Eraan toekomen is juist. Toe maakt deel uit van het werkwoord toekomen. Aan vormt een geheel met er. Als je eraan toekomen in een zin gebruikt, schrijf je er vast aan het voorzetsel aan als dat er vlak achter staat. Als er nog een voorzetsel in de zin voorkomt, ga dan na of dat bij het werkwoord in de zin hoort. Dat is bijvoorbeeld het geval in Ik sluit me erbij aan. Aan blijft los staan van erbij, want het is aansluiten bij iets.
Als het andere voorzetsel niet bij het werkwoord hoort, komt het ook aan er en het eerste voorzetsel vast. Hieronder staat een stap-voor-stapbeschrijving van de regels. 1. De bijwoorden er, daar, hier en waar schrijf je meestal vast aan het voorzetsel dat erachter staat (zie punt 3 voor uitzonderingen). Die combinatie van er + voorzetsel verwijst dan naar iets in de zin of de context. ‘Er/daar/hier/waar + voorzetsel’ betekent iets als ‘voorzetsel + dat/dit/wat’.
- Ella kijkt naar de optocht. Naar wat kijkt Ella? Maurice leert van zijn fouten. Van deze fouten zal hij wel leren. Zijn collega’s keken wel op van die rare stropdas. Ik heb je gewaarschuwd voor de harde tegenwind. Het voorzetsel maakt in deze zinnen geen deel uit van het werkwoord. Het hoort ook niet bij een ander deel van de zin. Zo’n combinatie van er/hier/daar/waar, een voorzetsel en een werkwoord heeft in vrij veel gevallen een vaste, figuurlijke betekenis. Na er/hier/daar/waar kan in plaats van een voorzetsel ook een bijwoord staan. Het gaat om de bijwoorden af, heen, mee, toe en vandaan: eraf slaan, daarheen gaan, hiermee worstelen, ertoe doen, waarvandaan.
- Soms hoort het voorzetsel niet bij het werkwoord, maar wél bij een ander deel van de zin dat direct achter het voorzetsel staat. Ook dan mag je het voorzetsel niet aan er, daar, hier en waar vast schrijven. Hoe ziet het er bij jou op het werk uit? Ik moet daar voor mezelf nog goed over nadenken.
- Als een voorzetsel onderdeel is van een werkwoord, mag je het niet aan er of een ander voorzetsel vast schrijven. erbij optellen: Ik tel de reiskosten erbij op. ervan uitgaan: Ik ga ervan uit dat je zelf handdoeken meeneemt. ervoor doorgaan: De buurvrouw heeft een trui gebreid, of in elk geval iets wat ervoor doorgaat. Om zulke combinaties te analyseren, moet je bekijken om welk werkwoord het in de zin gaat. Er ingaan (Van Dale): ergens naar binnen gaan - Ik zag hem het huis ingaan. erin gaan (Onze Taal): in = voorzetsel (of achterzetsel), gaan = werkwoord - Ik zag hem het huis in gaan. Ik zag hem erin gaan. Tot slot zijn er ook voorzetselcombinaties die samen een eenheid vormen (vanuit, vanaf, naartoe), of die gecombineerd met er een vaste betekenis hebben gekregen (ervandoor, eropuit).
- 3. Het bijwoord er kan ook een andere functie in de zin hebben. Wat zit er achter zijn gedrag? Wat komt er achter die wand? Momenteel zijn er van ons zessen drie collega’s met vakantie. Ik wist niet dat de wedstrijd al begonnen was - wie staat er voor? Maar ook de voornaamwoordelijke bijwoorden ervan, hierdoor, erover, waartussen e.d. kunnen gescheiden in de zin staan: erbij, van erbij kunnen, staat bijvoorbeeld apart in ‘Ik kan er niet bij.’
Als het in een zin mogelijk is om het er-woord bij elkaar te houden maar er kan óók iets tussen staan, kies dan wat het natuurlijkst klinkt. Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Hieronder staan veelvoorkomende combinaties met er. Ze staan gealfabetiseerd op er- (van eraan tot en met ervoor dus). Er staan telkens voorbeelden bij, vaak ook met hier, daar en waar. Zit die ene combinatie er nu net niet bij?
Veelvoorkomende combinaties met er
- eraan beginnen: Ik weet niet hoe ik eraan moet beginnen. Hoe wil je daaraan beginnen?
- eraan bijdragen: Wat draag jij eraan bij? Hieraan draag ik graag bij. Daaraan bijdragen is mijn liefste wens.
- eraan deelnemen: Als je eraan deelneemt, moet je ook doorzetten. Mijn diepste wens is hieraan deel te nemen. Daaraan heeft hij graag deelgenomen.
- eraan denken: Denk eraan dat jij moet afsluiten. Hieraan heb ik nog niet gedacht. Ik verwacht dat je daaraan denkt.
- eraan doen: Wat doen we eraan? Wat gaan we hieraan doen? Ik vrees dat daaraan weinig te doen valt.
- eraan gaan: We gaan eraan!
- eraan hebben: Wat heb ik eraan? Hieraan heb ik veel gehad. Wat heb je daaraan?
- eraan houden: Ik houd je eraan!
- eraan komen: Wat een leuke lamp - hoe kom je eraan? De trein komt eraan! De vakantie komt eraan!
- eraan naaien: Kun jij die knoop eraan naaien?
- eraan meebetalen: Ik hoop dat je er ook aan meebetaalt. Daaraan betaal ik graag mee.
- eraan meedoen: Heb jij er ook aan meegedaan? Daaraan zou ik graag meedoen.
- eraan meewerken: Werkte ze eraan mee? Hieraan werk ik niet mee. Daaraan meewerken is geen moeite.
- eraan onderdoor gaan: Ze is er bijna aan onderdoor gegaan. Hier wil ik niet aan onderdoor gaan.
- eraan overhouden: Ik heb er niets aan overgehouden. Hij wist heus wel wat hij hieraan overhield.
- eraan toegeven: Geef jezelf toestemming eraan toe te geven.
- eraan toekomen: Sorry, ik ben er niet aan toegekomen. Denk je dat we daar nog aan toe zullen komen? Hieraan ben ik nog niet toegekomen.
- eraan toevoegen: Voeg er twee eetlepels water aan toe. Wat wil je hieraan toevoegen?
- eraan toe zijn: Ik hoorde dat hij er niet best aan toe is. eraan tornen: Probeer er maar niet aan te tornen. Hieraan valt niet te tornen.
- eraan trekken: Daar hangt een touw; trek eraan!
- eraan twijfelen: Ik twijfel eraan of ik mee moet gaan. Hieraan zul je toch niet twijfelen?
- eraan vastzitten: Je hebt geen idee wat eraan vastzit. Hopelijk beseft hij dat hij hieraan vastzit.
- eraan verslaafd zijn: Chips, daaraan ben ik echt verslaafd. eraan wennen: Jozef kon er niet aan wennen dat zijn zoon slimmer was dan hij.
- eraan werken: Ik kan niet zo goed speechen, maar ik werk eraan. Ik hoor dat jij hieraan werkt.
- eraan zitten: Het is met puistjes het best als je er niet aan zit.
- erachter: Wat is het idee erachter?
- erachteraan: Waar wacht je nog op: erachteraan!
- erachteraan gaan: Ga er meteen achteraan! erachteraan lopen: Hij liep er meteen achteraan. erachteraan rennen: Ze rende erachteraan. erachteraan zitten: Je ziet toch dat ik erachteraan zit? Wie zat daarachteraan?
- erachter komen: Hoe ben je erachter gekomen? Hoe komt u erachter welk abonnement bij u past?
- erachter staan: Kun je erachter staan?
- erbij aansluiten: Hierbij sluit ik me graag aan.
- erbij doen: Wil jij de mosterd erbij doen?
- erbij halen: Er werd van alles bij gehaald. erbij horen: Weet je zeker dat dit erbij hoort?
- erbijders: Hierbij hoort die bruine riem.
- erbij inschieten: Het sporten schoot erbij in, net als het gezonder eten. erbij komen: Kom je erbij? Ik snap niet hoe je daarbij komt.
- erbij komen kijken: Jij begrijpt niet wat erbij komt kijken. erbij komen zitten: Mag ik erbij komen zitten?
- erbij kunnen: Ik dacht dat ik er makkelijk bij kon. het erbij laten: Ik wilde het maar erbij laten. erbij liggen: Hoe ligt het veld erbij? erbij lopen: Ik vind dat hij er nogal onverzorgd bijloopt. erbij mogen: Pardon, mag ik erbij?
- erbij neerleggen: Ik heb me erbij neergelegd. erbij schrijven: Heb je er iets bij geschreven? erbij zetten: Ik heb het erbij gezet. erbij zijn: We zijn erbij! Het voelt alsof ik er zelf bij geweest ben. erbij zitten: Je zit erbij alsof je doodop bent.
- Komen jullie er even bij zitten?: Het wachten ging duidelijk nog een tijdje duren, dus ik ging er maar bij zitten. Ik hoop dat ik er later warmpjes bij zit.
- erbovenop komen: Ze is heel ziek geweest, maar gelukkig is ze er weer bovenop gekomen. erbovenuit horen: De vuvuzela hoor je er steeds bovenuit. erboven uittorenen: In heel Dubai zie je de Burj Khalifa erboven uittorenen.
Erdoor geraakt worden, erdoorheen gaan, erdoorheen lopen, erdoorheen prikken, erdoorheen schieten, erdoorheen komen, erdoor misleid worden, erdoor ontstaan, erdoor willen: dit zijn voorbeelden van bewegingen door, doorheen en door een ruimte, kwaliteit of situatie. Erheen: Waarheen? Hierheen? Erheen gaan: De dominee wilde niet hebben dat zij erheen gingen. Erheen lopen: Onze stationsfietsen zijn gestolen, dus nu moeten we erheen lopen. Erin blijven: Wilhelmina Vooruit dreigde te degraderen uit de hoofdklasse, maar de ploeg is erin gebleven. Erin duiken: Heb jij het al uitgezocht of zal ik erin duiken?
De tekst illustreert hoe de combinatie van er, vaste bijwoorden en voorzetsels als functionele bouwstenen in zinnen functioneert en hoe je selecteert welke delen vast aan elkaar geschreven worden en welke los blijven staan. Deze regels helpen bij het correct analyseren en produceren van zinnen met er + voorzetsel in uiteenlopende betekenissen en contexten.

The use of ER and preposition in Dutch - Er + prepositie - Learn intermediate advanced Dutch
| Type combinatie | Voorbeeld | Notitie |
|---|---|---|
| Er + voorzetsel vast | ernaast, eraan | vast aan het voorzetsel bij werkwoord |
| Werkwoord met zelfstandig voorzetsel | erbij horen | er niet vast schrijven |
| Bijwoordfunctie | erachter staan | kan ook zelfstandig voorkomen |