Een eeuwenoude boerderij: Erf Scholten en de renovatie van de schuur uit Diever

Een eeuwenoude boerderij: Erf Scholten, naar verluid de oudste boerderij van Beuningen. Voor de eerste bekende vermelding in oude akten moeten we terug naar het jaar 1313. Na de middeleeuwen worden meerdere schuren rondom de boerderij gebouwd. De schuur die Aannemersbedrijf Oude Moleman restaureert, is onderdeel van Erve Austie zoals het later genoemd wordt naar de laatste familie die er boerde. De schuur waar metselaar Toon Achterweust en timmerman Luuk Borggreve nu aan werken, deed dienst als machineschuur. De mannen werken niet altijd samen bij Oude Moleman, maar zijn als gelegenheidsduo voor dit bijzondere project bij elkaar gebracht. Volgens oude Twentse overlevering zou deze rond 1750 uit Breklenkamp zijn gekomen. Of dat echt zo is, blijft in het midden, maar het idee dat deze constructie al zo’n tweeënhalve eeuw geschiedenis meedraagt, vinden de mannen prachtig. Toon knikt: “Dat maakt het werk alleen maar mooier. De constructie was scheef, houtworm en boktor tastten het houtwerk aan en wind en regen hadden binnen vrij spel. Gezien de nagenoeg vervallen staat waarin de schuur verkeerde, wordt deze in opdracht van het echtpaar Murray-Klamer met prioriteit opgeknapt. Het is koren op de molen van Luuk en Toon. Ze kennen dit werk en houden ervan. Met de geur van eikenhout en kalkmortel is het voor de mannen een uitdaging waar ze met plezier aan beginnen. Zoals iedere renovatie start deze ook met een grondige inspectie van de bestaande constructie. Wat er wordt aangetroffen, zijn aangetaste staanders en sporen die hun draagkracht al lang verloren hebben. Het echte werk volgt: het herstellen van het gebint, het hart van de schuur. Rotte staanders worden vervangen door hergebruikt oud eiken passend bij de stijl. “Eiken waar men vroeger met de hand met een trekmes de bast ervan afhaalde,” weet Luuk. Het kenmerkt de oude schuur: niet alles is kaarsrecht en dat hoort ook zo. “Het was in de tijd dat alles simpel moest worden gedaan,” vult Toon aan, “Dat kon niet anders. Vroeger had je geen machines. We werken hier op het oog, want een waterpas kun je bij de renovatie nauwelijks gebruiken.” Met 38 jaar ervaring bij Oude Moleman weet hij als geen ander hoe traditioneel metselwerk in elkaar zit. Sinds de LTS is hij metselaar en dat blijft hij. Ook Luuk (33), die als allround timmerman vijf jaar geleden bij Oude Moleman in dienst trad, koestert die oude technieken en materialen: “We gebruiken geen schroeven, maar pen-en-gatverbindingen zoals vroeger, met daarnaast gesmede spijkers. En natuurlijk hergebruiken we het oud eiken. Nieuwe eiken balken pas qua uitstraling niet bij de oude gebinten. Onder iedere staander staat inmiddels een voet van Bentheimer zandsteen. “Als je daar niets onder zet, rotten ze zo weer weg,” legt Toon uit. “Deze steen hoort bij deze streek, zoals dat hier in Twente al eeuwen gebeurt.” Het hele geraamte wordt opnieuw opgebouwd en gestut, grotendeels met machines, maar de laatste verbindingen worden met hamer en beitel op traditionele wijze met de hand pasgemaakt. De oude schuur krijgt zijn hart en stevigheid terug als de oude gebinten herplaatst of gerenoveerd zijn. Deels moeten er andere worden geplaatst, ook weer van oude panden uit de buurt. “Het gebint maakt het pand,” zegt Toon bijna liefdevol. “Als dat weer staat, weet je: dit komt goed.” Als de hoofddraagconstructie weer staat, kan het dak worden aangepakt. Sporen worden waar nodig vernieuwd en de muurplaten aangevuld. Vervolgens leggen de mannen vuren richels en schroten aan, gevolgd door de Masolietplaten, die zorgen voor stevigheid en bescherming. Daarbovenop komen de tengels en panlatten die het dak weer vormgeven zoals het ooit bedoeld is. De originele oud-Hollandse pannen, die eerder van het dak gehaald zijn, gaan er uiteindelijk terug op. Tussen de pannen wordt heide aangebracht, een traditionele manier tegen het binnenvallen van jachtsneeuw. Een deel van de muren bevat nog het metselwerk van vroeger met kalkmortel, en een deel is ooit gerenoveerd met nieuwere bakstenen met cement. “Jammer,” vindt Toon, “Hier moet je niet met modern cement gaan werken. Oude stenen zijn zacht. Metsel je ze in cement, dan kunnen ze scheuren. Kalkmortel blijft zacht. Wanneer het dak dicht is, krijgt het hout een behandeling tegen boktor en houtworm, zodat toekomstige generaties er geen omkijken naar hebben. Daarna kan de afwerking beginnen: deuren in oude stijl, precies zoals het ooit gedaan is. De mannen kijken uit naar het moment dat de schuur weer fier en stevig staat, klaar voor een nieuwe levensfase. “Eigenlijk is het hartstikke mooi, dat het allemaal zo simpel kan zijn. En dat die oude technieken nog steeds werken ook,” zegt Luuk. “Op de boktor en houtworm na waren er eigenlijk geen echte verrassingen.” Toon lacht: “Ach, bij zo’n renovatieproject kom je van alles tegen. Dat lossen we vaak ter plekke wel op. Tot het jaar 830 stond er in Diever een heidense tempel. Daaromheen was een steenkring met een gemiddelde straal van negen meter naar de kern. Op die plek is later de Pancratiuskerk gebouwd, de huidige Nederlands Hervormde kerk, die wel eens kathedraal van Drenthe wordt genoemd. Diever was de hoofdplaats van het vroegere Westenveld. Dat was toen Drenthe nog in drieën was verdeeld, namelijk Noordenveld, Zuidenveld en Westenveld. Diever is een esdorp en hoofdplaats van de voormalige gemeente Diever. Bronnen vermelden: Deuvre (1188) en Deveren (1258), de Devere (1262), apud Duvere (1298-1304), van Dyveren (1327), van Deveren (1377), tot Deveren (1402), Dieveren (1475).De naam hangt samen met het werkwoord dieven, beduven = bedekt, dub, dobbe (kuil) en diep. De betekenis van de naam luidt: bewoners van een laag waterrijk gebied. Hoofdplaats van het vroegere Dieverderdingspil. Ooit samen met Beilerdingspil voorgesteld als Westenveld.Dochternederzettingen van Diever zijn Vledder en Wapserveen. Mogelijk ook de Friese plaatsen Noordwolde en Boyl. Het 'Olde Diever' is de eerste kern van bebouwing. Bij de invoering van het christendom is er een kerk gesticht ten noorden van 'Olde Diever'.Vanwege de bevolkingsgroei zijn er drie essen, de Noordes, de Heezenes en de Molenes, aangelegd, waardoor de kern van de bebouwing zich verplaatst. De nieuwe essen liggen ten noorden van het oorspronkelijke dorp, in de buurt van de kerk, waar ook nieuwe boerderijen zijn gebouwd. Hoofdstraat, ca. 1891. Deze foto is genomen door de heer A.C. van Daalen, eigenaar van landgoed Berkenheuvel. De boerderij links was van Roelof Egberts Bennen. In de boerderij daaraan grenzend woonden Gerke Harms Mulder en Lammigje Klaster en hun zonen Harm, Hendrik en Jacob. Naast de boerderij hadden ze een bakkerij. De boerderij is verbrand in 1914 ten gevolge van een blikseminslag. In de boerderij rechts woonde de familie Harm Moes. In het pand achter de leilinden bevond zich het boerencafé van Willem Huiskes en de bakkerij van Jan Grit. Tussen de schoorstenen is nog net de punt van de toren te zien. Vanaf de 16e eeuw is er een jaarmarkt. In het begin van de 18e eeuw stopten de activiteiten van de Hollandse Compagnie der Dieverder, Leggerder en Smilder veenen, zij pleegden roofbouw. In 1818-1826 is in de gemeenten Vledder en Diever 2500 ha woeste grond gekocht door de Maatschappij van Weldadigheid.Diever was in de periode 1870-1940 het belangrijkste Drentse centrum voor de varkenshouderij en biggenfokkerij. De biggen werden verhandeld op de biggenmarkt te Meppel, te Diever was een rundermarkt.Diever is één van de kerspelen in het Dieverderdingspil. Het Dieverderdingspil is één van de zes dingspillen, waarin het landschap van Drenthe is verdeeld. In het kerspel voert de schulte de overheidstaken uit. Zo is de schulte van Diever tevens schulte van Wapserveen. Wapserveen is een ontginningskolonie van Wapse en in 1461 een afzonderlijk kerspel met een eigen parochiekerk.In de periode van 1595 tot 1737 bekleden leden van de familie Ketel het schultambt in Diever. Samen beheren ze de gemeenschappelijke landbouwgronden waarvoor op 13 maart 1723 in een willekeur regels zijn vastgelegd. Liever naar Diever in DrentheAls u het erf van groepsaccommodatie De Hubertushoeve afloopt, loopt u zo het gezellige dorp Diever in, met winkels, cafés en restaurants. Op loopafstand van de boerderij kunt u desgewenst fietsen huren om mooie tochten te maken in de bosrijke omgeving. Of gaat u liever boerengolf spelen, een huifkartocht maken, een attractiepark of museum bezoeken? Bekijk onder omgeving de vele mogelijkheden in en rond Diever.Diever ligt in het “Nationale park van Drenthe”. Klik op bijgaande link vooor meer informatie. U kunt bij ons terecht met groepen tot 25 personen. Wilt u uw verblijf reserveren? Of heeft u nog vragen of opmerkingen? Neem dan gerust contact met ons op!

Graag tot ziens in Diever

Boerderij van het hallehuistype met een voorgeplaatst dwarshuis. De ambachtelijk-traditionalistisch vormgegeven boerderij dateert waarschijnlijk van 1880-1890 en heeft vermoedelijk rond 1910 een platte aanbouw verkregen aan de westzijde. Eveneens is een karakteristieke houten serre toegevoegd aan de oostzijde. De boerderij is gelegen tussen de open ruimte van de Brink en enkele open weidekampen achter de boerderij. De karakteristieke ligging wordt versterkt door de erfaanleg met klinker- en keibestrating alsmede de tuinaanleg bij het woonhuis bestaande uit een eenvoudige voortuin met ligusterhaag en grintperken alsmede een looppad in gele baksteen. Aan de oostzijde is de tuin onder meer ingericht met een bruine beuk en met enkele sierperken. Boerderij bestaande uit schuur en dwarshuis. Het deels onderkelderde woonhuis heeft een gepleisterde plint, is in baksteen opgetrokken en heeft een schilddak belegd met kruispannen; twee nokhoekschoorstenen. De symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft centraal een paneeldeur met een levensboom in het bovenlicht en een houten deuromlijsting (rechtsonder een gevelsteen met Jan Mulder); aan weerskanten twee licht getoogde schuiframen met hardstenen vensterbanken. De geprofileerde daklijst heeft een gietijzeren goot. Het opgemetselde dakkapel heeft een dubbel openslaand venster met oorspronkelijke roedeverdeling en wordt gedekt door een zadeldak met geschulpte windveer. De oostgevel heeft een vergelijkbare opbouw met daaraan toegevoegd een houten serre waarvan de stijlen en de kalven voorzien zijn van enig snijwerk; oorspronkelijke roedeverdeling; oostzijde met openslaande terrasdeuren; geprofileerde daklijst. De westelijke zijgevel heeft een keldervenster met horizontale diefijzers, daarboven een opkamer-raam; links in de gevel een vensters als in voorgevel. De met riet gedekte schuur heeft een constructie van ankerbalkgebinten en heeft een zijbaander waarin loopdeur, scheef ingezette wang met vlechting; zijgevel met halfronde gietijzeren vensters, mest- en wagendeuren. Achtergevel met mestdeuren en enkele later ingebrachte betonramen. Oostgevel met mestdeuren, enkele betonkozijnen en halfronde gietijzeren stalvensters. Ter hoogte van de pompstraat een groter halfrond gietijzeren venster. INTERIEUR: Centrale gang met geglazuurde siertegels; lambrisering van wit marmer; binnendeuren en omlijsting zijn gehout; plafond met stucwerk. Boerderij van architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang vanwege de vormgeving, het materiaalgebruik en de bouwgeschiedenis.

Infographic: geschiedenis en renovatieprocessen van Erf Scholten

Duurzaam en bewust bouwen | Wonen in Hof van Twente | december 2019 | HofMarketing

tags: #boerderij #moleneinde #diever #renovatie