Bij een Master/Slave-regeling wordt de temperatuur in de gehele woning bepaald vanuit de hoofdthermostaat, die meestal is geplaatst in de woonkamer. Alle kamers in de woning zijn afhankelijk van de temperatuur die op deze thermostaat in de woonkamer is ingesteld. Bij een Master/Master-regeling heeft iedere ruimte een eigen thermostaat. In een woning is in alle kamers een ruimtethermostaat aanwezig. De temperatuur op de thermostaat in de woonkamer is ingesteld op 22°C. Uw kind vindt 22°C een beetje warm en gedijt beter bij een temperatuur van 20°C. U stelt de temperatuur in de kinderkamer daarom op 20°C in. Uw thuiswerkende partner is een echte koukleum; de temperatuur in de studeerkamer zet u daarom op 23°C. Zoals eerder vermeld, adviseert Masterwatt om de warmtepomp weersafhankelijk voor te regelen en het afgiftesysteem na te regelen.
In deze paragraaf behandelen we een aantal mogelijke naregelingen. Het doel van een naregeling is om te voorkomen dat een ruimte te warm wordt. Wanneer de gemeten ruimtetemperatuur de ingestelde ruimtetemperatuur overschrijdt, stopt de toevoer van warmte, zodat de ruimte niet verder opwarmt. De master/slave-regelingen hebben vaak één hoofdthermostaat en daarnaast nog een aantal andere thermostaten in andere ruimtes. De hoofdthermostaat is diegene die ook de warmteopwekker aanstuurt. Als de hoofdthermostaat geen warmtevraag heeft, maar een slave-thermostaat wel, gaat toch de warmteopwekker niet aan. De slave-thermostaat stuurt de verwarmingszone wel open waar warmtevraag is, maar er komt geen warmte omdat de hoofd thermostaat geen warmtevraag heeft. In het geval van een master/master-regeling schakelt de warmteopwekker altijd in wanneer er in één van de zones warmtevraag is.
De Dynamis Monoblock warmtepompen hebben een optioneel warmtevraagcontact (FN1) en koelvraag-contact (FN2). Daarmee zijn deze warmtepompen de enige die men eventueel kan aansturen door een master/master-regeling. Toch is dit niet het advies, vanwege de eerdergenoemde schakel momenten. Deze hebben een negatief effect op de efficiëntie en levensduur van de warmtepomp. In sommige gevallen is het wel mogelijk om een dergelijke regeling te gebruiken, maar dan zonder het warmte vraagcontact op de warmte pomp aan te sluiten.
14.3.1 Voorbeelden slave-regelsystemen: Het simpelste voorbeeld van een regelsysteem dat volgens het slave-principe werkt, is de thermostatische radiatorkraan. Wanneer men in de ruimte een thermostatische radiatorkraan vragend zet, schuift de spindel in de kraan iets op. Hierdoor (afhankelijk van de heersende temperatuur) wordt de doorlaat van de kraan groter en stroomt er meer verwarmingswater door de radiator. Zo wordt de ruimte verwarmd. Zodra de ingestelde temperatuur bereikt is, zet de vloeistof of was in het regelelement uit, waardoor de spindel in de kraan verschuift en de doorlaat van de kraan kleiner wordt en zelfs sluit. Er wordt dan niet meer verwarmd. Thermostatische radiatorkranen kan men heel goed combineren met de weersafhankelijke regeling. In elke verschillende ruimte (zone) kan men een kamerthermostaat plaatsen die men vervolgens aan de motoren van de desbetreffende ruimtes koppelt. Zodra er warmtevraag is vanuit de kamerthermostaat, stuurt de installatie de motoren open en warmen de vloerverwarmingsgroepen op. Er zijn veel verschillende merken van dit soort systemen. Er is ook veel prijsverschil tussen verschillende systemen. Bedenk vooraf welke functionaliteiten vereist zijn en overleg dit met de klant.
Hoewel er nog meer mogelijkheden zijn, willen we als laatste in deze opsomming de motorbediende zonekleppen benoemen, zoals te zien op afbeelding 64. Een naregeling zorgt ervoor dat ruimtes niet te warm worden door de warmtetoevoer te stoppen zodra de gewenste temperatuur bereikt is. Bij een master/slave-regeling is er één hoofdthermostaat die de warmtepomp aanstuurt. Als die geen warmtevraag heeft, gaat de warmtepomp niet aan, ook al heeft een andere thermostaat wel warmtevraag. Bij een master/master-regeling schakelt de warmtepomp in zodra er in één van de zones warmtevraag is. Een thermostatische kraan regelt automatisch de doorstroom van verwarmingswater op basis van de ruimtetemperatuur. Zodra de ingestelde temperatuur bereikt is, sluit de kraan zich en stopt de verwarming van die ruimte. Thermomotoren zijn kleine aandrijvers die op de groepen van een vloerverwarmingssysteem worden gemonteerd. Ze worden aangestuurd door een kamerthermostaat per ruimte: bij warmtevraag openen de motoren de vloerverwarmingsgroep, zodat die ruimte opwarmt.
Motorbediende zonekleppen zijn handig wanneer meerdere zones apart geregeld moeten worden maar wel dezelfde soort temperaturen gebruiken, zoals vloerverwarming op verschillende verdiepingen. In combinatie met een thermostaat per ruimte kun je elke zone afzonderlijk aansturen. Heb je nog vragen?
onafhankelijk van de warmtevraag in andere ruimtes. Op 1 januari 2021 werd, naast het al langer bestaande Bouwbesluit, de Wet kwaliteitsborging van toepassing voor het bouwen. De grootste verandering die deze nieuwe wet met zich meebrengt, is de wijze waarop kwaliteit aangetoond dient te worden. De aannemer moet zelf ‘proactief’ en aantoonbaar zorgen dat het bouwwerk aan het bouwbesluit en contractuele eisen voldoet. De controle hierop wordt door een externe onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd. In het bouwbesluit staat o.a. De apparatuur moet automatisch de verwarmings- en eventuele koelingsoutput van de afgiftesystemen voor ruimteverwarming en ruimtekoeling kunnen aanpassen op basis van wisselingen in de binnentemperatuur. Deze verplichting is van toepassing bij nieuwbouw en bij bestaande bouw, wanneer één van de centrale warmtegeneratoren of een derde of meer van de afgiftelelementen (meestal radiatoren) wordt vervangen.
Is het gebouw aangesloten op stadsverwarming? Bij het Bouwbesluit is een en ander opgenomen om energie te kunnen besparen; zo lijkt het, ruimten hoeven niet onnodig verwarmd te worden. Vanuit het bouwbesluit is het daarom niet geheel duidelijk of een master-slave-regeling volstaat. Echter, circa 90% van de nieuwbouwkoopwoningen in Nederland wordt gecertificeerd door SWK en Woningborg. Met het oog op energiebesparing en dynamische energieprijzen is dat enerzijds wel vreemd te noemen. Verblijfsgebied in de zin van het Bouwbesluit dat niet is ingedeeld in verblijfs-, verkeers- en/of bergruimte. Verkeersruimten in de zin van het Bouwbesluit, zoals gang, hal, trap en overloop. Zolder in open verbinding met een verkeersruimte, zoals gang, hal, trap en overloop. Toiletruimte. Douche- en/of badruimte. Inpandige bergruimte. Ruimten waarin bevriezing kan optreden van aanwezige waterleidingen en waarin een opstelplaats is voor wasapparatuur, cv-ketels en/of sanitair, dienen onder ontwerpcondities vorstvrij (5°C) te zijn.
Het klinkt eenvoudig om te stellen dat elke ruimte in de woning, onafhankelijk van een andere ruimte in de woning, de warmte moet kunnen krijgen die daar gewenst is (master/master). In de woonkamer was een kamerthermostaat geplaatst. Met een warmtepomp kun je natuurlijk hetzelfde doen, maar dat is niet meer van deze tijd. Immers, men wil anno vandaag de dag elke ruimte afzonderlijk regelen. Je kunt dit alleen met een zoneregeling voor elkaar krijgen. In de betreffende ruimte gaat een klepje open, in de aanvoer- of retourleiding, om warmte te krijgen. De levensduur van een warmtepomp (compressor) is sterk afhankelijk van het aantal start- en stops. De ISSO voorziet, mede hierom, al lange tijd in de stelregel: dat als een warmtepomp aangaat, deze minimaal 10 minuten aan moet kunnen blijven. De meeste warmtepompen zijn tegenwoordig modulerend d.m.v. een inverter. Het modulatiebereik van de compressor is echter niet van 0 tot 100%, maar vaak van 25 tot 100%. De complexiteit maakt het haast onmogelijk om van 0 tot 100% te kunnen. Dat betekent dat een warmtepomp van bijvoorbeeld 8 kW een minimumvermogen kent van (25%) 2 kW (2000 Watt).
Stel nu, om een voorbeeld te geven, dat het toilet warmte wil hebben en dit laat weten aan de warmtepomp, terwijl de overige ruimte geen warmte wil. Dan ontstaat er meteen een probleem. Het toilet heeft bijvoorbeeld maar 100 Watt nodig en de warmtepomp kan niet verder terug dan 2000 Watt. De enige juiste manier om dit op te lossen is het plaatsen van een buffer. Dit kan in serie of parallel met het afgiftesysteem. Bij een modulerende warmtepomp is de stelregel: minimaal vermogen x 25 liter is bufferinhoud. In dit voorbeeld dus 2 kW x 25 liter = 50 liter. Dit maakt dat de warmtepomp de vereiste 10 minuten haar warmte kan afleveren. De warmte die teveel is, wordt dan tijdelijk in de buffer opgeslagen. Zodra een groep weer vragend wordt, krijgt deze meteen die warmte uit de buffer aangeboden.
In de praktijk wordt helaas nog te veel gesteld: ‘er is geen plaats voor een buffervat in de woning', waardoor de installateur zich in bochten gaat wringen en het dan toch maar zonder doet. De term is inmiddels zo ingeburgerd dat deze niet meer is weg te denken. In de installatiewereld wordt deze term bijvoorbeeld gebruikt bij een opstelling van meerdere ketels of warmtepompen die aan elkaar zijn gekoppeld (cascadeschakeling). Een toestel is dan de master en deze stuurt de andere aan als het nodig is. Steeds vaker zien we de benaming 'master-slave' ook terugkomen om uit te leggen wie in een gebouw de verwarming of koeling, onder welke voorwaarden, aanstuurt. In het 'programma van eisen' voor de bouw van een woning zien we steeds vaker dat de installatie moet zijn voorzien van een master/master- of semi-master/master-systeem. Elk vertrek in een gebouw kan aangeven of het warmte (of koude in de zomer) wil ontvangen. Een thermostatische kraan, ruimte-thermostaat of ruimtesensor stuurt, bij energievraag, de (motorgestuurde) afsluiters in dat vertrek open. Dit systeem is bij de installateur bekend als 'zoneregeling'.
In de woning hangt een aan-uit ruimtethermostaat (kamerthermostaat) die de warmtepomp aanstuurt voor verwarming (of koeling in de zomer). Het afgiftesysteem krijgt alleen warmte (of koude) als de kamerthermostaat of kamersensor dit nodig acht. Stel dat de woonkamer, waar de kamerthermostaat hangt, op temperatuur is; dan schakelt de thermostaat de warmtepomp af. Als er op dat moment in een andere ruimte (keuken, slaapkamer, etc.) nog behoefte is aan warmte in de winter of koude in de zomer, krijgt die ruimte dit niet meer van de warmtepomp aangeboden. Ook al zitten er in de andere vertrekken thermostatische ventielen op het afgiftesysteem, als de kamerthermostaat (master) besluit om geen energie meer te leveren (omdat het in de kamer op temperatuur is), ontvangen andere vragers geen warmte of koude meer. Het afgiftesysteem in de woonkamer (referentieruimte) wordt niet nageregeld en is altijd open, dit om de minimale systeeminhoud van de warmtepomp te garanderen. Het geniet de voorkeur, voor het beste rendement, dat de warmtepomp weersafhankelijk is geregeld.
Een warmtepomp heeft een minimale systeeminhoud (hoeveelheid water in de installatie) nodig om goed te kunnen functioneren. In een controller wordt de systeeminhoud van elke zone (kring, groep) ingevoerd. Stel dat de warmtepomp een minimale systeeminhoud nodig heeft van 40 liter water. Dan stuurt de 'controller' pas de warmtepomp aan op het moment dat de vragende kringen bij elkaar opgeteld deze inhoud hebben. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat de toiletruimte pas warmte krijgt als ook een ander vertrek warmte vraagt. Als geen enkel vertrek warmte (of koude in de zomer) vraagt, schakelt de controller de warmtepomp uit. Bij voorkeur, voor het beste rendement, werkt de controller of warmtepomp weersafhankelijk. Zodra een van de vertrekken (kringen, zones) in de woning warmte (of koude in de zomer) vraagt, stuurt de controller de warmtepomp aan. Er is geen bypass (overstroomventiel) nodig. De warmtepomp bepaalt op basis van buitentemperatuur de benodigde aanvoertemperatuur naar het afgiftesysteem. Als in het hoofdvertrek (veelal is de woonkamer de zgn. referentieruimte) de temperatuur te laag is, wordt de berekende aanvoertemperatuur omhoog bijgesteld. De warmtepomp blijft aan totdat de berekende aanvoertemperatuur bereikt is. Op deze manier krijgen de andere ruimten nog steeds warmte, indien ze dat nodig hebben. Immers, als daar een groep openloopt, komt er koude retourtemperatuur uit die groep in het systeem en zal de warmtepomp weer aangaan. Wel met een aanvoertemperatuur die mede bepaald is door de referentieruimte waar de compensatiesensor hangt (sensor in de woonkamer bijvoorbeeld). Om deze reden noemen we dit toch een master/slave-regeling. De hoofdgroep (kring/zone), waar de sensor hangt, is niet nageregeld. De warmtepomp levert op basis van buitentemperatuur (weersafhankelijk) precies genoeg warmte in de winter (koude in de zomer). Om aan de minimale systeeminhoud te voldoen, is een parallelbuffer gemonteerd. De warmtepomp houdt deze buffer weersafhankelijk op 'stooklijn'-temperatuur. Zodra een zone (groep, kring) warmte vraagt en dus opengaat, toert de zichzelf regelende cv-circulatiepomp op en krijgt de zone deze warmte aangeboden. Hierdoor koelt de buffer af, waardoor de warmtepomp weer aan zal gaan. Noot: In plaats van een parallelbuffer kan ook een schakelbuffer (buffer in serie) worden toegepast. Er is dan wel een goedwerkende bypass (overstroomventiel) nodig om het watercirculatiedebiet (flow) te garanderen. Dit is vaak lastig om goed in te kunnen regelen. Een drukgestuurde circulatiepomp wil juist aftoeren bij teveel tegendruk, waardoor de bypass mogelijk weer sluit. Vandaar onze voorkeur voor een parallelbuffer. Bij een modulerende compressor gaan we dus uit van 25 liter in plaats van 20 liter per kW. Dit heeft te maken met de tijdsfactor die nodig is om van 100% terug te toeren naar minimale capaciteit.
De weersafhankelijke regeling bestaat al heel lang: reeds in de jaren 60 van de vorige eeuw werd er al weersafhankelijk voor- en nageregeld in grote verwarmingsinstallaties zoals scholen, ziekenhuizen, fabrieken, kantoorpanden, enz. Alleen de helling en daarbij horende cijfers waren destijds anders dan nu. In feite kunnen verschillende merken ook met verschillende ‘hellingscijfers’ werken. Het principe is echter ongewijzigd: hoe kouder de buitentemperatuur, hoe hoger de cv-water temperatuur voor aanvoer of retour in de installatie. Hoe meer en hoe dikker de slang die als vloerverwarming in de vloer wordt aangebracht, hoe lager de aanvoertemperatuur kan blijven om het gebouw te kunnen verwarmen. En hoe lager de temperatuur van de aanvoer kan zijn, hoe gunstiger het rendement van de warmtepomp. Immers, het rendement wordt grotendeels bepaald door het verschil tussen brontemperatuur en doeltemperatuur.
De 'bron' is bijvoorbeeld aardwarmte of buitenlucht en 'doel' is de aanvoertemperatuur voor verwarmen. Hoe dichter deze bij elkaar liggen, hoe minder hard de warmtepomp hoeft te werken. Kijkend naar de bovenstaande afbeelding, waar curve 5 (voor dit merk en type) is ingesteld. Laat ons zien dat bij een buitentemperatuur van -10 °C de aanvoertemperatuur van het cv-water 36 °C wordt en bij +10 °C buitentemperatuur 27 °C. Hoe minder koud het buiten is, hoe minder hoog de aanvoertemperatuur hoeft te zijn om de woning te kunnen verwarmen. Op die manier hoeft de warmtepomp een groot gedeelte van het jaar minder hard te werken.
Omdat de WA-regeling op basis van een stooklijn meestal als een voorregeling wordt ingezet, moet u (in die situatie) voor ieder vertrek een naregeling opnemen. Bijvoorbeeld in de vorm van thermostatische afsluiters. Het kan immers zijn dat in elk vertrek andere invloeden zijn die het vertrek bijvoorbeeld te warm maken. Attentie: als alles is nageregeld, ontstaat wel de kans dat de 'stooklijn' te hoog is ingesteld. Te veel aan warmte wordt immers afgesloten door de naregeling. Begin dus met een 'lage stooklijnhelling' te werken. Blijkt later dat sommige vertrekken onvoldoende warmte krijgen, dan stelt u deze iets omhoog bij.
Uitleg m.b.t. De totale weerstand kunnen we het best beperken tot ca. 50 kPa (in dit voorbeeld), zodat de pomp op 90% van het toerental de gehele installatie kan bedienen. Als er dan later, door vervuiling, iets meer weerstand in de leidingen komt, kan de pomp het nog steeds aan. Als totaal voor de installatie 6 kW nodig is, dan is vlakbij de warmtepomp dus een flow nodig van 737 liter per uur (als alle groepen openstaan). De installatie splitst zich natuurlijk op in meerdere groepen. Stel dat de huiskamer 2 kW vraagt, de keuken 1 kW, enz. Dan kun je met dezelfde formule het benodigde debiet per vertrek berekenen bij dezelfde delta T van 7 °C. Je kunt dan een tabel maken waarin je precies per vertrek, of per groep van de vloerverwarming, het benodigde debiet zet. Vervolgens kun je later de installatie inregelen. Als een van de groepen dichtloopt, zal het water verdeeld worden over de overige groepen. Daarmee zal het debiet theoretisch voor de overige groepen te groot worden. Echter, een moderne warmtepomp kan de circulatiepomp regelen in toerental op basis van een delta T (of druk)-regeling. De warmtepomp kan de circulatiepomp precies terugmoduleren tot een delta T van 7°C.
Met betrekking tot de leidingweerstand: de leverancier van de leidingen (koper of kunststof bijvoorbeeld) heeft weerstandstabellen van de leiding. Hoeveel weerstand 1 meter leiding geeft bij een bepaald debiet (liter/sec.) dat erdoorheen moet. Ook van hulpstukken zoals bochten, knieën, t-stukken, etc. zijn deze gegevens bekend. Het installatiebedrijf kan d.m.v. de totaalweerstand een keuze voor een pomp maken. Bij voorkeur houdt men de weerstand natuurlijk zo klein mogelijk. Zo zijn er ook tabellen die de minimale leidingdoorsnede aangeven bij een bepaald debiet (flow). Overigens wordt niet alle weerstand in de vorm van een + (plussom) bij elkaar opgeteld. Als je groepen parallel zet, wordt de weerstand anders; immers, de flow verdeelt zich dan over de leidingen. Met betrekking tot de ‘opvoerhoogte’ van de pomp, bepaalt de groep met de grootste weerstand het meest de pomp. Leidingen in serie moeten uiteraard wel worden opgeteld. (Opvoerhoogte is de weerstand in kPa die een pomp kan overbruggen. In de praktijk wordt de vloerverwarming vaak uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijf. Dit bedrijf maakt dan per ruimte een legplan met type slang, leidingdiameter en leidinglengte. Verdelerberekeningen worden gemaakt waar de slangen bij elkaar komen en verdeeld worden over groepen.)

Om bij toepassing van passieve of actieve koeling condensatie te voorkomen, wordt geadviseerd bij vloer- en wandverwarming de aanvoertemperatuur te begrenzen tot een minimale temperatuur van 18 ºC. Bij toepassing van koeling dient het afgiftesysteem ook geregeld te worden voor koeling. De zoneregeling moet weten of er gekoeld of verwarmd gaat worden. Immers, tijdens koelen in de zomer moeten de klepjes open als het te warm is (om het koelwater binnen te laten) en tijdens verwarmen in de winter gaan de klepjes dicht als het te warm is. De vloerverwarming in de badkamer wordt, tijdens het koelen van de woning, afgesloten.
Er zitten veel mogelijkheden in de intelligente alpha home regeltechniek die Nathan op de Nederlandse markt aanbiedt. Het uitgangspunt is de individuele ruimteregeling van warmte en koeling in (eengezins)woningen. Dit betekent dat iedere individuele bewoner voor iedere individuele ruimte de warmte en/of koelbehoefte zelf kan bepalen. Daarnaast biedt het systeem kansen voor de renovatiesector. Vaak is er daarbij discussie over een duurzame centrale installatie versus de individuele behoefte. Erwin Janssen, Hoofd Product Management bij Nathan in Duiven: “Met dit systeem kun je voldoen aan de individuele wensen, ongeacht het type gebouw. In de ideale situatie is alpha home op z’n plek in een goed geïsoleerde nieuwbouw- of renovatiewoning, waar kan worden gekozen voor een alpha innotec warmtepomp. Janssen: “Omdat in die situatie het draadloze systeem optimaal tot zijn recht komt en daardoor de meeste energiezuinigheid kan leveren. Dit is het geval wanneer warmte van de ene naar de andere ruimte wordt overgeheveld, waardoor de warmtepomp minder warmte hoeft te leveren. Bijvoorbeeld als aan de zuidkant van de woning door zoninstraling de temperatuur hoger wordt dan aan de noordkant. Dan kan de warmte efficiënt worden verdeeld door bijvoorbeeld de alpha innotec warmtepomp en wordt de installatie zelfs een ‘transporteur van zonne-energie’ binnen de woning.
Echter, ook in geval van een (bestaande) cv-ketel kan met alpha home individuele warmte levering worden gerealiseerd. De ketel wordt dan aangestuurd door die specifieke ruimte via een maak-verbreekcontact. Janssen schetst het voorbeeld van het studerende kind dat vlak voor thuiskomst via de Android of IOS-gestuurde app, op smartphone of tablet, onderweg de temperatuur in de koude kamer kan verhogen. Of het later thuiskomen van het werk, waarbij de verwarming nog een tijdje op de spaarstand kan blijven staan. Al deze ad-hoc regelmogelijkheden kunnen op afstand of direct in de ruimte, in samenhang met de per ruimte in te stellen schakeltijden, plaatsvinden. “De bewoners kunnen hun persoonlijke voorkeursprogramma makkelijk instellen en dan wordt per ruimte de warmte/koeling geregeld. Daarbovenop is er nog een aantal speciale modules voor vakantie, een boost als je snel extra warmte wenst, voor tussentijds even afwezig zijn, een doorlopende verwarming als visite blijft hangen of je een feestje hebt, evenals een handmatige stand-by stand. Dankzij de regeltechniek heeft iedereen het in de woning zo warm of koel als men wil op een bepaald moment. Deze mate van individuele regeltechniek blijkt voor veel woonconsumenten een belangrijke plus voor hun comfort.
Het draadloze alpha home systeem bestaat primair uit een Gateway en Control Box. Met een verloopaansluiting passen de nieuwe knoppen op bijna alle typen radiatorafsluiters. Voor vloerverwarming is er een speciale regelmodule met temperatuursensor. Extra sensoren kunnen de warmte-/koeling-vraag op gewenste plekken detecteren en het systeem activeren. Als het om een grotere woning of gebouw gaat, kan een ‘Repeater’ nodig zijn om het draadloze ‘Z-wave’ signaal te versterken. Op korte termijn zijn er extra modules beschikbaar, bijvoorbeeld een ruimtesensor met display bedieningsmogelijkheid om niet uitsluitend afhankelijk te zijn van de app maar ook radiografische schakelaars voor elektrische (bij)verwarming, alsook raamsensoren, zodat bij een openstaand raam de verwarming omlaag gaat. Janssen: “De warmtepomp of cv-ketel slaat alleen aan als er in een bepaalde ruimte een warmtevraag ontstaat. Je ziet natuurlijk de laatste jaren allerlei zogenoemde slimme thermostaten. Maar die hangen doorgaans centraal in de woonkamer. Pas als daar een warmtevraag ontstaat, kunnen de andere ruimtes mee worden verwarmd. Hier is dus nog sprake van een traditioneel Master/Slave systeem. Met het Master/Master systeem alpha home is iedere ruimte individueel in staat de gewenste temperatuur te regelen en de warmteopwekker aan te sturen.
Terug naar die kansen voor de renovatiesector. Janssen: “Op het moment dat fors wordt geïnvesteerd in verduurzaming van woningen, compleet met zware isolatiemaatregelen en energiezuinige installatietechniek, zou het heel vreemd zijn als je niet meteen een hoger wooncomfort nastreeft middels dit systeem. Juist omdat het een plus in energiezuinigheid kan betekenen. Natuurlijk, het vergt een investering, maar je praat niet over megabedragen. En omdat er liefst 99 ruimtes op één systeem zijn aan te sluiten, zie ik persoonlijk veel mogelijkheden voor al die transformatieprojecten in bestaande utilitaire gebouwen met duurzame centrale installatievoorzieningen. Nieuwe gebruikers van dit bestaande pand kunnen zo hun warmte en koeling individueel in hun appartement of werkunit regelen. Met een speciale toegangscode kunnen de gebruikers uitsluitend de aan hen toegekende ruimtes aansturen. De beheerder heeft daarentegen toegang tot het complete systeem.

PLUGWISE ZONE-REGELING OP JE CV INSTALLATIE
Belangrijke begrippen en regels voor praktijktoepassing
- Master/slave: één hoofdthermostaat stuurt de warmtepomp aan; slavern blijft open, maar geen warmte bij afwezigheid van warmtevraag in hoofdthermostaat.
- Master/master: alle zones kunnen onafhankelijk warmte leveren; warmteopwekker kan in elke ruimte aangestuurd worden.
- Thermostatische radiatorkraan regelt doorstroom op basis van ruimtetemperatuur.
- Thermomotoren openen/sluiten vloerverwarmingsgroepen per ruimte bij warmtevraag.
- Zonekleppen met motorbediening laten afzonderlijke zones toe, handig bij meerdere verdiepingen.
- Buffers (parallelschakeling) voorkomen te korte levering en zorgen voor 10 minuten werking van warmtepomp.
- Weersafhankelijk regelen verlaagt benodigde aanvoertemperatuur en verhoogt rendement.
- Buffer in serie kan ook, maar vereist doorgaans een aparte bypass voor flow-garantie.
Praktische aanbevelingen en aandachtspunten
- Begin met een lage stooklijnhelling bij WA-regeling en pas stap voor stap aan per vertrek.
- Beperk totale weerstand in leidingsysteem; definieer installatie per zone en debiet per vertrek in een tabel.
- Overweeg parallelbuffer als minimum systeeminhoud om 10 minuten warmte te garanderen.
- Weersafhankelijke regeling is essentieel voor efficiëntie; zorg voor goede sensoren en kalibratie.
- Observeer dat bij veel ruimtes met wake- en kamergeloei, de master/slave- of master/master-regeling consequent werkt met het referentieruimte-principe.
tags: #wth #vloerverwarming #master #slave #apart #instellen