Psychologisch effect van versleten vloerbedekking op zelfbeeld en welzijn

Zit je soms ook op sociale media? Dan is het belangrijk om stil te staan bij welk effect die op jou kunnen hebben. Onderzoek toont aan dat er geen eenduidig effect is van sociale media op ons mentaal welzijn. Voor elk onderzoek dat zegt dat er een positief verband is, vind je een onderzoek dat stelt dat er een negatief verband is. We zijn het er allemaal over eens: wat je ziet op sociale media is vaak een mooiere voorstelling van de werkelijkheid. Toch kan het zijn dat deze berichten jou een slecht gevoel geven. Er is dus een verschil tussen weten dat iets niet echt is en het gevoel dat die berichten jou geven.

Je kan je op 2 manieren met anderen vergelijken. Focussen op de gelijkenissen die er zijn met iemand waar je naar opkijkt. Dat kan je inspireren en motiveren om bepaalde dingen in jouw leven te bereiken. Een voorwaarde hierbij is dat het doel dat datgene wat je wil bereiken haalbaar en bereikbaar is. Focussen op de verschillen die er zijn met iemand waar je naar opkijkt of je kan onhaalbare en onbereikbare doelen vooropstellen. De impact van beelden op sociale media is groter wanneer we onszelf vergelijken met anderen die hard op ons lijken. Omdat we onszelf graag vergelijken met anderen, volgt daaruit de nood aan bevestiging. Likes en leuke reacties op sociale media zorgen voor die bevestiging en beloning. Voor influencers zijn die bevestigingen heel belangrijk en voor hun volgers wordt dit na verloop van tijd als de 'norm'. Op sociale media kan je ook ongepaste, enge of schokkende inhouden te zien krijgen zoals berichten over geweld, alcohol- of druggebruik, pestgedrag, zelfverminking of eetstoornissen.

Internalisering wil zeggen dat je de bepaalde idealen in jezelf opneemt. Je gelooft dat jij het bent die er zo wil uitzien en dat het niet is omdat de maatschappij je dat oplegt. De combinatie van de blootstelling aan ideaalbeelden en internalisering kan leiden tot zelfobjectivering. Je kijkt dan naar jezelf door de ogen van een ander. Je ziet jezelf als een object. Dat kan verregaande gevolgen hebben voor je gedrag en lichaamsbeeld, want als observator ben je je veel bewuster van al je imperfecties. Je kan je op 2 manieren met anderen vergelijken. Focussen op de gelijkenissen die er zijn met iemand waar je naar opkijkt. Focussen op de verschillen die er zijn met iemand waar je naar opkijkt of je kan onhaalbare en onbereikbare doelen vooropstellen.

Wie vindt het nu niet leuk om likes en reacties te kijgen? Je online identiteit hoeft niet dezelfde te zijn als je offline identiteit. Zeker voor jongeren zijn sociale media een ideale plaats om daarmee te experimenteren. Hoe je omgaat met je emoties, hangt af van je persoonlijkheid en de omstandigheden waarin je je bevindt. Ik herinner me veel situaties waarin ik me als tiener zo verlegen voelde en schaamde, dat ik wilde dat ik even niet bestond. Vaak was de aanleiding een vraag of opmerking van een volwassene. Ik kon daardoor helemaal uit balans worden gebracht. Waarom dit gebeurde, wist ik niet. Het leek me gewoon te overkomen. Eenmaal jongvolwassen begreep ik pas zo’n beetje wat er aan de hand was: om de een of andere reden had ik een paar stevige negatieve oordelen over mezelf. Ik geloofde toen ook dat ze waar waren. Waar ze precies vandaan kwamen en dat ze niet klopten, of minstens nogal overdreven waren, wist ik niet.

Als jongvolwassen liet ik vaak stevig en kritisch van me horen wanneer ik vond dat sprake was van onrecht. En in bekend gezelschap, maar ook in onbekende groepen, liet ik vaak met grapjes van me horen. Tip: wil je meer weten over wat de gevolgen zijn van een laag zelfbeeld? Op enig moment kreeg ik in de gaten dat ik mij met mijn strijd voor rechtvaardigheid regelmatig overschreeuwde. En dat ik humor vaak gebruikte om mijn kwetsbaarheid voor anderen verborgen te houden. Ik ging me realiseren dat ik hiermee vergeefs probeerde aan de negatieve gevoelens en gedachten te ontsnappen die het negatieve zelfbeeld met zich meebrachten. Ik vocht ertegen door een gewenst zelfbeeld hoog te houden, maar ik begon ook het gewenste zelfbeeld steeds minder te waarderen… Ik ging er steeds meer naar verlangen om ‘gewoon mezelf’ te kunnen zijn. In mijn zoektocht naar gewoon mezelf kunnen zijn, ging ik veel nadenken over waarom ik deed wat ik deed en me voelde zoals ik me voelde. Ik raakte geïnteresseerd in wat mensen gelukkig en ongelukkig maakt en ging daar over lezen. Meer inzicht willen krijgen in mijzelf en in mensen in het algemeen, leidde ertoe dat ik koos voor de studie psychologie. Na mijn studie ben ik gaan werken als trainer en coach. In mijn zoektocht heb ik mijn negatieve zelfbeeld goed leren kennen. Ik heb kennisgemaakt met de zelfoordelen die daarbij horen. En ik ben gaan inzien hoe overdreven of zelfs onwaar ze zijn. In die jaren heb ik een realistisch zelfbeeld opgebouwd en geleerd om mild te zijn over mezelf. Ook maak ik soms fouten, zit ik ernaast, reageer ik onaardig of te kort door de bocht. Dertig jaar geleden was dat meer dan genoeg om van uit balans te raken, onzeker te worden en me te schamen. Nu ervaar ik dat als menselijke en normale gebeurtenissen waarna ik soms sorry moet zeggen, een fout moet herstellen of samen met een ander iets moet bijleggen. Mijn negatieve zelfbeeld speelt dus geen belangrijke rol meer in mijn leven. Ik ben nu 57 en al jarenlang de tevreden bezitter van een positief/realistisch zelfbeeld. En toch kan het me soms nog overkomen dat ik overvallen word door dat oude gevoel van niet-oké zijn. Als dat niet-oké-zijn-gevoel mij overkomt, ben ik dat vaak niet onmiddellijk kwijt. Blijkbaar schuilen er na al die jaren nog ergens diep in mijn brein negatieve kernovertuigingen als restanten van mijn oude, negatieve zelfbeeld. Restanten die door een gebeurtenis of omstandigheid getriggerd kunnen worden en dan in staat zijn om oud gevoel op te roepen en soms ook voor een kort moment accuraat handelen in de weg kunnen staan.

Ons gedrag hangt in hoge mate samen met de structuur van onze hersenen: er is sprake van biologisch predisposities. Ons individuele gedrag is het resultaat van een complex samenspel van deze aanleg (genen/brein) en de omgeving (Prof. dr. A.R. Cools, 2006). Hoe vaker we bepaalde reactiepatronen herhalen, hoe meer ze verankerd raken in ons brein en des te moeilijker het wordt om een eenmaal ingesleten patroon van denken-voelen-doen ongedaan te maken. Er komt een moment dat het daarvoor te laat is (‘De kracht van herhaling’, Prof. dr. O.A. Eenmaal volwassen is een negatief zelfbeeld, met zijn herhalend patroon vandenken-voelen-doen, dus zo stevig verankerd in ons brein, dat het moeilijk of niet meer volledig te veranderen is. In de praktijk blijkt het negatieve zelfbeeld van volwassenen zo robuust te zijn, dat veel gedragstherapeuten er daarom zelfs voor pleiten om het negatieve zelfbeeld te laten voor wat het is. Zij stellen dat je je bij de behandeling beter kunt richten op het ontwikkelen van een realistisch/positief zelfbeeld dat de concurrentie aankan met het negatieve zelfbeeld (‘Negatief zelfbeeld behandelen‘, M. Een aanpak die gericht is op het elimineren van je negatieve zelfbeeld is, zeker als je al volwassen bent, dus een erg moeilijke of zelfs onmogelijke opgave. Het goede nieuws is dat je wel degelijk de last die je hebt van je negatieve zelfbeeld sterk kunt verminderen. In onze aanpak realiseren we dat onder meer door stap voor stap te werken aan het opbouwen van een realistisch/positief zelfbeeld en door te leren hoe je je negatieve zelfbeeld minder serieus kunt nemen. Je realistisch/positieve zelfbeeld gaat dan meer en meer je gevoel en de keuzes die je maakt bepalen. Gedurende de begeleiding werk je toe naar een nieuw evenwicht, waarbij je je veel vaker ontspannen voelt en tevreden bent met wie je bent en met wat je kan en doet. Je kunt proberen om op eigen kracht te werken aan een positief zelfbeeld. Een goed zelfhulpboek dat je hierbij kunt gebruiken, is geschreven door Manja de Neef. Wil je liever samen met een psycholoog/coach werken aan een realistisch/positief zelfbeeld? Wil je meer informatie of een vrijblijvende afspraak maken?

Uit een kleurenstudie, uitgevoerd door vloerenfabrikant Tarkett, blijkt dat kleurgebruik in het interieur van onderwijsinstellingen van invloed is op de mentale toestand, het geheugen en de prestaties van leerlingen. Tijdens de ontwerpfase van het interieur is het van belang er rekening mee te houden dat de perceptie van kleur varieert voor elk individu en in elke levensfase. Om ruimtes voor elk onderwijsniveau en bijbehorende leeromgevingen optimaal in te richten, deelt Tarkett in deze studie inzichten op het gebied van kleurgebruik. Kleur laten aansluiten bij ontwikkelingKleur heeft invloed op onze mentale toestand, geheugen en prestaties. Elk omgevingsbeeld is uniek en kan verschillende kleurbehoeften uitdrukken. Kinderen en jongere mensen hebben behoefte aan direct contact met kleur, maar de gevoeligheid voor kleur is niet voor iedereen hetzelfde, blijkt uit de studie van Tarkett. Kleur beïnvloedt psychomotorische vaardigheden, persoonlijke ontwikkeling en ruimtelijke waarneming. Om kleur op een doordachte en functionele manier te benaderen, werkte Tarkett samen met kleurexperts uit verschillende landen, zo laat de onderneming weten. Samen hebben zij kleurpaletten ontwikkeld die geschikt zijn voor alle leeftijdsgroepen in primair, voortgezet en hoger onderwijs. Elk palet bevat negen kleuren. Hierbij is onder meer gekeken naar de specifieke behoeften van introverte en extraverte leerlingen. De kleurpaletten zijn afgestemd op de functies van verschillende ruimtes, van kalmerend tot stimulerend. Advies voor kleurgebruikDe kleurenstudie biedt inzicht, inspiratie en praktische handvatten voor het maken van onderbouwde kleurkeuzes binnen scholen, zegt Tarkett. Het onderzoek identificeerde vier belangrijke emoties die door kleur worden uitgedrukt en die de fabrikant heeft gevangen in vier omschrijvingen: ‘Puur & Natuurlijk’, ‘Fris & Optimistisch’, ‘Cool & Calming’ en ‘Warm & Uitnodigend’. “Deze vier emoties vormen de basis voor het ontwerpen van vloer- en wandbekleding en zijn daarmee het fundament van alle kleuradviezen”, aldus de vloerenfabrikant. Pure & Natural: grijze, aarde-achtige en bruine tonen. Minimaliseren stress en verminderen angst. Grijstinten en andere aardse kleuren kunnen mensen geruststellen en hen een beschermd gevoel geven. Fresh & Optimistic: groene en gele tonen. Simuleren optimisme en bevorderen rust. Groene en gele tinten hebben een positieve invloed op concentratie en leervermogen. Cool & Calming: blauwe en paarse tonen. Stralen frisheid en kalmte uit. Deze kleuren hebben een rustgevend effect dat de bloeddruk verlaagt, stress minimaliseert en vertrouwen ontwikkelt. Warm & Inviting: oranje en rode tonen. Stralen kracht, warmte en karakter uit.

Infographic: Reacties van zelfbeeld en sociale media

Typische therapietaal: ‘Ik heb een laag zelfbeeld.’ Maar wat is dat precies, een zelfbeeld? En hoe krijgt het vorm, omringd door spiegels, socials en selfies? Ik leef in de veronderstelling dat een hoekje van mijn wereldbeeld gemaakt is van tekenfilm. Het heeft zich gevormd in de jaren negentig, in de uren dat ik videobanden van Disney grijsdraaide. Via de buis werden me de onmisbare platitudes ingeprent dat schoonheid van binnen zit (Beauty and the Beast); dat echte liefde kloven overbrugt (Aladdin) en dat je voor de waarheid vooral diep bij jezelf naar binnen moet kijken (The Lion King - ‘Look inside yourself, Simba!’). Een jongere garde kreeg van een reeks Pixar-films mee dat wij aardbewoners er een troepje van maken (Wall-E); dat je het van je vrienden moet hebben (Toy Story) en dat je je passie moet volgen als een rat in een keuken (Ratatouille).

Inside Out Movie Clip - Get To Know Your Emotions[HD1080i]

En nu is er de Pixar-monsterhit die de nieuwste generatie kijkers uitlegt hoe de menselijke geest in elkaar zit. Inside Out zal voor veel kinderen een blauwdruk vormen voor een basaal begrip van de psychologie. In onze bovenkamer, zo leert de film, is een controlecentrum waar emoties - vreugde, woede, angst, allemaal met een uitgesproken persoonlijkheid - afwisselend aan de knoppen draaien. Het recente vervolg Inside Out 2, dat in vijf dagen 30 miljoen keer gestreamd werd, laat zien wat er met dat controlecentrum én die emoties gebeurt, wanneer Riley, de eigenaar van het hoofd in kwestie, in de puberteit komt. Er vinden grootscheepse verbouwingen plaats, er dienen zich nieuwe emoties aan, maar het concept blijft hetzelfde: de emoties zitten aan de knoppen, herinneringen worden razendsnel verwerkt door het computerachtige systeem. Het is één grote kleurige bedrijvigheid in het puberbrein van Riley - Googles hoofdkantoor is er niks bij.

De films bieden een schematische maar effectieve weergave van populairwetenschappelijke ideeën over ons mentaal functioneren. Nieuw in deel 2 is de grote rol die er - net als in die wetenschap - is weggelegd voor het ‘zelfbeeld’ van Riley. Midden in het controlecentrum is nu een sokkel verschenen waarop, als een artistieke sculptuur, dat zelfbeeld prijkt. Aan de emoties de taak om dit waardevolle kunstwerkje te beschermen tegen schadelijke invloeden. Aanvankelijk straalt het zelfbeeld van Riley een engelachtig blauwe gloed uit; het blijkt te worden gevormd door positieve ‘kernovertuigingen’ (een term uit de cognitieve gedragstherapie) zoals ‘ik ben een goed mens’ en ‘ik ben een goede vriend’. Maar naarmate de puberteit zich ontrolt, komen er kronkels in de sculptuur. Het gelijkmatige zelfbeeld verandert van kleur en vorm: het wordt grillig en rood door nieuwe, twijfelachtige kernovertuigingen zoals ‘ik ben niet goed genoeg’ en ‘succes is alles’.

Diagram: werking van het controlecentrum in Inside Out

De originele emoties, in hun jeugdige puurheid, staan machteloos tegenover hun nieuwe, nogal dwingende collega’s onzekerheid, schaamte, walging en verveling. In een van de vele verrukkelijke grappen van de film zien we vreugde, verdriet, woede en angst opgepot in een donkere kerker van Rileys bewustzijn. ‘Wij zijn onderdrukte emoties!’, jammeren ze. Het pijnlijke verschil tussen een ideaal en een werkelijk zelf is de kern van het verhaal. Zelfbeeld is een pijler in therapeutisch jargon, maar hoe vormgegeven pressie van normen en media ons beïnvloedt, blijft complex en persoonlijk.

De relatie tussen sociale media en zelfbeeld wordt verder belicht door Cooley’s looking-glass self: we zien onszelf zoals we denken dat anderen ons zien. In de context van socia­le media is dit oordeel vaak expliciet, in likes en comments. Perfection is the idea that kills - de idee van een perfect zelf kan tot zelfdestructie leiden wanneer het ideaalbeeld onbereikbaar blijkt. The Substance (film) illustreert hoe uiterlijk en roem het zelfbeeld kunnen ontwrichten, terwijl Inside Out 2 een evenwicht laat zien tussen positieve en negatieve kernover­tuigingen bij adolescentie. Crone pleit voor een gezond zelfbeeld door zelfkennis en acceptatie, waarin zowel positieve als negatieve eigenschappen welkom zijn en geïntegreerd worden.

Behalve aandacht voor zelfbeeld is er ook aandacht voor de fysieke omgeving die mentaal welzijn beïnvloedt. Een kleurenstudie van Tarkett toont hoe kleurkeuzes in klaslokalen invloed hebben op stemming, geheugen en prestaties. Warme, neutrale tinten en natuurlijke materialen kunnen rust en focus bevorderen, terwijl felle kleuren juist stimulerend kunnen werken. Deze bevindingen kunnen relevant zijn voor thuis alsook voor onderwijsomgevingen: ook een versleten vloerbedekking kan via een pessimistische of juist kalmerende sfeer het zelfbeeld en gevoel van veiligheid beïnvloeden. Biophilia, het idee dat natuurlijke materialen een kalmerend effect hebben, ondersteunt dit concept en kan meebrengen tot bewuste keuzes bij interieur en vloeren.

Infographic: kleurpsychologie in onderwijsruimtes
OnderwerpBeïnvloede factorInvloed op zelfbeeld/welzijn
Kleur in interieurKleurgebruikInvloed op stemming, concentratie en geheugen
Vloerbedekking in huisMateriaal, textuurBiophilia; ontspanning en veiligheid
Sociale mediaBeeldvorming en vergelijkingZelfbeeld en emoties

Samenvattend zien we dat zelfbeeld en welzijn het meeste gebonden zijn aan een combinatie van cognitieve processen, sociale interactie en omgeving. Modereren van blootstelling aan idealen, stimuleren van realistische zelfervaringen en creëren van leef- en leeromgevingen die rust en veiligheid uitstralen, vormen samen een aanpak om negatieve patronen te doorbreken. Het is mogelijk om stap voor stap te werken aan een realistisch/positief zelfbeeld en tegelijkertijd de omgeving zo in te richten dat die bijdraagt aan ontspanning en zelfvertrouwen. Een combinatie van therapie, zelfhulp en leefbaar interieurontwerp kan helpen een evenwichtige en veerkrachtige mentale staat te bereiken.

tags: #bij #versleten #vloerbedekking #zien #we #er