Bij mijn Hammer N3800 had ik na een tijdje hetzelfde. De oorzaak was dat de tafel iets verschoven was, waardoor de langsgeleider niet meer evenwijdig stond aan het zaaglint. De tafel heb ik weer goed gezet met de 4 bouten aan de onderzijde en het probleem was opgelost. Bedankt voor je antwoord.
Handig dat je dezelfde lintzaag hebt! Ik heb even de geleiding helemaal los gedraaid en het lint staat dan bijna in het midden van de uitsparing in de tafel. Het gaat er niet om dat het zaaglint exact in het midden zit, maar dat het zaaglint evenwijdig is aan de groef voor de verstekgeleider in het gietijzerenblad. De langsgeleider moet vervolgens exact evenwijdig aan de groef staan. Op de onderstaande foto zie je net nog 2 bouten in de rode cirkels. De achterste steunrol moet niet tegen het zaaglint aan, maar er net iets vanaf staan. Achtersteun rol wordt besproken op 9.25m (zeg na 9 en een halve minuut).

Ik kan het niet helemaal goed op de foto's zien, maar volgens mij staan je zij geleiders iets te ver naar voren. Ik heb bij de machine drie zaagbladen gekocht bij Felder (6mm, 10mm en 20mm). Ik zet 'm op de juiste spanning, aangegeven met de pijl voor de breedte van het zaaglint. De bovengeleiding stel ik dicht op het materiaal en de zijdelingse geleiding stel ik tegen het zaaglint aan. Ik heb ook geprobeerd om een hogere spanning in te stellen en de geleiding (nog) strakker op het lint te zetten. Die indicaties stellen niks voor.
Hammer/Felder gebruikt hetzelfde printje voor meerdere modellen. Wat dus niet kan. De spanning bepaal je mbv een vaste methode. Eentje is de fluttertest (google maar). Een andere de C-test - ofwel lint aan alle kanten vrijmaken, spannen en aanslaan tot je een zuivere C-toon krijgt (of een e ?). Moet je wel een tikkie muzikaal voor zijn. Wetenschappelijk is om een spanningsmeter te gebruiken. Die kun je after-market installeren. Ik heb wel eens een post van een Noor gezien die dat gedaan had. Werken met machines is een kwestie ervaring opdoen.
Ik had even snel een cirkel-maak-hulpstuk gemaakt en was die aan het testen met een 25 mm lint. Met een 6 mm lint en wat meer aandacht ging het wel goed. Het terugplaatsen van de rubberband ging trouwens redelijk makkelijk. Het gaat er niet om dat het zaaglint exact in het midden zit, maar dat het zaaglint evenwijdig is aan de groef voor de de verstekgeleider in het gietijzerenblad. De langsgeleider moet vervolgens exact evenwijdig aan de groef staan. Op de onderstaande foto zie je net nog 2 bouten in de rode cirkels. Ik heb even een liniaaltje met een magneetje tegen het lint gehouden. Dat lijkt inderdaad niet evenwijdig te staan aan de sleuf in de tafel.
Ik weet nog niet zo goed of ik dat een beetje zuiver kan stellen zonder bijvoorbeeld de Bandsaw buddy. Ik kwam er ook gelijk achter dat de parallelgeleider niet evenwijdig aan de tafel loopt. De voorkant van de tafel is niet glad genoeg denk ik om dat met een schrijfhaak te stellen. Ik denk dat ik dan de ronde staf aan de voorkant van de tafel moet stellen. Ik hoop dat het een beetje te zien is op de bijgevoegde foto. De achterste steunrol moet niet tegen het zaaglint aan, maar er net iets vanaf staan. Achtersteun rol wordt besproken op 9.25m (zeg na 9 en een halve minuut). Ik kan het niet helemaal goed op de foto's zien, maar volgens mij staan je zij geleiders iets te ver naar voren. Dat is een leerzaam filmpje!

Ik dacht dat het lint in het midden van het bovenste wiel moest. Maar nu heb ik dat aangepast dat de inkeping van de zaagtand in het midden van het wiel ligt. Ook gelijk de steunrollen aangepast zoals hij uitlegt. Dat lost m'n probleem helaas nog niet op. Die indicaties stellen niks voor. Hammer/Felder gebruikt hetzelfde printje voor meerdere modellen. Wat dus niet kan. De spanning bepaal je mbv een vaste methode. Eentje is de fluttertest (google maar). Een andere de C-test - ofwel lint aan alle kanten vrijmaken, spannen en aanslaan tot je een zuivere C-toon krijgt (of een e ?). Moet je wel een tikkie muzikaal voor zijn. Wetenschappelijk is om een spanningsmeter te gebruiken. Die kun je after-market installeren. Ik heb wel eens een post van een Noor gezien die dat gedaan had. Werken met machines is een kwestie ervaring opdoen.
Balen dat die indicaties niks voorstellen. Dat nam ik als uitgangspunt. Als ik op die manier stel en de geleiderollers een flink stuk van het lint haal en de bovengeleiding helemaal naar boven zet, heb ik geen "flutter" als ik 'm laat draaien op de ingestelde spanning. Het is inderdaad een kwestie van ervaring opdoen, dat heb ik in ieder geval met andere machines, maar hier krijg ik maar geen goed resultaat en dat frustreert. Ik heb een foto bijgevoegd van een stukje vuren van ongeveer 8mm dik. Die heb ik langs de liniaal gezaagd. Ik denk dat de eerste stap is om de tafel los te maken en te stellen naar het zaaglint.

Er is wel een belangrijk verschil tussen de Amerikaanse en Europese lintzagen. Wat ik begrijp is dat er bij de meeste Amerikaanse lintzagen een bekleding op de wielen zit, die een beetje bol loopt. De Europese zijn meer uitgevoerd met een vlakke bekleding. Bij de bekleding met een bolling, moet het zaaglint (ongeveer) in het midden van het wiel lopen. In het filmpje wordt uitgelegd waar precies (filmpje gaat over een Amerikaanse lintzaag). Bij een vlakke bekleding moet bij het bovenste wiel de tandjes van het zaaglint juist aan de voorkant wat uitsteken.
Ik heb gelijk even geprobeerd wat er gebeurt als ik de tanden uit laat steken. Voor mijn gevoel hoort dit niet zo. Ik heb net weer even een stukje hout gezaagd langs de liniaal. Het wordt een enorme slinger zaagsnede. Er zitten echt meerdere millimeters tussen. Toch heb ik het idee dat in die topic en ook in deze de kwestie "waar moet het lint op het wiel" niet kloppend behandeld is. Bij wielen die een bolling hebben (Amerikaanse stijl) word je geacht de tanden 'los' van die bolling te hebben, dwz het lint 'voorop' het wiel. Dat type heeft meestal vrij dun rubber op de wielen. Ik denk dat je het niet helemaal juist interpreteert. Met "de tanden 'los' van die bolling te hebben" wordt bedoeld dat de tanden niet op het hoogste punt van de bolling liggen, maar juist iets ervoor. Waarom het voor Orf zo slecht uitwerkt weet ik eerlijk gezegd ook niet. Of gewoon aanhouden wat Felder zegt.
Te weinig zaagspanning, of de instelling van de zaaggeleiding, kan mogelijks een oorzaak zijn, maar in 90% van de gevallen is het zaaglint de schuldige. Ik heb drie zaaglinten gelijk bij de machine gekocht bij Felder. Van één is volgens mij de las niet goed omdat die elke keer een sprongetje maakt. De andere twee zien er met mijn amateuroog best goed uit. Maar alletwee driften dus. Ik heb met beide zaaglinten bijzonder weinig meters gemaakt. Ik kan me niet voorstellen dat ze bot zijn. Misschien doordat ik ze verkeerd op de machine gehad heb (te ver op het wiel, de zaaggeleiding te strak) dat de zetting niet goed is. Orf, waar woon je? Dat is een leuke suggestie.
Het correct gebruiken van lintzaagbladen tijdens het zagen levert heel wat voordelen op. Zo kan je de levensduur van je bandzaagblad verhogen en bovendien verloopt je zaagproces veel efficiënter. Voor je begint met het monteren van een lintzaagblad op je bandzaagmachine is het goed om weten dat je best de beschermende strip op de tanden van je zaag laat zitten tot je het zaagblad effectief gemonteerd hebt. Staat je bandzaagblad in de juiste snijrichting? Wanneer je een zaaglint gaat monteren is je eerste werk het controleren van de snijrichting. Zorg ervoor dat je het bandzaagblad met de tanden in de juiste snijrichting monteert. Bij de plaatsing van de bandzaag op de wielen van de zaagmachine mag de rug van je zaaglint de flens niet raken.
Is het lintzaag recht tussen de wielen gespannen? Controleer eerst of je deze recht tussen de wielen gespannen is en start dan pas met het instellen van de geleiding van de zijkanten. Instellen van de geleiding: Voor de geleiding geldt dat die steeds gelijkmatig en zonder druk moet zijn. Plaatsing van de spaanborstels: Vergeet niet de spaanborstels goed te plaatsen. Zo ben je er zeker van dat spanen correct en efficiënt uit de spaankamers verwijderd worden tijdens het zaagproces.
Spanning van het lintzaagblad: Welke spanning heeft je zaaglint nu nodig? Dat hangt af van de hoogte van je zaagblad. Vanaf een hoogte van 27mm: een spanning van 250N/mm2. Bij kleinere hoogtes: 150 tot 200/mm2. Hoe bereken je de spanning? De juiste spanning berekenen voor je bandzaagblad is belangrijk om 2 redenen: Bij een te hoge zaagspanning kan je bandzaag breken. Bij een te lage zaagspanning zal je bandzaag scheef zagen en is er veel kans op bandbreuk. De berekening doe je op basis van deze formule: Hoogte x Dikte x (Gewenste spanning) x 2.
Praktijkvoorbeeld: stel, je wil een spanning van 250N/mm2. De specificaties van je lintzaagblad zijn: 34x1,1mm.
Opspannen van je werkstuk: Het goed opspannen van een werkstuk is belangrijk. Foutief opspannen kan immers de tanden van je lintzaagbladen beschadigen met tandbreuk als gevolg. Waar moet je nu op letten bij het opspannen van je werkstuk? Parameters om rekening mee te houden bij het opspannen: Eerst en vooral moet je ervoor zorgen dat je werkstuk bij het opspannen loodrecht staat ten opzichte van je lintzaag. Zorg er ook voor dat je de hardmetaal geleidingsblokken en/of rollagers zo dicht mogelijk plaatst bij het werkstuk dat opgespannen wordt. Maar let erop dat de geleideblokken of rollen geen druk uitoefenen op je lintzaag. Ze moeten (zoals de naam het al zegt) enkel de zaag leiden. Wanneer deze te hard drukken op de bandzaag, zal er extra wrijving ontstaan die extra warmteontwikkeling genereert. Dit leidt vaak tot bandbreuk. De tanden van het lintzaagblad moeten voldoende uit de geleideblokken (of rollen) steken.
Hoe span je bundels op om te verzagen? Als je bundels moet verzagen kies je beter voor een verticale klemming. Een nog beter alternatief is het gebruiken van een bundelklem. Let wel op, een bundelklem gaat de capaciteit van je lintzaagmachine enigszins beperken.
Hoe loop je lintzaagbladen in? Waarom moet je lintzaagbladen inlopen? Een gloednieuwe lintzaag heeft vlijmscherpe tanden. De tanden van het zaaglint worden onderworpen aan een bepaalde snijdruk. De zaagtanden moeten eerst geslepen worden tot ze een heel fijne doorsnede hebben. Doe je dat niet dan zal er microscopische schade optreden aan de tanden, en je zaagblad gaat dan veel minder lang mee. Hou er rekening mee dat de inloopprocedures voor bi-metaal en hardmetaal lintzagen anders verlopen.
- Stap 1: Gebruik steeds de juiste bandsnelheid voor de materiaalsoort die je wil verzagen. Je kan onze tabel downloaden om je te helpen bij het selecteren van de juiste snelheid.
- Stap 2: Je dient de voedingssnelheid op het lintzaagblad te reduceren tot een zaagsnelheid die overeenkomt met 20% tot 50% van de normale zaagsnelheid. Bij zachtere staalsoorten is een grotere reductie van de zaagsnelheid vereist dan bij hardere soorten.
- Stap 3: De eerste snede begin je met een verminderde snelheid (A). Zorg ervoor dat de tanden een spaan maken. Van zodra het zaagblad volledig het werkstuk binnendringt kan je de voedingssnelheid licht beginnen verhogen.
- Stap 4: Als je dit gedaan hebt kan je de voedingssnelheid stap per stap beginnen opdrijven over meerdere snijbewegingen tot een normale zaagsnelheid wordt bereikt (150 tot 300 cm2). Hier geldt: hoe zachter de materiaalsoort, hoe groter het oppervlak dat zal moeten verspaand worden voordat de zaag correct ingelopen is. TIP: Tijdens het inlopen mag je de bandsnelheid lichtjes aanpassen mocht er sprake zijn van storende vibraties of lawaai. Let wel op, zodra het blad is ingelopen dien je de aanbevolen bandsnelheid te gebruiken.
Hardmetaal lintzaag inlopen
- Stap 1: Verminder de bandsnelheid tot 70% van de normale snelheid. Dit doe je gedurende de eerste 20 minuten van het inlopen van het zaagblad.
- Stap 2: Verminder de zaagvoeding tot 50% van de normale voeding. Dit doe je gedurende de eerste 20 minuten van het inlopen van het zaagblad.
- Stap 3: Verhoog de zaagvoeding en snelheid stapsgewijs.
Bij het zagen is het belangrijk dat elke zaagtand een spaan gaat produceren die de juiste dikte heeft. Volgende factoren spelen hierin een rol: de zaagsnelheid, voedingsdruk en de keuze van de tandsteek (vertanding). Bepaal eerst de juiste vertanding van het lintzaagblad en begin met de correcte zaagsnelheid in te stellen (op basis van de materiaalsoort van je werkstuk). Bekijk ook of je met koelvloeistoffen of microdoseersysteem gaat werken.
De bandsnelheid is de snelheid waarmee de bandzaag het werkstuk gaat verzagen. Deze wordt uitgedrukt in m/min en wordt bepaald door de hardheid van het te zaagmateriaal en de warmte die vrijkomt tijdens het zaagproces. Algemeen kan je stellen: hoe zachter het materiaal hoe sneller de bandsnelheid die kan toegepast worden. De voedingssnelheid geeft aan hoe snel de lintzaagbladen door het materiaal gaan en wordt uitgedrukt in mm/min. De voedingsdruk is de kracht die nodig is om door het materiaal te kunnen zagen. Zijn de spannen dun of verpulverd? Dit los je op door de voedingsdruk te verhogen of de zaagsnelheid te verlagen. Bij dikke, blauwe of zware spanen is de voedingsdruk te hoog.
Goed gereedschap- en procesbeheer leiden tot betere resultaten met lintzaag zagen. Zorg dus voor juiste parallel- en zijgeleiding, correcte spanning, en een goede inloopprocedure. Een correct uitgevoerde inloopsessie vermindert trillingen en voorkomt verspilling van zaagblad en materiaal.