Afschotwaardigheid en de jachtwet in Nederland: historie, regels en praktijk

De jacht in Nederland heeft een lange geschiedenis en heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld van een noodzakelijke activiteit voor voedselvoorziening tot een vorm van recreatie en natuurbehoud. In de middeleeuwen werd de jacht een belangrijk privilege van de adel en edelen, die het land bezaten waarop gejaagd mocht worden. Jachtgebieden, bekend als jachtvelden, werden exclusief gecontroleerd door de hoge heer en waren alleen toegankelijk voor de elite. Tijdens de Gouden Eeuw werd de jacht een populaire vorm van vermaak en een statussymbool onder de rijke burgerij; rijke kooplieden creëerden hun eigen jachtgebieden en organiseerden uitgebreide jachtpartijen. In de 19e eeuw veranderde de jacht van louter koninklijk en adellijk recht naar een meer open activiteit, met verdelings van jachtrechten onder voorwaarden en regelgeving.

De eerste Jachtwet van kracht in 1923 maakte jacht ondergeschikt aan landbouwbelang en richtte zich primair op schade aan gewassen door wild; natuurbescherming kreeg toen nauwelijks aandacht. In de moderne tijd is de jacht gereguleerd door de Omgevingswet sinds 1 januari 2024: jagen is toegestaan onder strikte voorwaarden en met de juiste vergunningen. Jagers moeten voldoen aan regels rond wildbeheer, dierenwelzijn en natuurbescherming. De vrije jacht is verboden; alleen met een jachtakte mag gejaagd worden, anders spreekt men van wildstroperij.

Historische en actuele kaders van jacht en fauna

Deze geschiedenis gaat door in de huidige regelgeving waarbij jacht, populatiebeheer en schadebestrijding drie onderscheiden vormen zijn met elk hun doel. De grondeigenaar, grondgebruiker of pachter van de jachtrechten is verantwoordelijk voor een passende populatie; de wildlijst bestond uit 29 soorten en de huidige Flora- en Faunawet (FFW) is vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb) in 2017. De Flora- en Faunawet werd vervangen, en de staat van instandhouding van bejaagbare diersoorten wordt via Faunabeheerplannen beheerd.

In 2022 werd het jachtseizoen op het konijn gesloten; haas jachtpermissies waren in Limburg, Utrecht en Groningen beperkt vanwege SvI ( Staat van instandhouding). In 2024 trad de Omgevingswet in werking, waarin natuur, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, bouwen en monumentenzorg zijn verankerd. Deze wet maakt onderscheid tussen jacht, populatiebeheer en schadebestrijding, en laat ruimte voor provinciale vrijstellingen en nationale vrijstellingen langs de Faunabeheerplannen.

De vijf wildsoorten en vrijstellingen

Het jachtveld geldt voor vijf soorten: hazen, konijnen, wilde eenden, houtduiven en fazanten; dit zijn soorten die algemeen voorkomen en bejaging verdragen. Er bestaan landelijke vrijstellingen (zoals voor konijn, houtduif, vos, Canadese gans, kraai en kauw) en provinciale vrijstellingen die politiek per provincie kunnen variëren. De jager heeft de plicht om een redelijke wildstand te handhaven en afschotplannen te volgen die onderdeel zijn van Faunabeheerplannen. Bij schadebestrijding en beheer kan, na toestemming van overheid of provincie, ook op andere diersoorten gejaagd worden.

Het jachtrecht is gekoppeld aan eigendom; de jachthouder is degene die de jachtrechten bezit, vaak via eigenaren of pachters. Een jachthuurovereenkomst regelt de verhuur van jachtrechten en kan niet eenzijdig worden ingetrokken. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen jacht (de vijf wildsoorten), beheer en schadebestrijding; ontheffingen kunnen worden verleend door Gedeputeerde Staten voor bijzondere situaties.

Beheer en biotoopverbetering door wildbeheereenheden

Wildbeheereenheden (WBE) spelen een cruciale rol in het beheer van wild en leefgebieden: ze ontwikkelen en voeren wildbeheerplannen uit en leveren vaak hun eigen gegevens aan voor afschotbesluiten. Biotoopverbeterende maatregelen vinden vooral plaats op agrarische gronden en richten zich op dekking en voedsel voor soorten zoals wilde eend, fazant, patrijs en haas. Er worden houtwallen aangelegd en onderhouden, slootranden en perceelsranden beheerd, en kleine watersystemen (poelen) onderhouden die refugia bieden voor watervogels en amfibieën. Het beheer van deze elementen draagt bij aan zowel wild als andere diersoorten.

WBE’s leveren ook praktische voorzieningen zoals wildredders tegen cyclomaaierongelukken, wildspiegels langs wegen ter voorkoming van aanrijdingen, en samenwerking met boeren voor biotoopverbetering op het veldniveau. Deze maatregelen zijn essentieel voor het behoud van een evenwichtige populatie en voor het voorkomen van schade aan landbouwgewassen.

Procedures en middelen bij jacht en beheer

Het jachtveld moet minimaal 40 hectare zijn (art. 11.76 BAL); water dat meegerekend kan worden bij oppervlakteberekening telt mee. Voor het gebruik van andere middelen dan vuurwapens (zoals fret, buidel, kastval en vangkooi) gelden afwijkende regels, vaak zonder de 40-hectare eis. Jogt men met een geweer, vereist dit een jachtakte en schriftelijke toestemming van de grondgebruiker voor beheer en schadebestrijding. Voor jacht met valkeners is een omgevingsvergunning valkeniersactiviteit vereist.

Luchtdrukgeweren vallen onder dezelfde regelgeving als vuurwapens; in sommige gevallen kan het gebruik van luchtdrukgeweren toegestaan zijn voor binnen gebouwen of specifieke situaties. Het vervoer en dragen van wapens wordt geregeld door de Wet wapens en munitie. Een jachthouder kan anderen toestemming geven om te jagen alsmede gastverklaringen tonen dat men in de gelegenheid is te jagen.

Beschermde diersoorten kunnen onder uitzonderingen worden bejaagd wanneer schade dreigt of wanneer volksgezondheid of verkeersveiligheid in het geding is; ontheffingen worden verleend via Faunabeheereenheden en Provinciale Staten. Daartoe worden afschotplannen en Faunabeheerplannen opgesteld en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten.

  1. Jachtregels: vijf jachtsoorten, jachtseizoen, jachtvelden, jachtakte, individuele toestemming voor gasten.
  2. Beheer en schadebestrijding: Faunabeheerplannen, ontheffingen, monitoren van populatie en staat van instandhouding.
  3. Biotopen: houtwallen, watersystemen, slootranden, perceelsranden en refugia voor fauna.

Praktijk en maatschappelijke impact

Jagers vormen ongeveer 28.000 professionals in Nederland; zij worden ingezet voor populatiebeheer van grote hoefdieren en bij dreigende landbouwschade. Het draagvlak voor jacht als hobby is beperkt, wat meermaals blijkt uit onderzoeken en politieke discussies over stelselwijzigingen. De aandacht verschuift naar gebiedsgericht, planmatig beheer en respect voor intrinsieke waarde van dieren, met nadruk op duurzaam beheer en ecologische balans.

Infographic: overzicht van jachtwet en vrije vrijstellingen

In de context van de Omgevingswet blijft de jachtregelgeving nauw verbonden met natuurbescherming, dierenwelzijn en milieubeleid. Gemeenten stellen omgevingsplan en bebouwingscontour jacht vast om veiligheid in de bebouwde kom te waarborgen, terwijl de provincie Faunabeheerplannen en ontheffingen regelt voor specifieke diersoorten en omstandigheden.

Kaart van Faunabeheerplannen per provincie

Samenvatting van kernpunten

• Jacht in Nederland is toegestaan binnen jachtseizoenen en onder strikte voorwaarden; vijf wettelijk aangewezen wildsoorten zijn het uitgangspunt.

• Het jachtrecht is gekoppeld aan eigendom; jachthouders en Wildbeheereenheden vormen de kern van uitvoering van faunabeheerplannen.

• De Omgevingswet scheidt jacht van beheer en schadebestrijding en regelt bebouwingscontouren en omgevingsvergunningen.

• Biotoopverbetering op agrarisch terrein en langs landschapselementen ondersteunt populaties en vermindert schade aan gewassen.

tags: #afschot #waardig #jachtwet