Al jaren voert de overheid een actief beleid om de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren. In haar boek De mythe van het glazen plafond schrijft Elsevier-journaliste Marike Stellinga dat de overheid zich daarmee op glad ijs begeeft: uit een scherpe analyse van de beschikbare feiten blijkt dat vrouwen helemaal niet gediscrimineerd worden. Er is dus helemaal geen grond meer voor positieve discriminatie, vindt Stellinga.
Marike Stellinga verzet zich met feiten en cijfers tegen clichés over de werkende vrouw. Kern van haar gloedvolle betoog: Nederlandse vrouwen kunnen bereiken wat ze willen. De kinderopvang is niet te duur, vaders zijn geen luie varkens en het old boys network is zo macho niet.
Maar waarom zijn er dan zo weinig topvrouwen? Omdat Nederlandse vrouwen niet naar de top wíllen, blijkt uit stapels onderzoeken, ze zijn tevreden met hun deeltijdbaan. Toch proberen politici van links tot rechts steeds feller meer topvrouwen af te dwingen - met quota, hoge oppassubsidies, langer vaderschapsverlof en onterechte kritiek op mannen.
Maar wie wil dat vrouwen vaker carrière maken, rest na het lezen van dit boek maar één ding: de Nederlandse vrouw aanspreken op haar gebrek aan ambitie. Wie daar geen zin in heeft, moet accepteren dat Nederlandse vrouwen in vrijheid kiezen voor een plaats op de laagste trede van de carrièreladder en daar domweg gelukkig zijn.
Hoewel vrouwen gemiddeld genomen hoger zijn opgeleid, neemt het aantal vrouwelijke hoogleraren en topvrouwen in het bedrijfsleven maar heel langzaam toe. De barrières bestaan uit seksediscriminatie, het old boys network in bedrijven, een gebrekkig meewerkend thuisfront en culturele blokkades om full time te werken. In het boek De Mythe van het glazen plafond veegt Marike Stellinga de vloer aan met deze denkbeelden. Kern van haar betoog is dat Nederlandse vrouwen best carrière kùnnen maken, maar het domweg niet wìllen.
Maar Stellinga gaat nog een stap verder. Ze noemt feministen “seksisten met een bemoeizuchtige inslag” die denken dat alleen carrièrevrouwen echt bevrijd zijn. Marike Stellinga is econoom en journalist voor Elsevier. Dwarse Boeken is een reeks debatbijeenkomsten van debatcentrum DwarsDiep. Naar aanleiding van recente boekpublicaties zet DwarsDiep minstens vier keer per jaar een discussiebijeenkomst op touw waarin de schrijver wordt geconfronteerd met critici en een kritisch publiek. Dwarse boeken is een coproductie met de Bibliotheek Groningen.
Er zijn te weinig vrouwen aan de top, althans dat vinden vrouwen zelf. Vandaar dat topvrouwen in een manifest van de overheid eisen dat ze meer vrouwelijke collega’s krijgen. “Onzin, vrouwen willen gewoon geen topfunctie,” betoogt Marike Stellinga in haar boek De mythe van het glazen plafond. “Elke keer als ik zo’n column zie, vrees ik dat een feminist met gefundeerde kritiek gaten in mijn redenering gaat schieten. “Dat is zo buiten alle proporties. Er zit geen vrouwelijke Nelson Mandela al dertig jaar lang vast op een eiland. “Ik was blij! Ieder weldenkend mens ziet toch dat je die twee dingen niet met elkaar kunt vergelijken?
“Dat is wat Etty ook zegt: als er eenmaal veel vrouwen aan de top zijn, komt het goed. Ik vind dat fundamenteel een onjuiste gedachte. Je gaat dan jouw norm opleggen aan de samenleving zonder dat je je terdege afvraagt of dat iets is wat de vrije samenleving wil. De groep vrouwen die de top wil bereiken is heel klein in Nederland. Logischerwijs niet boven de 25 procent omdat een kwart van de vrouwen voltijd werkt. Waarschijnlijk is die groep nog veel kleiner.”
“Deze vrouwen denken volgens mij dat mannen gemakkelijk de top bereiken via borrels en golfbanen. Zo gaat dat natuurlijk niet. Voor mannen is het ook niet eenvoudig om de top te bereiken. De groep vrouwen die bereid is dat gevecht te leveren is veel kleiner dan bij mannen.”
“Het is heel raar, maar feministen pleiten nooit voor een quotum voor vrouwen op de vuilniswagen. Al het smerige en gevaarlijke werk in onze samenleving wordt bijna exclusief door mannen gedaan. Voordat je een quotum gaat instellen, moet je bewijzen of de situatie niet het gevolg is van vrije keuze.”
Ik zat laatst bij een discussie bij de Publieke Omroepen met het thema waarom er zo weinig allochtonen in de journalistiek werken. Je kunt natuurlijk zeggen dat dat groot onrecht en discriminatie is, maar wat bleek: bij allochtonen staat het vak journalist heel laag aangeschreven. Die willen dus gewoon niet net zoals veel vrouwen niet naar de top willen.”
We hebben een gevoel over hoe het met de economie gaat. En dan is er de statistische werkelijkheid. Het verschil tussen die twee is een puzzel die vaak tot discussies leidt. Deze week nog. Het vertrouwen van Nederlanders in hun financiële situatie is matig, terwijl velen van hen volgens de hoofdeconoom van het CBS aardig wat spaargeld hebben. En de lonen en de koopkracht voor velen stegen. Dat kan komen door de zogeheten sticker shock: steeds weer schrikken van de prijzen in de supermarkt. De Amerikanen leken daar voor de presidentsverkiezingen ook last van te hebben. De hoge prijzen gaven mensen steeds het gevoel armer te zijn geworden, al waren de lonen inmiddels óók gestegen en was de koopkracht dus grotendeels hersteld.
Begrijpelijk gevoel, vond ik. Ook omdat minder Amerikanen in staat waren een huis te kopen: de huizenprijzen én de rente op hypotheken waren gestegen. Statistiek gaat bovendien vaak over gemiddelden; een deel gaat het minder goed. Toch is een sentiment soms ook precies dat: een sentiment. Direct na de verkiezing van Donald Trump zei een groep Amerikanen plots zich wèl beter af te voelen dan vijf jaar eerder. Zo snel verandert de economie natuurlijk niet. Dat gevoel gaat meer over politieke voorkeur dan over de economische werkelijkheid.
Een intrigerende puzzel die mij al jaren bezighoudt, is ongelijkheid. Lees verder in mijn column in NRC. 'Mannen hebben het veel moeilijker in het leven dan vrouwen. De overwerkte moeder bestaat niet. En als vrouwen minder verdienen dan mannen, dan is dat niet meer dan terecht.'
De Nederlandse econome Marike Stellinga trekt in haar boek 'De mythe van het glazen plafond' in de aanval tegen het feminisme. Marike Stellinga (37) is redactrice bij het Nederlandse weekblad Elsevier en noemt zichzelf antifeministe. 'Feministen koesteren een wonderlijke minachting voor vrouwen. Ze beweren te vechten voor hun vrijheid, maar ze gunnen de vrouwen niet de vrijheid om hun leven in te richten zoals ze het zelf willen. Het feminisme is heel erg tegen de man en tegen het moederschap. Vrouwen moéten carrière maken. Vrouwen die graag moederen moeten volgens feministen bevrijd worden uit hun onderdrukte positie. De vrouw is volgens feministen het slachtoffer van alles en nog wat. Ik heb een hekel aan die slachtofferhouding. Ik ben geen onderdrukt en hulpeloos wezen. Ik kan voor mezelf beslissen.
Stellinga wil in haar boek de stokpaardjes van het feminisme onderuithalen. 'Als ik lees dat vrouwen minder verdienen dan mannen, dan wil ik weten hoe dat komt. En wat blijkt? De loonkloof heeft niks te maken met discriminatie, maar is een gevolg van allerlei factoren zoals leeftijd, opleiding, aantal dienstjaren. Hoewel vrouwen slechts zelden doorstoten naar de absolute top van het bedrijfsleven, betwist Stellinga dat vrouwen minder kansen krijgen dan mannen. 'Het glazen plafond, de onzichtbare barrière die vrouwen tegenhoudt op weg naar de top, bestaat helemaal niet. Nederlandse en Belgische vrouwen krijgen evenveel kansen om carrière te maken als mannen, maar vrouwen grijpen die kansen veel minder. Van de mannen zegt ongeveer de helft dat ze naar de top willen. Bij de vrouwen is dat slechts 20 procent. Vrouwen zijn gewoon niet zo ambitieus. 85 procent van de werkende vrouwen heeft een deeltijdbaan. Ook in België werken veel vrouwen deeltijds. Zij zijn gelukkig met hun deeltijdbaan.
Niet alleen het glazen plafond is een mythe, ook de overwerkte moeder bestaat volgens Stellinga niet. 'Feministen hebben het over ploetermoeders, die last hebben van combinatiestress, die in een spitsuurgezin leven en thuis aan de keukentafel de onderhandelingen met hun mannen verliezen. En op hun werk komen ze alleen maar macho's tegen die hen discrimineren. Hou toch op! Sommige moeders én vaders hebben het moeilijk om hun werk en hun gezin te combineren. Dat betwist ik niet. Maar de gemiddelde werkende moeder heeft een werkweek van drie à vier dagen. En omdat het huishouden geautomatiseerd is, hebben die vrouwen veel vrije tijd.
Ga op een doordeweekse dag maar eens in de stad kijken. Het centrum loopt vol vrouwen die heerlijk aan het shoppen zijn of koffie zitten te drinken. Stellinga heeft zich met haar boek de woede van de feministen op de hals gehaald. 'Kristien Hemmerechts hield het during het debat in Phara tenminste nog hoffelijk. Ze noemde mij naïef. Tja, als je de argumenten niet kan aanvallen, dan val je de persoon aan. Hemmerechts had er ook geen probleem mee dat mannen gediscrimineerd zouden worden ten voordele van vrouwen omdat mannen eeuwenlang hebben kunnen genieten van privileges. Ik was geschokt.
