Deze informatie is bedoeld om uw onderzoek te ondersteunen. Hoewel we ernaar streven de informatie zo eenvoudig mogelijk te houden, realiseren we ons dat de aard ervan enige studie of historisch inzicht vereist.
Vlissingen: Ontstaan en Stedelijke Groei
Vlissingen, ontstaan in de 12e eeuw op een kreekrug aan de monding van een kreek, verbond een landinwaarts gelegen nederzetting (Oud-Vlissingen) met de Schelde. Deze kreek verbond een reeds in 1235 genoemde kerk met de Schelde.
Ten oosten van deze kreek ontwikkelde zich de nederzetting Nieuw-Vlissingen bij een aldaar nieuw gestichte kerk. In 1294 kwam dat dorp in bezit van graaf Floris V. Vervolgens liet graaf Willem III tussen 1304 en 1308 een langgerekte haven graven die de nederzetting in tweeën deelde. De bijbehorende spuikom met getijdenmolen (Spuistraat) diende voor het ‘doorspoelen’ van de haven.
Tot het begin van de 15e eeuw ontwikkelde de stad zich als handels- en visserplaats aan weerszijden van de haven. In 1443 vond een uitleg aan de zuidoostzijde plaats met de aanleg van de Engelse Haven (de huidige Vissershaven).

Verdedigingswerken en Stadsuitbreidingen
De eerste omwalling, die in 1489 tot stand kwam in opdracht van hertog Philips de Schone, is nog herkenbaar in het beloop van de Walstraat. Maximiliaan van Bourgondië had een belangrijk aandeel in de uitbreiding van de stad rond het midden van de 16e eeuw. In 1548 verrees aan de westzijde van de haveningang een groot stenen bolwerk.
In 1572, toen de stad de zijde koos van prins Willem van Oranje, werd de stad planmatig uitgebreid met een rechthoekig stratenstelsel (Palingstraat e.o.). Tussen deze stadsuitbreiding en de oude stadsomwalling werd de Nieuwe Haven of Pottekaai gegraven (tussen Wilhelmina- en Hendrikstraat; gedempt 1909). Ook het gebied ten zuiden van de Vissershaven werd bij de stad getrokken en daar verrees in 1581 het Prinsenhof (afgebrand 1749).
Begin 17e eeuw werd in opdracht van prins Maurits een grote nieuwe vestinggordel met acht bastions rond de stad gelegd. De nieuw gegraven Dokhaven of Oosterhaven viel binnen deze omwalling. Hier ontstonden stadstimmerwerven en touwslagerijen.
Het door de vesting omsloten stedelijk gebied bood tot het midden van de 19e eeuw aan de bewoners van Vlissingen voldoende ruimte.
Schade en Wederopbouw
Het westelijke stadsgedeelte achter de huidige Boulevard De Ruyter liep veel schade op door beschietingen van de Engelsen in 1809. Daarbij ging het van 1594 daterende maniëristische stadhuis verloren. Tijdens de Franse annexatie nam men in 1810-'12 de herbouw van de stad ter hand en werden de ontstane gaten in de bebouwing opgevuld met militaire bebouwing.
Na de opheffing van de vestingstatus van Vlissingen in 1867 brak een nieuwe periode van groei en bedrijvigheid aan, vooral aan de oostzijde van de stad. Van belang hierbij waren de aanleg van het Kanaal door Walcheren (1867-'73) en de spoorlijn Roosendaal-Vlissingen (1873).
Aan de Dokhaven ten noorden van de binnenstad vestigden zich in 1875 de Stoomvaartmaatschappij Zeeland en de scheepswerf De Schelde op het terrein van de voormalige marinewerf (1816-'67). In dezelfde tijd kwamen aan de oostzijde van de stad twee binnenhavens tot stand en in 1926-'31 een buitenhaven.

Vlissingen als Badplaats en de Impact van Oorlogen
Aan de westzijde ontwikkelde Vlissingen zich tot badplaats. Behalve een tramverbinding met Middelburg en met Domburg kreeg de stad een brede weg naar de duinen (Badhuisstraat). Op de bestaande zeedijken, waartegen strandvorming had plaatsgevonden, werden boulevards aangelegd (Boulevard De Ruyter, Boulevard Bankert en Boulevard Evertsen).
Ter hoogte van het badstrand verrezen op de duinen het Badhotel (1878) en het Grand Hotel des Bains (1886; in brand geschoten 1944).
De boulevards waren nog geen doorlopend geheel. Voor de groeiende bevolking werden nieuwe woningen gebouwd, onder andere ter plaatse van de voormalige Prinsentuin bij de Willem III-kazerne en op de rond 1890 geslechte vestingwallen.
Na de Watersnood van 1906 dempte men in 1909 drie havens; de Koopmanshaven veranderde in het Bellamypark en ter plaatse van de Achterhaven en de Nieuwe Haven ontstond bebouwing. Achter de Boulevard Evertsen kwam in 1906 een villapark tot stand met een bochtig stratenpatroon en veel groen.
Vlissingen werd in 1942 onderdeel van de Atlantikwall, met - inmiddels verdwenen - batterijen aan de zeezijde en aan de landzijde het nog grotendeels intact zijnde Landfront Vlissingen. In 1944 werd Vlissingen zwaar gebombardeerd.
In de getroffen delen van de binnenstad vond wederopbouw plaats met een nieuwe stedenbouwkundige structuur, volgens een plan uit 1949. Vanaf de jaren zestig zijn aan de noordzijde diverse woonwijken ontstaan en zijn bestaande woonwijken gesaneerd.
In 1986 viel het belangrijke Van Dishoekhuis (1733), dat van 1818 tot 1965 als stadhuis diende, onder de slopershamer. De havenactiviteit verplaatste zich verder naar het oosten. De Vissershaven is sinds 1989 als jachthaven in gebruik en langs de Boulevard Bankert heeft men een boulevardbebouwing gerealiseerd met forse appartemententorens.
Documentaire Vlissingen bevrijd november 1944 - Liberation of Flushing 1944 - Operation Infatuate.
Architectonisch Erfgoed: Kerken en Gebouwen
(Herv.) Jacobskerk
De (Herv.) Jacobskerk (bij Oude Markt 2), oorspronkelijk gewijd aan O.L. Vrouwe en St. Nicolaas, is een forse laat-gotische, driebeukige kruiskerk met een driezijdig gesloten koor en recht gesloten zijkapellen. De ingebouwde toren van twee geledingen is voorzien van steunberen, een ronde traptoren en een achtkantige houten bekroning.
De toren dateert uit de eerste helft van de 14e eeuw met inwendig een stenen gewelf. In de 15e eeuw begon de vernieuwing en vergroting van de kerk met de bouw van het huidige transept en de twee zijkapellen bij het koor. In 1501 werd de toren verhoogd met een geleding, gedeeltelijk voorzien van steunberen met opvallende speklaagversieringen.
Daarna volgde de ombouw van het schip tot een hallenkerk met een iets hogere middenbeuk (zonder lichtbeuk). De zijbeuken kregen aan de buitenzijden elk vijf overwelfde kapellen, waarvan er één aan de noordzijde is gedateerd ‘1558’. De ingang met geprofileerde zandstenen omlijsting aan de zuidzijde van het koor werd in 1585 gemaakt.
Na 1572 heeft men de kerk ingericht voor de protestantse eredienst. Het noordtransept, dat reeds als Waalse kerk in gebruik was, werd in 1628 met een muur afgescheiden van de rest van de kerk en voor de Engelse diensten ter beschikking gesteld. Deze situatie bleef zo tot een brand in 1911, waarbij kerk en toren zwaar beschadigd raakten.
Onder leiding van J.F.L. Frowein en nadien A. Mulder heeft men de kerk in oude vorm herbouwd. De venstertraceringen en de gotische ingangspartij in de rechter westgevel hebben toen de huidige vorm gekregen. De toren werd door gemeentearchitect W.A. gereconstrueerde torenspits voorzien. De schade aan de kerk uit de Tweede Wereldoorlog is in 1954 hersteld. Een algehele restauratie van kerk en toren onder leiding van J.D.
Het kerkinterieur wordt gedekt door houten tongewelven, de zijbeukkapellen hebben stenen kruisgewelven. De profileringen, tudorbogen en koolbladkapitelen zijn uitgevoerd in de vormen van de Brabantse gotiek. Opvallend zijn de in doorsnee klaverbladvormige vieringpijlers, waarvan verschillende halve zuilschachten eindigen met een kapiteel, waar niets op steunt.
Na de brand van 1911 zijn slechts twintig grafzerken (willekeurig) teruggeplaatst, zoals de gotische zerk van Jonge Jan Humans († 1508) en die van de familie Lampsins (circa 1615). Bij de brand zwaar beschadigd is het epitaaf voor Johannes Lambrechtsz Coolen († 1619), burgemeester van Vlissingen. Verder bevat de kerk het in wit en zwart marmer uitgevoerde grafmonument in Lodewijk XVI-stijl voor Daniël Octavus Barwell († 1799), gebeeldhouwd door Johannes Camhout en voorzien van een portretmedaillon en een reliëf met het vergaan van het schip ‘Woestduyn’, waarbij Barwell was omgekomen.
Aan de zijde van de Branderijstraat - ter hoogte van het rond 1954 gebouwde kerkkantoor - is in de kerkhofmuur een classicistisch zandstenen poortje (1654) opgenomen.
Luth. kerk
De Luth. kerk (Walstraat 23) is een eenvoudig zaalgebouw met gepleisterde lijstgevel, boogvensters en ingangspartij met hardstenen omlijsting, gebouwd in 1735 en vergroot in 1778 (gevelsteen). Tot de inventaris behoren een preekstoel in Lodewijk XIV-stijl (1735), een houten lezenaar met zwaan en een koperen lezenaar (1656).
R.K. O.L. Vrouwe Rozenkranskerk
De R.K. O.L. Vrouwe Rozenkranskerk (bij Singel 106), een driebeukige neoromaanse kruisbasiliek met halfronde apsis, kwam in 1910-'11 tot stand naar ontwerp van A.A.J. Margry. Door geldgebrek heeft men de geplande westpartij met twee torens niet uitgevoerd. De kerk werd in 1938 vergroot naar plannen van J. van Velsen. Oorlogsschade is in 1945 hersteld. Bij de wijziging van het interieur in 1965 is de hoofdingang veranderd.
Overige Kerken
De oude Geref. kerk ‘Eben Haëzer’ (Kasteelstraat 109) is een zaalkerk uit 1910. In 1929 in gebruik genomen is de (Geref.) Petruskerk (Paul Krugerstraat 7), uitgevoerd in zakelijk-expressionistische stijl op een Y-vormig grondplan. De blokvormige kerk van het Apostolisch Genootschap (Singel 190-192) dateert uit circa 1930 en vertoont expressionistische details. In 1948 tot stand gekomen is de Doopsgez.
Gevangentoren
De Gevangentoren (Boulevard De Ruyter 1) is een forse ronde toren met afwisselend lagen baksteen en natuursteen. Het is de overgebleven helft van de rond 1540 gebouwde Westpoort, die bestond uit twee ronde torens. Vanaf de 17e eeuw diende de toren als stedelijke gevangenis.
Beschadigd bij de beschieting van de stad in 1809, bleef na de gedeeltelijke sloop in 1811 een verlaagde toren over, gedekt door een bomvrij koepelgewelf. Bij een restauratie in 1894, onder leiding van J.A. Frederiks, kreeg de toren kantelen en bij de middenverdieping een straalgewelf naar voorbeeld van het keldergewelf. Tweede Wereldoorlog raakte de toren zwaar beschadigd. Vanwege de dijkverhoging tot Deltahoogte heeft men ook de toren rond 1960 verhoogd en voorzien van een op basis van oude tekeningen ontworpen spits. De nieuwe ingang is toen een verdieping hoger aangebracht.

Verdedigingswerken en Arsenalen
Keizersbolwerk en Andere Fortificaties
Naar keizer Karel V genoemd is het in 1548 (eerste steen) aangelegde Keizersbolwerk aan de westzijde van de oude haveningang. Donato de Boni was betrokken bij de bouw van dit stenen bastion met hoge gemetselde facen en flanken, voorzien van geschutspoorten.
In de Franse tijd heeft men het bolwerk uitgebreid en voorzien van vijftien kazematten aan weerszijden van een gemetselde overwelfde doorgang, die aan de stadszijde een hardstenen poort heeft met de jaartalsteen ‘1811’. De bekledingsmuren heeft men in 1890-'91 verhoogd en voorzien van een borstwering. De borstwering van de rechterflank is in 1981 vernieuwd.
Andere belangrijke restanten van de 16e-eeuwse versterking zijn het rondeel, dat de ingang van de oude Haven scheidt van de Vissershaven, en het Oranjebastion met daarop de ‘Oranjemolen’. Van 1812 dateert de Oostbeer (Commandoweg ong.), een naar plannen van de Franse Genie gebouwde stenen beer met escarp en contrescarp.
Voormalige Beurs en Arsenalen
De voorm. beurs (Beursplein 11) is een tweelaags gebouw met hoog leien schilddak en zeszijdige dakruiter, gebouwd in 1635 als graanbeurs ter plaatse van een voorganger van 1540. De oorspronkelijk open beursgalerij werd in 1886 dichtgezet bij een verbouwing tot winkelpand. In 1928 werd naar plannen van A.A. Kok de bovenzijde ontpleisterd, voorzien van kruisvensters en gereconstrueerd naar de toestand van 1635; de onderbouw kreeg een moderne pui.
Het voorm. Oude Arsenaal (Arsenaalplein 8) uit 1777-1781 heeft een vernieuwde topgevel met vlechtingen en in de korte zijgevel bevindt zich een omlijste 18e-eeuwse poort, waarvan de sluitsteen het provinciewapen toont. In 1823 werd het forse gebouw ingericht als opslagruimte voor het garnizoen. Bij een renovatie in 1987 zijn er wooneenheden in ondergebracht.
Bij de Vissershaven staat het voorm. Nieuwe Arsenaal (bij Arsenaalplein 9) uit 1823. Het is een robuust tweelaags gebouw met reeksen diepliggende kleine vensters en een kapconstructie met Philibertspanten. Na een restauratie heeft men het gebouw in 1993 in gebruik genomen als maritiem informatie-centrum.
Voormalig Gasthuis en Kazerne
Het voorm. gasthuis (Hellebardierstraat 2), thans gemeentearchief, is een van oorsprong 17e-eeuws complex met aan de straatzijde vroeg-19e-eeuwse gepleisterde lijstgevels. Daartussen staat een classicistische zandstenen poort uit 1661, voorzien van een gebroken fronton met het wapen van Vlissingen en daarboven een later aangebrachte vrouwenfiguur.
De voorm. artilleriekazerne ‘Koning Willem III’ (Oranjestraat 8) is een wit gepleisterd neoclassicistisch gebouw uit 1849 (memoriesteen achtergevel), ontworpen door gemeentearchitect W. de Kruyff. Het langgerekte gebouw heeft een vooruitstekend middenpaviljoen met een gebosseerd gepleisterde onderbouw.
De voorm. brandweerkazerne (Van Dishoeckstraat 131) bestaat uit een langgerekt garagedeel geflankeerd door een dienstwoning en een kantoorgebouw met slangentoren.
Moderne Architectuur en Stedelijke Vernieuwing
Stadhuis en Onderwijsgebouwen
Het stadhuis (Stadhuisplein 2) werd gebouwd in 1961-'64 naar een ontwerp van D. Roosenburg uit 1946. Het bestaat uit een L-vormig representatief gedeelte aan het plein en een U-vormig drielaags kantoorgedeelte om een binnenplaats. Terzijde staat een achtzijdige toren met klokkenstoel. Het betonskelet van het gebouw is opgevuld met bakstenen geveldelen en stalen ramen. De voorgevel toont een door J. Scholen.
De voorm. R.K. schoolgebouw uit 1907 met neorenaissance- en jugendstil-details. De voorm. Rijks Hogere Burger School (Brouwenaarstraat 2), nu Theo van Doesburgcentrum, kwam in 1922-'25 tot stand in zakelijk-expressionistische stijl naar ontwerp van W.K.H. Helwig en onder supervisie van rijksbouwmeester W.A.J. Vrijman. Het E-vormige gebouw in gele baksteen heeft een drielaags middendeel en tweelaags zijvleugels, alle met platte daken.
In 1949 gebouwd naar ontwerp van A. Rothuizen en P.J. 't Hooft is de De Ruyterschool (Boulevard Bankert 154), voorheen zeevaartschool en thans onderdeel van het maritiem instituut De Ruyter. Dit wit geschilderde schoolgebouw heeft een ronde toren met uitkijkplateau en tegen de gevel een gedenkplaquette uit 1938 (herplaatst 1953) met het portret van beschermheer prins Hendrik.
Cornelia Quack's Hofje
Het Cornelia Quack's Hofje (Zeemanserve 24-64) is een enigszins verhoogd gelegen, carré-vormig complex met binnenplaats. Het werd in 1643 gebouwd op initiatief van het stadsbestuur met 24 woningen voor behoeftige weduwen en wezen van zeelieden en vissers. Cornelia Quack financierde de bouw. Boven de toegangspoort bevindt zich een memoriesteen tussen cartouches met d...
Het Verdwenen Stadhuis en het Bellamypark
Het stadhuis aan de Grote Markt werd ook wel het mooiste gebouw van Zeeland genoemd en was gebouwd naar het voorbeeld van het beroemde stadhuis in Antwerpen. Het genoot faam tot ver over de landsgrenzen en was in de zeventiende en achttiende eeuw een toeristische trekpleister van formaat. Met zijn zes verdiepingen torende het hoog boven de stad uit en was het al van verre te zien. Op de toren prijkte een zonnewijzer, terwijl de gevels rijk waren versierd met beelden en sierlijke ornamenten.
In augustus 1809 werd het volledig verwoest tijdens het tweedaagse Britse bombardement, onderdeel van de Walcherenexpeditie. In 1883 verrees op de ruïnes de Grote Marktschool. Maar ook dit gebouw hield geen stand: het werd vernietigd tijdens de tientallen bombardementen op Vlissingen in de Tweede Wereldoorlog. In 1944 werd op dezelfde plek de school gebouwd die er vandaag de dag nog staat.

Gevelstenen en Ornamentiek
In de gevels van stenen huizen werden vaak ‘tekenen van onderscheid’ aangebracht, zoals gevelstenen. Vaak zijn deze ornamenten van hardsteen vervaardigd en in de voorgevel ingemetseld. Van de zestiende tot ver in de achttiende eeuw vervulden ze een nuttige functie.
Middeleeuwse gevels onderscheiden zich vooral van elkaar door hun ornamentiek. Een mooi voorbeeld van een - heel zeldzame - laatmiddeleeuwse houten gevel is het huis Sint Pieter in Middelburg (van circa 1450). Het is slechts een loze gevel, die in 1888 van de Lange Delft werd overgebracht naar een zijmuur van het toenmalige museum in de Wagenaarstraat. De Heilige Petrus, naar wie het huis was genoemd, is als beeldje in de voorgevel aangebracht.
Het 'Versteningsproces' en de Evolutie van Gevelstenen
In de periode tussen ongeveer 1450 en 1650 voltrok zich in de Nederlandse steden een ‘versteningsproces’. De meeste houten huizen verdwenen uit het straatbeeld. De stadsbestuurders bepaalden dat houten huizen niet meer gebouwd mochten worden vanwege het gevaar van brand. In de volgepakte middeleeuwse steden met hun smalle straten brak namelijk heel gemakkelijk brand uit.
Aanvankelijk waren de gevelstenen vierkant van vorm, maar sinds de zeventiende eeuw ging men ook meer rechthoekige stenen maken. Ze werden bovendien meer en meer versierd en soms van uitgebreide opschriften voorzien.
Er zijn heel wat varianten te onderscheiden. De huisnaam is er bijvoorbeeld in verbeeld of het beroep van de eigenaar. Tevens zijn er gevelstenen met Bijbelse voorstellingen en opschriften. Zoals bijvoorbeeld de steen in het huis Rijfelstraat 1 te Goes, met het opschrift: ‘Dit hvis is God bekvaem, in de basteiae is sin naem’. Daaronder bevindt zich een gehelmde figuur in Romeins uniform met een pijl en boog in de handen.
In Middelburg zijn in 1980 alle gevelstenen geïnventariseerd. Er blijken zich in de binnenstad meer dan tweehonderd stenen te bevinden. Sommige gevels laten zich lezen als een prentenboek.
Voorbeelden van Gevelstenen in Zeeland
Wat te denken van het huis Dam 71 te Middelburg? Deze gevel toont de wapens van Zeeland en Vlissingen (waar de eigenaar vandaan kwam). Op de fraai versierde gevelsteen staat een haan afgebeeld met de huisnaam ‘In den Yngelsche krayer’. Nu is een kraaier niet alleen een haan, maar ook een scheepstype waarmee in de zeventiende eeuw op de Oostzee gevaren werd. Een latere eigenaar voegde daar nog drie gevelstenen aan toe met de inscriptie ‘met christo ryck in als 1638’. Dus ‘met Christus rijk in alles’, waarin tevens de familienaam Ryckhals verborgen zit.
Er zijn in Zeeland, voor wie goed kijkt, nog heel wat bijzondere gevelstenen terug te vinden. Bijvoorbeeld in Zierikzee de afbeelding in reliëf van gereedschappen voor een wijnkoper in het pand Havenplein 24. In de achttiende eeuw woonde daar een koopman in wijn. Of de mooi gedecoreerde gevel van het pand Havenpark 2, eveneens in Zierikzee. Hierop is een witte zwaan zwemmend tussen riet en lisdodden afgebeeld.

Soms zijn de originele panden verdwenen, maar houdt een bewaard gebleven gevelsteen de herinnering daaraan levend. Dat is bijvoorbeeld het geval in Vlissingen, waar een weeshuis stond op de hoek van de huidige Coosje Buskenstraat en Badhuisstraat. In 1795 kreeg dit gebouw de bestemming van kazerne en in 1884 werd het afgebroken.
Gevelstenen bevinden zich niet alleen in oude panden, zoals hiervoor al is gebleken. Het Wooldhuis, dat de afsluiting van de bebouwing van Boulevard Evertsen in Vlissingen vormt, heeft een bijzondere gevelsteen uit 1931. Afgebeeld zijn de naam van het huis, bomen (‘woold’- wood), golven en een tekst die vermeldt dat H.
Ornamenten op Kerken
Niet alleen wereldlijke gebouwen zijn voorzien van ornamenten. Kerken kennen eveneens nogal wat uitwendige versierselen. Een voorbeeld hiervan is de Oostkerk in Middelburg. Guirlandes van bloemen en vruchten, maar ook van botten en doodshoofden, verlevendigen het gevelbeeld. Boven de rijk versierde ingangspartij van de Oostkerk is een geraamte afgebeeld.
Het zeventiende-eeuwse kerkje van Sint Philipsland heeft zelfs een hele rebus boven de ingang. Behalve het jaartal 1668 lezen we: HT. Dit is de afkorting van ‘Hoc Templum’, dat wil zeggen ‘dit is de kerk’. Daaronder vinden we twee gekruiste botten en een doodshoofd. Dit is duidelijk - net als bij de Middelburgse Oostkerk -, een zogenoemd ‘memento mori’: gedenk te sterven. Links staan de initialen WB met een balletje erboven, wat herinnert aan Willem Bal uit Bruinisse, een van de aannemers van de kerk. Tenslotte staan aan de rechterzijde de letters IL en een huismerk.
Documentaire Vlissingen bevrijd november 1944 - Liberation of Flushing 1944 - Operation Infatuate.
tags: #vlissingen #oude #gevels #scheldestraat