Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) heeft een wetsvoorstel ingediend om een aantal onderwijswetten te wijzigen in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Op 22 januari jl. is het verslag van de openbare behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer vastgesteld.
Scholen moeten al sinds 2006 aandacht geven aan actief burgerschap en sociale integratie. De huidige burgerschapsopdracht schrijft voor dat het onderwijs ervan uitgaat dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving, dat onderwijs mede gericht is op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie en dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten (artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 11 van de Wet op de expertisecentra en artikel 17 van de Wet op het voortgezet onderwijs).
Deze formulering sluit volgens de minister niet (meer) voldoende aan bij (de ontwikkelingen in) de samenleving. De kwaliteit van het onderwijs loopt op dit punt zeer uiteen en de kennis en overige competenties van Nederlandse leerlingen zijn op dit punt lager dan in vergelijkbare landen. Ook is er kritiek op de beperkte mogelijkheden die de Inspectie van het Onderwijs heeft om te kunnen toetsen in hoeverre een school voldoet aan de burgerschapsopdracht.
Het wetsvoorstel moet hier verandering in brengen, door de algemene burgerschapsopdracht aan scholen meer verplichtend te maken en te verduidelijken. De nieuwe burgerschapsopdracht houdt in dat onderwijs actief burgerschap en sociale cohesie moet bevorderen, waarbij het zich in ieder geval richt op het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens en het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de pluriforme, democratische Nederlandse samenleving.
Scholen hebben op basis van artikel 23 Grondwet een grote mate van vrijheid om zelf invulling te geven aan de burgerschapsopdracht, maar moeten wel zorgdragen voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met deze waarden. Met de voorgestelde bepaling wordt ook aangesloten bij de burgerschapsopdracht van het mbo. Het streven is de onderwijswetten hiermee te wijzigen per 1 augustus 2020. Sinds 1 augustus 2021 gelden nieuwe wettelijke eisen voor bevordering van burgerschap in het (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. Deze wettelijke opdracht om âactief burgerschap en sociale cohesieâ te bevorderen, verduidelijkt de burgerschapsopdracht uit 2006.
Wetswijziging en wat dit concreet betekent voor scholen
De herziene wet 'Verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs' geeft scholen meer richting en is minder vrijblijvend. De burgerschapsopdracht aan scholen wordt verduidelijkt en er is vastgelegd dat scholen leerlingen kennis en respect moeten bijbrengen voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en ieders grondrechten. Kern van de wet is dat scholen op een doelgerichte en samenhangende wijze werken aan burgerschapsvorming. Scholen dienen een heldere visie en beleid te ontwikkelen op het burgerschapsonderwijs, met een door de leerjaren heen samenhangend programma, dat de burgerschapsvorming van leerlingen bevordert, waarbij de school ook concreet formuleert wat leerlingen zullen leren. Daarnaast dient de school dit te evalueren en verantwoording af te leggen in de schoolgids en het schoolplan. Ook staat in de wet dat leerlingen op school met burgerschapsvaardigheden moeten kunnen oefenen en dat de school het goede voorbeeld dient te geven als oefenplaats.
Bij de invulling van burgerschapvorming ligt het eigenaarschap bij de scholen. Scholen houden ruimte om zelf inhoud en vorm te geven aan burgerschapsonderwijs. Dit is in lijn met de vrijheid van onderwijs. Met het wetsvoorstel wordt er wel een gemeenschappelijke verbindende kern verplicht gesteld voor alle scholen waarop het onderwijs zich in ieder geval herkenbaar dient te richten. Oftewel: scholen dienen een heldere visie en beleid te ontwikkelen op het burgerschapsonderwijs; met een door de leerjaren heen samenhangend programma, dat de burgerschapsvorming van leerlingen bevordert; waarbij de school ook concreet formuleert wat leerlingen zullen leren en hoe ze dat gaan evalueren. Scholen moeten hun onderwijs binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat vormgeven. De basiswaarden van de democratische rechtsstaat, en de daarbij passende competenties zijn belangrijke gedeelde uitgangspunten en vormen de kern op iedere school. Dat betekent dat scholen verantwoordelijk zijn voor: het ontwikkelen van kennis van de democratie en rechtsstaat, alsmede de mensenrechten en het handelen naar deze basiswaarden op school; het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties; leren functioneren vereist niet alleen theoretische kennis, maar ook competenties; democratie gaat ook om sociale omgang tussen mensen; leerlingen leren op school samen te werken en te leven, om te gaan met maatschappelijke spelregels, hun eigen identiteit te ontwikkelen, hun mening te vormen en die van anderen te respecteren; het bijbrengen van kennis over en respect voor verschillen in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele geaardheid alsmede de waarde dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.
Toezicht en evaluatie
De Inspectie zal terughoudend toetsen, maar hanteert een gemeenschappelijke kern als verplicht uitgangspunt. Om deze kern goed over te dragen, is een doelgericht en samenhangend onderwijsprogramma vereist. Het onderwijsprogramma moet ten minste bestaan uit een kenniscomponent, bijbehorende competenties en een schoolcultuur waarin deze democratische spelregels worden voorgeleefd en waarmee wordt geoefend. Daarnaast toetsen Inspectie op de naleving van: de zorg voor een schoolcultuur waarin vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid en het afwijzen van discriminatie centraal staan, verdraagzaamheid en het afwijzen van onverdraagzaamheid, onderling begrip en autonomie van leerlingen, en of de school leerlingen stimuleert om actief te oefenen met de omgang met deze waarden.
Het eigenaarschap voor burgerschap ligt bij de scholen; zij moeten een heldere visie en beleid ontwikkelen, een doorlopende leerlijn met concrete leerdoelen formuleren en dit evalueren en verantwoording afleggen in de schoolgids en het schoolplan. Het onderwijs moet voortaan ook een bijzondere oefenplaats zijn waarin burgerschap in de praktijk geoefend wordt en waar het goede voorbeeld wordt gegeven door het personeel.
Curriculum en kerndoelen
Curriculum.nu sluit aan bij de burgerschapsopdracht; burgerschap is een van de negen leergebieden. Hoewel er nog geen verplichte inhoud voor sociale en maatschappelijke competenties is, zijn kerndoelen wel verplicht en deels gerelateerd aan burgerschap. In het primair onderwijs omvat kerndoel 36 het leren over de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger; in de onderbouw van het voortgezet onderwijs kerndoel 44 gaat het om inzicht in hoe het Nederlandse politieke bestel functioneert en hoe mensen bij politieke processen betrokken kunnen zijn.
De voorgestelde kenniscomponent van burgerschapsonderwijs richt zich op de politiek-juridische dimensie, met nadruk op de democratische rechtsstaat en de spelregels daaraan ten grondslag liggen. De vaardighedencomponent richt zich op de sociaal-culturele dimensie: betrokkenheid bij de samenleving, omgaan met diversiteit, en het ontwikkelen van het vermogen om standpunten te uiten en te verdedigen, terwijl ook erkenning van andere standpunten centraal staat. Scholen bepalen zelf hun accenten afhankelijk van hun profiel en identiteit.
Basisvoorwaarden en vrijheid van onderwijs
Onderwijs dat de basiswaarden ondermijnt of leerlingen oproept zich daartegen af te zetten, is strijdig met de wet. Scholen kunnen in het onderwijs eigen opvattingen hebben, maar de burgerschapsopdracht daagt uit tot dialoog binnen de school. Vrijheid van onderwijs biedt ruimte, maar de voorgestelde wet verplicht een gemeenschappelijke kern en verantwoording over burgerschapsonderwijs in schoolplan en schoolgids.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het belang van de voorgestelde wetswijziging en wijst op het spanningsveld tussen grondrechten. Zij adviseert de zorgplicht te vervangen door een verplichting voor het bevoegd gezag om verantwoording af te leggen over hoe zij leerlingen en personeel stimuleren om te handelen volgens de waarden van de democratische rechtsstaat. Ook het Inspectietoezicht dient terughoudend te zijn.
Praktische gevolgen voor 2021 en daarna
Sinds 1 augustus 2021 is de wet Verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs van kracht, met als doel de burgerschapsopdracht minder vrijblijvend te maken en meer richting te geven. De Inspectie krijgt zo mogelijkserwijs meer gespreksruimte met scholen en kan derhalve beter toetsen op de implementatie van burgerschap in de klas, in schoolgids en in schoolplan.
Vanaf 2025 zijn definitieve conceptkerndoelen burgerschap gepubliceerd; per 2027 worden deze kerndoelen verwacht ingevoerd, maar scholen kunnen nu al aan de slag met de nieuwe kerndoelen voor hun burgerschapsonderwijs. Scholen en leraren kunnen de nieuwe kerndoelen alvast gebruiken om burgerschapvorming zo goed mogelijk te vertalen naar hun klaslokalen.

Het wetsvoorstel is bedoeld om duidelijkheid te geven over wat burgerschapsonderwijs inhoudt en hoe het moet worden vormgegeven en geëvalueerd, met een focus op de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de menselijke rechten. Scholen blijven vrije inrichtingsvrijheid houden, maar dragen nu een gemeenschappelijke kern en evaluatieverplichting, zodat burgerschapsonderwijs beter kan worden geborgd.
Samengevatte kernpunten
- Verduidelijking en verplichting van de burgerschapsopdracht vanaf 1 augustus 2021.
- Scholen ontwikkelen een heldere visie en beleid op burgerschap met een doorlopende leerlijn.
- Toezicht door Inspectie: terughoudend, maar met duidelijke kernwaarden en doelgerichte programmaâs.
- Scholen verantwoorden via schoolplan en schoolgids; burgerschapsoefenplaats op school.
- Vrijheid van onderwijs behouden, maar binnen de kernwaarden van democratische rechtsstaat en mensenrechten.
tags: #wetsvoorstel #verduidelijking #burgerschapsopdracht #in #het #funderend