Montagehandleiding dakgoot plaatsen stappenplan

Dakgoten hebben een centrale functie, omdat ze ervoor zorgen dat regenwater gericht en gecontroleerd van het dak wordt afgevoerd, waardoor de gevel, fundering en kelder effectief tegen vocht worden beschermd. Weersinvloeden zoals hevige regenval, vorst of vallend blad kunnen echter na verloop van tijd leiden tot schade of lekkages, waardoor vervanging van de goot vroeg of laat onvermijdelijk is. Maar met een beetje handigheid en de juiste voorbereiding kan de vervanging bij een eengezinswoning meestal ook zonder problemen zelf worden uitgevoerd.

Welke dakgoot past bij welk dak? hoe de vervanging stap voor stap verloopt - incl. Afhankelijk van of de stijl van het huis klassiek, modern of rustiek is, en afhankelijk van het beschikbare budget en de eisen die aan de duurzaamheid worden gesteld, komen verschillende materialen voor de dakgoot in aanmerking. 💡 Tip: Titaanzink is bijzonder duurzaam en milieuvriendelijk - door zijn recyclebaarheid is het een duurzame keuze voor elk dakproject.

Stap-voor-stap: voorbereiden en verwijderen

Oude dakgoot verwijderen: Maak de bestaande bevestigingen los.

Hellingshoek bepalen: Een dakgoot moet een lichte hellingshoek (ca. 2-3 mm per meter) in de richting van de regenpijp hebben.

Dakgootbeugels monteren: Bevestig de beugels op gelijke afstanden (ca. om de 50-70 cm).

Dakgoot plaatsen of vastklikken: Snijd de goot op maat en plaats deze in de houders of klik deze vast.

Regenpijp aansluiten: Bevestig de regenpijp op het laagste punt van de dakgoot.

💡 Tip: Controleer na de montage met een emmer water of de goot lekvrij is en goed afwatert.

Bevestiging en afschot

Gootbeugels worden aan het boeibord of aan de spantuiteinden vastgeschroefd - op gelijke afstanden van circa 50-70 cm, zodat de goot ook bij volle water- of sneeuwlast niet doorzakt.

Plaats eerst de hoogste en de laagste beugel (bij de regenpijp) en span daartussen een richtlijn: zo werkt u het afschot van 2-3 mm per meter gelijkmatig in de tussenliggende beugels in.

Bij metalen goten worden de gootijzers klassiek voorgebogen; bij kunststofsystemen gebruikt u de passende kunststof- of metalen beugels van het betreffende systeem.

Ja, een dakgoot is probleemloos achteraf te monteren - bij een carport, terrasoverkapping of tuinhuis is dat zelfs de normale gang van zaken.

Kenmerken en keuzes per materiaal

Goten bestaan in allerlei maten en materialen. Meestal gebruikt men voor duurzame goten zink. De vorm kan rond of hoekig zijn. Er wordt vaak van uitgegaan dat hoe groter een dakoppervlak is, hoe groter de goot moet zijn. De afmeting van de goot bepaalt echter niet de afvoercapaciteit. Deze wordt bepaald door het aantal en de afmetingen van de hemelwaterafvoerbuizen (regenpijpen).

PVC-dakgoten zijn populair omdat ze licht van gewicht zijn, eenvoudig te monteren en relatief voordelig geprijsd. Daarnaast worden ook zinken dakgoten veel toegepast.

Berekening capaciteit en afmetingen

De grootte van je dakoppervlak is doorslaggevend voor de benodigde capaciteit van de dakgoot. Er is niets zo vervelend als een te kleine dakgoot die bij regen direct overstroomt. Meet de volledige lengte van het dak waar de dakgoot geplaatst moet worden en houd daarbij rekening met eventuele hoekstukken, verbindingen en de locatie van de regenpijp. Voor kunststof of PVC bakgoten bedraagt de maximale lengte ongeveer 15 meter, terwijl deze bij mastgoten iets korter is, namelijk 12 meter.

Een dakgoot moet altijd licht aflopen richting de regenpijp. Dit afschot zorgt ervoor dat regenwater vanzelf naar de afvoer stroomt en niet in de goot blijft staan. In de praktijk wordt meestal een afschot van enkele millimeters per meter aangehouden.

Een algemene vuistregel is: elke 50 tot 60 centimeter een beugel. Zo voorkom je dat de goot gaat doorhangen. De afstand tussen beugels mag maximaal 50 cm zijn en er mag niet meer dan 8 meter dakgoot worden aangesloten op één regenpijp-uitloop. Bij langere goten zijn meerdere uitlopen vereist.

Reeds geadviseerde onderdelen en verbindingen

Voor kunststof of PVC bakgoten geldt: maximale lengte ongeveer 15 meter; bij mastgoten 12 meter. Als je meerdere goten wilt verbinden, gebruik dan verbindingsstukken. Voor hoekverbindingen zijn binnen- en buitenhoeken nodig. Dakgootlijm geeft ongeveer 50 mm overlap. Bij zink wordt solderen toegepast; houd minstens 15 mm overlap aan voor een dichte naad. Een expansiestuk is nodig bij lengtes langer dan 12 meter om uitzetting op te vangen.

Regenpijpen zijn beschikbaar in diameters van 70 mm, 80 mm en 100 mm. De juiste diameter hangt af van de afvoerdruk en het dakoppervlak.

Installatieproces: praktijkstappen

  1. Allereerst is het essentieel om te bepalen op welke hoogte de dakgoot moet worden geïnstalleerd, zodat al het hemelwater adequaat wordt opgevangen.
  2. Daarnaast dien je de locaties van de gootbeugels te bepalen. Houd er rekening mee dat de maximale afstand tussen twee gootbeugels niet meer dan 50 cm mag zijn. Daarna kun je overgaan tot het daadwerkelijk plaatsen van de gootbeugels.
  3. Begin met het plaatsen van de eerste en de laatste gootbeugel om het juiste afschot te creëren. Het afschot is essentieel om een goede afvoer van regenwater van de dakgoot naar de regenpijp te waarborgen. Voor elke meter dakgoot moet je een afschot van 3 mm aanhouden.
  4. Span een koord tussen de onderkant van de twee buitenste beugels en zorg met behulp van een waterpas ervoor dat de helling van de dakgoot 3 mm per meter bedraagt.
  5. Nu kun je de tussenliggende gootbeugels vastmaken langs het strak gespannen koord. Dit zorgt ervoor dat de gootbeugels op een rechte lijn worden geplaatst, wat resulteert in het juiste afschot voor de dakgoot.
  6. Zaag nu de goot op maat. Om deze in te korten kun je een fijngetande (ijzer)zaag gebruiken. Soldeer vervolgens het eindstuk aan de goot.
  7. Hang de goot in de beugels. Zorg ervoor dat de klemstrips van de beugels overal omhoog gebogen zijn en dat de voorkant netjes in de beugels valt.
  8. Bevestig de onderdelen zoals verbindingsstukken, eindkappen en de aansluiting voor de regenpijp. Controleer tijdens de montage regelmatig of de goot nog steeds het juiste afschot heeft en stevig vastzit.

Bij dakgoten met klemverbindingen schuif je de delen in elkaar totdat ze stevig vastklemmen. De hulpstukken geven aan hoe ver delen in elkaar geschoven moeten worden voor een waterdichte verbinding.

Test en onderhoud

Wanneer de montage is afgerond, is het verstandig om de dakgoot direct te testen. Dit kan eenvoudig met een emmer water of een tuinslang. Zo zie je direct of het water goed wegloopt en of er ergens lekkages aanwezig zijn.

Regelmatige controle en reiniging blijven essentieel: bladeren en vuil kunnen verstoppingen veroorzaken, waardoor water overloopt en gevel of fundering beschadigen. Een bladvanger bovenin de regenpijp scheelt veel werk. Jaarlijks controleren op vastzittende beugels is aan te raden.

Veiligheid en praktische tips

Voor hogere daken of lange gootlengtes is een steiger aan te raden; voor daken tot circa 2,50 m hoogte volstaat een ladder. Een dakgoot die goed bevestigd is, kan tegen weer en wind, inclusief zware regenval en sneeuw.

Gootbeugels, eindstukken en een uitloop zijn noodzakelijk als aansluitpunt voor de regenpijp. Bij meerdere goten kan men verbindingsstukken gebruiken.

Specifieke aandachtspunten

Een goed geplaatste dakgoot beschermt je woning tegen vochtproblemen en draagt bij aan een duurzame hemelwaterafvoer waar je jarenlang plezier van hebt. Een veelgemaakte fout is te weinig afschot, waardoor water in de goot blijft staan en verstopting ontstaat. Ook kunnen beugels te ver uit elkaar staan, wat doorhangen veroorzaakt. PVC-dakgoten kunnen uitzetten en krimpen door temperatuurwisselingen.

Bij het monteren van goten rondom pyramidedaken met onderbrekingen op hoeken wordt op de hoeken een eindschot geplaatst; de goten stoppen op de hoek of iets eerder en mogen niet doorsteken.

Extra bronnen en leveranciers

Polytech levert dakgoten prefab op maat. Bij levering zijn de goten voorzien van beschermfolie, eindkappen, montagegaten en hwa-uitloopstukken. Overige materialen zoals schroeven, omzetbeugels en lijm worden los meegeleverd.

Tijdens opslag moet de goot minimaal elke 2 meter worden ondersteund en mag de grond niet raken. Tijdens transport dient de dakgoot goed ondersteund te worden.

Concreet overzicht: meet- en montagepunten

  • Montagegaten op 15 mm vanaf de bovenkant, circa 600 mm h.o.h.
  • Eerste en laatste meter voorzien van extra gaten voor fixatie.
  • Monteer goot volgens gewenste positie en speling aan uiteinden.
  • Verbindingsstukken, eindkappen en omzetbeugels plaatsen.
  • Controleer afschot en waterdichtheid regelmatig.
  • Gebruik expansiestuk bij lange zinken goten (>12 meter).
  • Houd rekening met uitzetting en krimp bij temperatuurverschillen.
Infographic: soorten dakgoten, materialen en afmetingen

Plaats zelf je dakgoot | GAMMA België

tags: #voorschriften #voor #montage #dakgoot