Deze analyse behandelt juridische geschillen met betrekking tot dakkapellen en nokverhogingen, en hun conformiteit met bestemmingsplannen en de Omgevingswet. De besproken zaken betreffen beroepen tegen uitspraken van rechtbanken en de beoordeling door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).
Zaak 1: Dakkapel en nokverhoging in Emmeloord
In deze zaak woont [appellant] aan de [locatie 2] in Emmeloord en heeft hij zonnepanelen op het dak van de achterzijde van zijn woning. Het college heeft aan zijn buurman, wonende aan de [locatie 1], een omgevingsvergunning verleend voor een nokverhoging aan de voorzijde en een dakkapel aan de achterzijde van de woning. Op de locatie geldt het bestemmingsplan "Emmeloord, de Zuidert", dat een maximale goothoogte van 6,5 meter voorschrijft.
Beoordeling van de dakkapel en nokverhoging
De omgevingsvergunning voor de dakkapel betreft alleen de activiteit ‘bouwen’. Volgens het college is de dakkapel in overeenstemming met het bestemmingsplan, aangezien de bestaande goothoogte van 6,3 meter niet wijzigt. De nokverhoging leidt echter tot een wijziging van de goothoogte aan de voorzijde naar 7,7 meter, wat de maximum goothoogte overschrijdt.
Betoog van [appellant] en beoordeling door de Afdeling
[appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte zijn beroepsgronden over de nokverhoging buiten beschouwing heeft gelaten en dat hij deze tijdig heeft aangevoerd. De Afdeling stelt echter, anders dan [appellant] stelt, dat hij bij de rechtbank zowel in zijn beroepschrift van 24 april 2023 als in zijn aanvullende beroepschrift van 1 mei 2023 alleen beroepsgronden heeft aangevoerd over het besluitonderdeel dat ziet op het bouwen van de dakkapel aan de achterzijde. [appellant] betoogde dat de gevraagde dakkapel leidt tot belemmering van de lichtinval op zijn zonnepanelen en dat de goothoogte aan de achterzijde hoger wordt dan de maximale goothoogte volgens het bestemmingsplan. De Afdeling oordeelt dat de omvang van het geschil na afloop van de beroepstermijn niet kan worden uitgebreid door het aanvechten van een nieuw besluitonderdeel, gelet op de goede procesorde en rechtszekerheid. Ook de in hoger beroep aangevoerde gronden over de nokverhoging moeten buiten beschouwing blijven, omdat het hoger beroep is gericht tegen de uitspraak van de rechtbank, die dit betoog terecht buiten beschouwing heeft gelaten.
Verder betoogt [appellant] dat de rechtbank heeft miskend dat de dakkapel in strijd is met het bestemmingsplan omdat de maximale goothoogte van 6,5 m wordt overschreden. Hij wijst erop dat met de dakkapel sprake is van een zo goed als geheel plat dak over de volle breedte van de woning, waardoor de goothoogte naar 7,7 m wijzigt. De Afdeling ziet, met de rechtbank, geen aanleiding voor het oordeel dat met de dakkapel de bestaande goothoogte aan de achterzijde van de woning verandert.
Tot slot betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte geen gewicht toekent aan zijn belangen. Hij vreest dat de afvoer van hemelwater van de dakkapel zal lopen via zijn dak, met als gevolg een risico op kortsluiting in zijn zonnepanelen en brand. Ook zullen zijn zonnepanelen door de dakkapel geen tot weinig zonlicht meer krijgen. De Afdeling overweegt dat artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo het toetsingskader is voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’. Het college moet uitsluitend beoordelen of zich één van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Het betoog dat de afvoer van hemelwater in strijd is met het Bouwbesluit 2012 is onvoldoende onderbouwd. Het gestelde verlies van rendement van de zonnepanelen door schaduw valt niet onder de weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Omdat zich geen weigeringsgronden voordoen, moest het college de gevraagde omgevingsvergunning verlenen.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is.

Zaak 2: Dakkapel in Huizen
In deze zaak woont [appellant] op het perceel [locatie 2] en heeft hij een verzoek om handhaving gedaan met betrekking tot een dakkapel aan de woning [locatie 1]. Het college heeft de dakkapel niet getoetst aan het bestemmingsplan en de Welstandsnota 2012.
Beoordeling door de rechtbank en de Afdeling
De rechtbank is gemotiveerd ingegaan op de gronden van [appellant] dat de dakkapel niet voldoet aan artikel 2, aanhef en vierde lid, onder e, van bijlage II van het Bor, en dat er sprake is van strijd met artikel 2.1, aanhef en eerste lid, onder b, g en h, en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wabo, alsmede met de Erfgoedverordening. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de bijbehorende overwegingen. Verder stelt de Afdeling dat [appellant] in hoger beroep heeft volstaan met de niet onderbouwde stelling dat de afstand van de zijkant van het dakvlak minder dan 0,5 m bedraagt.
[appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen voorafgaande toetsing aan het bestemmingsplan en de Welstandsnota 2012 hoeft plaats te vinden en heeft miskend dat de dakkapel hiermee in strijd is. De rechtbank is gemotiveerd ingegaan op de grond van [appellant] dat het college de dakkapel ten onrechte niet voorafgaand aan de bouw heeft getoetst aan het bestemmingsplan en de Welstandsnota, en dat sprake is van een welstandsexces.
[appellant] betoogt tevens dat de rechtbank heeft miskend dat voor het aan de realisering van de dakkapel voorafgaande slopen van een deel van het dak een omgevingsvergunning was vereist, dat deze sloop bovendien in strijd is met artikel 17 van de Erfgoedverordening gemeente Huizen 2011, en dat het college daartegen handhavend had moeten optreden. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de bijbehorende overwegingen.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is.
Zaak 3: Dakkapellen in Saendelft
In deze zaak heeft [wederpartij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van twee boven elkaar gelegen dakkapellen in het achterdakvlak van zijn woning. Het college heeft geweigerd de vergunning te verlenen, omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "Saendelft".
Beoordeling door de rechtbank en de voorzieningenrechter
De rechtbank heeft in een tussenuitspraak overwogen dat de omstandigheid dat in het bestemmingsplan alleen iets over dakkapellen in het voordakvlak en naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is geregeld, niet leidt tot de conclusie dat een dakkapel in het achterdakvlak verboden is. Het besluit op bezwaar was onvoldoende gemotiveerd. In de einduitspraak heeft de rechtbank geconcludeerd dat het college geen poging heeft ondernomen het geconstateerde gebrek te herstellen, en heeft de rechtbank zelf in de zaak voorzien, stellende dat de aanvraag voor inwilliging in aanmerking komt. Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.
Het college stelt zich op het standpunt dat het wel voldoende heeft gemotiveerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter ziet in wat het college in hoger beroep heeft aangevoerd geen aanleiding om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven. De uitleg die de rechtbank aan de planregels heeft gegeven acht de voorzieningenrechter niet op voorhand onjuist.
De voorzieningenrechter acht het wenselijk dat het college spoedig het besluit neemt, zoals opgedragen door de rechtbank. Een eventueel beroep tegen het besluit over de verlening van de omgevingsvergunning zal van rechtswege onderdeel zijn van dit geding.
De voorzieningenrechter heft de bij wijze van voorlopige voorziening uitgesproken schorsing van de uitspraak van de rechtbank op. De termijn die de rechtbank aan het college heeft gegeven om de omgevingsvergunning te verlenen is inmiddels verstreken.

Wanneer heb je een omgevingsvergunning nodig? | BrandMR
tags: #dakkapel #in #strijd #met #bestemmingsplan