Omdat het klimaat verandert, met steeds meer hevige stortbuien, zijn de regels voor regenwaterafvoer aangepast. Als het regent op het gras, dan zakt het water de grond in. Maar als het regent op verharding zoals op daken of bestrating, dan kan het regenwater niet de grond inzakken. Het water stroomt dan naar het riool of de sloot in. Dit noemen we versnelde afvoer en kan overstroming en wateroverlast veroorzaken. Soms is de verharding nodig, zoals bij de bouw van huizen of bedrijven en bij de aanleg van straten, parkeerterreinen of tennisvelden. In dat geval moet de afvoer van het regenwater goed worden geregeld. Het waterschap heeft hier regels voor. Bij verharding van meer dan 500 m² is een vergunning nodig. Je moet dan maatregelen nemen om de afvoer van regenwater goed te regelen, bijvoorbeeld door extra sloten te graven. Dit worden compenserende maatregelen genoemd.
Bij gras of grond zakt regenwater rechtstreeks de zachte bodem in. Maar dit is niet het geval bij verhard oppervlakte zoals asfalt, klinkers en tegels. In dat geval is de bodem grotendeels of helemaal afgesloten en stroomt het regenwater direct de sloot of het riool in en kan het niet meer in de bodem zakken. Ook het regenwater op het dak stroomt via de regenpijp vaak naar het riool of de sloot. Er komt dan bij regen sneller en meer water in de al volle sloot. Je kunt dit ook zien als een file op de snelweg; er komen heel veel druppels in één keer in de sloot, die allemaal op hetzelfde moment van A naar B willen.
De aanleg van nieuwe woonwijken, straten en parkeerplaatsen noemt het waterschap toename van ‘nieuw verhard oppervlak’. Bij de aanleg van dit nieuwe verhard oppervlak stroomt er versneld meer water de sloot in waardoor de sloot kan overstromen. Er komt dan bij regen sneller en meer water in de al volle sloot. Je kunt dit ook zien als een file op de snelweg; er komen heel veel druppels in één keer in de sloot, die allemaal op hetzelfde moment van A naar B willen. Dit kan tot wateroverlast leiden als we daar niets aan doen. Bij de versnelde afvoer van regenwater bij de aanleg van nieuwe verharding moet je daarom een vergunning aanvragen en maatregelen nemen om de negatieve gevolgen van de nieuwe verharding op te lossen.

Waterschapsregels en compenserende maatregelen
In de Waterschapsverordening zijn vrijwel alle regels van het waterschap over de ruimte rondom jouw woning en alles daaromheen opgeschreven. Compenserende maatregelen zijn verplicht als er in totaal meer dan 500 m2 (40 standaard parkeerplaatsen) aan nieuwe verharding wordt aangelegd of gebouwd. Bij een kleiner oppervlak van minder dan 500m² is de kans op het ontstaan van wateroverlast of overstroming klein en daarom is het dan niet verplicht om compenserende maatregelen te nemen. Voor het aanleggen van een terras in jouw tuin is dus geen vergunning van het waterschap nodig. Het kan zijn dat jouw gemeente hier wel regels voor heeft.
Bij het bepalen van hoeveel maatregelen moeten worden genomen wordt door het waterschap het 'te compenseren oppervlak' berekend. Het te compenseren oppervlak is alle nieuwe verharding die wordt aangelegd en waardoor regenwater naar de sloot of het riool stroomt. Wanneer het oppervlak groter is dan 500m2, moet het totale oppervlak dat aan nieuwe verharding wordt aangelegd, worden gecompenseerd. Soms kan het niet anders en moet nieuwe verharding worden aangelegd. Bijvoorbeeld voor de bouw van huizen. Voor de ruimte om de woningen heen, zoals tuinen, parkeervakken, trottoirs, speeltuinen, tennisvelden, zonnepaneelvelden etc. zijn er andere keuzes mogelijk. Keuzes waarbij de grond niet volledig hoeft te worden verhard en water voor een deel nog in de bodem kan zakken. Denk hierbij aan waterdoorlatende stoeptegels. Als er minder wordt verhard kan er meer water in de bodem zakken.
Je kunt compenseren op verschillende manieren. Deze manieren zijn beschreven in de beleidsregel. Het waterschap gebruikt een volgorde waarin de compenserende maatregelen worden goedgekeurd. Met deze volgorde beschermt het waterschap dat water goed wordt afgevoerd en blijft de waterkwaliteit goed of wordt zelfs beter. Dit heet de 'voorkeursvolgorde'. Als de sloot breed genoeg is voor het benodigde transport van water, dan ziet het waterschap bij voorkeur dat compensatie plaatsvindt door de aanleg van een oever met mogelijkheden voor vegetatie. Dat kan een natuurvriendelijke oever zijn of een terrastalud. Een natuurvriendelijke oever is een flauwe of minder steile oever of slootkant. Bijvoorbeeld de oever daalt 1 meter over een breedte van 4 meter (1:4). Op deze oever kunnen planten goed groeien en dieren goed leven.
Soms zijn er redenen waardoor een verplichte maatregel niet kan worden uitgevoerd en kunnen andere maatregelen worden goedgekeurd. Met ruimtelijke beperkingen worden hierbij de dingen bedoeld die het moeilijk maken om sloten of greppels aan te leggen omdat er geen andere sloten aanwezig zijn om op aan te sluiten. Dit kan voorkomen in een gebied waar al veel huizen en gebouwen staan en er weinig vrije ruimte is. Deze maatregelen hebben niet de voorkeur vanwege het feit dat deze maatregelen minder robuust zijn uit oogpunt van onderhoud en beheer.
Berekening van compensatie en berging
Hieronder wordt per type maatregel uitgelegd hoe berekend hoeveel er moet worden gecompenseerd in de maatregel(en). De grootte van de compensatie, bijvoorbeeld de lengte en de breedte van de extra sloot, wordt door het waterschap bepaald door het volume van het water dat door de maatregel moet worden opgevangen. Dit volume noemt het waterschap berging. Voor sommige maatregelen wordt in de berekening van de berging ook naar de diepte gekeken. De diepte van maatregelen wordt bepaald door de hoogte van de waterstand, ook wel het waterpeil genoemd. Hiervoor wordt de stijging van het waterpeil (peilstijging) die maximaal een keer per 10 jaar (T=10) of een keer per 100 jaar (T=100) gebeurt gebruikt. Deze peilstijging kan bij het waterschap worden opgevraagd via het vergunningenloket.
Bij het aanleggen van nieuwe verharding hoort een slootoppervlak van 14% van de vierkante meters nieuwe verharding. De nieuwe sloot moet worden gegraven in de buurt van een bestaande sloot en hierop aangesloten worden. Het water van de nieuwe sloot moet daarbij zonder hindernissen naar de bestaande sloot kunnen stromen. Als deze eisen worden vervuld, is een berekening van het oppervlak in m2 voldoende. Doordat op deze manier de nieuwe sloot onderdeel is van het bestaande netwerk van sloten is de peilstijging van de nieuwe sloot gelijk aan de peilstijging in de al aanwezige sloot.
Een greppel is een laag stuk land waar het water in kan stromen maar waar niet altijd water in staat. In de greppel moet minimaal dezelfde hoeveelheid water passen als wanneer er een nieuwe sloot zou zijn gegraven. De bodem van een greppel ligt alleen hoger dan het waterpeil in de sloten ernaast. De grote van de berging in een ‘droge’ greppel wordt daarom niet in vierkante meters maar in kubieke meters berekend. De hoeveelheid water die in een greppel kan worden opgevangen (het waterschap noemt dit 'berging') wordt bepaald door de diepte van de bodem van de greppel, de hoogte van het waterpeil en de maximale peilstijging. Voor de maximale peilstijging wordt de T10-peilstijging gebruikt die hieronder wordt uitgelegd. Voorbeeld: er wordt 12.000m2 (1,2ha) nieuwe verharding aangelegd. Dit betekent dat er 1.680m2 moet worden gecompenseerd. De berekende peilstijging die gemiddeld gezien maximaal 1 keer per 10 jaar voorkomt bedraagt -0,50m NAP. Het normale zomerpeil in de sloot naast de greppel is -1m NAP en de maximale peilstijging is 0,50m NAP. De bodem van de greppel wordt aangelegd op -0,80m NAP. De greppel heeft dan een diepte van 0,30m.
Ook in een waterbergingsgebied of -kelder moet dezelfde hoeveelheid water passen als wanneer er een nieuwe sloot zou zijn gegraven. Grofweg komt het er op neer dat als de berging in open lucht ligt, het waterschap dit een 'waterberging' of 'waterbergingsgebied' noemt. Bij berging onder de grond noemt het waterschap de berging een 'ondersteunend kunstwerk'. Bij een waterberging of ondersteunend kunstwerk bepaalt de diepte voor een deel hoeveel water er in kan worden opgevangen. Het volume van een waterberging of ondersteunend kunstwerk wordt daarom niet in vierkante meters maar in kubieke meters berekend. Voorbeeld: er wordt 20.000m2 (2ha) nieuwe verharding aangelegd. Dit betekent dat er 2.800m2 moet worden gecompenseerd. De maximale peilstijging die gemiddeld een keer per 100 jaar voorkomt (op te vragen bij het waterschap) bedraagt 1,50m. Let op! Het waterschap stelt verschillende eisen aan bergingen in de open lucht en bergingen onder de grond. Ook alle verharding waarbij het regenwater niet direct naar een sloot stroomt, moet worden gecompenseerd.

Overige regelingen en terreintoepassing
Maatregelen op terreinen die niet van de overheid zijn, kunnen veelal niet goed opgeschreven en gecontroleerd worden door het waterschap via de Legger. De vastgestelde peilbesluiten kun je vinden in het dataportaal van waterschap Hollandse Delta. Wil je meer informatie over de ligging, afmetingen, zoneringen en onderhoudsplichten? Zie de vastgestelde Legger van het waterschap en het beheerregister. NB: de legger is een selectieve momentopname uit het beheerregister. Een vastgestelde legger verandert inhoudelijk niet tot op het moment dat de legger opnieuw wordt vastgesteld. De dagelijkse mutaties vinden plaats in het beheerregister.
Bij zeer grote werkzaamheden met een verhard oppervlak vanaf 5 hectare geldt een speciale regel van het waterschap. Het is bij deze ontwikkelingen bijna altijd mogelijk om sloten te graven. Om die reden geldt dat bij deze grote ontwikkelingen maximaal 20% van de compensatie mag worden aangelegd in de vorm van waterbergingen of ondersteunende kunstwerken. Bijvoorbeeld: je hebt uitgerekend dat je 9.000m3 moet compenseren. Van die 9.000m3 mag je dan 1.800m3 (=20%) in een waterplein compenseren. Bij zeer grote werkzaamheden wordt gekozen voor of een waterbergingsgebied of een waterbergingskelder, niet beide. Bij preferentie met 1 aansluiting op een bestaande sloot.
De eigenaar van de compenserende maatregelen is verantwoordelijk voor het controleren en onderhouden van de maatregelen. De eigenaar moet ervoor zorgen dat de maatregel het opvangen van regenwater kan blijven vervullen. Deze plicht geldt ook voor ondersteunende kunstwerken. Net als de andere type compenserende maatregelen worden ze opgeschreven in de Legger en in de toezichtsplannen (Schouw) van het waterschap. De risico's op het niet goed werken van waterbergingen en ondersteunende kunstwerken zijn groter dan voor sloten. Omdat een slechte werking wateroverlast in de regio kan veroorzaken, is een goede werking belangrijk. Het waterschap eist daarom dat een voorziening helemaal met het oog kan worden geïnspecteerd. Zo kan worden gecontroleerd of de berging nog wel werkt en kan als het nodig is onderhoud worden uitgevoerd.
Compensatie: een extra bedrag in het pensioenvermogen
Bilgewater bij jachthavens en internationaal kader
Grote jachthavens zijn wettelijk verplicht om een inzamelvoorziening te hebben voor huishoudelijk afvalwater. Wanneer pleziervaartuigen met een binnenboordmotor of zeevarende boten de haven aandoen, moet er ook een voorziening zijn voor het inzamelen van bilgewater. De Omgevingswet bepaalt dat een jachthaven met meer dan 50 ligplaatsen voor kajuitboten een voorziening moet hebben voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater dat van deze schepen afkomstig is. Het ingezamelde afvalwater - het gaat hier voornamelijk om toiletwater - moet geloosd worden op het riool. Als de jachthaven aan meer dan 50 pleziervaartuigen met een binnenboordmotor een vaste ligplaats biedt, moet er een inzamelvoorziening zijn voor bilgewater. Bilgewater kan niet worden beschouwd als water, maar is een mengsel van zoet water, zout water, olie, modder, chemicaliën en andere soorten vloeistoffen. Wanneer zeegaande pleziervaartuigen de jachthaven bezoeken, ben je altijd verplicht deze voorziening te hebben.
Geef als eigenaar van de haven duidelijk aan dat gebruikers in de haven het bilgewater kunnen inleveren. Is er geen mogelijkheid om bilgewater in te nemen? Om de waterkwaliteit hoog te houden en het milieu te beschermen, is het belangrijk om afval van pleziervaartuigen in te leveren op een daarvoor bestemd afvalpunt. In de onderstaande tabel leggen we uit welke jachthavens verplicht zijn welk type afval in te nemen.
Onder bepaalde omstandigheden zijn jachthavens verplicht afvalstoffen in te nemen van de gebruikers van de jachthaven. Welke jachthaven is verplicht mijn afval in te nemen? Voor de inname van afvalstoffen mogen jachthavens geen aparte financiële vergoeding vragen aan de gebruikers van de jachthaven. Twee of meer jachthavens die bij elkaar in de buurt liggen, mogen een gezamenlijke afvalvoorziening gebruiken. Mijn jachthaven doet niet aan afvalinname? Een jachthaven die, op basis van bovenstaande tabel, niet verplicht is om een voorziening voor afvalinzameling te hebben, moet aangeven waar de afvalstoffen dan wel afgegeven kunnen worden. Voldoet de jachthaven niet aan de verplichting? Doe dan een melding via de meldkamer van DCMR: telnr. In het Rijnmond gebied zijn een aantal jachthavens met voorzieningen voor de inname van afvalstoffen.