Aanleggen van waterleidingen: Praktische overwegingen en oplossingen

Het voorkomen van ongewenste opwarming van drinkwaterleidingen door circulatiesystemen voor warm tapwater is een veelvoorkomende uitdaging bij het ontwerp van installaties, met name in zorginstellingen, hotels en sportcomplexen. Dit probleem manifesteert zich in de opwarming van distributieleidingen, uittapleidingen en mengkranen. Dit artikel belicht diverse praktijksituaties en mogelijke oplossingen.

Montage van leidingen boven verlaagde plafonds

In veel bestaande installaties worden de distributieleidingen voor drinkwater en het circulatiesysteem voor warm tapwater boven verlaagde plafonds gemonteerd. Deze methode resulteert in een overzichtelijk systeem waarbij warm en koud water gelijktijdig naar de diverse tappunten worden geleid. De keerzijde van deze opstelling is de opwarming van de leidingen in de ruimte boven het verlaagde plafond.

Met name in zorginstellingen en ziekenhuizen waar de ontwerp- en bedrijfstemperaturen van de ruimten doorgaans hoog zijn (22 of 24°C), kan de temperatuur boven het verlaagde plafond oplopen tot boven 25°C, zelfs wanneer de warmwaterleidingen uitstekend zijn geïsoleerd. De overtollige warmte kan nergens heen, waardoor de drinkwaterleidingen bij stilstand geleidelijk opwarmen tot deze hogere temperaturen.

Schema van leidingen boven een verlaagd plafond

Gangbare oplossingen en hun beperkingen

De gebruikelijke aanpak om dit probleem te ondervangen, is het toepassen van isolatie en spuien. Dit geldt zowel voor de warm- als de koudwaterleidingen. Isolatie dient ter voorkoming van condensatie en vertraagt de opwarming van de leidingen bij stilstand. Een veelgebruikt tappunt aan het einde van de leiding zorgt voor regelmatige doorstroming. Aanvullend kan aan het einde een temperatuurgestuurde spuiklep worden geïnstalleerd.

Echter, deze maatregelen lossen niet het probleem van de opwarming van de uittapleidingen op, die aftakken van de hoofdleiding. Ook deze leidingen bevinden zich in de opgewarmde ruimte boven het verlaagde plafond en worden niet frequent doorstroomd. Conform de richtlijnen dient een tappunt met een leidinginhoud van minder dan 1 liter en een temperatuur boven 25°C minimaal wekelijks te worden gebruikt, anders is spuien noodzakelijk. Het plaatsen van een spuiklep op elk tappunt is echter vaak onpraktisch.

Alternatieve distributieaanpak

Een alternatief voor isoleren en spuien is een gescheiden distributie voor warm en koud water. In zorginstellingen met meerdere verdiepingen met een identieke plattegrond kan de volgende aanpak worden gehanteerd:

  • Een circulatiesysteem voor warm tapwater boven het verlaagde plafond.
  • Drinkwaterleidingen als stijgleidingen door schachten, bijvoorbeeld in de badruimten.

Hierdoor volgen warm en koud water verschillende routes naar de tappunten. Indien de schachten niet worden opgewarmd door andere warmtebronnen, zoals cv-leidingen of vloerverwarming in de badruimte, is dit een effectieve oplossing. Slechts op één verdieping is dan een distributieleiding nodig naar de verschillende schachten. Als deze leiding boven een verlaagd plafond zonder warmtebron kan worden aangelegd, zijn maatregelen zoals spuien overbodig.

Afbeelding A: ThermoTrenner van Kemper

Problematiek van korte wachttijden en directe aansluitingen

In sommige gebouwen, waaronder zorginstellingen, wordt soms een zeer korte wachttijd voor warm tapwater nagestreefd. Dit kan ertoe leiden dat het circulatiesysteem voor warm tapwater wordt doorgetrokken in de schacht van de badruimte. Hierdoor warmt de schacht op tot boven 25°C, wat het onmogelijk maakt om daar een drinkwaterleiding aan te leggen zonder de geldende normen te overtreden. Een alternatief tracé voor de drinkwaterleiding is dan vaak niet voorhanden.

Een bijkomend nadeel van deze situatie is dat het circulatiesysteem veel vertakkingen kent, waarbij inregeling en temperatuurmeting aan elke retourleiding vereist zijn. Dit roept de vraag op waarom een bescheiden wachttijd een probleem vormt. In woningen bedraagt de wachttijd bij de douche in veel gevallen rond de 10 seconden, wat in zorginstellingen en dergelijke ook acceptabel zou kunnen zijn. Indien volstaan kan worden met een warme uittapleiding, is de installatie eenvoudiger en goedkoper, en treedt de opwarming in de schachten niet op.

Als de inhoud van de warme uittapleiding kleiner is dan 1 liter (ongeveer 7,5 meter bij een inwendige diameter van 13 mm) en de temperatuur onder 25°C blijft, zijn geen verdere beheersmaatregelen nodig.

Warmtegeleiding nabij mengkranen

In situaties, bijvoorbeeld badruimten met meerdere douches en/of wastafels, kan de warme circulatieleiding zich dicht bij de mengkranen en tappunten bevinden. Door warmtegeleiding via de leiding en het water kan het water in de mengkraan opwarmen tot temperaturen tussen de 30 en 40°C.

De gangbare oplossing hiervoor is het toepassen van een uittapleiding van minimaal 1 meter lengte tussen de circulatieleiding en de mengkraan. In sommige situaties is dit echter lastig te realiseren. Een ander nadeel is dat bij weinig gebruikte tappunten onvoldoende verversing van deze leiding optreedt, wat beheersmaatregelen noodzakelijk maakt. Bij een directe aansluiting speelt dat probleem niet, hoewel dit wel leidt tot opwarming van de mengkraan.

Afbeelding B: Montageblok voor directe aansluiting van circulerend warm water

Sinds kort is er een montageblok op de markt dat een directe aansluiting van circulerend warm water op de mengkraan mogelijk maakt. Volgens de fabrikant treedt er hierbij nauwelijks opwarming in de mengkraan op. Dit wordt bereikt doordat het blok is voorzien van een korte leiding van isolerend materiaal tussen de doorstroomde aansluiting en het punt waar de mengkraan wordt aangesloten (zie afbeelding B). De effectiviteit van dit montageblok voor de Nederlandse situatie dient nog te worden aangetoond. De aansluitwijze van het montageblok is in afbeelding B weergegeven, waarbij de doorstroomde drinkwateraansluiting zich aan de onderzijde bevindt en de doorstroomde aansluiting voor warm tapwater aan de bovenzijde. Dit voorkomt dat opwarming van de ruimte achter de voorzetwand door het warm tapwater leidt tot opwarming van drinkwater.

Ontwerp en planning bij het aanleggen van waterleidingen

Bij het aanleggen van een nieuwe waterleiding, het vervangen van een oude leiding of het aanleggen van een extra waterleiding, zijn er diverse factoren om rekening mee te houden. Dit geldt zowel voor binnen- als buitenshuis aanleg.

Ontwerp van het leidingwerk

Het is raadzaam om eerst een gedetailleerd ontwerp te maken waarin de ligging en de benodigde lengte van de leidingen worden vastgelegd. Het bewaren van dit ontwerp is handig voor toekomstige werkzaamheden zoals boren of het verleggen van leidingen, om lekkages of waterschade te voorkomen.

Waterleidingen wegwerken in muren of vloeren

Voor een esthetisch resultaat kunnen waterleidingen worden weggewerkt in muren of vloeren door middel van sleuven of uitsparingen. Bij aanleg in de muur is het verstandig om een mantelbuis te gebruiken. Deze beschermt de leiding en biedt ruimte voor uitzetting en krimp door temperatuurverschillen, om beschadiging van het muur- of tegelwerk te voorkomen. Bij bevestiging aan de muur kunnen leidingen na verloop van tijd verkleuren.

Detail van een mantelbuis rondom een waterleiding

Bevestiging van waterleidingen

Een correcte bevestiging van waterleidingen is essentieel om klapperen en doorbuigen te voorkomen. Hiervoor kunnen beugels of klemzadels worden gebruikt. De afstand tussen de bevestigingspunten is afhankelijk van het type leiding:

  • Koudwaterleiding: Beugels of zadels om de 50 tot 75 centimeter.
  • Warmwaterleiding: Beugels of zadels om de 40 centimeter, vanwege de uitzetting en krimp door temperatuurwisselingen.

Verbindingen van waterleidingen

Voor het verbinden van koperen waterleidingen, met name wanneer deze door bochten moeten of in muren en vloeren worden aangelegd, worden soldeerkoppelingen aanbevolen voor een waterdichte verbinding. Voor leidingen die zichtbaar blijven en gemakkelijk toegankelijk zijn, kunnen knelfittingen worden gebruikt.

Bij het monteren van een knelkoppeling op een wicu-buis (zachte koperen buis) is het belangrijk om het uiteinde recht te maken en een steunhuls aan te brengen ter verhoging van de stevigheid.

Materiaalkeuze voor waterleidingen

Naast koperen buizen (zowel hard als zacht) worden steeds vaker kunststof buizen toegepast, zoals tyleen of VPE-buizen (flexibele buizen met een mantel, rood voor warm, blauw voor koud water). Kunststof buizen zijn vaak goedkoper en sneller te verwerken, maar vereisen specifieke gereedschappen en er is een breed scala aan fabrikanten met eigen systemen. Het is cruciaal om na te gaan of het type kunststof buis geschikt is voor zowel koud als warm water.

Voor tyleen leidingen kunnen knelkoppelingen worden gebruikt, die met schroefdraad aan soldeer- of knelkoppelingen kunnen worden gemonteerd.

Overgang van koper naar flexibele leiding

De overgang van een koperen leiding naar een flexibele waterleiding vereist het bepalen van de juiste maten. Beide uiteinden van de flexibele slang worden met slangklemmen op een slangtule bevestigd, waarna deze met een soldeerkoppeling op de koperen leiding wordt aangesloten.

Aanleg in muren en vloeren

Bij aanleg in muren of vloeren wordt geadviseerd om zo min mogelijk koppelingen te gebruiken en waar nodig soldeerkoppelingen toe te passen voor waterdichte verbindingen. Het is essentieel om vooraf een gedetailleerd leidingplan te maken en dit te bewaren, vooral voor leidingen die na afwerking van de muren niet meer bereikbaar zijn. Het aanbrengen van een mantelbuis is ook hier van belang.

Bij het aanleggen van leidingen in vloeren, bijvoorbeeld met VPE-buizen, is het belangrijk om de buizen vast te leggen zodat ze niet omhoog komen bij het spuiten van vloerisolatie of verschuiven.

Gebruik van collectoren

Een collector fungeert als een verdeelstuk voor warm of koud water, met één aanvoerleiding en meerdere afvoerleidingen. Bij plaatsing van collectoren tegen een muur wordt aangeraden een watervaste multiplex plaat te monteren.

Diameter van waterleidingen

De diameter van waterleidingen is afhankelijk van het gebruik:

  • Hoofdleiding: diameter 22 mm
  • Aftakking van de hoofdleiding: diameter 15 mm
  • Douche-, bad- en keukenkraan: diameter 15 mm
  • Toilet, toiletkraan en wastafelkraan: diameter 12 mm

Waterslag

Waterslag, herkenbaar aan een doffe bonk bij het (te snel) sluiten van een kraan, kan worden verholpen door de leidingen goed vast te zetten. Indien het probleem aanhoudt, kan een waterslagdemper op de koudwaterleiding worden geïnstalleerd, bij voorkeur in de buurt van de betreffende kraan.

Hoe gebruik je een knelkoppeling? Handleiding voor knelfittingen. Loodgieterswerk voor beginners!

tags: #warm #water #door #plafond #waterleiding