Ik licht de verschillende technieken hieronder kort toe. Wil je in een doorsnede de isolatie aangeven met een arceerpatroon dan heb je de keuze uit de standaard meegeleverde patronen (pattern) die je kunt terugvinden in het commando HATCH. Daar zit niet direct iets bruikbaars tussen voor deze situatie. Het enige patroon dat iets met isolatie te maken heeft is INSUL, maar dat komt niet in de buurt van wat we hier voor zouden willen gebruiken. Als het met een standaard patroon niet lukt heb je nog de mogelijkheid gebruik te maken van een eigen definitie op basis van een bepaalde hart op hart afstand en hellingshoek. Door voor de h.o.h afstand gelijk te houden aan de laagdikte van de isolatie en voor de richting (angle) uit te gaan van 60 en -60 graden. Kun je het vlak voorzien van een zigzag arcering. Het is mogelijk een eigen patroon te definiëren en op te slaan als .pat-bestand. Een andere interessante en snelle oplossing is het gebruik van een zogenaamd complex lijntype. Je kunt als volgt te werk gaan. Het beste maak je een aparte laag aan en koppel je aan de laag het linetype "BATTING". Nu kun je op deze laag een line of polyline tekenen op het hart van de isolatie. Als het goed is zie je dan al een patroon verschijnen. De fijnheid van het patroon is van een aantal factoren afhankelijk. Zoals de current overall linetype scale van de tekening, de current annotative object scale, de current object scale en nog enkele andere systeemvariabelen. Wat mij betreft is de meest praktisch oplossing voor het tekenen van een zachte isolatie het gebruik van een Dynamisch Block. Wil je deze techniek gebruiken dan heb je dus een Dynamisch Block nodig welke je met het commando INSERT of tegenwoordig CLASSICINSERT in de tekening plaatst. Let Daarbij op dat je voor de Scale de isolatie dikte gebruikt. ▶ Reageer even in de comments. Bijvoorbeeld. Wil je meer weten over het maken en gebruiken van slimme Dynamic blocks binnen AutoCAD of AutoCAD LT weet dan dat wij daar geregeld een workshop over houden. Tot slot noemen we nog de mogelijkheid een aparte commando te schrijven voor het tekenen van een isolatiearcering. In dit onderstaande voorbeeld een oplossing voor het tekenen van een isolatie patroon zoals je dit wellicht toepast bij afschotdakplaten. Nadeel van LISP routine is dat het niet inzetbaar is in AutoCAD LT. Voordeel van LISP is de mogelijke een optimale oplossing te programmeren, tegen geringe kosten. In AutoCAD 2025 zijn enkele vernieuwingen opgenomen, zoals het kunnen arceren van een oppervlak of langs een lijn.
Wat is een arceerpatroon en hoe definieer je het?
Een arceerpatroon bestaat uit één of meerdere reeksen van lijnen met een gelijke spatiëring, variërend van een eenvoudig patroon met parallelle, ononderbroken lijnen tot en met patronen met punten, lijnen en polygonen. Een arceerpatroon is opgebouwd uit één of meerdere patroonlijnen. Elke patroonlijn is een lijn bestaande uit bovenvermelde reeks van lijnen, samengesteld door telkens aan de hand van delta-waarden in beide richtingen t.o.v. Een nieuw arceerpatroon definieer je in een totaal nieuw bestand.pat. Bestaande arceringen uit Acad.pat en acadiso.pat kun je terug vinden bij C:/Program Files/Autocad 200?/support. Wanneer je zelf een nieuw arceerpatroon aanmaakt moet autocad deze wel terug vinden.
Delta - x is de waarde die de verschuiving aangeeft in de richting van de patroonlijn t.o.v. Delta - y is de waarde die de ruimte aangeeft tussen de lijnen in de reeks, m.a.w. De afstanden zijn in mm. Onderaan de arceerpatroon definitie moet één blanco regel staan, m.a.w. AutoCAD 200? Heeft de nieuwe bestanden nodig om de tekening terug op op te starten, d.w.z.dat de tekening opstarten op een andere pc, waar de nieuwe bestanden niet op voorkomen, voor problemen kan zorgen. Je klik op de knop Hatch. Op het tabblad Quick stel je het type in op Custom. Dan staat er Custum pattern, daar klik je op de 3 puntjes (…) en dan ga je zien dat uw persoonlijk arceerpatroon beschikbaar is. Bij problemen kan het zijn dat de arcering er tussen staat maar niet werk, je krijgt dus een fout melding. Tuurlijk kan dit. Anders krijg je deze foutmelding bij het selecteren. Op het forum vind je nog arceer patronen geschreven door bezoekers van cadsite.be.
Technieken om isolatie te arceren
- Standaard patronen via HATCH (pattern) en eventueel INSUL, hoewel niet altijd passend.
- Eigen definitie met hart-op-hart afstand en hoek (60 en -60 graden) bij gelijkblijvende laagdikte.
- Complex lijntype op een aparte laag met linetype "BATTING" en tekenen van een lijn of polyline op het hart van de isolatie.
- Gebruik van Dynamisch Block via INSERT of CLASSICINSERT en scale op isolatiedikte.
- LISP-routines of aparte commando’s voor speciale arcering, met nadeel dat AutoCAD LT beperking kent.
De fijnheid van het patroon hangt af van factoren zoals de current overall linetype scale, de current annotative object scale, de current object scale en andere systeemvariabelen. In AutoCAD 2025 zijn vernieuwingen opgenomen zoals arceren langs een lijn of een oppervlak. Het Pick Point-methode blijft ook een alternatief.

Stel dat je iets wilt arceren zonder omtreklijn; begin met tekenen in Draw-optie binnen HATCH en bekijk het resultaat. Dynamo kan mogelijk worden toegepast in Civil 3D, of zelf leren programmeren voor plug-ins in .NET (C#) met Visual Studio. Een boeiend boek over plug-ins in het Engels kan hierbij helpen.
Creating custom Hatch with your Own Pattern Design in AutoCAD - Hatch with a Block
Praktische stappen en tips
- Maak een aparte laag aan voor isolatiearcering en koppel het juiste linetype of patroon.
- Overweeg een eigen .pat-bestand en voeg het zoekpad toe zodat AutoCAD het patroon kan vinden.
- Droge test: teken een gesloten vlak en controleer de herhaling van het patroon, begin bij 0,0 voor de eerste patroonherhaling.
- Houd rekening met schaal: hatch pattern scale, MEASUREMENT-systeemvariabele (imperial vs. iso-mm).
- Voor ISO-schaal kan dezelfde patroonweergave anders lijken bij hatch ansi31 scale 1 vs. 25.4; calibreren dus!
Installeren en gebruiken van patronen
AutoCAD levert standaard patronen via acad.pat en acadiso.pat. Als je niet tevreden bent met het aanbod, kun je arceerpatronen voor AutoCAD (en LT) uitwisselen via forums of workshops. Het bestand rdm-arceerpatronen.zip kan gebruikt worden voor aanvullende patronen, met aanpassingen in het Toolpalette en arceerpatronen importeren via de Rechter Muisknop (R.M.K.).