In dit artikel worden de bouwkundige aansluitingen van kozijnen aan het bouwkundig kader uitgebreid belicht, met speciale aandacht voor rockwool isolatie en de Voorzetting van de detailleringen volgens BRL 0801 en de relevante katernummers. Basis uitgangspunten blijven de traditionele kozijnaansluitingen op een stenen binnenblad met isolatie in de spouw, en de verantwoordelijkheden van de timmerfabrikant in concept III en IV voor ontwerp en montage.
Algemeen en toepassingsklassen
11.1 Algemeen: In dit katern is omschreven op welke wijze aansluitingen van kozijnen aan het bouwkundig kader dienen te worden uitgevoerd. Voor bouwkundige aansluitingen geldt dat geen capillaire naden mogen voorkomen. 11.2 Toepassingsklassen: De toepassingsklassen voor houten gevelelementen geven de mate van blootstelling/belasting van het buitenklimaat aan en hogere eisen worden gesteld bij hoge blootstelling. Een vrije ruimte onder de neus van de onderdorpel is noodzakelijk voor onderhoud en afschilderen.
Onderdorpels, beglazing en bergingskozijnen
Vanaf 50 mm boven het watergedragen vlak mogen onderdorpels in hout uit duurzaamheidsklasse 1 en 2 worden toegepast, evenals bepaalde houtsoorten zoals Oregon Pine en Sapeli. Voor bergingskozijnen kan een metalen onderdorpel worden bevestigd aan de onderzijde van de stijlen. De waterslag of dorpelneus kan scheluw zijn met een afschuining van minimaal 10° of een verhoogde neus, met een tolerantie van maximaal 0,5% van de kleinste afmeting waar nodig.

Plaatsing in de bouw en aansluitmaterialen
11.4.2 Plaatsing in de bouw: Eisen en verantwoordelijkheden met betrekking tot aanlevering en plaatsing van kozijnen en toe te passen dichtingsmaterialen verwijzen naar katernen 40, 72, 73 en 81. In de bouwkundige aansluitingen mogen geen capillaire naden voorkomen. Voor het plaatsen van raamdorpelstenen dient rekening te worden gehouden met vrije ruimte onder de onderdorpel. Een vrije hoogte van 15 mm is noodzakelijk.
Inmetselkozijnen en prefab wanden
11.5.1 Inmetselkozijnen: Bij inmetselkozijnen worden spouwlatten toegepast als overgangselement tussen kozijn en bouwkundig kader. 11.5.2 Prefab betonnen wanden: Bij montage tegen prefab wanden worden net als bij inmetselkozijnen spouwlatten toegepast en de omkanten van de kozijnen dienen geprofileerd te worden.
Stelkozijnen en stelkozijn-aansluitingen
11.5.4 Stelkozijnen dienen als overgangselement tussen kozijn en bouwkundig kader. De belastingen op het kozijn moeten naar het bouwkundig kader worden overgebracht en de aansluiting moet aan elkaar zijn aangepast. Waterdichting en luchtdichting worden in één vlak geplaatst waar mogelijk.
Bevestiging en verankering
11.6 De plaats en bevestiging van het kozijn in/aan de gevel: Algemene principes staan in tekeningen 11.B1, 11.B2 en 11.B3. Spouwlatten worden luchtdicht aangesloten op het kozijnhout, met minimale afmetingen 27 x 44 mm en 38 mm dik voor verschillende binnenspouwbladen. De spouwlatten worden gelijmd en bevestigd met draadnagels of nieten (2 x de spouwlatdikte). Verankering gebeurt rondom met hoekankers die corrosiewerend dienen te zijn. Hoekankers moeten binnen de thermische spouwisolatie geplaatst worden, met h.o.h. afstand maximaal 700 mm. Voor schuifpuien geldt gewicht x 2 als richtlijn voor h.o.h.

Dichtingen, lucht en water
11.7 Luchtdichting en waterdichting: Luchtdicht moet de aansluiting tussen kozijn en bouwkundig kader zijn. De dichting moet ononderbroken in één vlak worden aangebracht en indien dit technisch niet mogelijk is, continu en verspringend worden geplaatst. 11.7.2 Waterdichting: Gebruik waterdichte/waterwerende lagen met dakpansgewijze overlapping. De bovenzijde van de spouwlat/stelkozijn en de bovendorpel dienen beschermd te worden tegen water. Waterwerende lagen overlappen minimaal 100 mm buiten het binnenblad en minimaal 20 mm omhoog. Bij waterslag onder de dorpel wordt extra waterdichte laag in de spouw opgenomen van minimaal 100 mm hoog en 5-10 mm afstand tot isolatie om vochtdoorslag te voorkomen. Voor gekoppelde kozijnen groter dan 15 m² dienen stijlen en dorpels aan het bouwkundig kader te worden bevestigd. Koppelingen moeten zodanig worden uitgevoerd dat onafhankelijke bewegingen mogelijk blijven.

Renovatie en regelgeving
11.9 Renovatie en regelgeving: Bij renovatie geldt een afwijkende regelgeving ten opzichte van nieuwbouw, met aandacht voor asbest bij sloopwerkzaamheden. Renovatie kan leiden tot verbeterde prestaties zoals inbraak- en brandwerendheid en warmtedoorgangscoëfficiënt. Deelvervanging valt niet onder dit katern. Voor sloop en renovatie is inventarisatie van asbest vereist alvorens kozijnen te verwijderen.
Montage kozijnen | DW Kozijnen
Technische details en maatvoering
11.6.3 Spouwlatten: minimale maat 27 x 44 mm voor montage tegen houten binnenspouwblad; minimale dikte 38 mm voor binnenspouwblad van andere materialen; opleggmaat 25 mm. Spouwlatten worden gelijmd en nagels/nieten toegepast met afstanden 300 mm en 200 mm. 11.6.4 Verankering: rondom met hoekankers; 11.6.5 Plaats van verankeringsmiddelen: hoekankers tegen bouwkundig kader, op exacte posities zoals voorgeschreven. Rekwerken naast/onder/boven kozijn dienen als één geheel bevestigd te worden. Zwaartepunt van het gevelelement (glaslijn) bepaalt aanpassingen in bevestiging.
Aansluitdetails en koppelingen
11.6.8 Bevestiging ankers tegen het bouwkundig kader: juiste bevestigingsmiddelen worden door de constructeur vastgesteld. Bij verticaal gekoppelde kozijnen moeten horizontale/verticale dilataties tussen 2,5 en 6,0 meter worden meegenomen; koppellatten worden ingelaten in een sponning en voorzien van duurzame waterdichting aan de buitenzijde en luchtdichting aan de binnenzijde. De verbinding tussen boven- en onderdorpel maakt gebruik van een wisselsponning met benodigde water- en luchtdichtingen. De afstand tussen waterkering en luchtdichting dient minimaal 15 mm te zijn.

Specifieke details rondom rockwool isolatie
Rockwool isolatie fungeert als essentieel onderdeel van de spouw/isolatieconcept bij de bouwkundige aansluitingen. De detaillering vereist dat luchtdicht en waterdicht wordt geconstrueerd rond de isolatielaag zonder capillaire opstijging. De aansluiting tussen spouwlatten, stelkozijnen en het bouwkundig kader moet luchtdicht blijven ondanks de uitzetting/crimping van hout en isolatiematerialen. Aansluitingen dienen zodanig te worden uitgevoerd dat water en vocht worden afgevoerd richting buitenzijde en de isolatie niet wordt aangetast.