Vleermuizen 'wonen' in vrijwel alle appartementencomplexen, en het herkennen ervan is niet eenvoudig voor een leek. Deze beschermde dieren mogen niet worden verjaagd, dus bij verbouwingen of renovaties moet gezorgd worden voor 'vervangende woonruimte'. Laat vóór je begint met de werkzaamheden of offertes aanvragen voor verduurzamende maatregelen, een onderzoek uitvoeren naar de aanwezigheid van vleermuizen of andere beschermde dieren, zoals verplicht volgens de Wet Natuurbescherming. Indien aanwezig, kan het ontbreken van een gedegen beschermingsplan de renovatie met twee jaar vertragen, wat leidt tot hoge kosten en irritatie. Bij renovaties waarbij er aanpassingen aan de schil van het gebouw worden gemaakt, moet de VvE (als gebouweigenaar) altijd een onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen laten uitvoeren, conform de Wet Natuurbescherming.
Wat verstaan we onder aanpassingen aan de schil en waarom vleermuizen daarin betrokken zijn
Aanpassingen aan de schil zijn bijvoorbeeld het plaatsen of aanpassen van gevelisolatie, vervangen van kozijnen en/of glas, plaatsen van zonnepanelen. Het onderzoek naar vleermuizen begint met een visuele inspectie en omvat gedurende een jaar vier à zes onderzoeksrondes. Maatregelen moeten worden getroffen als verblijfplaatsen worden aangetroffen. Voor professioneel advies en begeleiding bij flora- en faunaonderzoek, neem contact met ons op. Voorkom vertraging en kosten bij de renovatie van jouw VvE-pand.
- Voorkeur voor een integrale aanpak: SMP en natuurvriendelijke oplossingen.
- Minimale verstoring van vleermuizen, maximale zekerheid voor bewoners.
Praktijkportratuur: Actium en de pragmatische aanpak van verduurzaming
Woningcorporatie Actium verhuurt 16.000 woningen in Drenthe en Zuidoost Friesland. Actium werkt aan verduurzaming van de woningvoorraad; veel spouwmuren zijn al na-geïsoleerd en de komende jaren renoveert ze zo’n 2000 panden. ‘Duurzaamheid is een van onze pijlers’, vertelt Michel Kraeima, projectleider kleinschalige renovaties bij Actium. ‘Renovatie zorgt voor beter geïsoleerde woningen, minder energieverlies én CO2-reductie. Maar: wij mogen niet zomaar aan de slag. Is er in de woning bijvoorbeeld een verblijfplaats van vleermuizen? Die vergunningseis is er niet voor niets. Zo zijn vleermuizen biologische bestrijders van plaaginsecten; de veel voorkomende gewone dwergvleermuis eet bijvoorbeeld zo’n duizend insecten per nacht. De dieren hebben een veilige plek in woningen nodig, om overdag te verblijven, zich voort te planten en te overwinteren.
Gaat bij verduurzaming de hele boel dicht? De noodzakelijke omgevingsvergunning gaf Actium een flink planningsprobleem. Michel: ‘Voor de vleermuis is kostbaar “jaarrond-onderzoek” nodig, om te monitoren om hoeveel en welke diersoorten het gaat én waar ze zich bevinden. Dat herhaalt zich steeds per blok te renoveren woningen. Bovendien vereist de wet dat we voor de vleermuis allerlei maatregelen treffen, zoals voldoende alternatieve verblijfplaatsen. Actium zocht enkele jaren geleden contact met ecologisch adviesbureau Ecogroen. Om samen te ontdekken hoe het handiger en efficiënter kan. Zo ontmoette Michel ecoloog Adriaan de Gelder. ‘Als ecoloog geef ik stem aan plant en dier en kom ik op voor het belang van de natuur. Daarmee ook voor het belang van mensen, want de natuur is ongelooflijk belangrijk voor ons allemaal. Steeds vaker word ik betrokken door organisaties die natuur-inclusief willen bouwen of moeten voldoen aan de Omgevingswet. Bijzonder.
Zo omschrijven beide mannen hun eerste gesprekken. Michel: ‘Natuur is belangrijk, maar eerlijk? Ik vond het eerst wat ecologisch gezeur. Zoveel ondernemen voor een vleermuis of huismus? Wij proberen onze woningvoorraad snel en efficiënt te verduurzamen. Goed voor huurders en voor CO2-verlaging. Hupsakee, gáán. Zo dacht ik als man uit de bouw. Maar dan ontmoet je een ecoloog, die anders kijkt. Adriaan herkent dat. Hij moest juist wennen aan de bouwwereld. ‘De snelheid en efficiëntie in de bouw zijn begrijpelijk, maar staan haaks op hoe de natuur werkt. En dan is er nog natuurwetgeving die vrij rigide voorschrijft hoe het moet. Zie daar maar eens een soepele draai aan te geven. Dat is een zoektocht die we samen aangingen. Een uitvinding dus!
Het gaat om de Wedi-plaat. Michel: ‘Vleermuizen kiezen vaak spouwmuren als woonplek en zijn vrij honkvast. Bij na-isolatie van spouwmuren moeten wij voldoende nieuwe verblijfplaatsen creëren. Dat is soms lastig, omdat er weinig geschikte gevels beschikbaar zijn en de reguliere vleermuiskasten niet passen in woningen met een ondiepe spouwmuur. Zo kwam ik op een maatwerkoplossing: de Wedi-plaat. Een dunne, ruwe isolatieplaat die we tegen de binnenmuur plaatsen. Met een opening in de buitenmuur en een U-vormige uitsparing in de spouwmuur. En het werkte: bij zo’n vijftig woningen is gemonitord of de vleermuis terugkwam. Adriaan: ‘Veel Wedi-platen werden inderdaad gebruikt. Zo zijn nieuwe verblijfplaatsen niet nodig en kan de vleermuis - net als huurders - na renovatie terug naar huis. Provincie Drenthe is enthousiast en de plaat mag waar mogelijk nu worden toegepast. De ecologische kijk van Ecogroen gecombineerd met de technische kennis van Actium resulteerde ook in een andere ontwikkeling. En zo kwamen ze uit bij het Soorten Management Plan (SMP), gericht op gebouwbewonende soorten.
Adriaan: ‘Idee van het SMP is dat je in één keer een mega-onderzoek doet naar alle te renoveren woningen. Welke diersoorten zijn er en waar zitten ze? Op basis hiervan worden generieke maatregelen voorgeschreven. Zoals natuurvriendelijk werken, daken altijd geschikt maken voor huismussen én gebruik van vleermuisvoorzieningen zoals vleermuiskasten, de Wedi-plaat of ruime gevelbekleding. Elke woning krijgt zo na verduurzaming een ecologische plus. In nauwe samenspraak met Provincie Drenthe is twee jaar gewerkt aan het SMP. Recent keurde de provincie het plan goed. Michel: ‘Actium kreeg een generieke vergunning voor de hele renovatie-opgave. Het is gelukt om de belangen van mens en dier te combineren in een helder, efficiënt werkproces.’ Ook mooi is dat gebruik van de Wedi-plaat navolging krijgt in andere provincies. Adriaan: ‘Sta je open voor elkaars wereld, dan kun je samen hoog vliegen.
Ecologie in monumentale context en beheer van vogels en vleermuizen
Bij het beheer en onderhoud van een gebouwd monument in de omgeving, en helemaal natuurlijk bij het beheer en onderhoud van groen erfgoed, is het van belang om voldoende rekening te houden met de ecologie van het gebied: de wisselwerking tussen de diverse biotische en abiotische factoren in een omgeving. Denk daarbij aan de bodemkwaliteit, water, maar ook aan de (oorspronkelijke) beplanting en de positieve invloed hiervan om de diverse populaties van bijvoorbeeld insecten. Vleermuizen huizen ’s zomers graag in oude gebouwen. Ze overwinteren in ijskelders, forten en mergelgroeven. Om binnen te komen is een spleet ter grootte van een brievenbus al voldoende. De meeste vleermuizen komen nooit in aanraking met mensen. Andersom geldt dit dus ook. Toch kan het gebeuren dat een directe ontmoeting plaats vindt, wanneer vleermuizen uw woning als (tijdelijke) verblijfplaats kiezen. Vleermuizen zitten daar vooral op plekken waar mensen niet bij kunnen komen, zoals in de spouw of onder de dakbedekking.
Vleermuizen brengen geen parasitaire ziekten over op mensen of huisdieren; de parasieten zijn gebonden aan vleermuizen. De kolonie maakt slechts voor korte tijd gebruik van uw huis. Vleermuizen zijn het meest kwetsbaar op de plek waar ze op een kleine oppervlakte in groepen bij elkaar zitten, dus de kolonie-verblijfplaats. Vogelsoorten die overlast bezorgen, zijn vooral verwilderde stadsduiven, maar ook meeuwen, spreeuwen, kraaien en kauwen. Ze vormen vaak een ware plaag, niet in de eerste plaats door hun massale aanwezigheid, maar vooral door de schade die ze veroorzaken aan gebouwen. Achtergelaten vuil (nestmateriaal, mest, voedselresten en kadavers) kan de goten en afvoeren verstoppen. Droge takjes die ze deponeren in schoorstenen en op zolders zijn brandgevaarlijk. In het nest- en mestmateriaal leven ook heel wat parasieten en insecten die de historische interieurs kunnen aantasten. Huismussen, zwaluwen, gierzwaluwen, uilen geven echter weinig overlast. Verschillende soorten zijn beschermd of komen zelfs voor op de rode lijst van kwetsbare, bedreigde of met uitsterven bedreigde vogelsoorten.
Praktische adviezen voor renovaties en prevención
- Maak tijdig een onderzoek naar vleermuizen alvorens te starten met isolatiewerkzaamheden.
- Creëer voldoende alternatieve verblijfplaatsen bij na-isolatie van spouwmuren.
- Overweeg een SMP voor gebiedsdekkende ecologische maatregelen (vooraf goedgekeurd door de provincie).
Een effectieve manier om vogels te weren, ook op lange termijn, is om openingen en nissen af te spannen met netten van gegalvaniseerd of roestvrij staal, of van een stevige UV-beschermde kunststof. Netten en gaas kunnen een monument echter ontsieren. Het gebouw kan ook fysieke schade lijden door de manier waarop ze worden geplaatst. Daarnaast kan deze wijze van het weren van vogels tijdens restauratie en renovatie een grote bedreiging vormen voor de populatie van beschermde of nuttige vogels. Met een beetje extra moeite en wat extra geld kunnen bestaande nestruimtes behouden blijven of kan vervangende nestgelegenheid gecreëerd worden.
Specifieke stappen en procedureren volgens de Omgevingswet
In de praktijk kan een uitgebreid onderzoeksverhaal nodig zijn, waarbij het SMP of pre-SMP als kader dient. Een snelle schematische weergave van het stappenplan omvat onder meer:
- Vraag vleermuisonderzoek aan als voorbereiding op ruimtelijke ingrepen.
- Voer een quickscan uit om potenties voor vleermuizen te beoordelen.
- Bij potenties: voer een nader onderzoek uit dat minimaal één kalenderjaar beslag legt en meerdere bezoeken vereist.
- Indien vleermuizen voorkomen: stel een activiteiten-plan, mitigatie en/of compensatie vast voor de Omgevingswet.
- Vraag een vergunning aan bij de Provincie indien nodig; volg daarbij natuurwetenschappelijke richtlijnen.
- Werk volgens een ecologisch werkprotocol en monitoren waar nodig.
Begin augustus heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over de zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming bij het isoleren van woningen. Deze uitspraak leidde tot vragen bij bewoners, gemeenten en isolatiebedrijven over wat wel en niet mag volgens de wet.
Samenvattend: waarom wetsrechtelijk belang en praktische uitvoering hand in hand gaan
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn streng beschermd onder de Omgevingswet. De verschillende soorten hebben gedurende het jaar verschillende verblijfplaatsen. Voor elke soort is dit weer anders. De ene soort heeft verblijfplaatsen in holle bomen of achter loshangend schors. Het team van Bureau Biota is ook deskundig op het gebied van vleermuisonderzoek. Bij ruimtelijke ingrepen in het kader van de Omgevingswet is het vaak nodig om onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van vleermuizen en de wijze waarop deze dieren gebruik maken van het terrein. Wanneer goed duidelijk is welke soorten wanneer en met hoeveel dieren gebruik maken van structuren binnen het landschap, kan goed in beeld worden gebracht wat de beoogde plannen voor effect hierop hebben.

Kennissessie Natuurvriendelijk Isoleren
Voor het uitvoeren van een vleermuisonderzoek worden stappen gevolgd zoals in het diagram hierboven; het opleggen van een jaarlange monitoring is essentieel vanwege de jaarcyclus van vleermuizen en het netwerk van verblijfplaatsen.
tags: #wettelijk #belang #renovatie #monument #vleermuizen