Bij een borstsparende operatie verwijdert uw chirurg de tumor, waarbij de chirurg zoveel mogelijk van het klierweefsel van de borst behoudt. Een borstsparende operatie is niet in alle situaties mogelijk. Als de tumor relatief groot is, kan het mogelijk zijn om samen met de plastisch chirurg toch borstsparend te opereren. Een deel van het borstklierweefsel wordt dan vervangen door eigen vetweefsel afkomstig van het gebied rondom de borst. Ook kan het mogelijk zijn om de borst te verkleinen middels een borstverkleinende operatie. Hierbij kan ook een grotere tumor sparend worden verwijderd met een goed resultaat; deze operatie is alleen mogelijk indien de borsten groot genoeg zijn. Ook bij deze vormen van sparende behandeling moet er nog bestraling op de borst volgen.
Wanneer borstsparende behandeling niet mogelijk is, zal uw chirurg een verwijdering van de gehele borstklier met u bespreken. In veel gevallen (ruim 80%) is het mogelijk om de huid van de borst en vaak ook de tepel te behouden en het weefsel te vervangen door een prothese of tissue expander. Dit laatste gebeurt in één operatie, samen door de chirurg en de plastisch chirurg. Uw chirurg bespreekt met u of het behouden van de huid en van de tepel bij uw borstkanker mogelijk is. In het Antoni van Leeuwenhoek vindt in veel gevallen tijdens de operatie de schildwachtklierprocedure (sentinel node) plaats om vast te stellen of er sprake is van uitzaaiingen. De schildwachtklier (ook wel poortwachterklier genoemd) is de eerste lymfklier in de oksel die in verbinding met de tumor staat. Tijdens de operatie wordt deze klier verwijderd.
De uitslag van dit onderzoek krijgt u van de chirurg te horen na ongeveer acht werkdagen, wanneer ook de uitslag van het verwijderde borstweefsel bekend is. Als in de schildwachtklier tumorcellen zijn gevonden, kan dit betekenen dat er nog verdere behandeling van de okselklieren moet volgen. Deze behandeling bestaat meestal uit bestraling van de okselklieren. Als er in het diagnostisch onderzoek dat vóór de behandeling wordt verricht al uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn aangetoond, vindt er geen schildwachtklieronderzoek plaats. Bij de MARI-procedure wordt de lymfeklier met uitzaaiing erin gemarkeerd door een jodiumbron. Dit is een metalen markering ter grootte van een korrel hagelslag, met een kleine hoeveelheid radioactief jodium erin. Als er meerdere aangedane lymfeklieren zijn gezien, wordt de grootste van de lymfeklieren met de jodiumbron gemarkeerd.

Omdat chemotherapie of hormoontherapie vaak al snel leiden tot verkleining van de tumor in de borst en de lymfeklieruitzaaiingen, kan het na deze voorbehandeling moeilijk zijn om de lymfeklier met tumorcellen terug te vinden met de echo. Om deze reden wordt de markering met het jodiumzaadje voordat deze behandeling begint geplaatst. Bij de operatie verwijdert de chirurg de gemarkeerde lymfeklier (de MARI-klier) en stuurt deze in voor pathologisch onderzoek. De uitslag van dit onderzoek krijgt u op de polikliniek na ongeveer acht werkdagen, tegelijk met de uitslag van het weefselonderzoek van de borsttumor. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte vóór aanvang van de behandeling, kan het soms nodig zijn de MARI-klier al tijdens de operatie te onderzoeken middels vriescoupe-onderzoek. Hiermee kan snel (binnen 30 minuten) worden gezien of er nog tumorcellen in de lymfeklier aanwezig zijn.
Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide.

Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld.
Radiotherapie is een medische behandeling met röntgenstraling, een radioactieve bron of een combinatie van deze twee. Een ander woord voor radiotherapie is bestraling. De behandeling is meestal gericht tegen kanker of een voorstadium hiervan. Radiotherapie wordt ook ingezet na een operatieve behandeling van kanker of in combinatie met chemotherapie of immuuntherapie. Met radiotherapie worden de cellen van een gezwel zó beschadigd dat ze zich niet verder kunnen delen, of dat hun stofwisseling veranderd. De kwaadaardige cellen sterven dan af. Helaas raken gezonde cellen ook beschadigd. Deze gezonde cellen herstellen zich gelukkig beter dan kankercellen. Dat is een belangrijk verschil.

Een borstsparende operatie wordt bijna altijd gevolgd door bestraling van de hele borst. Hoeveel bestralingen iemand krijgt, is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Soms wordt alleen de plek waar de tumor heeft gezeten bestraald. Kankercellen die misschien in de borst zijn achtergebleven, worden vernietigd door de bestraling. Om de kans op terugkeer van de kanker te verkleinen, krijgen sommige borstkankerpatiënten een extra dosis straling. Vooral bij vrouwen jonger dan 40 jaar en bepaalde tumoreigenschappen levert dit de meeste winst op. Soms kun je tijdens een borstsparende operatie worden bestraald, dat heet Intra-Operatieve RadioTherapie (IORT). Je komt in aanmerking voor IORT als er een laag risico is op terugkeer van de borstkanker. Vaak gaat het om vrouwen van 50 jaar en ouder, met een kleine, niet-agressieve tumor, zonder uitzaaiingen in de lymfeklieren.
Als je een grote tumor hebt, er uitzaaiingen in meerdere lymfeklieren zijn gevonden, je jonger bent dan 40 jaar en/of je triple negatieve borstkanker hebt, kun je bestraling krijgen nadat je borst is geamputeerd. Als je ervoor kiest om je geamputeerde borst te reconstrueren met een borstimplantaat en je moet daarna worden bestraald, dan kan deze behandeling problemen geven. Door de bestraling kan het laagje bindweefsel rondom de prothese vermeerderen en soms vervormt een borst waardoor pijn kan ontstaan. Een borstreconstructie met lichaamseigen weefsel geeft in combinatie met bestraling vaak een beter resultaat. Breath-hold techniek verkleint de kans op hartschade tijdens bestraling.

Wanneer borstkanker uitzaait, gebeurt dit meestal naar de lymfeklieren in de oksel, rondom het sleutelbeen en bij het borstbeen. Die klieren kunnen worden behandeld met bestraling. Een andere optie is het okselkliertoilet, waarbij alle lymfeklieren operatief worden verwijderd. Op de lange termijn geeft bestraling minder kans op klachten dat het okselkliertoilet. Ook als de borstkanker terugkomt, kun je worden bestraald. Als je eerder geen bestraling hebt gehad, wordt meestal gekozen voor een hoge dosis straling. Ben je de eerste keer ook al bestraald, dan is bestraling nog steeds mogelijk. Vaak gaat deze behandeling dan samen met hyperthermie. Door de plek van en rondom de tumor warm te maken, worden kankercellen gevoeliger voor bestraling.
De meest voorkomende operaties zijn een borstsparende operatie en het verwijderen van de hele borst (borstamputatie). Er zal altijd bekeken worden of een borstsparende behandeling mogelijk is. Bij een borstsparende operatie wordt de tumor weggehaald. De chirurg probeert de borst zo mooi mogelijk te houden. Op de plek waar de tumor is weggehaald, worden tijdens de operatie kleine clips geplaatst. Dankzij deze clips kan de radiotherapeut na de operatie precies het bestralingsgebied vinden. Na de borstsparende operatie is bijna altijd nog bestraling van de borst nodig. Daarom heeft u voor de operatie een gesprek met de radiotherapeut. Het kan zijn dat de chirurg samen met de plastisch chirurg opereert. Dit wordt een oncoplastische operatie genoemd. Hier wordt meestal voor gekozen wanneer er meer dan 20% van de borst moet worden verwijderd.

Wanneer een volledige amputatie van uw borst nodig is, wordt al het borstklierweefsel verwijderd inclusief huid, tepel en tepelhof. Er ontstaat dan een litteken dat net naast het midden van het borstkas naar de zijkant van uw lichaam loopt. Het kan zijn dat u tijdens de operatie direct een nieuwe borst krijgt (directe reconstructie). Tijdens de operatie laat de chirurg een deel van de huid zitten. Soms worden ook de tepel en tepelhof bewaard. Bij een operatie zonder reconstructie haalt de chirurg uw borst helemaal weg. Hierbij ontstaat een vrij groot litteken en de huid rond het litteken kan gevoelloos aanvoelen na de operatie.
Wanneer u kunt kiezen tussen een borstamputatie en een borstsparende operatie, dan is de kans op genezing voor beide behandelingen hetzelfde. We doen ons best om de operatie en de verdere controles door uw eigen chirurg te laten uitvoeren. Helaas is dit niet altijd mogelijk. Het kan dus zijn dat de operatie wordt uitgevoerd door een andere chirurg dan die u op de polikliniek heeft gesproken.
De schildwachtklier is een lymfeklier waar als eerst uitzaaiingen komen. De schildwachtklier wordt ook wel de poortwachtersklier of sentinel node genoemd. Soms is er één schildwachtklier, soms zijn er meerdere. Als de schildwachtklier vrij is van kankercellen, zijn er in 95% van de gevallen ook geen uitzaaiingen in de andere okselklieren. De schildwachtklier wordt tijdens de operatie opgespoord met behulp van speciale vloeistof. De schildwachtklier wordt een dagdeel voor de operatie opgespoord met een radioactieve stof. We noemen dit de schildwachtklierprocedure. Dit gebeurt op de afdeling Nucleaire geneeskunde. Dit gaat als volgt: u krijgt drie injecties met radioactieve vloeistof in uw borst. De radioactieve vloeistof gaat via lymfebanen naar de schildwachtklier. Na drie tot vier uur wordt een foto van de oksel gemaakt. Dit duurt ongeveer 30 minuten.
2. Wanneer bij u lymfeklieruitzaaiingen zijn gevonden, wordt de MARI-klier procedure uitgevoerd. Er wordt dan een jodiumbron in de lymfeklier met uitzaaiingen geplaatst. Tijdens de operatie wordt deze klier via de jodiumbron opgespoord en verwijderd. 3. Soms is het nodig om alle okselklieren te verwijderen: okselklierdissectie. Na een okselklierdissectie hebben veel patiënten geen gevoel of een veranderd gevoel aan de achterzijde van de bovenarm, soms ook aan de zijkant van de borstkas.

Voor uw operatie heeft u een voorlichtend gesprek met de regieverpleegkundige. Op de dag van de operatie moet u zich thuis douchen. De anesthesist vertelt u tot hoe laat u mag eten en drinken. U wordt opgenomen in het behandelcentrum. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Vanuit daar wordt u naar de operatiekamer gebracht. De chirurg en anesthesist stellen zich aan u voor en spreken opnieuw kort met u door wat er gaat gebeuren. Na de operatie verblijft u op de uitslaapkamer, waar u langzaam wakker wordt. De zaalarts of uw chirurg bespreekt met u wanneer u naar huis mag. Bij een borstsparende operatie mag u vaak dezelfde dag weer naar huis. De nacht na de borstparende operatie mag u niet alleen zijn. Na de operatie kunt u op de afdeling een hartvormig kussentje krijgen. Het kussentje is speciaal zo gemaakt dat het onder uw oksel past en kan het liggen comfortabeler maken.
Na de operatie kan uw borst voller aanvoelen door wondvocht; dit is normaal. Als de wond gespannen en pijnlijk aanvoelt, kunt u bellen met de regieverpleegkundige. Het vocht kan dan op de polikliniek verwijderd worden via een punctie. U mag weer douchen vanaf 48 uur na de operatie. Op de wond wordt een papierenpleister gedaan. U krijgt oplosbare hechtingen die in de huid oplossen. Neem op de dag van de operatie een goed steunende sportbeha mee naar het ziekenhuis; draag deze bh dag en nacht voor twee weken. Als er verschil ontstaat tussen linker- en rechterborst, kan een deelprothese worden aangeschaft. Een deelprothese is gemaakt van siliconen en wordt in de bh geplaatst.

Tijdens de operatie wordt meestal ook lymfeklieren verwijderd en daarna gecontroleerd of er nog tumorrest aanwezig is op de snijvlakken. De patholoog onderzoekt dit nauwkeurig. Als de snijranden schoon zijn, is de borstkanker voldoende verwijderd. Als de snijranden niet schoon zijn, kan een tweede operatie of extra bestraling volgen. Een stalen aanwijsdraadje of echo voor lokalisatie kan worden gebruikt afhankelijk van wat het beste past bij de situatie. De borst wordt vaak nogmaals röntgenfoto getoond nadat het tumorweefsel is verwijderd. De borst kan na de operatie verkleining of reconstructie ondergaan; oncoplastische chirurgie en borstverkleining kunnen samen worden toegepast.
Na een borstsparende operatie volgt vrijwel altijd radiotherapie en mogelijk aanvullende behandelingen zoals chemotherapie, hormoontherapie of doelgerichte therapie. De kans op genezing is met een goed uitgevoerde borstsparende operatie net zo groot als bij amputatie. De keuze hangt af van wat de arts en patiënt bespreken en wat de tumor en omstandigheden toelaten. Een borstsparende behandeling geeft minder complicaties en vaak vergelijkbare kwaliteit van leven vergeleken met amputatie gevolgd door reconstructie.

De bevindingen van chirurg, radioloog, patholoog en radiotherapeut zijn medebepalend. Uw eigen voorkeur speelt ook een rol. Een borstsparende operatie is niet bij elke patiënt mogelijk of gewenst. De verspreiding van de kankercellen in de borst, de plaats van de tumor, en of er eerdere bestraling van de borst is geweest, spelen een rol. Als de tumor goed te voelen is, weet de chirurg waar hij moet opereren; is de tumor niet voelbaar, dan bepaalt de radioloog vooraf waar de tumor precies zit.
tags: #bostbesparende #operatie #zonder #chemo #of #bestrating