De energietransitie in Frankrijk gaat gepaard met een breed scala aan subsidies. Eén van de belangrijkste instrumenten voor particulieren is MaPrimeRénov’, een regeling van de Franse overheid die energiebesparende renovaties stimuleert. MaPrimeRénov’ is een overheidssteun die wordt beheerd door de Franse woningautoriteit Anah en bedoeld is om de energieprestaties van woningen te verbeteren. Het parcours par geste richt zich op één specifieke ingreep zoals isolatie of het vervangen van een verwarmingssysteem. Dit is ideaal voor ondernemers en huiseigenaren die hun renovatie willen spreiden in de tijd. Let op: de regeling is de laatste jaren aangescherpt.
Warmtepomp (geothermisch): tot ca. 11-12 kW; lucht-water warmtepomp: ca. 6-8 kW; ventilatiesysteem: ca.; zonneboiler: tot ca. Belangrijk: het totale subsidiebedrag binnen dit traject is maximaal €20.000 per woning over een periode van 5 jaar. MaPrimeRénov’ parcours par geste is een interessante subsidie voor wie stap voor stap wil investeren in energiebesparing. Met het begrip isolatie bedoelen we hier het isoleren van het binnenklimaat van het buitenklimaat. Dat wordt gedaan om onze duur opgewekte warmte zoveel mogelijk binnen te houden.
Iedereen is er in de huidige tijd van dure energie en opwarming van het klimaat wel van doordrongen dat er zuinig met energie moet worden omgesprongen. Er circuleren tal van fabeltjes over wat een goede isolatie is. Een veel gehoorde bewering bij Franse huizenbezitters is: ‘mijn huis heeft van die dikke buitenmuren, die blijven heel lang warm, het kost drie dagen stoken voordat we het behaaglijk hebben, maar daarna isoleren die muren prima.’ Die dikke stenen buitenmuren van een halve meter of meer, isoleren maar zeer matig.
Het onbegrip ontstaat doordat de meeste Nederlanders geen referentiekader hebben om de zaak te vergelijken. In Nederland staat er ergens een gas verbruikende witte doos op zolder die met een thermostaat in de woonkamer wordt bediend. Men heeft er dan meestal geen flauw benul van hoeveel energie die cv-ketel verbruikt of wat het vermogen van een dergelijk apparaat is. Een andere fabel gaat over de dikte van het isolatiemateriaal. Er wordt gezegd dat 4 centimeter dik isolatiemateriaal tegen het dakbeschot geen zin heeft omdat isolatie toch wel 10 en liefst 20 cm dik moet zijn om effect te hebben.
In principe is het juist dat hoe dikker de isolatielaag is, hoe beter het isoleert. Warmte is een vorm van energie. Een mens heeft deze vorm van energie nodig om te kunnen leven. Daartoe neemt hij voedsel tot zich dat via verteringsprocessen gedeeltelijk in warmte wordt omgezet en waarbij hij van binnenuit wordt verwarmd. Daarnaast kan ook van buitenaf energie worden toegevoerd. Daarom zitten mensen graag in de zon zodat zonnestraling het lichaam kan opwarmen.
Zo treedt er dus een besparing op van energie, in dit geval van voedsel. Maar als de buitentemperatuur lager is dan 37° C en we zitten niet in het zonnetje te bakken, dan zal ons lichaam altijd warmte afstaan aan de omgeving. En daar komt Darwin met zijn evolutietheorie om de hoek kijken, die zegt dat de mensheid heeft geleerd zich aan te passen aan veranderde omstandigheden zodat ze kan overleven. Een andere aanpassing van de mensheid was om in grotten te gaan wonen om zich te isoleren van de barre natuuromstandigheden.
1. Warmte kan op drie manieren tot ons komen. Het kan via stralingswarmte maar ook door convectie (warmtetransport door zich verplaatsende vloeistoffen of gas, in dit geval bewegende lucht) en door geleiding. De laatste vorm ervaren we eigenlijk alleen als we met een hete kruik in bed gaan liggen, maar de andere twee vormen komen we bij de ons bekende verwarmingsoorten beiden tegen.
Warmtetransport via convectie wordt veel toegepast. Bijna alle oude cv-installaties die met een hoge watertemperatuur werken, maken gebruik van dit principe. Ook veel elektrische kachels doen dit. De installatie warmt lucht op en omdat warme lucht lichter is dan koude lucht, zal die warme lucht opstijgen naar het plafond. Daar aangekomen, koelt de lucht langzamerhand af en zal weer zakken naar de grond om daar weer te worden opgewarmd.
Stralingswarmte daarentegen is diepe infrarode straling die direct naar de bewoners straalt, daar aangekomen tegen ons lichaam botst en daar dan wordt omgezet in warmte. Belangrijkste voorwaarden voor een behaaglijk binnenklimaat zijn temperatuurbeheersing en vochthuishouding. Maar, vreemd genoeg, ook als het huis objectief goed verwarmd is (20-22° werkelijke temperatuur), voelt men zich soms niet echt lekker. De ‘gevoelstemperatuur’ is te laag.
Een voldoende hoge luchttemperatuur is namelijk niet genoeg. Iedereen heeft bij koud weer wel eens in een warme kamer de koude straling van een venster met enkel glas gevoeld: voldoende luchttemperatuur, maar te veel koude straling. Het vochtgehalte van de omgevende lucht moet een zoveel mogelijk ‘natuurlijke’ waarde hebben, en dat is 40-60% relatieve vochtgehalte. Voor de gemiddelde mens is 40-60% relatief vochtgehalte een aangename waarde. Een mens voelt zich over het algemeen behaaglijk als de som van de luchttemperatuur en de gemiddelde stralingstemperatuur (de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de ons omringende wanden, vloeren, plafonds en verwarmingselementen) 37 graden Celsius bedraagt.
Hoe groter het oppervlak van het verwarmingselement is, hoe lager de oppervlaktetemperatuur van het verwarmingselement hoeft te zijn om evenveel warmte aan het vertrek af te geven. Dit betreft zowel de convectiewarmte als de stralingswarmte. Deze gegevens zijn van belang voor de efficiëntie van het verwarmingssysteem. 2. In de vorige alinea hebben we geleerd dat de oppervlaktetemperatuur van de wanden cruciaal is bij de vraag of we ons behaaglijk voelen in een verwarmde ruimte. De oppervlaktetemperatuur hangt grotendeels af van de mate van isolatie van de muren, vloer en plafond. Met isoleren willen we dus het warmtetransport van binnen naar buiten tegengaan.
Iedere materiaalsoort zal in meer of mindere mate weerstand bieden aan dat warmtetransport. De maat voor die warmtegeleiding door een materiaalsoort noemen we de warmtegeleidingscoëfficiënt of wel λ (=Lambda) van het materiaal. Voor alle materiaalsoorten is deze coëfficiënt vastgesteld en hieronder staat een korte tabel voor de veel voorkomende bouwmaterialen. We kunnen zien dat het soortelijk gewicht van de materialen een bepalende factor is voor de warmtegeleidingscoëfficiënt.
Graniet en beton hebben een hoge Lambda en piepschuim heeft een heel lage Lambda. Dat komt doordat in de meeste gevallen ingesloten lucht de basis vormt voor de isolerende werking. Uit deze warmtegeleidingscoëfficiënt en de dikte van de materialen kunnen we de warmteweerstand (R-waarde) van een constructiedeel bepalen. De R-waarde wordt meestal genoemd bij de diverse bouwmaterialen en isolatiemiddelen en wordt uitgedrukt in m².K/W.
Om een idee te geven van wat simpele isolatie kan betekenen, geven we een rekenvoorbeeld. We nemen als voorbeeld zo’n mooie Franse mur en pierres apparentes van 80 cm dikte, bestaande uit een binnen- en buitenblad van 25 cm natuursteen en een vulling van leem, stro en gruis met een dikte van 30 cm en aan de buitenzijde een pleisterlaag. We zien dat op korte afstand van de binnenzijde van de muur een daling van de temperatuur plaatsvindt. Dit komt doordat de lucht die aan de muur grenst zijn warmte afstaat aan de muur. Maar bij de geïsoleerde muur is dat veel minder dan bij de ongeïsoleerde.
Hoe beter we isoleren, hoe kleiner deze temperatuursval aan de binnenzijde zal zijn, bij gelijke binnenluchttemperatuur uiteraard. Aan de buitenzijde zal het omgekeerde gebeuren. De oppervlakte van de muur zal iets warmer zijn dan de buitenlucht op een meter afstand. We zien dus dat door het toevoegen van 4 centimeter piepschuim de isolatiewaarde van zo’n dikke Franse muur ongeveer een factor 2,5 hoger wordt. Toch is dit nog geen ideale isolatiewaarde.
Ter vergelijking: in het Nederlandse bouwbesluit is opgenomen dat alle muren van nieuwbouwwoningen een R-waarde moeten hebben van minimaal 2,5 m².K/W. Veel bouwmaterialen zijn niet massief zoals de bekende Franse bouwblokken. Hieronder een tabel met typisch Franse bouwmaterialen. Bij sommige materialen, bijvoorbeeld ramen, wordt de U-waarde opgegeven. De U-waarde is de warmtedoorgangscoëfficiënt.
Deze waarde (vroeger de k-waarde) drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per 1 m² en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een constructie doorgelaten wordt. De eenheid voor de U-waarde is W/(m².K). Met de U-waarde van een vierkante meter bouwkundig element is het gemakkelijk om het energieverlies door een constructie te berekenen. Bijvoorbeeld uit de vorig tabel is te halen dat HR++ glas een R-waarde heeft van 0,83. De U-waarde is dus 1/0,83 = 1,2 W/m².K.
Dat wil zeggen dat we door een raam van 1 vierkante meter groot bij een temperatuur verschil van één graad, tussen binnenzijde en buitenzijde, 1,2 Watt aan warmte verliezen. Bij 2 vierkante meter en 20 graden temperatuur verschil bedraagt het warmteverlies dus 1,2 W/m².K x 2m² x 20°K = 48 Watt enz. Bij oplopende omgevingstemperatuur neemt elke bouwconstructie een bepaalde hoeveelheid warmte op. De warmtecapaciteit is een maat voor de hoeveelheid warmte, opgenomen door een hoeveelheid materiaal per m2 en per graad temperatuurstijging. En is afhankelijk van de soortelijke warmte, de soortelijke massa en de dikte van het bouwmateriaal. En wordt uitgedrukt in (J/m2.K).
Als de wanden van een woonruimte alleen uit steenachtige materialen zijn opgebouwd, zal de woonruimte een grote warmtecapaciteit hebben. Dit heeft een stabiliserende werking op de temperatuur van de woonruimte. Dat kan ook een nadeel zijn, omdat het dus lang duurt om een woonruimte vanuit een koude situatie op een behaaglijke temperatuur te brengen. Als de binnenzijde van de wanden van een woonruimte daarentegen opgebouwd zijn uit isolatiemateriaal, is de ruimte zeer snel op temperatuur te krijgen, maar schommelt de temperatuur ook veel meer. Als de kachel uitgaat, zal de temperatuur binnen de kortste keren ook weer zakken.
Maar ook als bijvoorbeeld de zon door de ramen schijnt, kan de temperatuur snel oplopen tot onaangename temperaturen. Als vuistregel kan gelden dat de gemiddelde warmtecapaciteit van alle oppervlakten van een ruimte ongeveer 100.000 - 200.000 J/m².K moet zijn om een ruimte op te leveren die een goed compromis is van redelijk snel opwarmen en traag genoeg afkoelen.
3. Er bestaan vele soorten isolatiemateriaal en elk is geschikt voor zijn eigen doel en gebruik. Het bekendste isolatiemiddel is misschien wel glaswol. Glaswol wordt voornamelijk van glasscherven gemaakt. Steenwol wordt gemaakt van gesteente en gerecycled steenwol, een afvalproduct. Dit materiaal wordt geleverd in rollen of platen.
De rollen zijn prima geschikt voor gebruik bij daken, vloeren, plafonds waarbij het ondersteund kan worden door bijvoorbeeld een binnenaftimmering. Zie hiervoor ook het artikel klussen/zolder in deze rubriek Klussen. De platen zijn beter geschikt voor muren dan rollen, omdat het plaatmateriaal van zichzelf vormvast is. Rollen kunnen ook wel voor muren gebruikt worden, maar moeten dan als het ware worden opgehangen om ze tegen inzakken te behoeden.
Rollen en platen kunnen beide geleverd worden met of zonder dampremmende laag (pare-vapeur) meestal in de vorm van behandeld papier (revetue kraft). Er zijn diktes leverbaar van 40 mm tot 240 mm. Glas- en steenwol zijn de goedkoopste isolatiematerialen en worden daarom veel gebruikt. EPS is gemaakt van een zeer geringe hoeveelheid aardolie, een niet-vernieuwbare grondstof. Aan EPS zijn vaak brandvertragers toegevoegd om de materialen brandveiliger te maken. EPS met brandvertragers wordt (internationaal) aangeduid met EPS-SE.
De meeste brandvertragers zijn slecht afbreekbaar in het milieu. EPS van SE-kwaliteit bevat een brandvertrager die bij verbranding geen schadelijke gassen vormt. EPS is zeer geschikt voor het isoleren van muren. In Frankrijk hebben ze een speciale uitvoering met aan één zijde gipsplaat (Plaque de plâtre + polystyrène) waardoor de afwerking gemakkelijker is. Platen van XPS (geëxtrudeerd polystyreen) en PUR (polyurethaan) zijn gemaakt van aardolie, een niet-vernieuwbare grondstof. PUR bevat ook isocyanaten die huidirritatie kunnen veroorzaken.
De productie van PUR kost ongeveer drie keer zoveel energie als van EPS, maar XPS en PUR-platen hebben wel een hogere isolatiewaarde. Het materiaal is daarom geschikt als er weinig ruimte is. De lucht tussen het materiaal geeft de kunststoffen de isolerende werking. Bij EPS, XPS en PUR wordt de lucht tussen het materiaal geblazen met zogenaamde blaasmiddelen. Vroeger werd (H)CFK en CFK als blaasmiddel gebruikt, dit mag nu niet meer worden toegepast. Tegenwoordig worden hiervoor minder schadelijke blaasmiddelen zoals CO2, pentaan en HFC gebruikt. Aan XPS zijn vaak brandvertragers toegevoegd om de materialen brandveiliger te maken.

De meeste brandvertragers zijn slecht afbreekbaar in het milieu. Dekens die zijn opgebouwd uit katoen of schapenwol hebben het imago om zeer milieubewuste isolatiematerialen te zijn, want het zijn uiteraard vernieuwbare grondstoffen. De productiekosten liggen echter aanzienlijk hoger en het is de vraag of ze ecologisch gezien wel zo interessant zijn als het imago doet vermoeden. De productie van schapenwol bijvoorbeeld produceert een hoop mest en kost voer voor de schapen. Katoenproductie vergt een enorme aanslag op grondgebruik en kunstmest enz.
De geleerden zijn het er nog niet over eens of de milieubalans van deze materialen wel positief uitpakt als we naar het gehele productieproces kijken. Daarnaast moet bedacht worden dat deze organische materialen aan veroudering onderhevig zijn, waardoor de kwaliteit na een aantal jaren fors achteruit kan gaan. Dat is natuurlijk niet prettig als de isolatie in een spouwmuur is ingebracht, want daar kom je niet zo makkelijk bij om het te vervangen. Deze dekens zijn opgebouwd uit meerdere laagjes reflecterende folie met daartussen separatielagen van verschillende stoffen.
De eenvoudigste vorm bestaat uit twee laagjes reflecterende folie met daartussen belletjes plastic, maar er zijn ook vormen met katoenvezellaagjes ertussen. De dikste, nu leverbare isolatiedeken bestaat uit 17 lagen. Het isolerende principe bij deze vorm van isolatie is anders dan bij de voorgaande, omdat het niet is gebaseerd op het verlagen van de warmtegeleidingscoëfficiënt, maar op het tegenhouden (reflecteren) van de stralingswarmte. Er is iets vreemds aan de hand met deze vorm van isolatie, want bij geen enkele uitvoering van dit product staat de warmteweerstand aangegeven.

Er worden doorgaans alleen vergelijkingen gemaakt met andere isolatiematerialen. Bijvoorbeeld de 17-laags uitvoering zou even goed isoleren als 20 cm glaswol. Er zijn hele discussies op internet te vinden tussen voor- en tegenstanders. Denkt u na over het renoveren van een huis in Frankrijk? Een geweldig idee, mits u dat niet onderschat natuurlijk. Online zijn er tal van ‘opknappertjes’ te vinden, maar hoe voorkomt u dat u erop leegloopt?
We hebben veel ervaring met het renoveren van huizen in Frankrijk, op basis waarvan we 3 essentiële tips voor u op een rij zetten. De staat van oude huizen in Frankrijk is niet zo hoog als die in Nederland en België. Tenminste, zolang wij ze niet gerenoveerd hebben natuurlijk. In Nederland zijn we gewend regelmatig aan onze woningen te klussen, vervangen we ramen en isoleren we de vloer of het dak. In Frankrijk is de kans groot dat de luiken uit de jaren ’70 er nog steeds inzitten en dat ook de isolatie op dat peil is.
Onze eerste echte tips hebben betrekking op de energiewetgeving, want dat is waar het helaas nog wel eens mis gaat. Kunt u uw woning over 10 jaar namelijk nog wel verkopen, met een energielabel D? Gaat u een huis renoveren in Frankrijk? Momenteel geldt de nieuwe energiewetgeving in het land alleen nog voor nieuwe woningen. De vraag is echter hoe lang dat het geval blijft. Tip 1: denk aan de toekomstige energiewetgeving als u besluit nu een huis te renoveren.
Frankrijk kent op dit moment een DPE, de Diagnostic de Perfomance Energetique. Het is vergelijkbaar met het Energielabel zoals we dat kennen in België en Nederland. De DPE geeft een indicatie van de technische staat en het energieverbruik. Tot nu toe heeft Frankrijk net als Nederland een beleid waarin het gebruik van zonnepanelen en het isoleren van huizen wordt gestimuleerd. De Franse minister van het Ministre transition écologique et solidaire lijkt er echter op aan te sturen dat er een bonus/malus komt bij de verkoop van woningen. Hint: renoveer Franse huizen grondig, volgens de huidige normen op het gebied van energie.

Tip 2: renoveer Franse huizen grondig, volgens de huidige normen op het gebied van energie. Veel mensen onderschatten de verbouwkosten bij het renoveren van een huis in Frankrijk. Dat is op zich niet vreemd, het is tijdens de aankoopfase lastig om een beeld te krijgen van de technische staat en kosten voor de verbouwing. Bovendien zal pas na het verwijderen van de vloer of het plafond blijken wat u daaronder en daarboven aantreft.
Tip 3: Om de verbouwkosten goed in te schakelen kunt u gebruik maken van een maître d’oeuvre. Dat is het Frans voor een officiële bouwbegeleider. Ideaal tijdens het renoveren, omdat we goed zicht hebben op de technische staat en de verbouwkosten. Wij hebben de ervaring die u zoekt om u voor eventuele fouten te behoeden.
Voorkomen dat u leegloopt op de verbouwing of het renoveren van een huis in Frankrijk? Meer informatie? Veel oude Franse (boeren-)huizen hebben tegenwoordig een onnodig groot warmteverlies door zolder en dak. Vroeger werd deze ruimte als opslag voor hooi en andere agrarische producten gebruikt. Daarvoor was een goede beluchting vereist; daarom was het nooit nodig zolders en daken tochtdicht te maken. Het op zolder opgeslagen materiaal zorgde ook voor een goede thermische isolatie van het eronder liggende woongedeelte.
Het grootste gedeelte van de warmteverliezen van een huis gaan door het dak. Als men zijn huis isoleert, is dakisolatie dus een goed begin. 1. Dakbeschot en dakbedekking op lekkages controleren, zo nodig repareren. Slechte stukken van de houtconstructie (laten) vervangen. 1.2 Moet er op de zolder ook iets aan houtbescherming en/of ongediertebestrijding gedaan worden? Wie houtbescherming en/of ongediertebestrijding wil toepassen, moet dat vóór al het verdere werk laten gebeuren.

2: Waarvoor wilt u de zolder gaan gebruiken? 2.1; 2.2; 2.3. Als bewoonde zolder (comble aménagé), een uitbreiding of onderdeel van uw woonruimte, b.v. In het geval 2.1 kan men op de zoldervloer isolatiematten (rockwool of glaswol) uitrollen. Met een dikte van 150 à 200 mm wordt een voldoende isolatie bereikt.
2.2: In deze gevallen isoleert u het dak. U kunt de binnenkant van het dak glad betimmeren (huis in huis, ‘schoenendoos’) of de binnenkant van het dak betimmeren met de balken al dan niet gedeeltelijk in het zicht. Als het dak compleet gerenoveerd moet worden dan is de toepassing van sandwichplaten een mogelijkheid.
2.3: In het geval 2.3 kunt u twee lagen isolatie tussen de balken aanbrengen. De onderste laag wordt met dampremmende folie naar beneden gelegd; de volgende laag haaks erover. Dit resulteert in een meestal voldoende isolatie. Let op een luchtspleet van minimaal 15 mm.
2.2a: Op de zolder een kamer ‘inbouwen’: een autonome, zelfdragende en tegen de rest van de zolder goed afgesloten doos van hout of steenachtig materiaal. De isolatie legt zich vooral tegen het plafond.
2.2b: Voor een hoge oude zolder met authentiek timmerwerk: latjes tegen de zijkanten van de balken spijkeren, luchtspleet bewaren, isolatie tussen de latjes aanbrengen, afwerkplaat, gipsplaat, voegband, en afwerking. Maximale vrije balkenafstand voor gipsplaat is 50 cm. Bij geplande binnenmuren los van de dakconstructie plaatsen.

Gasbetonwanden of staanders van gipsplaatwanden moeten alleen door veerankers met de dakconstructie verbonden worden. Deze details laten zien hoe een zolder met compacte isolatie en een afwerkingslaag veilig kan worden ingericht.