Voor het optrekken van een nieuwe muur is metselspecie nodig. Metselspecie bestaat uit een mengsel van metselcement, zand en water. Door alles in de juiste verhoudingen met elkaar te combineren kan een stevige en vooral duurzame constructie gerealiseerd worden.
De basisverhouding voor metselspecie
De vuistregel voor het maken van metselspecie is: 1 deel cement (speciaal metselcement) en 3 delen zand. Hier komt natuurlijk nog water bij. Voor het water kan uitgegaan worden van 0,5 deel. De hoeveelheid water is echter variabel en hangt vooral af van de gebruikte steensoort, waardoor vooral op gevoel en met ervaring gewerkt moet worden.
Wanneer bakstenen worden gebruikt: kalk toevoegen
Wordt met bakstenen gewerkt dan dient er naast cement en zand kalk toegevoegd te worden. De verhouding wordt dan als volgt: half deel cement, half deel kalk en 3 tot 4 delen zand.
Metselspecie aanmaken: tips en werkwijze
- Werk altijd met schone materialen
- Meng eerst alle droge producten goed met elkaar
- Maak gebruik van een mixer
- Giet het water langzaam en in delen toe tot de juiste consistentie bereikt is
Zelf cement maken: wanneer en waarom
Zelf cement maken is niet zo moeilijk en een goede optie als je geen grote hoeveelheden nodig hebt. Bijvoorbeeld voor het metselen van een muurtje. Ons stappenplan helpt je op weg.
Stappenplan en benodigdheden
Dit heb je nodig:
- Materialen: Cement, Zand, Water
- Gereedschappen: Metsel- en stucgereedschap, Schuif- en breekmessen, Een speciekuip met handvaten
- Extra attributen: Schoonmaakmiddelen en mixer
Met meer dan 150 winkels in België biedt Brico drie formules, afgestemd op elk project. BricoPlanit helpt je met grote renovaties. Brico biedt een breed assortiment voor doe-het-zelf, decoratie en tuinieren. BricoCity maakt winkelen in de stad eenvoudig.

Verantwoordelijk voor de verwerking en kwaliteit van metselspecie is de keuze tussen fabrieksmatig metselspecie of metselcement en de toepassing van kalk in combinatie met cement, afhankelijk van de stenen en de gewenste wateropname.
Algemene kenmerken en variaties
Metselspecie is een specie (een plastisch, nog niet hard geworden materiaal) die voor het metselen wordt gebruikt en tegenwoordig hoofdzakelijk bestaat uit zand, cement (bindmiddel) en water. Soms zijn of worden hulpstoffen toegevoegd, bijvoorbeeld luchtbelvormer om de verwerkbaarheid van de specie te vergroten. Soms is kalk toegevoegd, een bindmiddel vergelijkbaar met cement, om het vocht uit de specie langzamer in de zuigende steen te laten trekken (de specie droogt niet te snel op, waardoor hij beter kan uitharden).
De algemene verhouding van metselspecie is 1 deel cement op 3 delen zand (metselzand, korrelgroep 0-2, dus korrels van 0,063 tot en met 2 mm). Sommige metselaars prefereren een vettere specie (1 cement op 2,5 zand) of juist een schralere (1 op 3,5). Metselmortel kwaliteiten zijn meestal M5, M10 of M15 [aanduiding in N/mm2].
Kleur en binding afhankelijk van stenen
Bij de metselmortelspecificaties behoort ook de mate van wateropname van de baksteen: IW1 t/m IW4, zie bij initiële wateropzuiging en eventueel bij hallergetal en baksteenspecificaties. Een paar opmerkingen over metselspecie:
- Aangeraden wordt gebruik te maken van fabrieksmatig Metselspecie of metselcement (droog) voor het specifieke werk en dit te kopen bij een leverancier met een snelle omloop, zodat de bestanddelen altijd vers zijn.
- Prefab metselcement is in vele soorten verkrijgbaar en van constante kwaliteit; bij metselcement dienen nog zand en water toegevoegd te worden, bij metselspecie hoort dat alleen water te zijn.
- Werk niet bij vorst en niet bij een omgevingstemperatuur van meer dan 30 graden Celsius; bij voorkeur wordt gemetseld bij een temperatuur tussen +5 en +25 graden Celsius.

De verhouding cement en zand is mede afhankelijk van de hardheid van de steen. Te natte specie geeft drijvend metselwerk; te droge specie kan hechtingsproblemen geven. Een hardere steen neemt minder snel water op en heeft daarom een wat drogere, stuggere specie nodig.
Werkwijze: mengen en controleren
Werkwijze:
- Meng eerst de droge delen (cement, zand, eventueel kalk e.d.)
- Gebruik altijd gewoon leidingwater (zonder chloor)
- Doe eerst driekwart van het water in de molen of kuip en daarna de droge mortel
- Voeg tijdens het mengen zoveel water toe dat een goed verwerkbare specie ontstaat
- Voor machinaal mengen ca. 3 minuten en voor handmatig ca. 5 minuten
Bij voorbeeld Stiho metselspecie met kalk klasse M5: 25 kg ca. 15 liter specie, wat goed is voor ca. 0,5 m2 halfsteens metselwerk volgens specificaties.

Doe vóór het metselen de 1-minuut-proef om het goede vochtgehalte van de stenen te controleren: twee stenen op elkaar metselen en onder lichte druk, gedurende één minuut vasthouden; als de stenen vervolgens uit elkaar worden getrokken, moet op beide stenen specie achterblijven; zo niet, dan zijn de stenen te droog of te nat.
Na het metselen en vervolgstappen
Metselspecie moet binnen 2 uur na het aanmaken verwerkt worden. Denk aan dilatatievoegen, open stootvoegen en spouwankers. Metselspecie die op het zichtbare deel van de stenen is gekomen, moet verwijderd worden. Voor geglazuurde stenen toch vooral de zichtzijde schoonhouden.
Als het voegen later gebeurt (geen doorstrijk-specie), dan moet de metselspecie bij de voeg uitgekrabd worden en met een veger worden schoongemaakt om een diepe voeg te verkrijgen die minder snel loslaat van de metselspecie en de steen. Om ontmengen van de specie en witte uitslag te vermijden moet het metselwerk met een waterdichte kunststof folie afgedekt worden (minimaal 48 uur bedekt houden); dit geeft bescherming tegen inwatering en uitdroging.

Voor de volgende dag: maak goed zuigende stenen alvast nat (een dag van tevoren).
Verhoudingen, soortenspecifieke eigenschappen en naslagwerken
Aanbevolen wordt gebruik te maken van prefab metselcement voor het specifieke werk. Fabrieksmatig geproduceerde metselspecie moet voldoen aan NEN-EN 998-2. Verder verwijzingen naar documentatie voor metselspecie en specifieke merken zijn opgenomen in de bronnenlijst.

P.S.: Voegspecie (voegmortel) heeft vaak een verhouding van 1 deel cement op 4 delen zand, soms wordt 1 deel cement, 3 delen zand en 0,5 deel kalk toegepast (voor zachtere stenen).
Praxis laat zien hoe je cement kunt maken
Bij monumentale werkzaamheden wordt vaak kalkmortel toegepast omdat cementbindmiddelen te hard kunnen zijn voor oudere stenen. Verhouding en toevoegingen variëren afhankelijk van steensoort en gewenste werking.
tags: #zelf #metselmortel #maken