Gelet op brandoverslag moeten we bij de aansluiting van een brandwerende scheidingswand op een dakconstructie aanvullende voorzieningen treffen. In een vorig artikel hebben we de lichte scheidingswand als onderdeel van een brandcompartiment besproken. Om de WBDBO te borgen - oftewel te zorgen dat brand zich beperkt tot het compartiment waarin de brand is ontstaan - zijn aanvullende voorzieningen nodig voor ondermeer de bouwkundige aansluitingen, sparingen en doorvoeren.
Brandcompartimentering, WBDBO en dak- en gevelaansluitingen
Het huidige Bouwbesluit (2003) stelt in artikel 2.106 eisen aan brandoverslag tussen brandcompartimenten, naar gelang de gebruiksfunctie. Bij een kantoor- of winkelfunctie dient de WBDBO ten minste 60 minuten te bedragen. Een reductie van de WBDBO met 30 minuten is mogelijk als het brandcompartiment en de besloten ruimte op hetzelfde perceel liggen en als in een gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 meter boven meetniveau. De WBDBO geldt ook via de buitenlucht en is dus ook van toepassing voor gevels, daken en wand/dakaansluitingen. Om brandoverslag over het dak of langs de gevel te voorkomen, moet iedere verdieping met verblijfsfunctie in de gevelconstructie voorzien zijn van een verticale barrière.
Willen we nu een correcte brandwerende wand/dakaansluiting maken, dan is het testrapport van de fabrikant cq leverancier van het plaatmateriaal maatgevend. In een dergelijk rapport (conform NEN 6069) is niet alleen de montage uitvoerig beschreven, maar ook aan welke criteria moet worden voldaan: vlamdichtheid, betrokken op de afdichting en ontvlambaarheid alsook de thermische isolatie, betrokken op de temperatuur. Over het algemeen is de aansluiting van een lichte scheidingswand op een vloer of dak/gevelconstructie van steenachtig materiaal relatief eenvoudig uit te voeren. Naast de wandmontage volgens testrapport is het van belang om een rookdichte aansluiting te maken. Hiertoe zijn diverse mogelijkheden voorhanden.
Praktische uitvoering van WBDBO-aansluitingen
De totale constructie in de gestelde WBDBO-zone moet eenzelfde brandweerstand hebben. Dit impliceert dat we eventuele hoofddraagconstructies of doorvoeringen in de zone apart moeten beoordelen en eventueel aanvullend brandwerend moeten maken. Tenzij hoofddraagconstructies niet dienen om de wand gedurende brand te stabiliseren dan wel de wand door het dak heen gaat, bekleden we dragende staalconstructies met brandwerende plaat en/of brengen brandwerende coating aan. Bij een trapezium staaldak is het lastiger om tot een goede WBDBO-constructie te komen. Bij dergelijke dakelementen is de aansluiting wand/damwandprofiel ofwel met de golf mee of deze is haaks onder de golf door. Om met de laatste - meest eenvoudige - te beginnen, wordt een bovenregel of U-profiel tegen de ondergolf vastgeschroefd. Door de ondergolf ter plaatse van de wand op te vullen met steenwol creëren we een vlamdichte afdichting. De geplaatste vlamschermen zorgen bij brand voor vertraging van de temperatuurstijging en -geleiding door het staaldak.
Behalve de aansluiting aan de onderzijde van het dak moet ook de bovengolf brandvertragend worden gemaakt. Bij voorkeur gebruiken we steenwol zodat hete rookgassen zich ook niet langs de bovenkant van het damwandprofiel verder kunnen verspreiden. Als de dakisolatie bestaat uit brandbaar schuim, dan moet deze ter plaatse van de wand worden onderbroken door bijvoorbeeld steenwol. Tenslotte brengen we een circa 1 meter brede strook aan van onbrandbare drainagetegels 300x300mm, dit om branduitbreiding over het dak uit te sluiten. Bij een damwandprofiel met de golf mee is een bovenregel of U-profiel moeilijk tegen het staaldak te schroeven en tegen de bovengolf aan is geen optie. In de praktijk monteert men vaak stroken hechthout ter plaatse van de wand haaks onder de golf zodat een platvorm ontstaat waartegen de regel kan worden geschroefd.
De WBDBO-constructie wordt door het gebruik aan hechthout ondermijnd, want de inbrandtijd ervan is zo hoog dat het voortijdig bezwijken van de wand zeer voor de hand ligt. Ook de hoofddraagconstructie in de WBDBO-zone moet brandwerend zijn. Een pragmatische oplossing voor een correcte WBDBO is het hechthout te vervangen door materiaal op basis van calciumsilicaat of anderszins onbrandbaar materiaal, waarbij de schroeven goed verankerd kunnen worden in het plaatmateriaal. De keuze zal dus niet direct op gips vallen. Aan weerzijden van de wand plaatsen we een vlamscherm.
Samenvatting en ontwerpregels
Samenvattend kunnen we stellen dat een wand/dakaansluiting in een WBDBO-situatie vlam- en rookdicht moet zijn. De totale constructie moet voldoen aan een gestelde brandweerstand en de WBDBO geldt voor alle gebruikte bouwmaterialen in de WBDBO-zone. Om branduitbreiding via het dak te voorkomen, plaatsen we vlamschermen en de cannelures vullen we ter plaatse van de wand op met steenwol. Vlamschermen worden ingezet om temperatuurgeleiding door materiaal te vertragen dan wel het overdrachtsvlak te verlengen. In deze context gebruiken we vlamschermen in combinatie met een semi-brandwerend plafond om vlam- en temperatuurdoorslag door een stalen damwanddak te vertragen. Hierbij geldt als stelregel dat de brandwerende constructie symmetisch moet worden uitgevoerd. Ofwel: aan weerszijden van de wand/dakaansluiting zijn vlamschermen middels brandwerende stroken van circa 500 mm voldoende voor een WBDBO van 60 minuten.
Bij voorkeur bestaan vlamschermen uit relatief zacht en licht materiaal zodat de uitstekende schroeven in de ondergolf eenvoudig in de vlamschermen worden gedrukt. Bij brandveiligheid denk je al gauw aan materiaalgebruik. Hout brandt sneller dan steen, brandend kunststof wordt vloeibaar en veroorzaakt veel rook, gips en steen branden niet. Bij detailleringen gaat het kortgezegd om de manier waarop verschillende materialen op elkaar worden aangesloten. Hoe monteer je een gipswand tegen geïsoleerde dakplaten, hoe bevestig je een geïsoleerd dak wind- en waterdicht op een betonnen gevel. Hierbij spelen onder andere esthetische aspecten een rol. Kiest een architect voor een kunststof dakgoot met dito beugels, of wordt die goot voorzien van een houten betimmering?
Deze keuzes kunnen invloed hebben op de brandwerendheid. Als je in een rijtjeshuis of in een appartementengebouw woont, is elke woning een afzonderlijk brandcompartiment; dat is zo vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Tussen de woningen worden brandscheidingen aangebracht die moeten voorkomen dat brand zich uitbreidt naar de naast-, onder- of bovengelegen woning. Dan heb jij dankzij die brandwerende muren nog voldoende tijd om met eventuele gezinsleden en huisdieren je eigen huis veilig te verlaten. Mits het goed zit met de detailleringen. Want een scheidingswand kan op zich voldoende brandwerend zijn. Maar geldt dat ook voor de brandoverslag via het dak?
Brandveiligheid in verschillende gebouwtypen
Bij zakelijk gebruikte panden, zoals sporthallen, theaters, kantoren of industriecomplexen, zijn de schachten waar diverse leidingen doorheen lopen, van een heel andere orde van grootte. Daar kun je bovendien te maken hebben met veel meer mensen die bij brand een gebouw tijdig moeten kunnen ontvluchten. Bij een brandveiligheidsadvies is het van wezenlijk belang om de materiaalspecificaties bij leveranciers op te vragen. Daarmee krijgen we informatie over brandklasse, rookgetallen en druppelvorming van materialen. De overheid heeft eisen gesteld ten aanzien het brandgedrag van bouwmaterialen. Uitvoerende partijen moet aan deze eisen voldoen en met een certificaat kunnen aantonen dat het gebruikte product geschikt is voor de betreffende toepassing. Niet alle materiaalcombinaties of -toepassingen zijn echter getest en/of gecertificeerd. Dat wil niet zeggen dat je die combinaties niet mag toepassen, maar ze moeten wel aan de gestelde voorwaarden voldoen.
Dat aandacht voor brandwerende detaillering noodzakelijk is, bleek uit een project in het aardbevingsgebied van Groningen, waarbij wij als adviseur betrokken zijn. Hier zie je dat het energieneutraal maken van woningen consequenties kan hebben voor de brandveiligheid. Om woningen aardbevingsbestendig te maken, worden ze gestript en met een staalconstructie verstevigd. Daaromheen komt een schil met hoge isolatiewaardes, zodat bewoners een lage energierekening krijgen - een compensatie van de overheid voor de geleden schade. Helaas zit er een heel grote tegenstrijdigheid in energiezuinigheid en brandveiligheid. Om hoge isolatiewaardes te bereiken, worden relatief brandbare producten als piepschuim, PUR of PIR gebruikt. Er bestaan wel alternatieve materialen die veel betere brandwerende eigenschappen hebben, zoals steenwol, glaswol en schapenwol. Maar om daarmee dezelfde isolatiewaardes te halen zou je een muur krijgen die vele malen dikker wordt. Toch zijn ook voor deze gevallen brandveilige oplossingen te bedenken.
Om te voorkomen dat een eventuele brand zich uitbreidt naar de buurwoning, kun je op de plek van de woningscheidingen bijvoorbeeld brandvertragende maatregelen treffen. Het loont zeker om al in de voorbereidingsfase rekening met brandveilige detaillering te houden. En om mogelijke aandachtspunten te inventariseren. Wij weten uit ervaring hoe belangrijk het is om bij een project te worden betrokken als dat nog op de tekentafel ligt. Een brandveiligheidsadvies in een later stadium in het (ver)bouwtraject kan leiden tot kostbare aanpassingen en/of aanvullingen. We zouden aannemers en architecten dan ook willen aanraden om proactief na te denken over materiaalgebruik én detailleringen. En om waar nodig tijdig advies in te winnen. Zodat er in een vroeg stadium door een deskundige meegedacht kan worden over brandveiligheid.
Specifieke details: daktype, groene daken en regelgeving
De brandscheidingen in een bestaand bouwwerk voldoen ter plaatse van de dak-/wandaansluitingen middels stalen dakplaten niet aan de gestelde brandwerendheid. Als oplossing willen we de onderzijde van de beplating de cannelures dichtzetten en voorzien van een strook brandwerende beplating. Nu komen er ook situaties voor waarbij de scheiding een brandenscheiding vormt tussen een brandcompartiment en een extra beschermde vluchtroute (brand- en rookvrije vluchtroute). Voor deze locaties geldt de WBDBO-eis alleen vanuit het BC. In 2016 werd de Europese norm voor branding op platte daken grondig hervormd. In Nederland geldt al sinds 2009 de NEN 6050, die brandveilig ontwerp, detailering en uitvoering van dakconstructies regelt. De NEN 6050 geldt voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud van daken, en de bovenzijde van een dak mag volgens NEN 6063 niet brandgevaarlijk zijn. De brandklasse BROOF (t1) geldt voor dakafdichtingen in Nederland, terwijl BROOF (t4) in het VK gangbaar is; beide klassen hebben geen hiërarchie maar eisen een volledig daksysteem dat brandvertragend is.
De brandwerende kwaliteiten van daksystemen zorgen ervoor dat brand de dakafdichting niet doorboort en dat brand zich aan het oppervlak van het dak niet kan verspreiden. Voor groendaken geldt extra aandacht omdat het organische materiaal brandbaar is; de VBB Richtlijn Begroeide daken gaat uit van een substraatlaag van minstens vijf centimeter dik. Langs dakranden en opstanden moet een vegetatievrije zone van onbrandbaar materiaal worden gehandhaafd. Ook is een voldoende breed compartimenteringsvlak langs dakranden noodzakelijk om branduitbreiding te voorkomen. Brandpreventie en brandbestrijding blijven onlosmakelijk verbonden, zodat dakdekkers voorbereid zijn met brandblussers en branddekens.

Demonstratie van de Beleidskraker
tags: #brandscheiding #stalen #dak