Het correct verwerken van hemelwater is een essentiële verantwoordelijkheid voor perceeleigenaren. De Waterwet, met name artikel 3.5, legt de primaire verantwoordelijkheid hiervoor bij de eigenaar van het perceel. Dit is een gemeentelijke taak, zoals vastgelegd in artikel 2.16, lid 1, sub a, punt 1°. Sinds de invoering van deze wet kunnen er voornamelijk functionele eisen worden gesteld aan infiltratievoorzieningen op particulier terrein, met als doel wateroverlast op naburige percelen te voorkomen.
Verschillende artikelen, waaronder 3.111, 3.112, 3.113 en 4.206, bieden verdere specificaties en richtlijnen. Het is belangrijk dat verschillende systemen niet zomaar bijeen worden gevoegd. Alternatieve methoden voor hemelwaterverwerking naast infiltratie zijn onder andere buffering en, in bepaalde gevallen na buffering op eigen terrein, lozing op oppervlaktewater. Het waterschap Limburg stelt specifieke eisen aan deze voorzieningen. Als een voorziening niet voldoet aan de gestelde functionele eisen, dient de perceeleigenaar dit aan te tonen.

Methoden voor Hemelwaterafvoer
Een goed ontworpen hemelwaterafvoer (HWA) is cruciaal voor elk bouwproject. De primaire methoden voor regenwaterafvoer omvatten infiltratie in de bodem, lozing op oppervlaktewater, aansluiting op een gescheiden rioolstelsel, en hergebruik. Het is strikt verboden om hemelwater aan te sluiten op het vuilwaterriool, wat kan leiden tot aanzienlijke boetes. Het is altijd noodzakelijk om de gemeentelijke rioleringsverordening te raadplegen om te achterhalen welke methode is toegestaan.
Professionele Methoden voor Hemelwaterafvoer
- Infiltratie in de bodem: Dit is een duurzame methode waarbij regenwater via systemen zoals kratten of wadi's in de grond infiltreert. Deze methode is met name geschikt voor zandgronden en minder effectief bij kleigronden.
- Lozing op oppervlaktewater: Dit is toegestaan indien er nabijgelegen sloten of vijvers zijn, mits hiervoor een vergunning van het waterschap is verkregen.
- Aansluiting op gescheiden riool (HWA): Voor regenwater dienen oranje HWA-buizen met een minimale diameter van 110 mm te worden gebruikt. Deze moeten duidelijk worden onderscheiden van het vuilwaterriool.
- Hergebruik: Regenwater kan worden opgevangen voor gebruik in toiletten, wasmachines of voor irrigatie. Dit vereist een gescheiden systeem met een filter en een opslagtank.
Voor professionele oplossingen en betrouwbare materialen kunt u terecht bij gespecialiseerde leveranciers.
Technische Aandachtspunten bij Hemelwaterafvoer
Bij de installatie en het ontwerp van hemelwaterafvoersystemen zijn diverse technische aspecten van belang om functionaliteit en duurzaamheid te garanderen.
Gemeentelijke Voorschriften en Capaciteitsberekening
Het is van essentieel belang om de gemeentelijke voorschriften te controleren, aangezien sommige gemeenten specifieke methoden zoals infiltratie of afkoppeling verplichten. De correcte berekening van de benodigde capaciteit is gebaseerd op het dakoppervlak, de lokale neerslagintensiteit en het type dak.
Installatie van Dakgoten en HWA-buizen
Dakgoten moeten correct worden geïnstalleerd met een minimaal afschot van 3 mm per meter en beugels die om de 50 tot 70 cm zijn geplaatst. De HWA-buizen dienen te worden gelegd met een afschot tussen 1:100 en 1:50 voor een optimale doorstroming. Dit zorgt ervoor dat het water efficiënt wordt afgevoerd en stilstaand water wordt voorkomen.
Bestrating en Inspectieputten
Om waterophoping bij bestrating te voorkomen, dient er een minimaal afschot van 1,5 cm per meter van het gebouw af te worden gecreëerd. Het plaatsen van inspectieputten is cruciaal voor onderhoud. Deze dienen om de 20 meter en bij elke bocht te worden geïnstalleerd.

Materialen voor Duurzame Hemelwaterafvoer
Voor een duurzame hemelwaterafvoer is het gebruik van materialen die voldoen aan de geldende normen, zoals de NEN-normen, van groot belang.
- Infiltratiekratten: Deze moeten een druksterkte hebben van minimaal 40 ton/m² en een capaciteit van ongeveer 300 liter per kubieke meter.
- Geotextiel filterdoek: Dit materiaal voorkomt het dichtslibben van de infiltratiesystemen, wat de levensduur en effectiviteit verlengt.
- Tunnelsystemen: Deze bieden een compact alternatief voor situaties met beperkte ruimte, terwijl ze toch een aanzienlijke opslagcapaciteit bieden.
Veelgemaakte Fouten en Hoe Deze te Voorkomen
Het correct implementeren van hemelwaterafvoersystemen vereist aandacht voor detail om veelvoorkomende fouten te vermijden.
- Hemelwater op vuilwaterriool aansluiten: Dit is verboden en leidt tot overbelasting van het rioolstelsel en mogelijke boetes.
- Onvoldoende afschot: Zorg voor nauwkeurige metingen met een waterpas of laser om het juiste afschot te garanderen.
- Verkeerde dimensionering: Houd rekening met een veiligheidsmarge van 20% en anticipeer op extreme buien bij het dimensioneren van het systeem.
- Geen inspectievoorzieningen: Plan inspectieputten vooraf en leg hun locaties vast voor de opdrachtgever. Dit vergemakkelijkt toekomstig onderhoud en reparaties.
Een goed geïnstalleerd hemelwatersysteem, uitgevoerd door professioneel vakmanschap, voorkomt schade, voldoet aan de wetgeving en heeft een levensduur van tientallen jaren.
Juridische en Wettelijke Kader van Hemelwaterafvoer
Het verwerken van hemelwater is gebonden aan een complex juridisch kader, waarbij diverse overheidsinstanties en wetgeving een rol spelen. De Omgevingswet en het bijbehorende Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vormen de kern van de regelgeving.
Bevoegd Gezag en Milieubelastende Activiteiten
De gemeente is doorgaans het bevoegd gezag voor het afvoeren van afvalwater via het vuilwaterriool, hoewel in sommige gevallen de provincie deze rol kan vervullen. Juridisch gezien wordt dit beschouwd als een milieubelastende activiteit. De regels hieromtrent zijn grotendeels vastgelegd in het Bal. De bruidsschat omgevingsplan, die in werking is getreden met de Omgevingswet, bevat voormalige rijksregels voor lozingen op het riool. Gemeenten hebben de mogelijkheid om deze regels aan te passen aan lokale omstandigheden, rekening houdend met de taken en bevoegdheden van het waterschap.
Vergunningplicht en Zorgplicht
Hoofdstuk 3 van het Bal specificeert wanneer een milieubelastende activiteit vergunningplichtig is, wat ook geldt voor lozingen op het vuilwaterriool. Gemeenten kunnen aanvullende regels opnemen in hun omgevingsplan. Hoewel de bruidsschat geen algemene vangnetvergunningplicht bevat voor het afvoeren van afvalwater op het vuilwaterriool, geldt op grond van afdeling 1.3 van de Omgevingswet altijd de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat overheden, bedrijven en burgers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze zorgplicht is niet van toepassing indien er specifieke decentrale of rijksregels van kracht zijn.
Voor het lozen van hemelwater op het schoonwaterriool of in de bodem is er in de bruidsschat wel een vangnetvergunningplicht opgenomen (artikelen 22.268 en 22.269). Hier geldt daarom een specifieke zorgplicht. Een initiatiefnemer van een nog niet-geregelde milieubelastende activiteit die afvalwater via het vuilwaterriool wil afvoeren, is wettelijk mede verantwoordelijk voor de leefomgeving. De initiatiefnemer dient vooraf te beoordelen of de af te voeren afvalwaterstroom past binnen de omgevingswaarden. Deze beoordeling leidt niet tot een aanvraag voor een omgevingsvergunning, maar biedt wel zekerheid dat het milieu beschermd wordt.
Specifieke Zorgplicht en Maatwerkvoorschriften
Het is verboden om een activiteit te verrichten die aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving dreigt te veroorzaken. De rijksregels voor het afvoeren van stoffen, warmte of water via het vuilwaterriool zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en 5 van het Bal. De Omgevingswet biedt de overheid de mogelijkheid om maatwerk te stellen voor lozingen op het riool. Indien een lozing volgens het Bal of het omgevingsplan is toegestaan, dient de initiatiefnemer over een actuele riooltekening te beschikken.
Maatregelen die voorheen expliciet waren uitgeschreven, zoals het onderhoud van filters, vallen nu onder de specifieke zorgplicht milieubelastende activiteit. Het Bal bevat emissiegrenswaarden voor het lozen van afvalwater in een vuilwaterriool. Echter, vele handelingen die de werking van het riool kunnen verstoren, staan niet expliciet in het Bal. De specifieke zorgplicht geldt nadrukkelijk voor alle geregelde lozingen. Het bevoegd gezag dient in dergelijke situaties na te gaan of aan de specifieke zorgplicht en de voorkeursvolgorde voor afvalwater wordt voldaan. Bij twijfel of specifieke omstandigheden kan het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift opstellen om de zorgplicht te verduidelijken.
Bedrijven mogen op basis van de specifieke zorgplicht niet willens en wetens meer afvalwater lozen dan het riool aankan. De capaciteit van een riool kan per locatie sterk verschillen, waardoor er geen algemene regels hierover in het Bal staan. Bij overweging van een grote lozing dient een bedrijf eerst de capaciteit van het riool na te gaan en de lozing hierop aan te passen. Indien de normale lozingen van meerdere bedrijven gezamenlijk de capaciteit van het riool overschrijden, kan het voor individuele bedrijven onduidelijk zijn hoe hun lozing bijdraagt aan deze overschrijding. In zo'n geval kan het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift stellen.
De lozingsvoorwaarden voor een lozing op de riolering gelden niet alleen voor het gemeentelijk riool, maar ook voor een particulier stelsel. Voor de hoeveelheden en eigenschappen van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd, betaalt de vervuiler een heffing. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zuiveringsheffing (indirecte lozingen) en verontreinigingsheffing. De gemeente kan haar watertaken bekostigen via een rioolheffing.
Regelgeving rondom Regenwaterafvoer en Verharding
Vanwege klimaatverandering, met frequentere en intensere stortbuien, zijn de regels voor regenwaterafvoer aangepast. Regenwater dat op verharde oppervlakken valt, zoals daken en bestrating, kan niet in de bodem infiltreren en wordt versneld afgevoerd naar het riool of de sloot. Dit kan leiden tot overstromingen en wateroverlast.
Vergunningplicht en Compenserende Maatregelen
Bij verharding van meer dan 500 m² is een vergunning van het waterschap vereist. Er moeten dan maatregelen worden genomen om de afvoer van regenwater te reguleren, zoals het graven van extra sloten. Dit worden compenserende maatregelen genoemd. Voor het aanleggen van een terras in een tuin is doorgaans geen vergunning van het waterschap nodig, hoewel de gemeente hier wel regels voor kan hebben.
Het 'te compenseren oppervlak' wordt door het waterschap berekend en omvat alle nieuwe verharding waardoor regenwater naar de sloot of het riool stroomt. Wanneer dit oppervlak groter is dan 500m², moet het totale oppervlak aan nieuwe verharding worden gecompenseerd.

Voorkeursvolgorde en Soorten Compensatiemaatregelen
Het waterschap hanteert een voorkeursvolgorde voor de goedkeuring van compensatiemaatregelen, gericht op een goede waterafvoer en het behoud of verbetering van de waterkwaliteit. Indien de sloot breed genoeg is voor de benodigde waterafvoer, geeft het waterschap de voorkeur aan compensatie door de aanleg van een natuurvriendelijke oever of een terrastalud. Een natuurvriendelijke oever heeft een flauwere of minder steile kant, wat gunstig is voor plantengroei en dierenleven.
In situaties met ruimtelijke beperkingen, waar de aanleg van sloten of greppels moeilijk is, kunnen alternatieve maatregelen worden overwogen. Deze maatregelen zijn echter minder robuust qua onderhoud en beheer.
Berekening van Compensatievolume
De benodigde compensatie wordt berekend op basis van het volume dat moet worden opgevangen. Dit volume, ook wel berging genoemd, wordt bepaald door de diepte van de maatregel, de hoogte van het waterpeil en de maximale peilstijging. Voor de maximale peilstijging wordt de T10-peilstijging (maximale stijging eens per 10 jaar) of de T100-peilstijging (maximale stijging eens per 100 jaar) gebruikt, afhankelijk van het type maatregel.
- Nieuwe sloot: Bij de aanleg van nieuwe verharding hoort een slootoppervlak van 14% van de vierkante meters nieuwe verharding. De nieuwe sloot moet in de buurt van een bestaande sloot worden gegraven en hierop worden aangesloten.
- Greppel: De berging in een 'droge' greppel wordt berekend in kubieke meters. De diepte van de greppel wordt bepaald door de bodemdiepte, het waterpeil en de maximale peilstijging.
- Waterbergingsgebied of -kelder: Bij berging in open lucht spreekt men van een waterberging of -gebied. Ondergrondse berging wordt een ondersteunend kunstwerk genoemd. De berging wordt ook hier in kubieke meters berekend.
Bij zeer grote werkzaamheden (vanaf 5 hectare) geldt een speciale regel: maximaal 20% van de compensatie mag worden gerealiseerd in de vorm van waterbergingen of ondersteunende kunstwerken.
Onderhoud en Beheer
De eigenaar van de compenserende maatregelen is verantwoordelijk voor het controleren en onderhouden ervan, om te garanderen dat de maatregel de opvang van regenwater kan blijven vervullen. Deze voorzieningen moeten makkelijk en goed bereikbaar zijn voor inspectie en onderhoud.
Bovengrondse Afvoersystemen
Naast ondergrondse systemen zijn er ook diverse bovengrondse methoden voor de afvoer van hemelwater.
- Molgoten: Voorzien van een licht verdiept gedeelte in het midden, kunnen molgoten in bestaande situaties worden toegepast met minimale impact op straatprofielen.
- Open goten: Deze bieden als voordeel dat ze een grotere hoeveelheid water kunnen afvoeren dan molgoten en minder afhankelijk zijn van verval. Een nadeel is dat ze niet met een reguliere borstelwagen gereinigd kunnen worden.
- Bedekte goten: Geprefabriceerde goten, afgedekt met een rooster, zijn een praktische oplossing voor straten en pleinen. Ze kunnen veel water afvoeren en belemmeren het gebruik van de weg niet. Regelmatig doorspoelen is echter noodzakelijk.
Afschot en Dimensionering van Rioleringen
Volgens NEN 3215 dient het afschot van liggende verzamelleidingen voor afvalwaterrioleringen tussen 5 mm/m en 20 mm/m te liggen. Een te groot afschot kan leiden tot te grote stroomsnelheden, terwijl een te klein afschot neerslag van vuil kan veroorzaken, met verstoppingen tot gevolg. NTR 3216 stelt eisen aan de maximale lengte en het aantal bochten.
Als algemeen advies wordt een afschot van 10 mm/m aanbevolen, omdat dit gemakkelijk te onthouden en te controleren is. Voor leidingen van keukens wordt een afschot van 20 mm/m gebruikt om vetneerslag te voorkomen. Het is raadzaam om richtingsveranderingen zoveel mogelijk te vermijden en een rechte lijn tussen afvoer en standleiding aan te houden.
Bij regenwaterleidingen is het afschot minder kritisch voor verstoppingen, maar wel van belang voor de capaciteit.
tags: #bovengronds #afvoeren #minimaal #verhang