Het iconische muziekcafé De Stam is weer open. Woensdagmiddag zwaaiden de deuren van de kroeg aan de Grotestraat opnieuw open, na een faillissement en een periode van onzekerheid. Curator Anne Spoor liet in juni tegenover Tubantia al weten te mikken op een doorstart, omdat De Stam volgens haar “een begrip in Almelo en de regio” is. Het faillissement kwam hard aan: onder de vorige eigenaren bleef de deur vaker dicht dan open, medewerkers vertrokken en vaste gasten haakten af. In juli maakte 1Twente bekend dat Urucoglu de zaak zou overnemen. Hij benadrukte toen dat zijn rol beperkt zou blijven: “Ik word niet het gezicht van De Stam. Met de heropening op 20 augustus voelt het café voor stamgasten grotendeels vertrouwd. Toch is er veel schoongemaakt en geverfd, er is een nieuwe koeling geplaatst en er zijn extra taps voor speciaalbier. Een nieuw biljart is onderweg. Vrijwel het hele oude team is weer van de partij. Tijdens de Nacht van Almelo eind juli, toen De Stam nog gesloten was, stonden medewerkers met een buitentap voor de deur. “Mensen vielen ons huilend in de armen,” vertelde Urucoglu aan IndeBuurt. Woensdagmiddag was die emotie opnieuw voelbaar: de eerste gasten stroomden binnen, begroetten oude bekenden en proostten op de toekomst. De Stam heropende met een optreden van de grungeband Seattle.

De toegang tot de pagina die u probeert te bezoeken is (tijdelijk) geblokkeerd. Krijgt u deze melding vaker te zien? Probeer het dan op een later tijdstip nogmaals. Volgens deze controle wijkt uw bezoek af van het bezoek van een gemiddelde gebruiker. Mogelijk hebt u in korte tijd zeer veel pagina's opgevraagd of zeer veel formulieren verstuurd. Het is mogelijk dat uw computer een virus of andere schadelijke programma's bevat die invloed hebben op uw surfgedrag. Het kan voorkomen dat de automatische controle uw bezoek ten onrechte heeft opgemerkt en geblokkeerd. Blijft het probleem zich voordoen?
Al in de 15e eeuw bestond er een gilde van Binnenlandvaarders waarvan de gildelieden vooral aan de zogenaamde ‘vrije vaart’ deden. Zij voerden dan, tot groot ongemak van de kooplieden, op ongeregelde tijden van de ene plaats naar de andere. In de 16e eeuw werd door het stadsbestuur, gezien het economische belang van deze handelscontacten voor de stad, een stelsel van veerdiensten over het binnenwater georganiseerd. Vanaf nu voeren schippers op gezette tijden om de beurt af naar een vaste bestemming. In overeenkomsten tussen het bestuur van Amsterdam en die van de plaatsen van bestemming was bepaald welke beurtschippers goederen mochten transporteren en welke zich moesten beperken tot personenvervoer. De vrachtprijzen werden geregeld en voor bestelling en verzekering werden bepalingen gemaakt. In de gildenbrief van de Amsterdamse Binnenlandvaarders van 1593 komt dan ook de bepaling voor “dat nyemant van de gildebroeders van ’t binnelantsgilde binnen deeser stede sal mogen laeden dan op sijn beurte”. Dit systeem was ook in het belang van de schippers, die hierdoor van een redelijker bestaan verzekerd waren, omdat zij door de overheid en het gilde, waarbij ze aangesloten waren, werden beschermd. De gevelsteen AL NIET was ingemetseld in de Smaksteeg, waar het gildehuis van de Binnenlandvaarders ooit stond. Dit Gildehuis is mogelijk weer verbonden geweest met de achterzijde van het Gildehuis van de Buitenlandvaarders dat op de plek van de huidige Nieuwendijk 24 stond. De gevelsteen van het gildehuis van de Buitenlandvaarders was veel groter en vertoonde naast twee zeilschepen op zee ook in de linkerbovenhoek een schuddebeurs met daarbij het opschrift ‘Al Niet’. Na de afbraak van het gildehuis van de Binnenlandvaarders aan de Smaksteeg is de steen AL NIET gaan zwerven en uiteindelijk, zwaar beschadigd en onder dikke lagen verf, terecht gekomen bij de Rijksdienst Monumentenzorg. Schepen en waarnemend burgemeester Hafsa El-Bazioui (Groen) aan het gebouw op de Pensmarkt

De stad Gent maakt nog 1 keer meer dan 1 miljoen euro vrij om de gevels van het historische gebouw Graanspijker te restaureren. Vlaanderen legt 200.000 euro bij. In het gebouw huizen nu de populaire cafés Het Spijker en 't Gouden Mandeke. Gent geeft het 'eeuwige beheer' van de gevels door aan de eigenaar. Door een vreemde historische regeling, moest die nu amper voor het onderhoud betalen. Gent wil al langer komaf maken met die uitgavepost. In 1913 vond in Gent de wereldtentoonstelling plaats. De burgemeester Emile Braun wilde toen uitpakken met het historische erfgoed en spaarde kosten noch moeite. “Industriële gebouwen in het centrum moesten verdwijnen, de 19e-eeuwse bepleistering moest weg. Er kwam een renovatiegolf”, zei Everaert. Onder meer de Gras- en Korenlei kregen een facelift: enkele gebouwen werden er gesloopt, er kwam een nieuwe Sint-Michielsbrug. Het nieuwe Postgebouw was al in aanbouw. foto Archief Gent - postkaart met zicht op Gras- en Korenlei uit 1899 (van de Sint-Michielsbrug en het Postgebouw was nog geen sprake)Aan het Gravensteen liet Braun de cafés en handelszaken slopen die in de loop der jaren tegen de middeleeuwse burcht aan waren gebouwd. De stad selecteerde daar, en ook elders in het centrum, ongeveer 40 gevels die een grondige opknapbeurt kregen. Gent zou de gevels daarna ook 'eeuwig' beheren om zo de erfgoedwaarde te beschermen en te blijven garanderen. De eigenaars van de panden moesten in ruil jaarlijks cijns betalen, een soort belasting. Het ging om één goudfrank per lopende meter. foto Archief Gent - Gravensteen in 1894, verscholen achter andere gebouwen die tegen de burcht zijn aangebouwd
“Voor de Eerste Wereldoorlog hadden goudfranken wel wat waarde. Daarna kwam er enorme inflatie waardoor het uiteindelijk, na enkele jaren, nog maar om een habbekrats ging.” De kosten van renovatiewerken bleven wel oplopen, terwijl de inkomsten dus verminderden", zei Everaert. In praktijk kon de stad Gent minder dan een euro per jaar innen per gevel. De stad besefte al eerder dat de regeling onhoudbaar werd. In 1990 werd beslist om de maatregel stelselmatig aan te pakken. De stad beloofde eigenaars om telkens nog één renovatie op te nemen en daarna het beheer over te dragen. Van de oorspronkelijk 40 gevels, ging het vorige bestuursperiode naar nog 11. Nu kondigt schepen en waarnemend burgemeester Hafsa El-Bazioui (Groen) een nieuwe renovatie aan. Deze keer gaat het om de gevels van de Graanspijker, op Pensmarkt 3-9. Er huizen nu 2 populaire cafés. "De gevels dateren uit de 14e eeuw. Eerst was het gebouw een verpleeghuis voor melaatsen, in 1322 kocht de stad het pand om als opslagruimte te dienen voor graan. De toenmalige haven was immers vlakbij. Later werd het pand omgevormd tot een herberg", stelt de schepen. "Uit recent onderzoek blijkt dat de structuur van het gebouw er slecht aan toe is. De restauratiewerken zullen zich richten op de buitengevels en het buitenschrijnwerk, terwijl er binnen aan de houten constructie gewerkt wordt. De annexen aan de kant van de rivier zullen worden heropgebouwd.

Nieuwe restauraties richten zich op de buitengevels en het buitenschrijnwerk, terwijl er binnen aan de houten constructie gewerkt wordt. De annexen aan de kant van de rivier zullen worden heropgebouwd. De renovatiecampagne voor historische gevels blijft een centraal deel van het erfgoedbeheer in Gent, met aandacht voor zowel structurele versterking als behoud van historische elementen.
- Openingsmoment De Stam na het faillissement met nieuw én oud team.
- Verhaal van de gevelsteen AL NIET en de gildehuisgeschiedenis als erfgoedverhaal.
- Restauratie-inspanningen in Gent met focus op gevels Graanspijker en omliggende panden.
Kernpunten van heropening en erfgoed
Het café De Stam heropende met een optreden van Seattle, waarbij stamgasten elkaar begroetten en proostten op de toekomst. De heropening werd gekenmerkt door een gevoel van vertrouwdheid ondanks de ingrijpende renovaties zoals een schone en geverfde omgeving, een nieuwe koeling en extra taps voor speciaalbier. Het merendeel van het oude team is terug, wat bijdroeg aan de herkenbaarheid voor vaste gasten.

In de geschiedenis van steden is het behoud van gevels en erfgoed een complex samenspel van publieke en private belangen, waarbij stedelijke vernieuwing soms hand in hand gaat met heritage management. De vergelijking met Gent toont hoe ook daar gevels een langetermijnbeheer kennen, met jaarlijkse cijns en een beleid van voortdurende renovaties om erfgoed te beschermen.
Belangrijke historische context over gevels en erfgoedbeheer
Het verhaal van de Binnenlandvaarders en Buitenlandvaarders illustreert hoe gevelstenen en gildehuizen een rol speelden in het stedelijk geheugen. De gevelsteen AL NIET, afkomstig uit de Smaksteeg, is een symbool van deze geschiedenis en belichaamt hoe erfgoed tijdelijk buiten gebruik kon raken voordat het werd gered en gekoesterd door monumentenzorg.
Samengevat tonen zowel De Stam als de Gentse gevelrestauraties hoe erfgoed en modern gebruik elkaar kunnen ontmoeten: een levendig, hedendaags café naast zorgvuldig beheerde en gerestaureerde gevels die de geschiedenis zichtbaar houden voor bewoners en bezoekers.