Buitenlandse ziekenhuisopnames en isolatie: informatie over resistente bacteriën

Ieder mens draagt bacteriën bij zich, zowel op als in het lichaam. Vaak hebben deze bacteriën een nuttige functie, maar ze kunnen ook infecties veroorzaken. Infecties door bacteriën worden doorgaans behandeld met antibiotica, medicijnen die bacteriën doden of hun groei remmen. Echter, sommige bacteriën zijn minder goed te behandelen met antibiotica; deze worden resistente bacteriën genoemd, ook wel Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO).

Een resistente bacterie maakt mensen niet per se zieker dan een gewone bacterie, maar de behandeling is wel uitdagender omdat ze minder goed reageren op de meeste antibiotica. Hierdoor zijn specifieke antibiotica nodig om deze infecties te behandelen.

Indien u drager bent van een resistente bacterie, betekent dit dat de bacterie in uw lichaam aanwezig is, meestal zonder dat u hier last van ondervindt. Als er een verhoogd risico op dragerschap is, zal een ziekenhuis u onderzoeken. Dit onderzoek vindt plaats door middel van een kweek, waarbij een verpleegkundige met een wattenstaafje materiaal afneemt uit de anus, keel of van een wond. Ook urine kan worden onderzocht. Regelmatig onderzoek kan nodig zijn om te controleren of u nog steeds drager bent.

Soms wordt een resistente bacterie onverwacht bij een patiënt aangetroffen. In dat geval worden ook patiënten die op dezelfde kamer hebben gelegen onderzocht om verdere verspreiding in het ziekenhuis te voorkomen. Zodra uit onderzoek blijkt dat u de bacterie niet meer draagt, wordt u hiervan op de hoogte gesteld en zijn verdere maatregelen niet meer nodig.

Maatregelen in het ziekenhuis

In ziekenhuizen verblijven kwetsbare patiënten die sneller ziek kunnen worden van bacteriën. Om deze reden nemen zorgmedewerkers speciale maatregelen bij patiënten die een resistente bacterie bij zich dragen. Dit omvat het dragen van beschermende kleding zoals handschoenen, een schort en soms een mondkapje of muts. Afhankelijk van de specifieke resistente bacterie kan een patiënt in een aparte kamer worden geplaatst.

Als een zorgmedewerker de patiënt niet direct hoeft aan te raken, is beschermende kleding niet altijd noodzakelijk. Het is belangrijk dat patiënten tijdens hun opname regelmatig hun handen wassen met water en zeep.

Patiënten die drager zijn van een resistente bacterie mogen bezoek ontvangen. Er gelden echter andere regels als het bezoek dezelfde dag nog een andere patiënt bezoekt, of als de patiënt in strikte of contact- en druppelisolatie verblijft.

Onderzoeken en behandelingen gaan gewoon door voor dragers van resistente bacteriën. Zorgmedewerkers in onderzoekskamers dragen beschermende kleding, en soms worden onderzoeken of behandelingen gepland aan het einde van de dag.

Afspraken op de polikliniek gaan eveneens door. Vanwege de korte duur van een polikliniekbezoek zijn hierbij gewone hygiënemaatregelen voldoende.

schematische weergave van beschermende kleding die zorgverleners dragen bij de verzorging van patiënten met resistente bacteriën

Risico's bij verblijf in het buitenland

Een verblijf in een ziekenhuis in het buitenland kan leiden tot het oplopen van een bacterie die ongevoelig is voor antibiotica. Dit kan gevaarlijk zijn voor kwetsbare personen, zoals patiënten die al ziek zijn.

In het buitenland worden vaak veel antibiotica gebruikt, wat de ontwikkeling van resistentie in de hand werkt. Als u in de afgelopen twee maanden in een ziekenhuis in het buitenland bent geweest, is het meestal noodzakelijk om te testen op de aanwezigheid van een ongevoelige bacterie, vooral als u:

  • In Nederland naar het ziekenhuis moet voor controle, behandeling of opname.
  • Werkzaam bent in de zorg.
  • Een ontsteking heeft die niet overgaat met antibiotica.

Indien mogelijk, dient dit getest te worden in overleg met uw arts vóór uw ziekenhuisbezoek in Nederland.

Wanneer testen?

Testen op een ongevoelige bacterie is met name relevant als u:

  • Langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis heeft verbleven.
  • Daar een infuus heeft gehad.

Om te bepalen of u een ongevoelige bacterie bij u draagt, wordt materiaal afgenomen met een wattenstaafje uit de neus, keel of rond de anus. Dit materiaal wordt vervolgens naar een laboratorium gestuurd voor onderzoek.

Gevolgen van een ongevoelige bacterie

Indien er geen ongevoelige bacterie wordt aangetoond, kunt u zonder problemen een ziekenhuisafspraak of opname in Nederland hebben. Bij aanwezigheid van een ongevoelige bacterie en noodzaak tot ziekenhuisopname of behandeling, kan een specifieke behandeling worden gestart om de bacterie te verwijderen.

Voor personen die in de zorg werken, is het belangrijk om met hun leidinggevende te overleggen en hygiënemaatregelen te volgen, zoals regelmatig handen wassen met water en zeep, om verspreiding te voorkomen.

kaart van de wereld met indicatie van gebieden met hogere prevalentie van antibioticaresistentie

Specifieke resistente bacteriën

Methicilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA)

MRSA is een variant van de bacterie Staphylococcus aureus die ongevoelig (resistent) is voor bepaalde antibiotica, waaronder methicilline. Hoewel de gewone Staphylococcus aureus bij ongeveer 30% van de mensen voorkomt zonder klachten te veroorzaken, kan MRSA, net als de gevoelige variant, infecties veroorzaken zoals huidinfecties, wondinfecties en steenpuisten. In zeldzame gevallen kan het leiden tot ernstigere infecties zoals bloedvergiftiging, blaasontsteking of longontsteking. Deze infecties zijn lastiger te behandelen, maar gelukkig zijn er meestal wel alternatieve antibiotica beschikbaar.

In Nederland draagt ongeveer 1% van de bevolking MRSA bij zich. Besmetting kan plaatsvinden via direct contact met de huid, hoesten of niezen, en via besmette oppervlakken en voorwerpen. Om verspreiding in het ziekenhuis te voorkomen, worden isolatiemaatregelen getroffen, zoals een eenpersoonskamer met een sluis, en het dragen van beschermende kleding door medewerkers.

Patiënten met MRSA mogen bezoek ontvangen, waarbij het bezoek wordt geadviseerd de handen te wassen na het verlaten van de kamer en geen andere patiënten te bezoeken op dezelfde dag. Poliklinische bezoeken van MRSA-dragers verlopen doorgaans zonder extra maatregelen, omdat het risico op verspreiding daar klein is.

Thuis hoeven geen speciale maatregelen genomen te worden. Goede handhygiëne, zoals handen wassen na toiletbezoek en voor het koken en eten, is voldoende. Het is echter belangrijk om zorgverleners te informeren over MRSA-dragerschap bij afspraken in andere ziekenhuizen, zorginstellingen, thuiszorg of bij de fysiotherapeut.

Om te controleren of MRSA verdwenen is, worden met regelmatige tussenpozen kweken afgenomen uit de neus, keel en anus. Isolatiemaatregelen kunnen worden afgebouwd of gestopt na meerdere negatieve kweekresultaten en een bepaalde periode zonder detectie van de bacterie.

Andere BRMO's

Naast MRSA omvatten BRMO's ook andere micro-organismen die resistent zijn tegen antibiotica. Enkele voorbeelden zijn:

  • Enterobacterales, zoals Escherichia coli (E. coli) en Klebsiella pneumoniae, met name die ESBL (Extended Spectrum Beta-Lactamase) produceren.
  • Acinetobacter species.
  • Pseudomonas aeruginosa.
  • Enterococcus faecium, waaronder vancomycineresistente enterokokken (VRE).
  • Candida auris, een gist die wereldwijd opkomt en moeilijk te detecteren en te behandelen kan zijn.

Deze micro-organismen kunnen ziekte veroorzaken en hebben resistentie verworven die de behandeling belemmert. Ze kunnen zich verspreiden indien geen aanvullende maatregelen worden getroffen. Wereldwijd komen BRMO's veelvuldig voor, met een alarmerende stijging van het aantal sterfgevallen direct gerelateerd aan antibioticaresistentie. In Nederland zijn de resistentiecijfers lager dan wereldwijd, maar er is een stijgende trend, vooral op intensive care-afdelingen.

Handen wassen video

Pathogenese en verspreiding

De ontwikkeling van antimicrobiële resistentie is een natuurlijk evolutionair proces dat wordt versneld door het gebruik van antibiotica bij mens, dier en in het milieu. Dit proces vindt plaats door selectie: bacteriën met resistentiemechanismen hebben een overlevingsvoordeel.

Bacteriën kunnen van nature resistent zijn (intrinsieke resistentie) of resistentiemechanismen verwerven door mutaties of overname van genetisch materiaal, zoals plasmiden. Belangrijke resistentiemechanismen zijn de productie van inactiverende enzymen (zoals bètalactamases), verminderde opname of verhoogde uitscheiding van antibiotica, en veranderingen in het aangrijpingspunt van het antibioticum.

De besmettingsweg van BRMO tussen mensen is vergelijkbaar met die van de gevoelige varianten en vindt plaats via contact met lichaamsvloeistoffen of uitscheidingsproducten. Ook transmissie vanuit de natuurlijke omgeving, bijvoorbeeld via water of besmette groenten en fruit, is mogelijk.

Personen met BRMO-dragerschap en -infectie kunnen de bacterie overdragen zolang ze deze bij zich dragen. De duur van het dragerschap kan variëren en is niet altijd voorspelbaar. Een negatieve kweek is geen absolute garantie dat iemand geen drager meer is, aangezien de hoeveelheid bacteriën kan variëren.

Risicogroepen

Naast patiënten die in het buitenland zijn opgenomen, hebben ook de volgende groepen een verhoogd risico op BRMO-dragerschap:

  • Internationale reizigers, met name uit Zuid-Azië en Noord-Afrika, vooral bij antibioticagebruik tijdens de reis.
  • Personen die opgenomen zijn geweest in een ziekenhuis in het buitenland.
  • Personen die opgenomen zijn geweest in een asielzoekerscentrum.
  • Zorgmedewerkers.
  • Patiënten met een verminderd afweersysteem.
  • Patiënten met chronische aandoeningen zoals kanker, diabetes, long- of hartziekten.
  • Patiënten met langdurige ziekenhuisopnames.
  • Patiënten met een verblijfskatheter of wond.

Indien u tot een risicogroep behoort, is het belangrijk dit te melden bij medische afspraken om passende hygiënemaatregelen te kunnen treffen.

tags: #buitenland #in #isolatie #ziekenhuis