Het ontwerp voor een sport- of recreatiecomplex is een specifieke discipline. De uitdaging zit hem vooral in het combineren van meerdere uiteenlopende functies in één gebouw. Het optimaal benutten van de ruimte is belangrijk. Er zijn uiteenlopende doelgroepen die van de bezoeker, maar ook die van de gebruiker. Bij het voetbal, de hockey, de golfsport en dergelijke. In één gebouw moeten de diverse ruimtes zoals de kleed- en doucheruimtes, vergaderzalen en een bar of kantine gecombineerd worden. Een oplossing die veelal wordt toegepast is een gebouw op een sokkel in de vorm van een afgeknotte piramide, al dan niet deels ondergronds. In de sokkel bevinden zich dan gebruiksruimtes en het schuine gedeelte aan de buitenkant wordt als tribune ingericht. Het dak van deze piramide is het terras voor het hoger gelegen gebouw. Ook dakterrassen op bovenverdiepingen passen goed bij sportaccommodaties. Ook op andere gebouwen kunnen sportdaken onderdeel zijn van het gebouw. Denk aan omheinde velden op hoogte voor basketbal, tennis of voetbal. Hierbij is het van belang dat het veld stabiel, strak en stevig is. Zoontjens heeft ervaring met de inrichting van sportdaken of dakterrassen bij sport- en recreatiecomplexen. We bieden een breed assortiment producten, van keramiek tot grootformaattegels, passend bij de belasting van het dak en de uitstraling van het gebouw. Op het dak van de Amsterdam Logistics Cityhub is een veelzijdige daktuin aangelegd. Werknemers kunnen daar in hun pauze wandelen tussen het groen, fruit plukken, lunchen aan een picknicktafel of een balletje schieten op het pannaveld. In het Westelijk Havengebied van Amsterdam is de eerste XXL logistieke stadshub van meerdere verdiepingen van Nederland verrezen: de Amsterdam Logistics Cityhub (ALC). Dit mega-distributiecentrum bevat 120.000 m² verhuurbare opslagruimte, verdeeld over verschillende verdiepingen. Bovenop de ALC is een daktuin aangelegd van maar liefst 400 meter lang en slechts 12 meter breed. Op vijf plaatsen kunnen medewerkers vanuit de kantoren afdalen naar deze daktuin om daar te lunchen, informeel te overleggen, te wandelen of zelfs te sporten. Op het dak treft men picknicksets aan, moestuinen met verse ingrediënten voor de lunch, leifruit om te plukken, ligstoelen, bomen die voor schaduw zorgen, uiteenlopende beplanting en verschillende sportmogelijkheden zoals een tafeltennistafel, fitnessapparaten en een pannaveldje met kunstgras (ver van de kopse kanten van het dak, zodat de bal niet in de diepte kan verdwijnen). Yvo Suijs, ontwerper bij BALJON landschapsarchitecten, vertelt: “De ALC ligt in het Westelijk Havengebied aan het Noordzeekanaal. Het doel van dit dak is om temidden van het grijs een groene oase voor de werknemers van de ALC te creëren. Een uitdaging daarbij waren de afmetingen van 400 bij 12 meter; het dak is een fantastische pijpenla. Met 94 bomen spelen we een ruimtelijk spel om de lengte boeiend te maken: daarmee krijgen we de illusie dat de beplanting eindeloos doorloopt. Door de tuin slingert een pad van geel grind en met plekken van gebakken klinkers. De beplanting geleedt de lange ruimte, zodat als het ware kleine kamers ontstaan. Elke kamer heeft een andere functie - zoals een picknickplek, een plek om te sporten, een moestuin, een kleine boomgaard, een werkplek - en een andere beplantingsmix met een andere kleur en sfeer. De verschillende functies komen afwisselend terug en zo is er steeds iets te ontdekken. De beplanting spiegelt het uitzicht vanaf het dak, vertelt Suijs: “Aan de ene kant van het dak zie je de skyline van Amsterdam, aan de andere zie je op heldere dagen de duinen. We hebben gekozen voor beplanting van verschillende soorten siergrassen, die een golvende massa vormen die doet denken aan de duinen. Daartussenin hebben we vuurpijl, toorts, verbena en phlomis geplant, waarvan de verticale lijnen verwijzen naar de hoogbouw van Amsterdam. Zo ontstaat een rustig beeld met kleurenuitspattingen. Bomen, zoals de groenblijvende bergdennen en de grillig gevormde parrotia, blokkeren het zicht op het industriegebied, zorgen voor schaduw en voor windluwe plekken. Langs de kantoorwanden groeit leifruit als druiven en kiwi’s. Om gewicht (en materiaal) te besparen, liggen alleen de delen waar beplantingen zijn aangebracht hoger dan de plekken waar men loopt en verblijft. De vormgeving van de cortenstalen randen verwijst naar de functie van het onderliggende gebouw. Suijs: “De verspringingen in de bakken resulteren in een schuivend patroon, dat uitdrukking geeft aan de dynamiek van logistiek. De breedte van deze bakken komt overeen met de breedte van vrachtwagens. Dwars op de wandelpaden zijn op enkele plekken grijze banen van Schellevis-tegels aangebracht, die verwijzen naar de sporen van vrachtwagens. Bij de uitvoering was de locatie een grote uitdaging. Marcel Hellenkamp, projectleider bij De Enk Groen & Golf, vertelt: “Slechts aan één kopse kant van het gebouw kon de kraan staan. Dat betekende dat al het materiaal en materieel op één plaats verzameld moest worden om daar het dak op gehesen te worden. Met het oog op de draagkracht van het dak moesten we erop toezien dat het gewicht van het materiaal geplaatst werd op de kolommen. Vervolgens werden de materialen verder getransporteerd met shovels. We begonnen met de tuinaanleg aan de verre kopse kant en werkten terug naar de kant waar de hijskraan stond. Vanwege de omvang maakten we de tuin deel voor deel. Op het dak is tweelaags bitumen aangebracht door Cladding Partners B.V. Jeroen van der Velden, hoofd projectmanagement bij Cladding, licht toe: “Wij brachten een voorsmeerlaag van bitumenoplossing aan, met daarop een laag 260P11, volledig gekleefd met warme bitumen 110/30 en een toplaag 470K14 WW, aangebracht volgens de brandmethode.” Daaroverheen kwam de XPS-isolatie. Hierop plaatste De Enk Groen & Golf vervolgens een dampopen folie, de drainage-bufferlaag, lava en tot slot het substraat. Rick Roekevisch, hoofd werkvoorbereiding bij De Enk Groen & Golf, vertelt: “Bij de keuze van de materialen van de daktuinconstructie is er rekening mee gehouden dat er met shovels over het dak gereden moest worden. Er is daarom gekozen voor een uitgevulde drainagebufferlaag FKD 25 Plus van Optigrün, omdat deze daar sterk genoeg voor is.” De bomen zijn ondergronds verankerd en indien nodig ook bovengronds met staalkabels. Ook de fitnesstoestellen moesten op het dak verankerd worden. De Amsterdam Logistics Cityhub en opdrachtgever CTP hebben duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Dat heeft geleid tot de BREEAM Excellent certificering. Het gebouw heeft tien windturbines op het hoogste dak - dat van het kantoor - en 16.000 zonnepanelen, goed voor 6 MWp met het oog op elektrisch transport in Amsterdam. De Noordzeekanaaloever naast het gebouw is insectenvriendelijk ingericht. De daktuin is voorzien van nestplaatsen, een insectenhotel en vlinderlokkende planten. Suijs: “Wij zijn benieuwd hoeveel insecten, vlinders en zangvogels de 25 meter hoog gelegen daktuin gaan vinden. Met een ecoloog gaan we dat monitoren. Een nevendoel is bewustzijn creëren bij de gebruikers van het dak.” Hellenkamp vult aan: “Deze bergdennen staan bekend om hun vermogen om fijnstof op te nemen. Verder is er gekozen voor een substraat dat regenwater langdurig vasthoudt. Het groen wordt geïrrigeerd met druppelbevloeiing van HB watertechniek en is tevens voorzien van vochtsensoren om de juiste vochtbalans te monitoren. In het voortraject was er intensieve samenwerking tussen opdrachtgever CTP, BALJON landschapsarchitecten en De Enk Groen & Golf. Suijs: “Al in de schetsfase voerden we gesprekken met de constructeur, zodat er bij de bouw rekening mee gehouden is dat er bomen op het dak moesten komen. Bij de aanleg van het dak was nauwgezette samenwerking van groot belang. Hellenkamp: “Bij de kraan was maar beperkte ruimte, dus we maakten een zeer strakke planning voor onze onderaannemers wanneer welke vrachtwagen bij de kraan moest zijn. Op het dak stonden dan twee man klaar zodat het materiaal direct verder vervoerd werd. De daktuin heeft alleen aan de kopse kanten dakranden: 12 meter aan de oostzijde, 12 meter aan de westzijde. Hier is dakrandbeveiliging aangebracht. Bij windkracht 6 en meer is de hijskraan niet gebruikt.

Het Deltion College heeft in Zwolle een nieuw onderwijsgebouw voor de opleiding Veiligheid en Vakmanschap (VEVA), waarvan sport een belangrijk onderdeel vormt. AReS architecten heeft, om aan het gevraagde aantal vierkante meters sportveld te komen, ook een veld op het gebouw ontworpen. De nieuwbouw voor de opleiding VEVA is gerealiseerd aan de Zwartewaterallee in Zwolle, naar een ontwerp van AReS architecten. Het gebouw biedt op ruim 5.000 m2 plaats aan zestien theorieruimten en verschillende praktijkruimten, zoals een ruimte met hefbruggen voor motorvoertuigentechniek en een werkplaats voor vrachtauto’s. Ook is er een kantine met bedrijfskeuken. Sport Echter, sport is een belangrijk onderdeel van deze opleiding op MBO-niveau, die het Deltion College verzorgt voor Defensie; sportfaciliteiten nemen dan ook een ruime plek in.

Naar aanleiding van de vraag naar flexibele sport- en vrijetijdsruimten biedt GAJ Architecten duurzame, herkenbare en inspirerende gebouwen, waarin elk individu het beste uit zichzelf kan halen. Het bureau heeft een aanzienlijk aantal sport-(medische) faciliteiten ontworpen, variërend van sport- en gymzalen tot sporthallen met publieksfuncties, wellness- en saunavoorzieningen, sporthotels, veldfaciliteiten en centra voor onderzoek en sportmedische revalidatie. GAJ Architecten onderscheidt zich door te streven naar duurzame, herkenbare en inspirerende gebouwen, waarin elk individu het beste uit zichzelf kan halen.

Het ontwerp voor een sport- of recreatiecomplex is een specifieke discipline. De uitdaging zit hem vooral in het combineren van meerdere uiteenlopende functies in één gebouw. Het optimaal benutten van de ruimte is belangrijk. Er zijn uiteenlopende doelgroepen die van de bezoeker, maar ook die van de gebruiker. Bij het voetbal, de hockey, de golfsport en dergelijke. In één gebouw moeten de diverse ruimtes zoals de kleed- en doucheruimtes, vergaderzalen en een bar of kantine gecombineerd worden. Een oplossing die veelal wordt toegepast is een gebouw op een sokkel in de vorm van een afgeknotte piramide, al dan niet deels ondergronds. In de sokkel bevinden zich dan gebruiksruimtes en het schuine gedeelte aan de buitenkant wordt als tribune ingericht. Het dak van deze piramide is het terras voor het hoger gelegen gebouw. Ook dakterrassen op bovenverdiepingen passen goed bij sportaccommodaties. Ook op andere gebouwen kunnen sportdaken onderdeel zijn van het gebouw. Denk aan omheinde velden op hoogte voor basketbal, tennis of voetbal. Hierbij is het van belang dat het veld stabiel, strak en stevig is.