Bij langdurige blootstelling aan grote hoeveelheden asbestvezels in de lucht is het risico op ziekte erg groot. Om te voorkomen dat de vezels in je longen terechtkomen, moet je tijdens het werken met asbest adembescherming dragen. Asbest is een verzamelnaam voor een reeks mineralen (silicaten) die zich steeds verder splitsen tot fijne “onzichtbare” vezels. Asbest komt in verschillende varianten voor, de twee hoofdgroepen zijn: hechtgebonden asbest en niet-hechtgebonden asbest. Zoals de naam al doet vermoeden zitten bij hechtgebonden asbest de vezels vast in het materiaal. Alleen bij mechanische bewerking als boren, zagen of schuren komen ze vrij. Werken met asbest kan hoge gezondheidsgevaren met zich meebrengen. De kleine vezeltjes waaruit asbest bestaat zijn niet zichtbaar met het blote oog, maar erg schadelijk bij langdurige blootstelling. Ingeademde asbestvezels kunnen diep in de longen doordringen en - vaak na jaren - longkanker of mesothelioom (longvlies- of buikvlieskanker) veroorzaken.
Als er, ondanks de genomen bron-, collectieve- en individuele maatregelen, nog steeds een kans bestaat dat men wordt blootgesteld aan asbestvezels, moet adembescherming beschikbaar worden gesteld. FFP3 maskers, zoals de 3M 8835+ en de 3M aura 9332+, zijn inzetbaar tegen asbestvezels. Houd er rekening mee dat deze alleen geschikt zijn voor kortdurende werkzaamheden. Bij langdurige blootstelling aan asbestvezels biedt een eenvoudig masker onvoldoende bescherming. Je kan een half- of volgelaatsmasker met P3 filter gebruiken. Een bijkomend voordeel van een volgelaatsmasker: het is uitgerust met geïntegreerde oogbescherming. Je dient niet alleen je longen te beschermen tegen asbestvezels, maar ook de rest van het lichaam. Wij raden een asbest overall, handschoenen en werklaarzen aan voor een optimale persoonlijke bescherming bij asbestsanering.

Heb je aanvullend advies nodig? Asbest is op grote schaal toegepast in bijvoorbeeld woningen, installaties, voertuigen, vloerbedekkingen en huishoudelijke apparaten. De gunstige eigenschappen als sterkte, hittebestendigheid, isolerend vermogen en lage prijs hebben ertoe bijgedragen dat met name na de Tweede Wereldoorlog asbest veelvuldig is gebruikt voor van alles en nog wat. Bovendien was asbestplaat een zeer geschikt materiaal om op te schilderen, tegels op te bevestigen en sculpturen van te vervaardigen. Door die brede toepasbaarheid is asbest ook in museumcollecties terecht gekomen. Omdat asbestvezels gevaarlijk zijn voor de gezondheid is het gebruik van asbest sinds 1993 verboden.
De wet- en regelgeving is er primair op gericht alle asbest te verwijderen met als risico dat daarmee ook waardevol cultureel erfgoed verdwijnt. Voor musea betekent dit dat er gezocht moet worden naar balans tussen behoud van erfgoed en de bescherming van de gezondheid van de medewerkers. Maar wat is er wel en niet mogelijk als je asbest in de collectie aantreft, hoe herken je het überhaupt en waar moet je als collectiebeheerder rekening mee houden?
Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Chrysotiel is verreweg de meest gebruikte asbestsoort in Nederland. Het woord asbest komt van het Griekse woord asbestos, dat onverwoestbaar betekent. Juist dat onverwoestbare heeft ervoor gezorgd dat asbest zo veel is toegepast. Asbest wordt gedolven in mijnen en er zijn nu nog actieve mijnen in o.a. Rusland (bijvoorbeeld in de stad Asbest) en China. Er kan verschil worden gemaakt tussen hechtgebonden en niet hechtgebonden asbest. Hechtgebonden wil zeggen dat de asbestvezels met minimaal 70% bindmiddel bij elkaar worden gehouden in een bepaalde toepassing. Niet hechtgebonden wil zeggen dat er veel minder bindmiddel is gebruikt en dat de vezels dus makkelijker los kunnen komen. Als hechtgebonden asbest wordt bewerkt door bijvoorbeeld te zagen of te boren, dan is de kans alsnog groot dat er asbestvezels in de lucht terecht komen.
Een typische niet-hechtgebonden toepassing is spuitasbest, waarbij het asbestpercentage tussen de 60 en 90 procent ligt. Asbest is te vinden in circa 3.500 verschillende toepassingen, en meer dan 18.000 producten waarin asbesthoudend materiaal is verwerkt. Het gezondheidsrisico van asbest ligt in de fysieke eigenschappen van de vezels: hun kleine formaat en vezelvorm. Asbestvezels zijn microscopisch klein, waardoor ze met het blote oog niet zijn waar te nemen en bij inademing gemakkelijk diep in de longen doordringen en vast komen te zitten in de luchtwegen. Asbest is dus pas gevaarlijk wanneer de vezels worden ingeademd. Voor zover bekend vormen asbestvezels in water of voedsel geen risico voor de gezondheid. De kans is zeer klein dat je ziek wordt wanneer je eenmalig asbest inademt. In de buitenlucht zitten doorgaans ook asbestvezels, maar het gezondheidsrisico is door de lage concentratie zeer klein. Hoe langer en intensiever iemand wordt blootgesteld aan asbestvezels, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen. Wanneer iemand rookt wordt dit risico aanzienlijk vergroot.
Wanneer asbestvezels vastzitten in stevige materialen, kunnen ze niet worden ingeademd en is het risico minimaal. Asbestsoorten die tot de amfibolen behoren zijn gevaarlijker voor de gezondheid dan de spiraalvormige vezels van chrysotiel. Crocidoliet, oftewel blauw asbest, staat bekend als de meest gevaarlijke asbestsoort. De gevolgen van blootstelling aan asbest worden vaak pas na tientallen jaren zichtbaar. Om toekomstige gezondheidsproblemen door asbest te voorkomen, zet de overheid zich actief in om het aantal slachtoffers drastisch terug te dringen met als doel dat er uiteindelijk helemaal geen nieuwe gevallen meer ontstaan. Daarom zijn er strikte regels opgesteld die ervoor zorgen dat de blootstelling aan asbest zo beperkt mogelijk blijft.
In Nederland werd asbest op grote schaal toegepast in met name de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1949 erkende de Nederlandse overheid asbestose formeel als beroepsziekte. In de jaren zestig voerde dr. Jan Stumphius (bedrijfsarts) onderzoek uit op de scheepswerven (onder meer in Vlissingen). Hij zag dat er vaak kleine asbestdeeltjes in het slijm van de arbeiders zaten. Daardoor begreep hij dat hun werk met asbest slecht was voor de longen. Sommige mannen kregen er zelfs een speciale vorm van longkanker door (mesothelioom). Zijn bevindingen maakten duidelijk dat vooral losgebonden toepassingen (zoals spuitasbest) en crocidoliet (blauw asbest) extreem risicovol waren doordat de naaldvormige vezels diep in longweefsel kunnen doordringen. Asbestbesluit 1978: Op basis van groeiend bewijs werden in Nederland vanaf eind jaren zeventig gerichte verboden ingevoerd: In 1978 kwam er specifiek een verbod op het gebruik van crocidoliet (blauw asbest) en ook spuitasbest (dat in losse vorm enorme concentraties vezels vrijlaat) werd verboden. Daarnaast mochten er geen nieuwe toepassingen van asbestproducten worden ontwikkeld. Asbestbesluit 1988: In 1988 volgden extra maatregelen en verplichtingen, waarbij minder hoeveelheid vezels in de lucht werden geaccepteerd op plekken waar mensen werken. Er kwam ook een meldplicht wanneer met grote hoeveelheden asbest werd gewerkt. Door de toename van regulering en de bijbehorende administratie gingen steeds meer bedrijven op zoek naar alternatieven voor asbest. Asbestbesluit 1993: Hoewel de gevaren dus al decennia eerder bekend waren, duurde het tot 1 juli 1993 voordat Nederland een breed verbod op toepassing en handel in asbest invoerde. Daarnaast kwam er ook een asbestverwijderingsbesluit. Het uiteindelijk volledige verbod binnen de EU werd later aangescherpt; vanaf 1 januari 2005 geldt een EU-breed verbod op verbruik, gebruik en handel in asbest. Het werken met, vervoeren van en verwijderen van asbesthoudende materialen is in Nederland en Europa strikt gereguleerd. De Nederlandse en Europese wet- en regelgeving rondom asbest is primair gericht op arbeidsveiligheid, milieubescherming en het voorkomen van blootstelling bij sloop, renovatie en afvalverwerking. Denk aan het Arbobesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Productenbesluit asbest, en de Europese REACH-verordening. Voor musea levert dit echter een uitdaging op. De regelgeving is niet ontworpen met cultureel erfgoed in gedachten.
Asbest komt in museale collecties vaak voor in historische objecten, apparaten of kunstwerken, waarbij het behoud en de presentatie centraal staan in plaats van verwijdering. Musea die met asbest te maken hebben, moeten niet alleen denken aan de sloopwetgeving of het Bouwbesluit, maar vooral ook aan de Arbeidsomstandighedenwet (kort gezegd Arbowet). Want zodra personeel in aanraking kan komen met asbesthoudende materialen, bijvoorbeeld bij het verplaatsen, schoonmaken of conserveren van objecten, geldt de plicht om hun gezondheid te beschermen. In het Arboportaal staat aangegeven wat de Arbowetgeving specifiek zegt over asbest. De Arbowet is een zogenaamde raamwet. De wet biedt algemene bepalingen en richtlijnen waar werkgevers en werknemers zich aan moeten houden. Hij benoemt geen exacte voorschriften of concrete regels; het gaat om doelvoorschriften. Daarbij is het doel dat het werk de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemer niet in gevaar brengt. Samengevat zijn de verplichtingen volgens de Arbowet dat werkgever en werknemer moeten samenwerken aan de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de medewerkers. In Nederland ziet de Nederlandse Arbeidsinspectie toe op de naleving van de Arbowet en de specifieke regelgeving over gevaarlijke stoffen zoals asbest. Werkgevers zijn verplicht te zorgen voor een veilige werkplek en het correct omgaan met asbest. De Inspectie kan controles uitvoeren, waarschuwingen geven en boetes opleggen als regels niet worden gevolgd.

Een hulpmiddel bij het volgen van de Arbowet is de arbeidshygiënische strategie. Deze geeft de volgorde aan waarin een bedrijf maatregelen moet treffen om ervoor te zorgen dat het werk zo gezond en veilig mogelijk gedaan kan worden. In artikel 4.4 van het Arbobesluit staat beschreven wat de arbeidshygiënische strategie specifiek inhoudt voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om een volgorde van vier stappen die na elkaar moeten worden genomen. Voor kankerverwekkende stoffen geldt dat een volgende stap alleen worden genomen wanneer de eerdere stap redelijkerwijs niet mogelijk is.
Hoe weet je nu of je met asbest te maken hebt? Een eerste quickscan is belangrijk om een beeld te krijgen van de objecten in de collectie die mogelijk (deels) uit asbest bestaan. Die quickscan houdt in dat allereerst de objectregistratie zorgvuldig wordt gecheckt op woorden als asbest, asbestcement, asbestplaat en eterniet. Ook op objecten (objectnamen) die vermeld staan in de voorbeeldlijst hierboven kan worden gecheckt. Stap twee is een fysieke check in de collectie. Omdat asbestverwijdering vooral voorkomt in de bouwsector, zijn opleidingen en vakliteratuur hierop afgestemd. Het is mogelijk om een collectiemedewerker op te leiden tot Deskundig Asbest Verwijderaar (DAV-1). Deze opleiding biedt uitgebreide kennis over persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s), saneringstechnieken en risicobeheersing. Echter, volgens de wet mag een DAV alleen werken onder een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf, en altijd onder toezicht van een DTA (Deskundig Toezichthouder Asbest). Voor musea is het lastig om aan deze voorwaarden te voldoen. Daarnaast vereist het DAV-certificaat praktijkervaring in echte saneringssituaties. Niet iedere museummedewerker is bereid of geschikt om werkzaamheden in de bouw uit te voeren. Om toch inzicht te krijgen in de werkwijze en risico’s rondom asbest, is het voor musea aan te raden om ten minste een asbestherkenningscursus te volgen.
Asbestherkenningscursussen worden gegeven door asbestexpert Harry Vonk in het Asbestmuseum, dat is gevestigd in Utrecht. De omgang met asbest is wettelijk strikt gereguleerd. Het hanteren van asbesthoudend materiaal is dan ook niet zomaar toegestaan zonder de juiste certificering. Wanneer een museum asbest heeft aangetroffen, is samenwerking met gecertificeerde bedrijven verplicht. Het museum komt daarbij terecht in een keten van gespecialiseerde partijen die ondersteuning kunnen bieden. Er geldt daarbij een strikte scheiding van rollen: een saneerder mag niet zelf inventariseren, en een inventariseerder mag niet zelf saneren. Dit voorkomt belangenverstrengeling en waarborgt de veiligheid van medewerkers en omgeving. Het begint allemaal met het aanvragen van een inventarisatie. De persoon die je daarvoor op bezoek krijgt is een DIA, oftewel een Deskundig Inventariseerder Asbest. Op basis van de uitkomsten van de inventarisatie kan worden besloten om het asbest te behouden of te (laten) verwijderen. Wanneer wordt gekozen voor behoud, moet er een beheersplan worden opgesteld. Bij verwijdering dient een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf te worden ingeschakeld. Na de sanering voert een laboratorium de vrijgave-meting uit. Vanwege de hoge kosten die met dit hele proces gemoeid kunnen zijn kan het handig zijn om meerdere offertes op te vragen. Zorg er wel voor dat je met een deugdelijk gecertificeerd bedrijf in zee gaat.

Stap 1. Een gecertificeerd inventarisatiebedrijf onderzoekt of er asbest aanwezig is, waar het zit, in welke vorm, en hoeveel. Ze nemen monsters en stellen een officieel rapport op. Dat rapport is verplicht voordat er gesaneerd mag worden. De monsters die worden genomen kunnen materiaal-, lucht- en/of kleefmonsters zijn. Macro materiaalmonsters welke verkregen kunnen worden zonder mechanische handelingen mogen door een bedrijf zelf worden verpakt en opgestuurd voor asbest analyse, mits het te testen materiaal geen tekenen vertoont van stofverspreiding. Er mag geen risico ontstaan op verspreiding van mogelijke blootstelling. In het geval van objecten zal dit lastig te realiseren zijn, aangezien voor de meeste objecten het zal betekenen dat er mechanisch een monster genomen moet worden. Schakel hierbij een gecertificeerd bedrijf in voor het nemen van asbest materiaalmonsters bij risico op blootstelling of bij twijfel.
Met een pomp wordt lucht door een filter heen gezogen. De hoeveelheid opgevangen asbestvezels gecombineerd met het volume lucht dat de pomp heeft aangezogen weergeeft de asbestvezel concentratie in de lucht. Luchtmonsters worden genomen wanneer, na een asbestinventarisatie, risico op blootstelling is geconstateerd vanuit een bestaande of verwijderde asbest bron. Met kleefband wordt op een oppervlak stofdeeltjes verzameld. Dit wordt ook wel een kleefmonster genoemd. Kleefmonsters worden genomen als, na een asbestinventarisatie, risico op verspreiding van blootstelling in een ruimte is geconstateerd. Als er asbestvezels zijn aangetroffen op een kleefmonster zullen aanvullende kleefmonsters worden genomen om de totale verspreiding en daarmee het risico te bepalen. Het nemen van lucht en kleefmonster 's moet altijd worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf.
Stap 2. De genomen monsters worden geanalyseerd door een geaccrediteerd laboratorium. Hierdoor wordt duidelijk of het daadwerkelijk om asbest gaat, en zo ja, welk type. Vergroting is meestal tussen 10x en 50x. Het traject bestaat uit een vooronderzoek, monsterpreparatie, beoordeling vezelvorm en kwaliteitscontrole. Werkt met gepolariseerd licht. Vergroting tot 100.000x of meer. I.p.v. licht gebruik van elektronen. Goud of koolstof t.b.v. Het traject bestaat uit elementanalyse, bevestiging van lichtmicroscopie en analyse luchtmonsters. De richtlijnen voor analyse zijn vastgelegd in NEN- en ISO-normen, o.a. De analyse bepaalt, in samenhang met de conditie van het materiaal, de locatie van het asbest en de teverwachte werkzaamheden, de risicoklasse en daarmee de aanpak van de verwijdering. Risicoklasse 1: Laag risico, wat betekent dat het asbest ook door niet-gecertificeerde personen mag worden verwijderd. Risicoklasse 2: Hoog risico (meer dan 2.000 vezels per m3). Risicoklasse 2a: Hoog risico + amfibool.
Stap 3. Pas na de inventarisatie en laboratoriumanalyse mag een gecertificeerd saneringsbedrijf aan de slag. Zij verwijderen het asbest volgens de geldende veiligheidsvoorschriften en zorgen voor correcte afvoer. Stap 4. Na sanering volgt een eindcontrole door een onafhankelijk gecertificeerd laboratorium conform de NEN-norm NEN 2990. Het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) is een webapplicatie voor het volgen en registreren van asbestverwijdering door de verschillende partijen in bovenstaande keten. Het LAVS zorgt ervoor dat opdrachtgevers, inventariseerders, asbestverwijderingsbedrijven, eindinspectiebedrijven en toezichthouders over dezelfde informatie beschikken. Er hoeft niet altijd voor gekozen te worden om asbest te verwijderen. Als het hechtgebonden asbest betreft, er geen spr...

Asbest wordt wereldwijd streng gereguleerd vanwege gezondheidsrisico's. De regelgeving en risicobeheersing zijn gericht op arbeidsveiligheid, milieubescherming en sloop/afvalverwerking. Voor musea betekent dit soms een afweging tussen behoud van erfgoed en bescherming van medewerkers. PBM en adembescherming spelen hierin een cruciale rol: van FFP3-stofmaskers tot volledige volgelaatsmaskers met P3-filter, plus overalls, handschoenen en waterdichte schoenen. Een combinatie van correcte PBM, trainingen en naleving van de Arbowet helpt om risico’s te minimaliseren tijdens asbestsanering en collectiebeheer.
Welke PBM heb je nodig bij asbest verwijderen? Welke adembescherming is verplicht? Welke overall en kleding moet je dragen? Welke handschoenen en schoenen zijn geschikt? Moeten PBM CE-gemarkeerd zijn? Hoe trek je PBM correct aan en uit? Hoe richt je de werkzone in en beperk je vezelverspreiding? Wat zijn veelgemaakte fouten en hoe voorkom je ze? Wanneer schakel je een erkende asbestverwijderaar in? Deze en andere vragen komen aan bod in de corporate richtlijnen en Belgische wetgeving over veilig werken met asbest.

Wat zijn de kosten en praktische tips? Een basis asbest beschermingsset kost doorgaans tussen €15 en €25 per persoon per dag voor wegwerpuutrusting. Bij langere of zwaardere werkzaamheden kunnen herbruikbare maskers, overalls en vervangbare P3-filters beter zijn op de lange termijn. Vraag tijdig offertes aan bij gecertificeerde leveranciers en asbestverwijderaars om kosten te vergelijken en de juiste keuze te maken. Voor musea en particulieren geldt: schakel altijd gecertificeerde verwijderingsbedrijven in en volg de lokale regelgeving rond inzameling en afvoer.

Tot slot: de veiligheid staat voorop bij elke stap van asbestbeheer. Het juiste ademhalingsbeschermingspakket, gecombineerd met een volledig beschermingskledingpakket, en een duidelijke workflow voor inventarisatie, verwijdering en afvoer verminderen aanzienlijk het risico op blootstelling en gezondheidsproblemen.
tags: #asbest #beschermpak #geel