Waardenberg en de Jongh behangwerkzaamheden: een terugkeer vol fysieke humor en absurdisme

De low-budget film Opa Cor, met Martin van Waardenberg in de hoofdrol, is vanaf deze week in de bioscopen te zien.

Ondanks het bescheiden budget wist hij voor de film veel bekende gezichten te strikken voor een rolletje.

Bovendien gaat een deel van de opbrengst naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam.

In De Radio 10 Ochtendshow vraagt Lex Gaarthuis de Rotterdamse cultheld ook naar een mogelijke comeback als cabaretduo met Wilfried de Jong.

Waardenberg reageert duidelijk, maar de deur open laat voor andere theaterplannen.

Check het fragment voor het hele verhaal!

De Radio 10 Ochtendshow De Radio 10 Ochtendshow met Lex Gaarthuis zorgt elke werkdag voor de genadeklap voor je ochtendhumeur.

Martin van Waardenberg en Wilfried de Jong begonnen eind jaren '80 hun carrière als cabaretiers met acrobatische sketches vol met slapstick-achtige humor.

Ze waren vaak een tikkie grof, meestal recht voor hun raap en altijd ontzettend grappig om naar te kijken.

Inmiddels verbazen ze zich zelf ook over wat ze allemaal ooit maakten in het theater tussen 1987 en 1999.

Daarom is het hoog tijd voor een reünie.

Bij deze eerste nieuwe show in ruim 20 jaar mag je een bizarre mix van oude acts en nieuwe vondsten verwachten.

Durven ze nog steeds op grote hoogte een stalen balk te schilderen?

Zouden ze zich wat aantrekken van de huidige doorgeschoten censuur?

In ieder geval valt er weer een hoop te lachen met de mannen.

Ben je op zoek naar een cabaretvoorstelling? GE-WEL-DIG!

Briljante voorstelling.

Waardenberg en de Jong hebben niets van hun glans verloren.

Alle "stunts" van ruim 20 jaar geleden worden herhaald.

Heren hebben met de jaren wel een tikkeltje van hun atletisch vermogen verloren, maar dat maakt de voorstelling nog hilarischer.

Nog geen seconde na het prachtige einde van de voorstelling barstte het applaus los.

‘Jezus man, ik ben kapot. En we zijn pas vijf minuten bezig.

Martin van Waardenberg heeft met Wilfried de Jong op behoorlijke hoogte met wilde capriolen een balk geschilderd en heeft een intense schreeuwruzie gemaakt over dubbel parkeren.

Nu lijkt de zestiger het niet meer te trekken.

Onzin natuurlijk.

Twintig jaar na hun theaterafscheid als duo zijn Waardenberg & De Jong nog even bruisend, knallend, explosief, opwindend en energiek.

De twee Rotterdamse straatschoffies toerden tussen 1985 en 1999 met zes shows door het land met maffe titels als Jool Hul, Naggelwauz en Bandkaai.

Nu is het voldoende om de namen van Waardenberg & De Jong op de pui van het Rotterdamse Nieuwe Luxor Theater te plakken en de toeschouwers stromen toe.

De belangstelling voor deze come back is zo groot dat er in juni al extra voorstellingen zijn gepland.

De fans komen niet alleen uit Rotterdam, waar de show exclusief te zien is, want wie meer dan twintig jaar terug ergens in Nederland deze theatervandalen gezien heeft is natuurlijk meer dan benieuwd hoe de meesters van de fysieke, absurde humor het er nu vanaf brengen.

In hun programma’s ging het er steeds ruiger en wilder aan toe.

Ze haalden hun attributen van de rommelmarkt en bij het slachthuis en spaarden elkaar niet.

Ze haalden het bloed onder elkaars nagels vandaan in krankzinnige, contactgestoorde dialogen, er werd met tomaten en vla gesmeten, ze renden als wilde apen rond en gooiden de jassen van het publiek uit de garderobe de zaal in, ze duwden elkaar wreed onder in een aquarium en rosten elkaar af met plastic reigers.

Gevaarlijke acts moesten ze soms bekopen met stevige blessures, maar dat deerden ze niet.

Na het volkomen kaalslag-programma Jool Hul namen ze ietwat gas terug en werden hun shows wat meer beeldend.

Tot opluchting van Peter Liefhebber, de toenmalige recensent van De Telegraaf.

Voor het compilatieprogramma dat ze nu spelen zou ik moeiteloos delen uit mijn recensies die in de jaren tachtig en negentig in de Volkskrant zijn verschenen kunnen herplaatsen, want de acts zijn absoluut niet gedateerd.

Waardenberg en De Jong zijn het meppen, prikken, trekken, racen met een brommer door de zaal en, getverdemme, in de mond van de ander fluimen niet vergeten, maar er zitten ook wonderschone scènes in.

Ze hebben elektriciteitsbuizen van ongeveer vier meter lang in hun arm.

Dan steekt de wind op en zien we wuivend riet.

De wind gaat liggen, maar het blijkt stilte voor de storm.

Daar is het riet niet tegen bestand.

Als oude Turkse mannetjes demonteren ze een reusachtige stoomketel, die daarna dienst doet als drie saunahokjes.

De ene oude man probeert te voorkomen dat de andere bij hem in het hokje kruipt.

De meeste scènes zijn met de oorspronkelijke attributen onveranderd nagespeeld.

Aan het slotgevecht is wel enigszins gesleuteld.

Waardenberg denkt aanvankelijk tegen een ‘neger’ te moeten knokken.

(Ja het taalgebruik is ook uit vroeger tijd, want als een apparaat stuk is zou een deel van de samenleving het commentaar ‘Daar heeft een wijf aan gezeten.’ nu niet meer waarderen.

Ze waren met hun vorige programma aangeland bij de vergrotende trap: een verpletterende orgie van blubber en bloed.

Ze zijn de puinhoop voorbij en concentreren zich nu op pure schoonheid.

Oh nee, het is nog steeds geen dialoog voor twee oudere heren met krant en pijp aan de koffietafel.

Er wordt nog steeds gemept, geprikt, getrokken en gefluimd.

In een van de scènes komen ze op met de armen vol elektriciteitsbuizen van ongeveer vier meter lang.

Dan steekt de wind op en zien we wuivend riet.

De wind gaat liggen, maar het blijkt stilte voor de storm.

Daar is het riet niet tegen bestand.

De hele voorstelling is een aaneenschakeling van voorbeelden van bittere concurrentie en zoete harmonie.

De strijdtaferelen zijn zonder uitzondering hilarisch, en dragen het herkenbare Waardenberg en De Jong stempel.

Maar eigenlijk zijn de verstilde momenten het meest indrukwekkend.

Zoals het demonteren van een reusachtige stoomketel die daarna dienst doet als drie saunahokjes.

De ene oude man probeert te voorkomen dat de andere bij hem in het hokje kruipt.

Zeven maanden geleden donderde Wilfried de Jong uit een vijf meter hoog decorstuk en brak daarbij pols en dijbeen.

Na een onwaarschijnlijk snel herstel heeft hij de draad weer opgepikt.

De val heeft het duo wel aan het denken gezet over de fysieke grenzen in het theater.

In de enigszins gewijzigde voorstelling (de bewuste act is geschrapt) gaat men nog steeds wild om met elkaar.

Bandkaai door Waardenberg en De Jong.

De Flint Amersfoort, 26 februari.

Handenwrijvend staan ze voor de zaal.

Als twee B-artiesten die het publiek ervan willen overtuigen dat ze er vreselijk veel zin in hebben die avond, en dat het echt heel bijzonder gaat worden.

Het handenwrijven vormt echter de opmaat voor een paar minuten homo-erotische activiteiten die treiterig blijven bungelen tussen agressie en lieflijkheid.

Ze kunnen het nog steeds niet helemaal laten.

Martin van Waardenberg en Wilfried de Jong beuken op een ontplofbaar apparaat, en het rookt, vlamt en knalt zoals je dat in een strip ziet gebeuren van een overenthousiaste tekenaar.

En er wordt ook nog steeds gemept.

Maar van dat soort explosies alleen hoeven die rotjongens het niet meer te hebben.

Sinds hun vorige programma Naggelwauz zijn ze de richting van absurd-humoristische beeldende kunst opgekropen.

Met ongebruikelijke attributen waar zelfs de schroothandelaar meestal geen interesse meer voor toont, gaan ze aan de slag.

Daar halen ze het onmogelijke uit.

Bandkaai betekent weer een stap verder op die weg.

Het wordt steeds mooier.

Waardenberg en De Jong zijn het meest hechte theaterduo in Nederland.

Ze kunnen alles van elkaar hebben, vullen elkaar perfect aan, en gaan tot het uiterste en soms nog verder.

Dat levert wel eens gebroken ledematen op, maar dat wordt als een onvermijdelijk bedrijfsongeval beschouwd.

Ook in Bandkaai worden acrobatische toeren uitgehaald waarmee ze in Cirque du Soleil zouden kunnen staan.

Het tweetal combineert banaliteit met schoonheid.

Ze pikken elementen van de straat op, zoals een ordinaire scheldpartij over dubbelparkeren, gore borrelpraat, of de ‘menukaart’ van de vettige snackbar.

Aan deze platte zaken wordt geschaafd, gepoetst en geschilderd totdat het volkomen uit het verband gerukt is en een andere waarde krijgt.

Ze maken zin uit onzin.

Ofschoon Waardenberg en De Jong niet serieus achter het bureau gaan zitten om een rode draad in het programma te bedenken, zien we in bijna alle scènes mensen die niet kunnen communiceren.

Daarbij worden steeds andere kanten van het aloude machtsspel getoond.

De machtigen overschatten zichzelf en worden onmachtig en daarom kunnen de zwakken ondanks zichzelf nog wel eens een kleine overwinning meepikken.

Waardenberg en De Jong laten een hoop narigheid zien, waar de mond bij openvalt.

Maar die treurigheid werkt constant op de lachspieren.

Zestigers zijn het inmiddels, Martin van Waardenberg (64) en Wilfried de Jong (62).

Dus het is een knallend openingsstatement dat het duo hun nieuwe show opent door vanuit de nok van de zaal naar beneden te dalen als bouwvakkers op een wankele ijzeren balk, ieder aan een kant, in een heikele balanceeract.

De balk is weliswaar gezekerd met een extra draad, maar toch ogen de capriolen vijf meter boven de grond gevaarlijk.

Net als een aantal andere sketches komt deze act uit de voorstelling Bandkaai, uit 1997.

Ook voeren ze werk op uit Naggelwauz (1994).

Bij de première ging er dan ook geregeld een golf van herkenning door de zaal onder de goed ingevoerde toeschouwers.

Het is materiaal dat deze remake ten volle verdient, want het is een genot om deze twee krasse knarren hun „robuuste slapstick” (NRC, 1997) te zien uitvoeren.

In een parade van nieuwe sketches en opgepoetste topnummers uit hun oeuvre tuigen ze een absurdistisch universum op, waarin pijn, onbegrip en woede de maat aangeven.

Zoals in de act van twee mannen die elkaar verbaal te lijf gaan als een van hen dubbel parkeert.

Daardoor nemen volume en snelheid van spreken almaar toe, terwijl ze het gesprek steeds woordelijk herhalen en van rol wisselen.

Dreiging en agressie is essentieel in hun optreden en laat zich voelen omdat de twee nog steeds het fysieke geweld niet schuwen.

Er vallen klappen, er wordt in elkaars kruis geknepen en ze doen ook extreem gore, niet te benoemen dingen met elkaar.

Des te verrassender zijn de stralen van liefde die ze binnen laten kieren.

Zoals in de scène waarin een blufmannetje in de snackbar plots naar genegenheid hengelt.

De vettige, Rotterdamse humor van Van Waardenberg die soms wat belegen aandoet, valt op zijn plek in deze groteske wereld.

Zijn machtsvertoon tegenover de gedienstige, onbeholpen De Jong omlijst onder meer een sketch waarin de twee vergeefs proberen een op hol geslagen machine onder controle te krijgen.

Enkele keren hinten Waardenberg en De Jong naar het verleden, door er bijvoorbeeld op te wijzen dat een sketch 25 jaar geleden anders ging.

En bij een act met gestuntel in gymnastiekringen demonstreert Van Waardenberg olijk hoeveel moeite het hem zogenaamd kost.

Maar twee jaar na hun eerste comeback - de veelbelovende samenwerking met Maike Meijer en Margôt Ros van tv-serie Toren C - oogt hij alleen maar fitter.

Aan de serie uitverkochte optredens deze maand is een nieuwe reeks in juni toegevoegd.

Dat lijkt weinig.

Infographic: thema en hoogtepunten van Waardenberg en de Jongh op het podium

tags: #waardenberg #en #de #jongh #behangen