Asbest, kwarts en andere schadelijke stoffen op de werkplek

Het inademen van kwartsstof kan ernstige longaandoeningen veroorzaken. Diep in de longen kunnen de kwartsstofdeeltjes bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Hoe meer stof is ingeademd, hoe meer schade er ontstaat en die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat namelijk door. Het verraderlijke is dat de meeste mensen er in eerste instantie niet eens zoveel van merken.

In de branche wordt het risico van blootstelling aan respirabel stof en kwartsstof onderkend bij werkzaamheden zoals onderhoud, vernieuwing en nieuwbouw van het spoor. Om de kwartsproblematiek in kaart te brengen is door de SAS een plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd.

Kwartsstof en de bouwsector

Veel bouwproducten bevatten kwarts en dit is lastig te vervangen. Dit maakt dat het kwartsstofprobleem moeilijk op te lossen is. Een materiaal wordt als kwartshoudend aangemerkt als het voor meer dan 1,5% uit kwarts bestaat. Bij het bewerken van materialen die kwarts bevatten, ontstaat een zwevende stof/kleine deeltjes silica (RCS). Deze deeltjes kunnen ingeademd worden. Na het inademen van stof zal een deel van de deeltjes weer uitgeademd worden, een ander deel blijft achter in de luchtwegen. In het algemeen geldt dat de deeltjes met de kleinste diameter het diepst in de longen kunnen doordringen. Respirabel stof is dat gedeelte van het zwevende stof dat diep doordringt in de longen. De grenswaarde voor respirabel stof is 3 mg/m³, voor respirabel kwartsstof is dat 0,075 mg/m³.

Als vuistregel kan aangehouden worden: als er zichtbaar stof vrijkomt bij het bewerken van steenachtig materiaal, dan wordt de grenswaarde voor kwartsstof overschreden.

TNO schat dat er de afgelopen jaren een paar honderd doden per jaar zijn toe te schrijven aan RCS. In het vooronderzoek SWZ Programma ‘Beter aan de slag met stoffen (TNO)’ is te lezen dat het aantal blootgestelde werknemers in de (af)bouw rond de 457.000 ligt.

Infographic met de verschillende stadia van longschade door kwartsstof

Maatregelen tegen kwartsstof

Risico's van kwarts in de (af)bouw kunnen worden beperkt door technische beheersmaatregelen, organisatorische beheersmaatregelen en persoonlijke beheersmaatregelen.

Technische beheersmaatregelen

  • Kies waar mogelijk een materiaal dat geen of minder kwarts bevat (bijvoorbeeld gipsblokken).
  • Voorkom bewerkingen aan steenachtige materialen zo veel mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van prefabricage en hierbij leidingwerk geheel te laten opnemen in de constructie.
  • Voorkom het boren van gaten zo veel mogelijk door schroefhulzen (of rails) in te storten.
  • Kies voor een bewerkingsmethode waarbij zo min mogelijk kwartsstof vrijkomt (bijvoorbeeld blokken knippen in plaats van zagen).
  • Scherm de werkplek af.
  • Gebruik gereedschap met afzuiging en/of watertoevoer en zorg ervoor dat de afzuiging goed aansluit op het werkvlak.
  • Zorg voor goede ventilatie en zuig na afloop van het werk eventueel reststof zo snel mogelijk weg.
  • Houd de werkruimte regelmatig schoon. Reinig na afloop van de werkzaamheden de werkplek, zodat er niet alsnog stof ontstaat.

Organisatorische beheersmaatregelen

  • Is het niet mogelijk om voor een kwartsvrij alternatief te kiezen? Kies voor werkmethoden waarbij weinig stof vrijkomt. Zo is knippen in plaats van zagen verstandig.
  • Denk ook aan voldoende afzuiging en watertoevoer.
  • Scheid de stofvrije werkzaamheden van de stoffige werkzaamheden.
  • Taakroulatie is belangrijk.

Persoonlijke beheersmaatregelen

  • Leveren ook deze maatregelen niet voldoende resultaat? Dan moeten PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen) beschikbaar gesteld worden.
  • Volgelaatsmasker met P3-filter voorzien van aangeblazen lucht.
  • In combinatie met gereedschap met watertoevoer of afzuiging is een P2-masker doorgaans voldoende.
  • Verstrek instructie over correct gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Zorg voor tijdig onderhoud en vervanging van de middelen (inclusief filters).

Ademhalingssysteem | De Dr. Binocs Show | Leerzame video's voor kinderen

Asbest: een verborgen gevaar

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen (silicaten), die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Chrysotiel is verreweg de meest gebruikte asbestsoort in Nederland. Het woord asbest komt van het Griekse woord asbestos, dat onverwoestbaar betekent. Juist dat onverwoestbare heeft ervoor gezorgd dat asbest zo veel is toegepast.

Asbest is op grote schaal toegepast in bijvoorbeeld woningen, installaties, voertuigen, vloerbedekkingen en huishoudelijke apparaten. De gunstige eigenschappen als sterkte, hittebestendigheid, isolerend vermogen en lage prijs hebben ertoe bijgedragen dat met name na de Tweede Wereldoorlog asbest veelvuldig is gebruikt voor van alles en nog wat. Bovendien was asbestplaat een zeer geschikt materiaal om op te schilderen, tegels op te bevestigen en sculpturen van te vervaardigen. Door die brede toepasbaarheid is asbest ook in museumcollecties terecht gekomen.

Omdat asbestvezels gevaarlijk zijn voor de gezondheid is het gebruik van asbest sinds 1993 verboden. De wet- en regelgeving is er primair op gericht alle asbest te verwijderen met als risico dat daarmee ook waardevol cultureel erfgoed verdwijnt. Voor musea betekent dit dat er gezocht moet worden naar een balans tussen behoud van erfgoed en de bescherming van de gezondheid van de medewerkers.

Foto van oude woning met zichtbare asbesttoepassingen

Soorten en toepassingen van asbest

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen hechtgebonden en niet hechtgebonden asbest. Hechtgebonden wil zeggen dat de asbestvezels met minimaal 70% bindmiddel bij elkaar worden gehouden in een bepaalde toepassing. Niet hechtgebonden wil zeggen dat er veel minder bindmiddel is gebruikt en dat de vezels dus makkelijker los kunnen komen. Als hechtgebonden asbest wordt bewerkt door bijvoorbeeld te zagen of te boren, dan is de kans alsnog groot dat er asbestvezels in de lucht terecht komen. Een typische niet-hechtgebonden toepassing is spuitasbest, waarbij het asbestpercentage tussen de 60 en 90 procent ligt.

Asbest wordt gedolven in mijnen en er zijn nu nog actieve mijnen in o.a. Rusland (bijvoorbeeld in de stad Asbest) en China. Asbest is te vinden in circa 3.500 verschillende toepassingen, en meer dan 18.000 producten waarin asbesthoudend materiaal is verwerkt.

Gezondheidsrisico's van asbest

Het gezondheidsrisico van asbest ligt in de fysieke eigenschappen van de vezels: hun kleine formaat en vezelvorm. Asbestvezels zijn microscopisch klein, waardoor ze met het blote oog niet waarneembaar zijn en bij inademing gemakkelijk diep in de longen doordringen en vast komen te zitten in de luchtwegen. Asbest is dus pas gevaarlijk wanneer de vezels worden ingeademd. Voor zover bekend vormen asbestvezels in water of voedsel geen risico voor de gezondheid.

De kans is zeer klein dat je ziek wordt wanneer je eenmalig asbest inademt. In de buitenlucht zitten doorgaans ook asbestvezels, maar het gezondheidsrisico is door de lage concentratie zeer klein. Hoe langer en intensiever iemand wordt blootgesteld aan asbestvezels, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen. Wanneer iemand rookt, wordt dit risico aanzienlijk vergroot. Wanneer asbestvezels vastzitten in stevige materialen, kunnen ze niet worden ingeademd en is het risico minimaal.

Asbestsoorten die tot de amfibolen behoren zijn gevaarlijker voor de gezondheid dan de spiraalvormige vezels van chrysotiel. Crocidoliet, oftewel blauw asbest, staat bekend als de meest gevaarlijke asbestsoort.

De gevolgen van blootstelling aan asbest worden vaak pas na tientallen jaren zichtbaar. In Nederland alleen praten we naar schatting over 1600 asbestdoden per jaar.

Microscopische foto van asbestvezels

Wetgeving en regelgeving rondom asbest

In Nederland werd asbest op grote schaal toegepast in met name de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1949 erkende de Nederlandse overheid asbestose formeel als beroepsziekte.

Asbestbesluit 1978: In 1978 kwam er specifiek een verbod op het gebruik van crocidoliet (blauw asbest) en ook spuitasbest (dat in losse vorm enorme concentraties vezels vrijlaat) werd verboden. Daarnaast mochten er geen nieuwe toepassingen van asbestproducten worden ontwikkeld.

Asbestbesluit 1988: In 1988 volgden extra maatregelen en verplichtingen, waarbij minder hoeveelheid vezels in de lucht werden geaccepteerd op plekken waar mensen werken. Er kwam ook een meldplicht wanneer met grote hoeveelheden asbest werd gewerkt. Door de toename van regulering en de bijbehorende administratie gingen steeds meer bedrijven op zoek naar alternatieven voor asbest.

Asbestbesluit 1993: Hoewel de gevaren dus al decennia eerder bekend waren, duurde het tot 1 juli 1993 voordat Nederland een breed verbod op toepassing en handel in asbest invoerde. Daarnaast kwam er ook een asbestverwijderingsbesluit. Het uiteindelijk volledige verbod binnen de EU werd later aangescherpt; vanaf 1 januari 2005 geldt een EU-breed verbod op verbruik, gebruik en handel in asbest.

Het werken met, vervoeren van en verwijderen van asbesthoudende materialen is in Nederland en Europa strikt gereguleerd. De Nederlandse en Europese wet- en regelgeving rondom asbest is primair gericht op arbeidsveiligheid, milieubescherming en het voorkomen van blootstelling bij sloop, renovatie en afvalverwerking. Denk aan het Arbobesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Productenbesluit asbest, en de Europese REACH-verordening.

Voor musea levert dit echter een uitdaging op. De regelgeving is niet ontworpen met cultureel erfgoed in gedachten. Asbest komt in museale collecties vaak voor in historische objecten, apparaten of kunstwerken, waarbij het behoud en de presentatie centraal staan in plaats van verwijdering. Musea die met asbest te maken hebben, moeten niet alleen denken aan de sloopwetgeving of het Bouwbesluit, maar vooral ook aan de Arbeidsomstandighedenwet (kort gezegd Arbowet). Want zodra personeel in aanraking kan komen met asbesthoudende materialen, bijvoorbeeld bij het verplaatsen, schoonmaken of conserveren van objecten, geldt de plicht om hun gezondheid te beschermen.

De arbeidshygiënische strategie en asbest

Een hulpmiddel bij het volgen van de Arbowet is de arbeidshygiënische strategie. Deze geeft de volgorde aan waarin een bedrijf maatregelen moet treffen om ervoor te zorgen dat het werk zo gezond en veilig mogelijk gedaan kan worden. In artikel 4.4 van het Arbobesluit staat beschreven wat de arbeidshygiënische strategie specifiek inhoudt voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om een volgorde van vier stappen die na elkaar moeten worden genomen. Voor kankerverwekkende stoffen geldt dat een volgende stap alleen wordt genomen wanneer de eerdere stap redelijkerwijs niet mogelijk is.

Stappenplan voor omgang met asbest

  1. Inventarisatie: Een gecertificeerd inventarisatiebedrijf onderzoekt of er asbest aanwezig is, waar het zit, in welke vorm, en hoeveel. Ze nemen monsters en stellen een officieel rapport op. Dat rapport is verplicht voordat er gesaneerd mag worden. De monsters die worden genomen kunnen materiaal-, lucht- en/of kleefmonsters zijn.
  2. Laboratoriumanalyse: De genomen monsters worden geanalyseerd door een geaccrediteerd laboratorium. Hierdoor wordt duidelijk of het daadwerkelijk om asbest gaat, en zo ja, welk type.
  3. Sanering: Pas na de inventarisatie en laboratoriumanalyse mag een gecertificeerd saneringsbedrijf aan de slag. Zij verwijderen het asbest volgens de geldende veiligheidsvoorschriften en zorgen voor correcte afvoer.
  4. Eindcontrole: Na sanering volgt een eindcontrole door een onafhankelijk gecertificeerd laboratorium conform de NEN-norm NEN 2990.

Het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) is een webapplicatie voor het volgen en registreren van asbestverwijdering door de verschillende partijen in bovenstaande keten. Het LAVS zorgt ervoor dat opdrachtgevers, inventariseerders, asbestverwijderingsbedrijven, eindinspectiebedrijven en toezichthouders over dezelfde informatie beschikken.

Flowchart van het asbestinventarisatie- en saneringstraject

Gevaarlijke stoffen in het algemeen

Gevaarlijke stoffen’ is de verzamelterm voor alle stoffen die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en gezondheid. De gezondheids- en veiligheidsrisico's van gevaarlijke stoffen verschillen per stof. Aan diverse van deze stoffen zijn bij onveilig gebruik acute veiligheidsrisico's zoals brand- en explosiegevaar verbonden. Ongunstige gezondheidsgevolgen op korte termijn kunnen bijvoorbeeld bestaan uit hoofdpijn, duizeligheid of huidirritatie. Op lange termijn kunnen veel stoffen ook (zeer) ernstige gezondheidsschade toebrengen. Denk bijvoorbeeld aan longwegaandoeningen, kanker, schade aan het ongeboren kind of ongunstige gevolgen voor de vruchtbaarheid.

Iedere werkgever hoort bij te houden welke gevaarlijke stoffen in zijn bedrijf aanwezig zijn of vrijkomen, welke gevaren ze opleveren en welke werknemers eraan worden blootgesteld. Voor alle (producten met) gevaarlijke stoffen geldt namelijk een registratieplicht. Voor (producten met) stoffen die kankerverwekkend zijn (carcinogeen), de genen kunnen beschadigen (mutageen) en de voortplanting in gevaar kunnen brengen (reproductietoxisch) geldt een nog strengere aanvullende registratieplicht.

Maatregelen bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen

Het is belangrijk maatregelen te nemen om gezondheidsschade door blootstelling aan gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk te voorkomen. Dit moet volgens de wet gebeuren in de volgende volgorde:

  1. Inventariseren: Inventariseer welke stoffen gebruikt worden en bij het werk vrijkomen. Vraag bij de leverancier de veiligheidsinformatiebladen op.
  2. Vervangen: Vervang de gevaarlijke stof waar mogelijk door een niet of minder gevaarlijke stof. Let hierbij op uiteenlopende wettelijke verplichtingen: Vervang bij kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen altijd de stof door een alternatief dat niet of minder gevaarlijk is als dit technisch mogelijk is. Financiële afwegingen mogen hierbij geen rol spelen.
  3. Technische en organisatorische maatregelen: Pas technische maatregelen, werkprocessen, uitrustingen en materialen toe die de risico's voorkomen of beperken. Verdeel het werk in een team zodanig dat de blootstelling per persoon zo beperkt mogelijk is (taakroulatie).
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's): Verstrek de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen als de beheersmaatregelen onvoldoende zijn.

Voorlichting en toezicht: Werknemers kunnen de preventieve maatregelen alleen correct toepassen en respecteren als ze weten wat de risico's van gevaarlijke stoffen zijn en welke maatregelen ertegen zijn genomen. Hiervoor is voorlichting nodig. Om zeker te stellen dat iedereen zich aan alle maatregelen houdt, moet er ook toezicht plaatsvinden.

Monitoring sluipende gezondheidsschade: Het is ook zaak te controleren of alle preventieve maatregelen voldoende effectief zijn. Deze monitoring vraagt om passende afspraken met een bedrijfsarts of arbodienst.

Illustratie die de hiërarchie van beheersmaatregelen voor gevaarlijke stoffen weergeeft

Specifieke gevaarlijke stoffen

Verpakte gevaarlijke stoffen

Verpakte gevaarlijke stoffen zijn aanwezig in verpakte producten, zoals schoonmaakmiddelen, kitten, verven en smeermiddelen. Denk onder meer aan stoffen met een oplossende of verbindende werking. Aan deze stoffen zijn gezondheidsrisico's verbonden die vaak ernstig van aard zijn. Zo kunnen purschuim, lijmen, coatings, vulmiddelen en montageschuim diisocyanaten bevatten. Mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling hieraan zijn irritatie van ogen en luchtwegen, beroepsastma en contacteczeem. Voor het werken met diisocyanaten is een specifieke training verplicht.

Gevaarlijke stoffen die vrijkomen bij het werk

Dit zijn stoffen die vrijkomen bij toepassing van bepaalde werkprocessen. Denk bijvoorbeeld aan kwartsstof dat vrijkomt door het boren in beton, houtstof door het zagen van planken, lasrook door het verbinden van metalen en dieselmotoremissie door het gebruik van diesel aangedreven materieel.

Houtstof

Houtstof ontstaat voornamelijk bij machinale bewerkingen van hout, zoals schuren, zagen, frezen, boren en schaven. Diverse houtsoorten bevatten stoffen die irriterend zijn voor de huid, ogen en slijmvliezen maar ook ernstigere gezondheidseffecten kunnen hebben. Houtstof is opgenomen in de lijst van kankerverwekkende stoffen van het ministerie van SZW. Vooral hardhout kan bij langdurige blootstelling long- en neuskanker veroorzaken.

Glas- en steenwol

De kans om bij bouw, onderhoud en beheer glas- en steenwol en keramisch materiaal tegen te komen is groot. Deze stoffen zijn (en worden) veelvuldig toegepast als isolatiemateriaal. Tijdens het werken met glas- en steenwol kunnen vezels vrijkomen. Blootstelling aan vezels van glas- en steenwol kan irritatie van de huid, ogen, luchtwegen en longen evenals longfibrose veroorzaken.

Dieselmotoremissie (DME)

Dieselmotoremissie (DME) is een restproduct van de verbrandingsprocessen die plaatsvinden in een dieselmotor. Als er gewerkt wordt in de buurt van draaiende dieselmotoren, is er blootstelling aan DME.

Chroom-6

Chroom-6 is in het verleden vanwege zijn roestwerende eigenschappen veel toegepast in verf en roestvast staal (RVS). Bij het schuren van oude verflagen en het lassen van bepaalde vormen van RVS kan chroom-6 vrijkomen. Blootstelling aan deze gevaarlijke stof door inademing of inslikken kan verschillende soorten kanker veroorzaken.

Teermastiek

Bij het slopen of renoveren van oude daken kan teermastiek vrijkomen. Teermastiek bevat Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s). Deze kunnen irritatie aan ogen en luchtwegen geven.

tags: #asbest #kwarts #en #dergelijke #schadelijke #stoffen