Bakker-Schutplan: geallieerden achtergrond, ideeën en Nederlandse annexatieplannen na de Tweede Wereldoorlog

De Nederlandse annexatie van Duits grondgebied na de Tweede Wereldoorlog betreft Nederlandse voorstellen om na het eind van de Tweede Wereldoorlog over te gaan tot annexatie van Duits grondgebied, ter compensatie van de geleden oorlogsschade. Hoewel Nederland hoog inzette besloten de Geallieerden vrijwel alle plannen af te wijzen. De Oost-Duitse gebieden hadden het al zwaar te verduren gehad en een stabiele Duitse staat werd van groot belang geacht. Slechts enkele grenswijzigingen werden gehonoreerd waardoor ongeveer 70 km² aan Duits grondgebied en een kleine 10.000 Duitse inwoners Nederlands werden.

In het eerste jaar na de bevrijding werden tientallen pamfletten en brochures uitgegeven die gebiedsuitbreiding met het territorium van het voormalige Duitse Rijk propageerden, bij voorkeur zonder de autochtone Duitse bevolking. Diverse hooggeplaatste figuren, waaronder toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens, uitten in deze geschriften hun eigen ideeën met betrekking tot gebiedsuitbreiding. Daarbij verschilden de meningen sterk over tot hoe ver gebiedsuitbreiding moest plaatsvinden. De voorstanders van de annexatie verenigden zich in diverse plaatselijke comités. Op 19 juni 1945 werd het Haagsch Comité tot onderzoek van het vraagstuk der gebiedsuitbreiding van Nederland opgericht.

Op een vergadering van dit comité op 12 juli 1945 werd besloten dit comité te splitsen in de Studiegroep Gebiedsuitbreiding, die zich zou bezig gaan houden met het onderzoek naar mogelijke gebiedsuitbreiding, en het Comité van Actie, dat als primaire functie had om het Nederlandse volk voor te lichten over de plannen. Laatstgenoemd comité kreeg zes dagen later, op 18 juli, de naam Nederlandsch Comité voor Gebiedsuitbreiding. De Studiegroep Gebiedsuitbreiding stond onder leiding van Philip Idenburg. Voorzitter van het Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding werd voormalig minister van Financiën Johannes van den Broek. De Studiegroep Gebiedsuitbreiding stelde allerlei werkgroepen in die over hun studiebevindingen rapport uitbrachten. Het eindoordeel van de Staatscommissie ter Bestudering van het Annexatievraagstuk zou grotendeels worden gebaseerd op de resultaten van deze studiegroep.

Infographic: het Bakker-Schutplan en Variants A, B en C

Het Nederlandsch Comité voor Gebiedsuitbreiding zorgde voor de publicatie van de vorderingen van de studiegroep door middel van het uitgeven van brochures en het houden van lezingen. Het best uitgewerkte annexatievoorstel kwam van Frits Bakker Schut, de directeur van de Rijksdienst voor het Nationale Plan. Hij was secretaris van het Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding en verder lid van de Staatscommissie voor de bestudering van het Annexatievraagstuk en van de Studiegroep Gebiedsuitbreiding. Bakker Schut stelde in zijn gebiedsuitbreidingsplan voor om een groot deel van het noordwesten van Duitsland te annexeren. Al het land ten westen van de lijn Wilhelmshaven-Osnabrück-Hamm-Wesel zou bij Nederland moeten worden gevoegd, evenals het land ten oosten van Limburg, waarbij de grens werd gevormd door de loop van de Rijn tot dicht bij Keulen en dan afbuigend richting Aken in het westen. In deze A-variant van het Bakker Schut-plan werden onder andere de grote steden Aken, Keulen, Münster, Oldenburg en Osnabrück geannexeerd. Bakker Schut had het dan ook over de Wezergrens en eindigde zijn schrijven met de leus Nederlands grens kome aan de Wezer.

In een kleiner plan B werden de West-Rijnlandse steden Keulen, Mönchengladbach en Neuss niet geannexeerd. In een derde optie, plan C, was het voorgestelde annexatieplan veel kleiner. De te annexeren gebieden volgens het Bakker Schut-plan. Hoewel enkele delen van het op te eisen gebied (onder andere het graafschap Oost-Friesland, het graafschap Bentheim, Lingen, hertogdom Kleef, en Gulik) tussen de 16de en de 19de eeuw door politieke, religieuze, dynastieke en culturele banden met Nederland waren verbonden geweest en tot ver in de 19de eeuw de Nederlandse taal er in de kerken en scholen was gebruikt, en Gelre en omgeving tot de zuidelijke Nederlanden had behoord en daar eveneens in kerk, school en bestuur de Nederlandse taal in de zuidelijke variant in gebruik was geweest, was Bakker Schut zich ervan bewust dat dit gebied moeilijk louter op historische gronden kon worden opgeëist. Daarom motiveerde hij de aanstaande gebiedsuitbreiding verder met argumenten als machtsvergroting en grotere veiligheid voor de Nederlandse staat. Verder zag hij de annexatie als compensatie voor geleden oorlogsschade en als onderdeel van de te voeren bevolkingspolitiek. In tegenstelling tot wat verwacht zou worden, achtte hij na inventarisatie de bodemschatten die het te annexeren gebied rijk was (onder andere steenkool, bruinkool, turf en aardolie) van onvoldoende belang bij de motivering voor annexatie. Een groot twistpunt in zijn uitbreidingsplan was de voorgestelde gedwongen verhuizing van de autochtone Duitse bevolking.

Miljoenen Duitsers zouden moeten worden verdreven naar de overgebleven Duitse gebieden, omdat de vrees bestond dat uitbreiding van de Nederlandse bevolking van 9 naar 11 miljoen burgers problemen zou opleveren in de voedselvoorziening en op langere termijn politiek problematisch zou blijven door de nationaal andere oriëntatie en identiteit. Een pamflet, luidend Oostland - Ons Land, had een compleet schema opgesteld hoe de bevolking zou kunnen worden uitgewezen, te beginnen bij alle inwoners van gemeenten met een bevolkingsaantal boven de 2500, alle (voormalige) leden van de NSDAP en verwante organisaties en alle bewoners die zich na 1933 in het gebied hadden gevestigd. Verder werd reeds bedacht welke Nederlandse namen de steden en gebieden in het te annexeren gebied moesten krijgen. Voor al die steden en dorpen was reeds een Nederduits of (oud-)Nederlands equivalent beschikbaar, zoals Aken, Wezel en Gulik.

Gelderen gaf eerder zijn naam aan Gelderland. Sommige gebieden en steden hadden deel uitgemaakt van de Zuidelijke Nederlanden en waren door Pruisen ingelijfd na de Spaanse Successieoorlog. De tabel hieronder geeft een kleine greep uit de voorgestelde veranderingen. Binnen het kabinet ontstond een tweestrijd over het annexatievraagstuk. Eelco van Kleffens predikte voor gebiedsuitbreiding, terwijl minister van Sociale Zaken Willem Drees pertinent tegen was. Over het algemeen kan worden gezegd dat de socialisten tegen annexatie waren en dat de protestanten en de liberalen zich terughoudend opstelden. De katholieken zagen wel heil in gebiedsuitbreiding, met name om de boeren in het grensgebied extra ruimte te geven.

Desondanks protesteerden de kerken tegen de voorgestelde uitzetting van Duitsers, omdat in hun ogen de Duitse bevolking niet kon worden veroordeeld voor de misdadige praktijken van de nazi's gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toenmalig minister-president Wim Schermerhorn voelde ook weinig voor annexatie van Duits grondgebied, maar koningin Wilhelmina, een fervent voorstander van het annexatieplan, drong er bij hem sterk op aan om tot onderhandeling met de geallieerden over te gaan. In 1946 eiste hij namens de Nederlandse regering officieel 4980 km² aan Duits grondgebied op, nog niet de helft van het gebied dat Van Kleffens aanvankelijk voor ogen had. Op een conferentie van ministers van Binnenlandse Zaken van de westelijk geallieerde bezettingsmachten van Duitsland in Londen (14 januari tot 25 februari 1947) maakte de Nederlandse regering (Kabinet-Beel I) aanspraak op een gebied van 1840 km². In dit gebied woonden in 1946 circa 160.000 mensen. Dit plan was een sterk vereenvoudigde vorm van de C-variant van het Bakker Schut-plan. De Geallieerde Hoge Commissie verwierp het Nederlands verzoek tot gebiedsuitbreiding volgens het Bakker Schut-plan. Het argument was dat het resterende Duitse gebied het zwaar te verduren had als gevolg van de verdrijving van veertien miljoen Duitse vluchtelingen vanuit de Oost-Duitse gebieden van het voormalige Duitse Rijk. Verdere annexaties zouden dit probleem verergeren. Bovendien achtten de Britten en Amerikanen, met het oog op de groeiende spanning met de Sovjet-Unie, op termijn een stabiele Duitse staat met een pro-westerse bevolking van levensbelang. In 1949 zou dat Bondsrepubliek Duitsland worden.

Kaart met de grenswijzigingen na 1949: Selfkant, Elten en andere kleine aanpassingen

Grenswijziging bij Elten, schildering van N. Op 23 april 1949 werden in de slotverklaring van de Londense Zesmogendhedenconferentie slechts kleine grenswijzigingen ten gunste van Nederland aangekondigd, waardoor een gebied ter grootte van 69 km² werd toegevoegd. De grootste gebieden die bij Nederland werden gevoegd waren de gemeente Selfkant, met de hoofdplaats Tüddern, en Elten. Verder werden talrijke andere kleine grenswijzigingen doorgevoerd, met name in de buurt van Nijmegen en Dinxperlo. Naderhand voerde de Bondsrepubliek Duitsland langdurige onderhandelingen met de Nederlandse staat, die op 8 april 1960 te Den Haag werden afgesloten met een overeenkomst, waarin de Bondsrepubliek aangaf 280 miljoen Deutsche Mark uit te keren voor teruggave van de drostambten Elten en Tudderen en de Duitse bebouwing aangrenzend aan Dinxperlo (Suderwick); de Wiedergutmachung. Op grond van het gesloten grensverdrag werden de gebieden op 1 augustus 1963 weer overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Enkele handige ondernemers maakten hiervan slim gebruik door in Elten vrachtwagens vol boter en koffie neer te zetten die de volgende dag belastingvrij in Duitsland stonden. Daarnaast vonden verschillende grenscorrecties plaats. De grootste wijziging vond plaats bij een klein gebied, de Duivelsberg, dat in Nederlands bezit bleef. Een wegverbinding door Duits gebied, tussen Brunssum en Roermond, de N274, bleef nog tot 1 januari 2002 onder Nederlands beheer. Deze weg zorgde voor een goede verbinding met de Oostelijke Mijnstreek. De weg had geen afslagen (alle kruisingen met Duitse wegen waren ongelijkvloers aangelegd) en stoppen was niet toegestaan. Na 2002 kreeg de weg het Duitse wegnummer L410 en werd het beheer overgedragen aan Duitsland. De kruisingen zijn nu gelijkvloers en aangesloten op het Duitse wegennet. Tijdens de overdracht is afgesproken dat de route tussen Brunssum en Roermond altijd vrij doorgankelijk blijft.

Infographic: grenscorrecties 1949-1963

Na de Tweede Wereldoorlog klonk in Nederland, net als in grote delen van Europa, de roep om herstelbetalingen van Duitsland. Nederland eiste een behoorlijk stuk grond van Duitsland als genoegdoening voor de geleden oorlog. In eerste instantie eiste de Nederlandse overheid welgeteld 25 miljard gulden van Duitsland, als genoegdoening voor de geleden oorlogsschade. Op de conferentie van Jalta van 1945 werd echter besloten dat genoegdoeningen niet met liquide middelen mochten worden betaald. Met dit besluit begon de roep om Nederlandse gebiedsuitbreiding ten koste van Duitsland. Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Het Bakker-Schutplan was het best uitgewerkte plan. Frits Bakker-Schut was lid van de Staatscommissie ter Bestudering van het Annexatievraagstuk, een commissie die steun onder de bevolking probeerde te verkrijgen met de slogan: ‘Nederlands grens kome aan de Wezer’. Het Bakker-Schutplan bestond uit drie varianten: A, B en C. Grote delen van het noordwesten van Duitsland zouden geannexeerd worden door Nederland, zoals te zien in de afbeelding. De Nederlandse claims op Duits grondgebied werden op verschillende manieren gelegitimeerd. De eerste hiervan was dat op grond van historische argumenten sommige van de gebieden opgeëist konden worden. Oost-Friesland, het graafschap Kleef en Gullik waren bijvoorbeeld gebieden waar de historische achtergrond de claim versterkte. Een andere legitimering van de Nederlandse claims was economische schadevergoeding. In een groot deel van de gebieden die in het Bakker-Schutplan opgeëist werden, waren belangrijke grondstoffen te vinden, zoals steenkool en aardolie. Daarnaast zou gebiedsannexatie leiden tot een vergroting van de belastingsinkomsten en zou de te verdedigen grens sterk ingekort worden.

De Nederlandse plannen bleken uiteindelijk veel te ambitieus. In 1946 besloot de Hoge Commissie van de Geallieerden dat het plan een te grote last zou zijn voor Duitsland. Het land kampte al met miljoenen vluchtelingen uit het oosten. Om nog eens miljoenen vluchtelingen uit het westen op te moeten vangen zou een te zware last betekenen. Daarnaast keken zij vanuit strategisch oogpunt naar de Nederlandse plannen. In 1947 kwam Nederland uiteindelijk met een veranderde versie van het plan en eiste 1840 vierkante kilometer grondgebied van Duitsland. Ook dit plan bleek te ambitieus. Hoewel Nederland in 1949 inderdaad het toegewezen grondgebied annexeerde, werd dit gebied in 1963 weer teruggegeven aan de Bondsrepubliek Duitsland. Nederland ontving hiervoor wel 280 miljoen Deutsche Mark. Slechts een klein stuk land van 125 hectare bleef Nederlands.

De geschiedenis laat zien hoe de NMM, de Nederlandse Militaire Missie, fungeerde als brug tussen Den Haag en de geallieerde machten. De missie trad op als kanaal voor alle vraagstukken die Duitsland betrof, inclusief annexatie-eisen. In latere jaren kwam het onderwerp annexatie steeds minder serieus naar voren, waarbij economische en geopolitieke overwegingen zwaarder gingen wegen dan symbolische wraakgevoelens. De definitieve richting ging uit naar normalisering en integratie van Duitsland als stabiele en welvarende partner in West-Europa, mede door de opkomst van de BRD, de NAVO en de EGKS. De oorspronkelijke, ambitieuze plannen bleven uiteindelijk een marge-episode in de naoorlogse geschiedenis en warden vervangen door realistische diplomatieke verhoudingen binnen een verenigd en democratisch Europa.

Belangrijke figuren en instellingen

  • Eelco van Kleffens - voorstander van gebiedsuitbreiding
  • Johannes van den Broek - voorzitter Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding
  • Philip Idenburg - leider Studiegroep Gebiedsuitbreiding
  • Frits Bakker Schut - draaischijf en voortrekker van het meest uitgewerkte annexatieplan
  • Nederlandse Militaire Missie (NMM) - brug tussen Den Haag en de geallieerden
  • Koningin Wilhelmina - sterke voorstander van annexatie

tags: #bakker #schut #plan #geallieerden