Actuele richtlijnen isolatie bij corona: wat nu geldt en wat blijft belangrijk

Het humane coronavirus, severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 (SARS-CoV-2), behoort tot het species Severe Acute Respiratory Syndrome related Coronavirus, genus beta-coronavirus, subgenus Sarbecovirussen, lineage B (Zhou 2019).

Coronavirussen veroorzaken respiratoire infecties, soms met een enterale component, bij mensen en dieren.

Tot deze groep behoort ook SARS-CoV dat in 2003 wereldwijd in verschillende regio’s voor uitbraken zorgde.

SARS-CoV-2heeft zich sinds de ontdekking in december 2019 in Wuhan (Hubei Province, China) over de wereld verspreid.

Op 11 maart 2020 werd SARS-CoV-2 door de WHO) tot pandemie verklaard.

SARS-CoV-2 veroorzaakt het ziektebeeld Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) en heeft wereldwijd miljoenen doden tot gevolg gehad en enorme sociaaleconomische schade toegebracht.

SARS-CoV-2 is, net zoals andere RNA-virussen, gevoelig voor mutaties en blijft zich voortdurend aanpassen aan de gastheer.

Er zijn vele verschillende virusvarianten beschreven gedurende de pandemie, waarvan enkelen door hun grote impact op het beloop van de pandemie door de WHO zijn uitgeroepen tot ‘variants of concern’ (VOC).

Op de webpagina Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 is de meest actuele stand van zaken wat betreft het voorkomen van deze VOC’s weergegeven.

De verschillende virusvarianten hebben elk een verschillende mate van besmettelijkheid, pathogeniciteit en ‘immune escape’ laten zien (Cascella 2022).

Epidemiologie en verspreiding

SARS-CoV-2 komt wereldwijd voor.

Deze cijfers zijn sterk afhankelijk van testbeleid, kwaliteit van surveillancesystemen en aantallen uitgevoerde testen.

Omdat het testbeleid, de kwaliteit van surveillancesystemen en de testaantallen per land veel verschillen en veranderen, geven gerapporteerde incidentiecijfers maar een beperkte weergave van de werkelijke verspreiding.

Sinds de introductie van het SARS-CoV-2-virus is het continu aanwezig in Nederland.

Afhankelijk van seizoen, bestrijdingsmaatregelen en het voorkomen van nieuwe, meer besmettelijke varianten worden fluctuaties gezien in de epidemiologie.

Epidemiologie bij dieren

Pathogenese

SARS-CoV-2 is genetisch het meest verwant aan het SARS-coronavirus.

Het bestaat uit vier structuureiwitten: spike- (S), envelope- (E) glycoproteïne, nucleocapsid- (N) en membraan- (M) proteïne.

Via de receptor binding domain (RBD)-subunit van het spike-eiwit maakt SARS-CoV-2 gebruik van de ACE2-receptor om gastheercellen binnen te komen.

ACE2 wordt met name tot expressie gebracht op type 2 alveolaire cellen, maar ook op andere celtypen, zoals in de oesophagus, ileum, myocard, nier- en urotheelcellen (Cascella 2022).

Bij de SARS-CoV-2-omikronvariant is veranderd weefseltropisme richting de bovenste luchtwegen waargenomen (Bo Meng 2022).

Klinisch beeld en ziekteverloop

COVID-19 is met name een luchtwegziekte.

Het ziekteproces dat volgt op SARS-CoV-2-infectie kan ingedeeld worden in een vroege en late fase.

In de vroege fase speelt vooral virusreplicatie en de virusgemedieerde celschade een rol.

Door de gastheerrespons treedt hierna de late fase in, waarin de geïnfecteerde cellen een immuunrespons op gang brengen met de rekrutering van T-lymfocyten, monocyten en neutrofielen en de uitscheiding van verschillende cytokines.

Bij ernstige COVID-19 ontstaat hierbij een ‘cytokine-storm’ waarbij lokale en systemische (hyper)inflammatie een grote rol spelen in het ziekteproces.

Hierbij ontstaat ook hypercoagulabiliteit, met zowel arteriële als veneuze vasculaire complicaties.

SARS-CoV-2 kan ook ziekte veroorzaken in andere organen; gastro-intestinale klachten komen bij 15% van de COVID-19-patiënten voor, met misselijkheid, overgeven, diarree en verminderde eetlust als de meest voorkomende symptomen.

Bij ernstige COVID-19 vindt activatie van het stollingssysteem plaats en longembolie wordt veel gerapporteerd.

Er zijn ook niet-vasculaire cardiale complicaties zoals myocarditis, ritmestoornissen en pericarditis.

Diabetes mellitus kan ontregelen door COVID-19 of door de behandeling met steroïden.

Er zijn diverse huidafwijkingen beschreven en bij enkele COVID-19-patiënten conjunctivitis.

Symptomen en varianten

Er wordt een breed palet aan klachten gemeld bij personen met COVID-19. Een combinatie van de hieronder beschreven klachten maakt de kans op COVID-19 groter, maar geen enkele combinatie is specifiek voor SARS-CoV-2.

Gerapporteerde klachten zijn: verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, schorre stem, hoesten, benauwdheid, plotseling verlies van/verminderde reukzin en smaakzin, verhoging of koorts, koude rillingen, malaise, vermoeidheid, hoofdpijn, pijn achter de ogen, oculaire pijn, conjunctivitis, buikpijn, anorexie/verlies van eetlust, misselijkheid, overgeven, diarree en huidafwijkingen.

De ernst van het ziektebeeld kan variëren van milde klachten tot ernstige ziektebeelden met pneumonie en mogelijk een dood tot gevolg.

Van de omikronvariant is bekend dat deze minder vaak tot ernstige ziekte leidt; de meest gerapporteerde eerste symptomen zijn hoesten, keelpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn en koorts.

Anosmie en ageusie worden minder vaak gemeld bij omikron.

Extra-pulmonale manifestaties kunnen zich voordoen in vrijwel alle orgaansystemen en leiden tot diverse complicaties zoals DVT, longembolie en neurologische verschijnselen.

Post-COVID en vaccinatie

De term ‘post-COVID’ wordt gebruikt om aanhoudende klachten en eventuele blijvende gevolgen van COVID-19 te beschrijven.

De WHO hanteert als definitie het persisteren van symptomen of ontwikkelen van nieuwe symptomen 3 maanden na de initiële SARS-CoV-2-infectie, waarbij deze symptomen tenminste 2 maanden aanhouden zonder een andere verklaring voor de oorzaak ervan.

De incidentie van post-COVID verschilt in verschillende studies en lijkt afgenomen sinds de omikronvariant dominant is.

Er is nog geen bewezen effectieve behandeling voor post-COVID beschikbaar. Klachten lijken wel af te nemen met de tijd.

Vaccinatie voorafgaand aan infectie beschermt in 15-49% tegen de ontwikkeling van post-COVID, waarbij de meeste data is verkregen na maximaal twee vaccindoses.

Vaccinatie kan wel een rol spelen tegen het ontwikkelen van post-COVID-klachten met toenemende vaccineffectiviteit bij meerdere doseringen, maar vaccinatie is geen therapeutisch middel voor bestaande post-COVID-klachten.

Het lijkt dat de incidentie van post-COVID bij de omikronvariant lager ligt dan bij voorgaande varianten.

Isolation en actuele richtlijnen

Je hoeft niet meer in isolatie te gaan als je positief test op corona.

Ook de richtlijn voor een zelftest bij klachten is komen te vervallen per 10 maart 2023.

Houd rekening met kwetsbare mensen: het coronavirus is constant onder ons aanwezig, maar minder ziekmakend. We noemen dat de endemische fase.

In een endemische fase zijn er nog steeds kwetsbare mensen die een verhoogde kans hebben om ernstig ziek te worden van een besmetting met het coronavirus of een ander luchtwegvirus. Daarom blijft het belangrijk met hen rekening te houden.

Infographic: Overzicht van SARS-CoV-2 varianten en kenmerken

Coronavirus: uitleg fase 2

Behandeling en preventie

Er is nog geen algemeen bewezen effectieve behandeling voor post-COVID beschikbaar en klachten kunnen ongeacht vaccinatie fluctueren.

Vaccinatie heeft een belangrijke rol in preventie en vermindering van ernstige ziekte, maar het beschermt niet tegen infectie met 100%.

Bij besmetting blijven basismaatregelen zoals handen wassen en ventilatie nuttig om verspreiding te beperken.

Onderwerp Kernpunt
Incubatie 1-14 dagen, mediaan circa 5 dagen (wild-type); 3-4 dagen (omikronvariant); besmetting mogelijk 1-3 dagen voor symptomen
Symptomen Verkoudheidsklachten, verlies van reuk/smaak, koorts, hoesten, dyspneu, GI-symptomen, huiduitslag
Post-COVID Aanhoudende klachten >4 weken tot >3 maanden; definities verschillen; minder frequent met omikron

tags: #aantal #dagen #isolatie #corona