Wilt u zelf katoenstuc aanbrengen? Volg dan de stap-voor-stap instructies op deze pagina. Voor de verwerking van Cottonplaster ISO-WB is een behangklare ondergrond essentieel. Controleer vooraf of alles gereed is, zodat u efficiënt te werk kunt gaan. Het schoonmaken van de ondergrond is zeer belangrijk voor de hechting, zie voorbereiding. De ondergrond dient te zijn voorbewerkt met Cottonplaster ISO-WB, een isoleerlaag op acrylraat basis. Bij sterk vervuilde, vergeelde en zuigende ondergronden adviseren wij de bewerking tweemaal uit te voeren. De droogtijd tussen twee lagen bedraagt 3 uur, wanneer de omgevingstemperatuur hoger is dan 12°C. De isoleerlaag is door middel van roller aan te brengen en zorg dat u altijd alle hoeken en randen goed raakt voor de hechting en isolatie.
U kunt Cottonplaster mengen met water, de hoeveelheid water staat vermeld op de etikettering. Vul de speciekuip met de juiste hoeveelheid water, voeg daarna de benodigde hoeveelheid m² katoenpleister toe. U mengt het katoenpleister handmatig, u blijft doormengen totdat er een homogene massa ontstaat. Deze laat u 5 minuten staan om hierna nogmaals handmatig of machinaal te mixen met of zonder effecten. Let op! Bij het gebruik van effecten (wanneer van toepassing) is 1 zakje effect goed voor 5 m² katoenpleister; naargelang zou u meer of minder kunnen toevoegen. De effecten voegt u toe na het handmatig mengen van het katoenpleister en voor het machinaal mengen. Dit zodat de effecten gelijkmatig worden gemengd met het katoen.
Let op! Voor het handmatig verwerken van het katoenpleister wordt een Cottonplaster vlakspaan gebruikt. De aangemaakte katoenpleister breng je op je afzetbord aan, deze vervolgens met behulp van de vlakspaan op het gewenste oppervlak aanbrengen. Om een gelijkmatige verdeling te verkrijgen is het van belang het katoenpleister met een verticale en horizontale kruislings beweging te verdelen. Voor een juiste verdeling test men dit, door met de rand van de vlakspaan een lijn te trekken in het aangebrachte deel, waarbij de dikte niet minder mag zijn dan plusminus 2 mm. Voor het spuiten kunt u met Cottonplaster contact opnemen i.v.m.
Voorbereiding van de ondergrond en voorstrijk
Zelf je muur stucen levert een mooie financiële besparing op, omdat er aardig wat arbeidsuren in gaan zitten. Dicht putten, scheuren en krassen in de muur met een vulmiddel en verwijder alle stof en vet. Behandel indien nodig de ondergrond met een geschikte primer (hechtmiddel of fixeermiddel). Gipsgeleiders begeleiden je reilat bij het gelijktrekken van de pleisterlaag. Zo is het pleister overal even dik. Hoekbeschermers plaats je tegen de buitenhoeken van de muur en bij de vensterranden (indien aanwezig).
In een metselkuip giet je water en gipspoeder volgens de op de verpakking aangegeven mengverhouding. Met een stucspaan breng je het gipspleister zo gelijkmatig mogelijk aan tegen de muur. De laag moet iets dikker zijn dan de diepte (dikte) van de gipsgeleiders. Zodra een deel van de muur tussen twee gipsgeleiders bedekt is met stuc, gebruik je de reilat om het geheel glad te strijken. Vul die met pleister en strijk de laag voor een tweede keer glad met de reilat.
Zodra het gips hard genoeg is, kan de afwerking van het stucwerk beginnen. Met een plakspaan met schuurspons maak je de grote oneffenheden weg. Er zijn een aantal punten waarmee je rekening moet houden wanneer je een frisse laag gipspleister gaat aanbrengen op bestaand stucwerk of een onafgewerkte muur. Voordat je begint met de muren stucen is het belangrijk om na te gaan of de muur de juiste droogte heeft. Op een gladde muur (zwak zuigend) of poreuze muur (sterk zuigend) zal het nieuwe gipspleister niet optimaal hechten. De droogte van de ondergrond kan je eenvoudig testen.
Blijft het water aanzienlijk langer dan 5 minuten aan de oppervlakte, dan is de muur te glad. Muren hebben vaak een waterkering die voorkomt dat vocht uit de bodem omhoog trekt. Deze kering zit doorgaans enkele centimeters boven het niveau van je vloer, zowat halverwege de plint. Vocht kan dan gewoon via het pleisterwerk omhoog trekken en schimmelplekken op de muur veroorzaken. Stop dus minstens een halve centimeter boven de waterkering met stucen. Het klinkt vreemd, maar gips hecht minder goed op bestaand stucwerk dan op een nog niet gestucte muur. Kies voor 10 tot 12 mm pleister als de ondergrond egaal is, en voor ongeveer 15 mm als je oude stuclaag wat oneffenheden heeft.
Verhouding, soorten en toepassing van stucmaterialen
Normaal gipspleister is weliswaar waterwerend, maar niet volledig waterdicht. Voor natte ruimtes, zoals de badkamer, keuken en het washok moet je dus extra aandacht besteden aan de waterdichting. Zelf je muren stucen kan veel voldoening geven als de klus goed wordt uitgevoerd. Maar er zitten wat uitdagingen aan en het is best arbeidsintensief. Zorg er in dat geval voor dat je de kosten zo laag mogelijk houdt door offertes van verschillende aanbieders te vergelijken. Stucen is een vak apart. Als vakman, maar ook als doe-het-zelver, is het belangrijk om een strak en egaal resultaat te realiseren. Bij het stucen worden veelvuldig fouten gemaakt, waardoor het eindresultaat negatief kan worden beïnvloed.
De meest voorkomende verhoudingen en materialen voor buiten en binnen variëren per toepassing. Een veelgebruikte basis is 1 deel cement op 4 tot 5 delen schoon metselzand voor buiten, of een kalkcementmortel zoals 1 cement, 1 kalk en 6 zand als dampopenheid gewenst is. Voor natte ruimtes kan een trasscement in dezelfde verhouding extra zekerheid geven. Gebruik geen waterglas in de mix als je ademend wilt afwerken. Binnen of onder luifel kan een iets lichtere samenstelling zoals 1 op 5 volstaan. Voor stucen met cement geldt vaak 1 op 4 tot 1 op 5 metselzand en cement als uitgangswaarde; voor buitenmuren met dampopen karakter is kalkcementmortel aan te raden.
Zorg voor twee lagen: eerst een dunne hecht- of krablaag, daarna de afwerklaag. Roller- of kwartsprimer kan nodig zijn op zuigende ondergronden, terwijl glad beton meestal vraagt om een hechtingsbrug. Verwijder stof en los materiaal van de ondergrond, maak de muur matvochtig zodat hij niet te snel aanzuigt. Voor de bak- en bouwwerkzaamheden kun je kiezen voor een moderne waterafstotende zandcementpleister voor gelijkmatige verwerking en gecontroleerde waterafwijzing.

Stappenplan: zelf stucen in 10 duidelijke stappen
- Stappenplan stap 1: dek de ruimte goed af en bescherm alle oppervlakken.
- Stap 2: controleer de ondergrond op droogte, zuiging en stevigheid.
- Stap 3: verwijder behang en losse verf; krab loszittende delen weg.
- Stap 4: breng de juiste voorstrijk aan, afhankelijk van zuiging en ondergrond.
- Stap 5: plaats hoekprofielen en stucgeleiders voor een strakke rand en vlakke werking.
- Stap 6: maak het gips aan met water volgens verpakking; meng totdat klonten verdwijnen.
- Stap 7: breng het gips op de muur aan met raapbord, troffel en spaan, van onder naar boven.
- Stap 8: rei de wand vlak, vul kuilen aan en verwijder overtollig materiaal.
- Stap 9: werk de muur glad af met spackmes en pleisterspaan; gebruik spons indien nodig.
- Stap 10: laat het stucwerk rustig drogen, ventileer, en schilder/behangen pas als het volledig droog is.
Hoeveel stucgips heb je nodig per m²? Reken met oppervlakte × verbruik per m² bij de gekozen laagdikte. Voorbeeld: 20 m² met Roodband bij circa 5 mm, verbruik 4,2 kg per 5 mm/m², levert 84 kg; afgerond naar 4 zakken van 25 kg.
Droogtijden zijn afhankelijk van laagdikte, temperatuur en ventilatie. Een half uur tot enkele uren is gebruikelijk voor dunne lagen; voorkom forces droging. Schuur pas na volledige droogtijd en gebruik een fijne korrel. Voorstrijk en primer zijn belangrijk voor een egale zuiging en dekking. Fix & Finish is een dunpleister voor afwerking bij droge binnenruimtes; niet geschikt voor natte zones.

Tips en valkuilen
- Volg altijd de verpakking van de fabrikant nauwkeurig; droogtijden serieus nemen.
- Investeer in goed gereedschap en onderhoud; oefen eventueel vooraf.
- Controleer droogte met de vingertest voordat u vlakzet of afwerkt.
- Wees voorzichtig met koude of tocht en laat werkende muren niet te snel drogen of nat droog worden.
- Bij twijfel over ondergrond of afwerking: proefvlak inzetten of advies vragen aan een vakman.
Veelgestelde vragen
- Kan ik zelf een muur stucen? Ja, een handige doe-het-zelver kan zelf een muur stucen.
- Welke voorstrijk gebruik je voor stucwerk? Voor sterk zuigende ondergronden een zuigende-ondergrond voorstrijk; voor gladde ondergronden een hechtprimer met korrel zoals Betokontakt.
- Kun je over een geverfde muur stucen? Ja, mits de verflaag stevig vastzit; losse verf verwijderen en hechtprimer gebruiken.
- Hoe dik moet stucwerk zijn? Afhankelijk van product en ondergrond; Roodband circa 5 mm, Goldband vanaf 10 mm, Fix & Finish circa 2 mm.
- Hoeveel stucgips heb je nodig per m²? Afhankelijk van product en laagdikte; voorbeeldverbruik 4,2 kg per 5 mm/m² voor Roodband.
Samenvatting van stappen en aanbevelingen
Dit stappenplan gaat over het stucen van binnenmuren met gipspleister en Cottonplaster ISO-WB. Voor buitenmuren, natte ruimtes en cementgebonden pleisters gelden andere regels. Met de juiste materialen en gereedschap kom je al een heel eind. Begin met een schone, droge en stabiele ondergrond, gebruik de juiste voorstrijk, werk strak en paceer je aanpak in kleine stappen. Een vakman kan in grote ruimtes of bij strakke eisen sneller tot een perfect eindresultaat komen.