Asbest verwijderen regels en werkwijze

Asbest is gevaarlijk voor de gezondheid. Mensen die met asbestvezels in aanraking komen kunnen ernstig ziek worden. Daarom stelt de overheid regels voor het gebruik van asbest. Asbest kan in allerlei materialen of producten zitten die voor 1994 zijn gemaakt. Asbest is een natuurlijk mineraal.

Onthulling en herkenning van asbest

Alleen met een laboratoriumanalyse kunt u vaststellen of een materiaal of product asbest bevat. Wel is het mogelijk materialen met asbest in woningen te herkennen. Wilt u weten of er asbest in uw eigen huis of andere type gebouw aanwezig is? Bekijk voorbeelden van asbesttoepassingen zodat u asbesthoudende materialen herkent en kijk in de Asbestwegwijzer waar mogelijk asbest is toegepast.

Drie belangrijke voorwaarden voor verwijdering (stapgewijs)

  1. Het gaat erom dat het totaal niet meer dan 35 m2 asbesthoudend materiaal is.
  2. Alleen als de platen geschroefd zijn. Alleen als de platen in zijn geheel verwijderd kunnen worden. Een asbestplaat mag niet worden gebroken of gezaagd, omdat dit vezelemissie (uitstoot) veroorzaakt. Deze vezelemissie veroorzaakt namelijk blootstelling aan asbest. Alleen als de asbestplaten niet verweerd of kapot zijn. De asbestvezels van platen moeten hechtgebonden zijn. Hechtgebonden noemen we de asbestmaterialen waarin de vezels stevig in een dragermateriaal verankerd zitten. Als de asbestplaten zijn gespijkerd, gelijmd of geniet. Soms zijn asbestplaten bevestigd met spijkers of nieten. Of ze zijn gelijmd. Als de asbestplaten verweerd of kapot zijn. Een particulier mag geen verweerde of kapotte asbestplaten verwijderen. De asbestvezels in deze platen zijn niet meer hechtgebonden. Ze zitten niet meer in het cement vast. Het risico op emissie van vezels bij het verwijderen is dan te groot. Het verwijderen mag dan alleen door een gecertificeerd bedrijf gebeuren.
  3. Alleen als de vloerbedekking of vloertegels in zijn geheel verwijderd kunnen worden. De vloerbedekking mag niet worden gebroken, omdat dit vezelemissie (uitstoot) veroorzaakt. Deze vezelemissie veroorzaakt namelijk blootstelling aan asbest. Alleen als de asbestvezels 'hechtgebonden' zijn. Hechtgebonden noemen we de asbestmaterialen waarin de vezels stevig in een dragermateriaal verankerd zitten. Als de vloerbedekking of vloertegels gelijmd zijn. As de asbestvezels niet vastzitten aan de vloerbedekking. Dit noemen we 'niet-hechtgebonden'. Denk daarbij aan asbest in de onderlaag van oud vloerzeil.

Verder geldt dat bij verschillende situaties bepaalde verwijderingsregels gelden: uit een gebouw dat een nevenfunctie (zonder bedrijfsfunctie) heeft bij die woning; uit een gebouw dat geen woonfunctie heeft.

Stap 4 tot 7: aanpak en meldingen

  • Voor het veilig verwijderen van asbest bestaat geen blauwdruk. Iedere situatie is anders. Een particulier moet dus zelf bepalen of hij in staat is het werk uit te voeren.
  • Asbesthoudend materiaal dat u zelf heeft verwijderd, kunt u inleveren bij de milieustraat (gemeentewerf). Sommige kleinere milieustraten hebben geen innamepunt voor asbest. Dan wordt u naar een andere milieustraat doorgestuurd. U moet asbestmateriaal altijd goed verpakt aanleveren. Gebruik verpakkingsmateriaal dat geen lucht doorlaat, transparant is en stevig genoeg om niet te scheuren. Op de verpakking moet duidelijk het woord 'Asbest' staan. Controleer of uw gemeente geschikt verpakkingsmateriaal aanbiedt. U kunt dit materiaal ook online of bij een bouwmarkt kopen. Onverpakt asbest wordt niet geaccepteerd bij een gemeentelijk inzamelpunt.
  • Gaat u asbesthoudend of asbestgelijkend materiaal inleveren? Informeer dan eerst bij uw gemeente wat de regels zijn rondom het aanbieden van asbesthoudend materiaal, het formulier (afschrift van de melding van asbestverwijdering) en/of de acceptatievoorwaarden van de milieustraat. Vaak is een bewijs van melding bij het Omgevingsloket vereist. Gemeentelijke milieustraten stellen vaak acceptatievoorwaarden voor het inleveren van asbesthoudend afval. Een veelvoorkomende voorwaarde is dat bij het aanbieden van het afval een bewijs van melding bij het Omgevingsloket moet worden overlegd. In de praktijk houdt dit in dat particulieren vaak een sloopmelding moeten indienen via het Omgevingsloket. Er zijn ook gemeenten die het afvoeren van asbesthoudend materiaal of asbestgelijkend materiaal zonder sloopmelding toestaan. Bij de milieustraat kunt u ook (goed verpakte) losse voorwerpen inleveren, bijvoorbeeld asbesthoudende bloembakken. Zit het asbesthoudend materiaal in een buis of leiding en vast aan het gebouw, zoals bij een schoorsteen of rioolpijp, dan is de kans op breuk bij het verwijderen groot en mag deze niet verwijderd worden door particulieren. Materiaal dat op asbest lijkt behandelt een milieustraat als asbest. Ook voor dit materiaal geldt de eis dat u het goed verpakt aanlevert. Het vrijkomende asbesthoudende materiaal moet gescheiden van ander afval worden ingeleverd bij de milieustraat.
  • Stap 6: Heeft uw gemeente de regel dat er voor het slopen of inleveren van asbesthoudende (losse) materialen en asbestgelijkende materialen een melding gedaan moet worden?
  • Stap 7: Let op: de melding wordt vanuit het Omgevingsloket automatisch naar uw gemeente gestuurd. Sinds 1994 is het verhandelen en het toepassen van asbest verboden. Ook het bewerken van al aanwezige asbestmaterialen is (bijna altijd) verboden.

Regelgeving, risicoklassen en inventarisatie

Maar er is nog veel asbest aanwezig in gebouwen, installaties en schepen. Om werknemers te beschermen tegen de risico’s van asbest is er strenge regelgeving. Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat een apart hoofdstuk over asbest. Grenswaarde en risiclassen: Er geldt een strenge grenswaarde. In de lucht die de werknemer tijdens het werk inademt, mogen zich maximaal 2.000 asbestvezels per kubieke meter lucht bevinden. Is het gehalte aan asbestvezels in de lucht lager dan deze grenswaarde, dan valt het werk in risicoklasse 1. Is het gehalte hoger, dan valt het werk in risicoklasse 2 of 2A. Er gelden dan aanvullende regels. Inventariseren, melden, verwijderen en vrijgeven: Voor werkzaamheden met kans op blootstelling aan asbestvezels is de werkgever verplicht een aantal zaken te regelen. Een asbestinventarisatie is verplicht bij gebouwen en objecten die vóór 1994 gebouwd zijn; bij schepen is dit verplicht ook als ze ná 1994 gebouwd zijn. Alleen een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau mag deze inventarisatie uitvoeren. Als uit de inventarisatie blijkt dat het verwijderen in risicoklasse 2 of 2A valt, dan mag dit alleen door een gecertificeerde asbestverwijderaar. Bij risicoklasse 1 mag ook een niet-gecertificeerd bedrijf dit uitvoeren. Het verwijderen van asbest moet minimaal 2 dagen van tevoren worden gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en bij risicoklasse 2 of 2A ook in het Landelijk Asbestvolgsysteem. Na afronding van de asbestverwijdering moet een eindbeoordeling worden uitgevoerd om de locatie weer vrij te geven voor de gebruiker. De eindcontrole is essentieel en mag geen automatische toelating geven tot hergebruik voordat de locatie definitief is gecontroleerd.

Daarnaast bevat wetgeving diverse kaders. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) behandelt de emissie van asbestvezels en voorschriften voor bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken. Meestal moet het asbest verwijderd worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf en meestal moet men vier weken voor de aanvang van de werkzaamheden een sloopmelding doen. Het Productenbesluit Asbest regelt verbod op produceren en toepassen van asbest en asbesthoudende producten. In bodemverontreinigingen met asbest zijn bijzondere regels van toepassing. De meeste stappen in het proces worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven; een particulier mag niet zelf aan de slag.

Wat te doen bij renovatie en sloop

Als u een bestaand gebouw gaat verbouwen of slopen, controleer dan altijd of u met asbest in aanraking kunt komen. Bij verwijdering uit gebouwen, objecten en vanaf het maaiveld moet eerst inventarisatie plaatsvinden van de aanwezigheid van het asbest. Als blijkt dat asbest aanwezig is, wordt per toepassing vastgesteld in welke risicoklasse de verwijdering valt. Er zijn 3 risicoklassen. Voor bodemsanering gelden aparte voorwaarden. De sloopmelding moet minimaal 4 weken voor aanvang worden gedaan, met een asbestinventarisatierapport als bijlage. Startmelding gebeurt via het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) door het verwijderingsbedrijf. Na sanering volgt een eindcontrole door een gecertificeerd bedrijf; pas daarna mag de locatie weer in gebruik worden genomen. Een eindinspectie die 'op het oog' gebeurt, bevestigt dat de sanering zorgvuldig is uitgevoerd, maar is niet dezelfde als een volledige meting. Verwijdering moet altijd gebeuren volgens strikte regels met verpakkingen die luchtdicht zijn en asbestverwijderingsrapporten die aan de sloopmelding worden toegevoegd.

Beheersing en publieke informatie

Eigenaren van onroerend goed dienen de gebruikers te informeren over de aanwezigheid van asbest in het onroerend goed. De gemeente of omgevingsdienst kan extra regels vaststellen en boetes geven voor niet-naleving. Sinds 1994 is het gebruik van asbest verboden; sommige toepassingen blijven nog aanwezig in oudere gebouwen. Het Besluit asbestwegen milieubeheer behandelt het verbod op asbest in wegen en erven boven een bepaalde concentratie. Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat regels om veiligheid, gezondheid en welzijn te waarborgen bij asbestwerk. In veel gevallen moet asbest verwijderd worden door gecertificeerde bedrijven; het is strafbaar om zonder certificaat aan dit werk te beginnen of het te verwijderen. Het is mogelijk om beheersbaar achter te blijven als asbest stevig vastzit en geen verspreidingsgevaar oplevert, maar dit vereist een beheersplan en zorgvuldige monitoring.

Infographic: Stappenplan asbestverwijdering en meldingsplicht

Animatie asbest verwijderen

tags: #asbest #verwijderen #valkenburg