De kinder- en jeugdpsychiatrie maakt te vaak, te lang en te onveilig gebruik van afzondering en fixatie. Dat stelde de Afdeling Zorginspectie eind 2017 vast na een inspectieronde. Het doel is om afzondering en fixatie maximaal te vermijden en bij de uitzonderlijke toepassing ervan de menselijke waardigheid te garanderen.
Is er een therapeutisch nut aan afzondering en fixatie? Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de meerwaarde van afzondering en fixatie. Er zijn weinig methodologisch sterke studies uitgevoerd naar de effectiviteit van deze maatregelen. De positieve effecten op gezondheid en welzijn zijn niet wetenschappelijk aangetoond, maar er is wel bewijs dat zorggebruikers door deze maatregelen risico lopen op lichamelijke verwondingen, traumatisering, angst, woede, onbegrip en vernedering. Een minderheid rapporteert wel positieve gevoelens, zoals zelfcontrole en veiligheid.
Afzondering en fixatie kunnen ook de onderlinge werkrelatie onder druk zetten. Ze zijn zeer uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen en volgen niet enkel uit de wetenschappelijke literatuur en mensenrechten, maar ook uit het Belgische recht. De toepassing onder dwang is daarin niet geregeld, en vereist toestemming van een vertegenwoordiger als de betrokkene niet in staat is om te beslissen, met één uitzondering: acuut en ernstig gevaar voor zichzelf of anderen. In zo’n noodgeval mag de hulpverlener ingrijpen als laatste redmiddel en in verhouding tot het gevaar.
Afzondering en fixatie zijn nooit de regel, ook niet bij een dwangopname. Protocollen die onmiddellijk naar afzondering en fixatie grijpen zijn uit den boze. Het beleid moet erop gericht zijn het gebruik ervan te vermijden. Directie is hierbij cruciaal: registratie, architecturale aanpassingen en een beleid gericht op preventie. Op behandelteamniveau helpt goede communicatie binnen en tussen teams en flexibele omgang met regels; de debriefing na afzondering of fixatie heeft een preventief effect voor toekomstige maatregelen.
Wanneer mogen afzondering en fixatie gebruikt worden?
Directie en behandelteams moeten streven naar zo kort mogelijke en menswaardige maatregelen. Als voorkomen onmogelijk blijkt, geldt: uiteindelijk korte tijd en met de minste impact. Beslissingen worden genomen door een arts op basis van medisch onderzoek en door getraind medisch personeel uitgevoerd. De zorggebruiker moet tijdens de uitvoering zo veel mogelijk geraadpleegd worden en zijn wensen zo veel mogelijk gerespecteerd blijven. Ook bij crisissituaties blijft waardigheid centraal staan.
Afzondering en fixatie veronderstellen geen totaalverbod op persoonlijke bezittingen en contacten: als de veiligheid dit toelaat, heeft de zorggebruiker recht op eigen kleding, een rustgevende bezitting en een gesprek met familie. Een geschikte en veilige afzonderingsruimte en voldoende medisch personeel dat nabij en aanspreekbaar is, zijn vereist. Een camera kan een hulpverlener niet vervangen. Voortdurend toezicht is er niet alleen om te beoordelen of afzondering nog nodig is; hetzelfde geldt voor fixatie.
Wat als de zorggebruiker zelf aangeeft wat hij wil?
Bij de keuze om dwangmaatregelen toe te passen en bij het type maatregel spelen de voor- en nadelen van de zorggebruiker een rol. Ook tijdens de uitvoering moet er geluisterd worden naar de zorggebruiker en zijn wensen gerespecteerd worden. In crisissituaties blijft het belangrijk om de zorggebruiker ernstig te nemen en waardigheid te respecteren.
Wetten en kaders rondom dwang en de ggz
In de context van verschillende wetten worden dwangmaatregelen toegepast, en per doelgroep geldt een andere wet. De multidisciplinaire richtlijn is gebaseerd op wetenschappelijke en mensenrechtelijke bronnen en roept niet op tot een totaalverbod, maar benadrukt wel de noodzaak tot voortdurende afweging en toezicht. De Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) beschrijven rechten en procedures voor verplichte of onvrijwillige zorg, met aandacht voor regie van de betrokkene waar mogelijk. De Wvggz verving de Wbopz en richt zich op behandeling centraal, terwijl de Wzd mensen met verstandelijke beperkingen of psychogeriatrische aandoeningen regelt in de context van onvrijwillige zorg. Ook bij covid-19 werden dwangmaatregelen in overweging genomen onder uiteenlopende wetten zoals de Wpg, Wvggz en Wzd, met strikte afwegingen omtrent proportionaliteit en insluiting.
Belangrijke wettelijke referenties en toepassingscontext
- Wvggz: verplichte zorg bij ernstige dreiging van nadeel; behandeling centraal; rechten en regie voor betrokkene.
- Wzd: onvrijwillige zorg bij verstandelijke beperking en psychogeriatrische aandoeningen; regeling van inbewaringstelling en machtigingen.
- Wpg: publieke gezondheidswet met maatregelen zoals quarantaine en isolatie in crisissituaties voor infectieziekten zoals covid-19.
- Bijlage: crisismaatregel en zorgmachtiging met mogelijkheden voor kortdurende dwang in spoedsituaties.
- Handreiking Infectiepreventie in de ggz (2025): basisinfectiepreventie, handhygiëne en omgevingshygiëne in ggz-instellingen en ambulante ggz.
Infectiepreventie en hygiëne als randvoorwaarde voor veiligheid
De handreiking Infectiepreventie in de ggz richt zich op basisinfectiepreventiemaatregelen om zorggerelateerde infecties te voorkomen bij cliënten en medewerkers. Belangrijke onderdelen zijn handhygiëne, persoonlijke hygiëne, PBM, reiniging en desinfectie, en outbreakmanagement. Voor ambulante ggz worden specifieke modules behandeld over momenten, technieken en middelen. Handhygiëne heeft prioriteit boven handen wassen met water en zeep, mits de handen droog en schoon zijn. Desinfectiemiddelen moeten correct toegepast worden om huidbeschadiging te voorkomen en misbruik te vermijden. Bij MRSA/BRMO en Norovirus zijn aanvullende richtlijnen van toepassing. Het doel is infectiedruk te verlagen en veiligheid te waarborgen zonder onnodige subjectieve beperkingen.

Praktische handreikingen voor ggz-instellingen
De handhygiëne-techniek omvat 'desinfectie en wassen' met aandacht voor droge handen en volledige inwerkingstijd. De randvoorwaarden omvatten droge handen, correct gebruik van desinfectiemiddel, en het vermijden van misbruik door cliënten. De vijf WHO-momenten voor handhygiëne zijn relevant voor ggz-instellingen en ambulante zorg, met aanpassingen per setting (eenkamerwoning vs. meerkamerwoning). Techniek en randvoorwaarden worden ondersteund door scholing en interne beleidsinstrumenten. Verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever voor beschikbaar stellen van hulpmiddelen en training. Cliënten, naasten en zorgverleners dragen samen zorg voor een veilige en effectieve toepassing van infectiepreventie.

Toepassing van dwang in crisissituaties: concrete casuïstiek
Casussen illustreren hoe de wetgeving in praktijk werkt: patiënten A, B en C maakten verschillende ervaringen met dwangmaatregelen in contexten zoals ziekenhuisopname, zorginstellingen en ggz-afdelingen. In elk geval werd getoetst of dwangmaatregelen proportioneel en noodzakelijk waren, met aandacht voor de rechten van de patiënt en de mogelijkheid tot afzwakking of beëindiging van dwang wanneer verantwoord.
Belangrijk hierbij is dat de keuze voor dwangmaatregelen afhankelijk is van de context en de beschikbare alternatieven, en dat multidisciplinaire samenwerking essentieel blijft. De zorginstelling moet zorgen voor klachtenprocedures en toezicht op naleving van grenzen en mensenwaardige uitvoering.
Bescherming van rechten en regie van de patiënt
De wettelijke kaders benadrukken dat verplichte zorg zo veel mogelijk voorkomen moet worden en dat patiënten waar mogelijk regie houden over hun behandeling. Familie en mantelzorgers kunnen betrokken worden via vertrouwenspersonen en communicatie moet begrijpelijk zijn. Transparantie en verantwoording in beslissingen over dwangmaatregelen zijn cruciaal voor het beschermen van waardigheid en veiligheid.
Wet zorg en dwang in vogelvlucht
Samenvattend overzicht van relevante wetten en rollen
- Wvggz: verplichte zorg, behandeling centraal, rechten en regie voor betrokkene, toepasbaar in diverse zorginstellingen en thuis.
- Wzd: onvrijwillige zorg voor verstandelijke beperkingen en psychogeriatrische aandoeningen; inbewaringstelling mogelijk; rechterlijke machtiging.
- Wpg: maatregelen tegen infectieziekten zoals covid-19, inclusief quarantaine en isolatie; crisissituaties met burgemeester en GGD als actoren.
- Toezicht en klachtenprocedures: essentieel om te controleren of opgelegde grenzen worden gerespecteerd en de procedures correct worden gevolgd.
- Handreiking Infectiepreventie ggz (2025): basisprincipes en praktische handvatten voor zowel instituties als ambulante zorg.