Per bouwwerk en fase in een bouwproces zijn vele partijen in wisselende samenstelling betrokken: opdrachtgevers, vergunningverleners, ontwerpers, adviseurs, werkgevers (hoofd-, neven- en onderaannemers), werknemers, en (toe)leveranciers. Bij de realisering van een bouwwerk zijn vele ondernemingen gelijktijdig of achtereenvolgend aan het werk, die elk een deel van de werkzaamheden verrichten. De zogeheten bouwprocesbepalingen in het Arbeidsomstandighedenbesluit verlangen dat bij het ontwerpen van een bouwwerk, in de ontwerpfase, preventieprincipes in acht worden genomen. Door juiste keuzes in de ontwerpfase kunnen latere risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers in de uitvoeringsfase worden voorkomen.
Het reeds in de ontwerpfase aanwenden van kennis en kunde over de uitvoering van bouwwerken kan in de daadwerkelijke uitvoeringsfase onveilige of ongezonde werksituaties voorkomen. In de uitvoeringsfase, waarin de feitelijke bouwwerkzaamheden plaatsvinden, opereren veel werkgevers tegelijkertijd of achtereenvolgend op dezelfde bouwplaats en beïnvloeden zij elkanders werkomstandigheden. Er is sprake van collectieve risico’s die niet door elke werkgever afzonderlijk, maar wel door de werkgevers in samenwerking zijn aan te pakken.
De opdrachtgever zorgt ervoor, dat ten aanzien van bouwwerken die voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengen een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld. De aanpak van de risico’s die voortkomen uit de samenloop van verschillende werkzaamheden en ondernemingen kan alleen effectief geschieden door een goede samenwerking en een actieve coördinatie van de werkzaamheden. Het veiligheids- en gezondheidsplan is te beschouwen als een samenwerkings-document waarin de risico’s die voortkomen uit het gelijktijdig of volgtijdelijk uitvoeren van werkzaamheden en de maatregelen en voorzieningen om die risico’s weg te nemen, worden vastgelegd. Dit laat onverlet dat iedere werkgever zelf verantwoordelijk blijft voor de veiligheid en gezondheid van de eigen werknemers.
Omdat een gecoördineerde toepassing van preventieprincipes in de ontwerpfase en een gecoördineerde samenwerking in de uitvoeringsfase van groot belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers op de bouwplaats schrijven de bouwprocesbepalingen voor dat een coördinator voor de ontwerpfase en voor de uitvoeringsfase moet worden aangesteld. De bouwprocesbepalingen staan bekend als complexe regelgeving. De moeilijke leesbaarheid en de vele verwijzingen en omslachtige formulering spelen daarbij een grote rol.
Richtlijn nr. 92/57/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen beoogt een verbetering van de arbeidsomstandigheden bij bouwwerkzaamheden te bewerkstelligen door meer aandacht voor preventie, samenwerking en coördinatie te vereisen. De richtlijn beoogt als het ware een keten van verantwoordelijkheden te smeden, die alle betrokkenen bij de totstandbrenging van een bouwwerk verbindt. Langs die weg is getracht de aandacht voor preventieve maatregelen bij de voorbereiding van een bouwwerk te versterken. De nadere invulling van de mogelijkheden voor preventie in de ontwerpfase zal door de partijen in de bouw moeten geschieden.
De relatie met de risico-inventarisatie en -evaluatie (artikel 5 van de wet) is niet altijd duidelijk. De opname van bedrijfseigen plannen in één veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) voor de bouwplaats. Veiligheid en gezondheid zijn niet alleen wettelijke verplichtingen - ze voorkomen ongelukken, verminderen risico’s en zorgen voor een veilige werkomgeving. Een V&G plan speelt hierin een centrale rol. Bij Synanta helpen we je om een V&G-/VGM-plan op te stellen, te implementeren en te beheren. Een VGM-projectplan is vaak een onderdeel van het V&G-plan.
Het is verplicht om een veiligheidsafstand aan te houden bij het bouwen van een gebouw (artikel 7.15, lid 2 Bbl). De veiligheidsafstanden staan in paragraaf 6.2 van de richtlijn Bouw- en sloopveiligheid. De bouwveiligheidszone, de hijszone en het hijsgebied bepalen de veiligheidsafstand. De veiligheidsafstanden kunnen leiden tot het (gedeeltelijk) afsluiten van trottoirs, fietspaden, wegen of openbaarvervoerslijnen in de nabije omgeving van de bouwplaats. Voor bouwwerken die geen gebouw zijn (bijvoorbeeld viaducten of bruggen) gelden de veiligheidsafstanden niet, maar ook daar zijn maatregelen nodig om onveilige situaties of hinder te voorkomen.

In plaats van veiligheidsafstanden zijn gelijkwaardige maatregelen mogelijk. Een maatregel zoals een tijdelijke overkapping van de openbare weg kan ter beoordeling van het bevoegd gezag vallen. Het is verplicht om een risicomatrix in te vullen bij bouwwerkzaamheden aan bouwwerken (artikel 7.5a Bbl). De risicomatrix moet duidelijk maken welke veiligheidsrisico’s er zijn bij het bouwen. De risicomatrix staat in de Omgevingsregeling en bestaat uit een aantal vragen. Aan de hand van de antwoorden volgt er een score. Des te hoger de score des te hoger is het veiligheidsrisico, wat kan leiden tot het verplicht opstellen van een bouwveiligheidsplan en het aanstellen van een veiligheidscoördinator voor de directe omgeving.
Tussen het toesturen van de risicomatrix en de start van het bouwen zit tijd. Daarom is het van belang om voor de start van de bouw na te gaan of de ingevulde risicomatrix nog actueel is en zo nodig te actualiseren. Het wel of niet actueel zijn, kan afhankelijk zijn van de keuzes die de bouwer na de ontwerpfase maakt over bijvoorbeeld de logistiek, inrichting van de bouwplaats, bouwmaterialen, bouwvolgorde, uitvoering en bouwtechniek. Als de risicomatrix een score van 12 punten of meer geeft, is het verplicht om een ‘veiligheidscoördinator directe omgeving’ aan te stellen en om een bouwveiligheidsplan op te stellen. Die coördinator heeft taken voor de directe omgeving van het bouwterrein en toeziet erop dat maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld bij het verhinderen van tramverkeer op een trambaan tijdens hijsactiviteiten.
De directe omgeving van het bouwterrein begint vanaf het hek van de bouwplaats. Waar de directe omgeving eindigt, hangt af van de locatie en de aanwezigheid van bebouwing en mensen in de omgeving. Een basisschool kan bijvoorbeeld dicht bij een bouwterrein liggen, maar buiten de veiligheidsafstand; dan zijn veiligheidsmaatregelen nodig. De veiligheidscoördinator directe omgeving heeft geen publiekrechtelijke bevoegdheden zoals de gemeente, maar kan, bij niet-naleving, advies geven tot stillegging. De V&G-coördinator ziet in de bouwfase toe op de veiligheid en gezondheid op de bouwplaats en kan in de ontwerpfase al een rol hebben. In de bouwfase kan een veiligheidscoördinator directe omgeving wel verplicht zijn. Het is van belang dat de V&G-coördinator de zaken uit de ontwerpfase goed overdraagt aan de veiligheidscoördinator directe omgeving.
Tot de aanbesteding is de V&G-coördinator verantwoordelijk voor het bijhouden van de risicobeoordeling en het bouwveiligheidsplan; daarna neemt de veiligheidscoördinator directe omgeving het stokje over. In het bouwveiligheidsplan moeten maatregelen staan voor het waarborgen van de veiligheid en bescherming van de gezondheid in de directe omgeving van het bouwterrein (zoals veiligheid van derden, geluidhinder, trillingen en stofhinder). Het kan zijn dat er afspraken nodig zijn met andere partijen over te nemen maatregelen. Het opnemen van maatregelen in het bouwveiligheidsplan zorgt namelijk niet voor een contractuele binding tussen opdrachtgever en derden, daarom is het van belang dat het bouwveiligheidsplan schriftelijke afspraken bevat. Het bouwveiligheidsplan moet actueel blijven en zo nodig worden geactualiseerd, afhankelijk van logistiek, inrichting van de bouwplaats, bouwmaterialen en uitvoering.

Het bevoegd gezag kan in individuele gevallen met een maatwerkvoorschrift afwijken van de regels. Artikel 7.5 van het Bbl regelt dat. Stel bijvoorbeeld dat de risicomatrix niet verplicht om een bouwveiligheidsplan op te stellen of een veiligheidscoördinator voor de directe omgeving aan te stellen, dan kan het bevoegd gezag dit alsnog verplichten met een maatwerkvoorschrift. Een goede afstemming tussen ontwerpfase en uitvoeringsfase en duidelijke verantwoordelijkheden voorkomt vertragingen en verhoogt de veiligheid onmiskenbaar.
Praktische handvatten voor schilderwerken
- Integreer preventieprincipes al in de ontwerpfase om latere risico’s te voorkomen.
- Wijs een ontwerpfase-coördinator en een uitvoeringsfase-coördinator toe voor duidelijke verantwoordelijkheden.
- Vul tijdig de risicomatrix in en actualiseer deze voor aanvang van bouwactiviteiten.
- Stel een volledig en actueel bouwveiligheidsplan op met duidelijke maatregelen in de directe omgeving.
- Zorg voor goede overdracht van informatie tussen V&G-coördinator en veiligheidscoördinator directe omgeving.
Modellen en tools
Voor gemeenten is er een handige veiligheidsplan softwaretool die organisaties kunnen gebruiken om een veiligheidsplan voor hun projecten te maken en in te dienen. Het is verstandig om reeds in de ontwerpfase na te denken over de risico’s in de directe omgeving en hoe deze risico’s in het ontwerp te beperken. De bouwplaats en directe omgeving vragen aandacht voor milieu- en veiligheidsaspecten zoals geluid, trillingen en stof.
tags: #vgp #veiligheid #en #gezondheidsplan #schilderwerken