Beperkt schutten Zuid-Willemsvaart: uitleg en regels voor watersporters

Voor doorgewinterde watersporters is het routine, maar ben je nog niet zo ervaren dan kan het in- en uitvaren en schutten in de sluis een indrukwekkende ervaring zijn. Het schutten in een sluis is een procedure die je als watersporter zeer vaak zult meemaken, maar die vooral op drukke dagen nog wel eens tot gedoe kan leiden. Veel dagrecreanten hebben moeite met de regels en begrijpen ze niet, want tot oponthoud en soms iritatie kan leiden. Terwijl het zo eenvoudig is. Bij Varen doe je Samen! Kun je een PDF downloaden (klik) met de belangrijkste regels rond bruggen en sluizen. Blijf niet ronddrijven voor de sluis. Ook op een klein schip kun je je gewoon via de marifoon melden bij de sluismeester en aanwijzingen krijgen voor het schutten. Sluit achteraan of langszij bij wachtende boten en wacht je beurt af. Dat kan vervelend zijn op drukke dagen, maar het hoort er wel bij.

Wanneer de lichten groen en rood branden is dit het teken dat de sluis spoedig opengaat. Geef de scheepvaart die de kolk uitvaart de ruimte, zij hebben voorrang. Schepen moeten de sluis invaren in volgorde van aankomst. Bij sluizen waar de beroeps- en recreatievaart samenkomen, vaart beroepsvaart het eerste de sluis in (opnieuw: voorrang), tenzij de sluismeester anders aangeeft. Dit gebeurt omwille van veiligheid en vlotte doorstroming. Voor recreatievaart geldt dat je moet wachten met invaren totdat de beroepsvaart de trossen vast en schroeven uit heeft. Vaar in de sluis zover mogelijk naar de voorkant en sluit goed aan. Maak je schip met voldoende landvasten vast. Zorg dat ze niet klem komen te zitten. Trossen vast? Luister tijdens het passeren van een sluis je marifoon uit als je deze hebt, maar maak er niet onnodig gebruik van. Het juiste marifoonkanaal staat doorgaans op de borden voor de sluis aangegeven.

Nog even alle regels op een rijtje? Ga je vaker het water op? Daarvoor waren schutsluizen nodig, die met de toenmalige stand van de techniek per sluis 2 à 2,5 meter hoogteverschil aankonden. Dat betekende dus 21 sluizen voor het totale traject. Het kanaal, met een oppervlaktebreedte van 18 meter en een bodembreedte van 10 meter was geschikt voor schepen van maximaal 400 ton. Uit oogpunt van efficiëntie werden de kunstwerken, zoals bruggen, sluizen en duikers zoveel mogelijk gestandaardiseerd. De sluizen werden ontworpen door de jonge ingenieur B.H. Goudriaan (1796-1842), zoon van de toenmalige inspecteur-generaal van waterstaat, A.F.

Iedere sluis had een gemetseld beneden- en bovenhoofd. De kolk daartussen was 50 meter lang en 15 meter breed en voorzien van houten puntdeuren. De doorvaartbreedte was 7 meter. Rond 1865 werden deze rijspakwerken vernieuwd, en vanaf 1880 begon men de aarden kolkwanden te vervangen door basaltmuren. In Noord-Brabant lagen de sluizen 1 tot en met 13, genummerd vanaf ’s-Hertogenbosch tot aan Someren, op de provinciegrens met Limburg. Dat men zo heeft genummerd, komt doordat men het kanaal is begonnen te graven vanaf Den Bosch. In de jaren tussen 1890 en 1900 is het kanaal verbreed ten behoeve van grotere en snellere schepen en in de jaren ’30 zijn de meeste sluizen verbreed naar 22 meter. De functie van sluis 1 was toen al overgenomen door sluis 0. Deze sluis is in 1825 aangelegd, ná de aanleg van de serie schutsluizen (vandaar dat het ongebruikelijke nummer 'nul' is gebruikt). Hij had dan ook een andere functie, namelijk om de stad Den Bosch watervrij te houden bij inundaties.

Infografiek: overzicht van Zuid-Willemsvaart met sluisnummers en hoofdslui-voorraad

Tezamen konden ze functioneren als schutsluis. De eerste keersluis kwam bij de doorsnijding van de hoofdwal bij de Kleine Hekel, de tweede werd in het Hinthamereinde gebouwd. Ze gingen pas dicht als het inundatiewater hoger kwam te staan dan het Diezepeil. Zij vormden dan de sluishoofden van een sluis waarmee geschut kon worden. De schutkolk was door de ligging van de twee sluishoofden aanzienlijk groter dan die van de normale kanaalsluizen. De sluishoofden van sluis 0 schiepen namelijk een beschikbare schutlengte van 124 meter. De totale schutbreedte is in de jaren 1932-1933 van 20 meter naar 27 meter gebracht. In de jaren 1990 zijn de sluizen 2 en 3 gesloopt en vervangen door de nieuwe Sluis Schijndel: groter, in staat een verval van 4 meter te overbruggen en voorzien van een centrale bediening voor een groot aantal sluizen en bruggen in Noord-Brabant. Hierbij hoort het verleggen van de Zuid-Willemsvaart om ’s-Hertogenbosch heen, het verbreden van het Wilhelminakanaal, het vernieuwen van bruggen en sluizen en het aanleggen van scheepvaartvoorzieningen zoals wachtplaatsen, zwaaikommen en passeerplaatsen. Ook het kwartet sluizen 10-13 is tussen 2003 en 2010 aangepakt.

De kosten van deze plannen worden niet alleen door Rijkswaterstaat gedragen. Sluiscomplex Weurt is een primaire kering. Op het Maas - Waalkanaal is het peil gelijk aan dat op de Maas, behalve tijdens hoogwater op de Maas. Dan wordt de keersluis bij Heumen gesloten. Het kanaal vormt de doorgaande scheepvaartverbinding tussen Maas en Waal. In normale omstandigheden staan de keersluis en schutsluis van Heumen open. Het kanaalpeil is dangelijk aan het peil op het stuwpand Grave; de scheepvaart kan ongehinderd doorvaren. Bij hoge waterstanden op de Maas sluiten beide sluizen; schepen dienen van de schutsluis gebruik te maken. Door middel van een gemaalwordt het peil op het kanaal dan tussen 7,90 M en 8,40 M gehandhaafd.

Heumen is een primaire kering. Het complex bestaat uit een keersluis, een schutsluis en een gemaal (6 m3/s). Het sluitpeil is NAP +8,25 bij Mook. Bij ijsgang worden de stuwen geheven, ook die bij Grave. Stuw Hefdebiet/Strijkdebiet in m3/s. Scheepvaart door stuw mogelijk bij hoogwater. Details per sluis en stuw volgen in het betreffende draaiboek.

LocatieKenmerkOpmerkingen
BornSchutverliezen bij lage waterstandenBehoefte aan zuinig watersparen
RoermondStuwdebiet 1000-1100Ja voor zeescheepvaart
GraveStuw 1200-1500Ja

Bij lage Maasafvoeren moet daarom zuinig worden omgegaan met het water. Mogelijke maatregelen zijn: schutten met alleen volle schutkolken, een deel van het schutwater hergebruiken bij de naastgelegen schutkolk, en het terugpompen van water. Stuw Borgharen bestaat uit 3 schuiven, daarboven is een kantelbare klep aangebracht. Daarnaast heeft de stuw nog een brede schuif zonder klep (scheepvaartschuif). Peilregeling gebeurt bij lage en normale afvoeren met alleen kleppen, bij hogere afvoeren worden de schuiven opgetild (onderstroming).

Het Maasafvoerverdrag tussen Vlaanderen en Nederland geeft een sleutel voor de verdeling van het Maaswater bij lage afvoeren. Het water wordt verdeeld over het Albertkanaal, de Zuid-Willemsvaart, de Grensmaas en het Julianakanaal. Aan de zuidzijde van het Julianakanaal bevindt zich de keersluis Limmel. De Duitse Rijn komt bij Lobith binnen en gaat over in de Nederlandse Boven-Rijn. In Lobith wordt de waterafvoer en waterstand gemeten welke belangrijk is voor het hanteren van het stuwplan. Tussen Tolkamer en Millingen is het Bijlandsch Kanaal aangelegd. Deze gaat bij de Pannerdensche kop, over in de Waal en het Pannerdensch Kanaal.

Bij normale en hoge afvoeren stroomt ongeveer twee derde van het water naar de Waal en één derde naar het Pannerdensch Kanaal. Het Pannerdensch Kanaal gaat over in de Nederrijn, en bij de IJsselkop splitst de IJssel zich van de Nederrijn af. Stuw Amerongen en stuw Hagestein gaan volledig uit bedrijf bij een waterstand Lobith van NAP+11,40 m. Als de Waal bij Tiel op NAP+3,15 m staat dan gaat de Prins Bernhardsluis in Tiel volledig open. Er wordt gelijk water gemaakt tussen de Lek, het Betuwepand en de Waal.

Kaart: Verdelingslijnen zoetwater tussen Maas, Waal en pannen-kanalen

Daarvoor waren schutsluizen nodig, die met de toenmalige stand van de techniek per sluis 2 à 2,5 meter hoogteverschil aankonden. Dat betekende dus 21 sluizen voor het totale traject. Het Kanaal had een oppervlaktebreedte van 18 meter en een bodembreedte van 10 meter en was geschikt voor schepen van maximaal 400 ton. Uit oogpunt van efficiëntie werden de kunstwerken, zoals bruggen, sluizen en duikers zoveel mogelijk gestandaardiseerd. De sluizen werden ontworpen door de jonge ingenieur B.H. Goudriaan.

In Noord-Brabant lagen de sluizen 1 tot en met 13, genummerd vanaf Den Bosch tot Someren, op de provinciegrens met Limburg. Dat men zo heeft genummerd, komt doordat men het kanaal is begonnen te graven vanaf Den Bosch. De functie van sluis 1 werd later overgenomen door sluis 0. De eerste keersluis kwam bij de hoofdwal; ze konden gezamenlijk als schutsluis functioneren. De schutkolk was groter dan bij normale kanaalsluizen; de beschikbare schutlengte was 124 meter. In de jaren 1932-1933 werd de totale schutbreedte van 20 meter naar 27 meter gebracht. In de jaren 1990 zijn sluizen 2 en 3 gesloopt en vervangen, met Sluis Schijndel als nieuwere, grotere sluis die een verval van 4 meter kan overbruggen en een centrale bediening biedt voor meerdere sluizen en bruggen in Noord-Brabant.

Foto: Sluis Schijndel en omgeving

Daarnaast hoorde bij deze ontwikkelingen het verleggen van de Zuid-Willemsvaart om ’s-Hertogenbosch heen, het verbreden van het Wilhelminakanaal en het vernieuwen van bruggen en sluizen, alsook het aanleggen van scheepvaartvoorzieningen zoals wachtplaatsen, zwaaikommen en passeerplaatsen. Het kwartet sluizen 10-13 werd tussen 2003 en 2010 aangepakt. De kosten van deze plannen werden gedragen door Rijkswaterstaat en partners. Op het Maas - Waalkanaal is het peil gelijk aan dat op de Maas, behalve tijdens hoogwater op de Maas. Dan wordt de keersluis bij Heumen gesloten, en de scheepvaart kan ongehinderd doorvaren wanneer het peil stabiel blijft via het gemaal en stuwsystemen.

Bij extreme droogte komen er droogteprotocollen in werking. Recreatievaart: eens per 2 uur een schutting heen en terug tijdens openingstijden; Beroepsvaart: beperkt schutregime; volledige stremming gebeurt in uitzonderlijke situaties. Het schutprotocol omvat voorbereidingsfasen en opschaling, en bepaalt hoe het vaarwegbeheer wordt aangepast om veiligheid en doorstroming te garanderen.

In Flevoland gelden specifieke regels: de laatste schutting start uiterlijk 15 minuten voor het einde van de bedientijd; het schutten duurt ongeveer 15 minuten en de sluizen kunnen eerst nog een schutting van de andere kant moeten doen. Op drukke dagen wordt aangeraden voor 21.00 uur bij de brug of sluis aanwezig te zijn. Uit toezichtpunten blijkt dat wachttijden vooral toenemen door drukte bij bruggen en sluizen die door de bediencentrale worden beheerd.

Illustratie: Dryteprotocol en wachttijd-indicatoren op Flevolandse waters

Blijf altijd binnen de markeringen en gebruik een aanvaarbeveiliging bij het naar binnen varen van buitensluitende sluisdeuren. Het marifoonkanaal en de regels kunnen per sluis verschillen; controleer de borden bij de sluis. Voor recreatievaart geldt: wacht met invaren totdat beroepsvaart heeft losgemaakt en vastgezet. Het is essentieel om de voorwaarden voor schutten te volgen om veiligheid en vlotte doorstroming te waarborgen.

tags: #beperkt #schutten #zuid #willemsvaart