Mensen die mij Heer noemen, komen niet vanzelf in Gods nieuwe wereld. Ik zal terugkomen om recht te spreken. Dan zullen veel mensen tegen mij zeggen: ‘Heer, bij alles wat we deden, hebben we uw naam genoemd. Maar dan zal ik tegen die mensen zeggen: ‘Ik ken jullie niet. Jullie hebben steeds weer dingen gedaan die God niet wil.’ Luister naar mijn woorden en doe wat ik vraag. Dan lijk je op een verstandige man, die zijn huis bouwt op stevige grond. Op een dag gaat het hard regenen en waaien. De rivieren stromen over, en de wind en het water slaan tegen het huis. Maar stel dat je wel naar mij luistert, maar niet doet wat ik vraag. Dan lijk je op een domme man, die zijn huis bouwt op zachte grond. Op een dag gaat het hard regenen en waaien. De rivieren stromen over, en de wind en het water slaan tegen het huis. Dat is wat Jezus tegen de mensen zei.
Zijn woorden maakten diepe indruk. De mensen dachten: Hij spreekt als iemand met macht! (C. Volgens het toenmalig joods gebruik gebruikt Matteüs uit eerbied voor God ‘Rijk der hemelen’ wanneer hij ‘rijk van God’ bedoelt. Matteüs schreef zijn evangelie voor christenen in Palestina, mensen die vroeger jood waren. Zij verstonden deze uitdrukking en wisten dat er ‘koninkrijk van God’ mee bedoeld werd, een ‘rijk’ dat gerealiseerd wordt, wanneer mensen naar het woord van God leven, handelen en spreken. Een Rijk dat niets te maken heeft met het materiële noch succes, of werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen.
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt. Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen God ook als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, kinderen van God. Profeteren in de bijbel is: spreken in naam van God. Toen Jezus leefde, woonden de meeste mensen in eenvoudige huizen die bestonden uit één grote ruimte voor het hele gezin. De muren waren van gedroogde aarde. Jezus zegt dat het niet volstaat om de juiste leer te verkondigen en ‘Heer, Heer’ te roepen. Die leer moet ook in praktijk gebracht worden. Wat christenen geloven en zeggen moet ook blijken uit hun manier van leven.
Een van de Bijbelse beelden voor God is dat van de rots. Niet omdat Hij hard is, maar trouw: een betrouwbaar fundament. Als een mens daarop ingaat, zijn kant van het verbond nakomt, bouwt hij zijn huis op een betrouwbaar fundament. Zijn leven is stormbestendig. Het valt niet als een kaartenhuis in elkaar. Dit huisje staat in de rivier de Drina in Servië bovenop een rots.

- N. BUTTERWORTH en M. ‘Dit is een verhaal dat Jezus verteld heeft. die ze zelf maken. Neem een groot bord of een wok, en maak er een 'heuveltje zand' in. Plaats zelf enkele huisjes voorzichtig op het heuveltje. De betekenis van dit verhaal zoals Jezus het bedoeld heeft, is pas haalbaar als kinderen ongeveer 10 jaar oud zijn. Voor kleine kinderen volstaat het dat ze weten dat een huis maar kan blijven staan als het een stevige ondergrond heeft. (Naomi, 2007, nr 5, p. Nee maar! Geïnspireerd op: N. BUTTERWORH en M. Want Jezus gebruikt hier a.h.w. Giet er nadien voorzichtig een glas water op uit.
Wie bouwt op een rots? (Naar: M.W. FRANKE en B. Er zit een man in de grijpwagen, een andere man staat er bij. 'Wat doen jullie?' vraagt Suzan. 'In de grond?' vraagt Koert. Koert en Suzan blijven nog even kijken. 'Weet je wat?' zegt Suzan, 'wij gaan ook een huis bouwen. 'We moeten planken hebben,' zegt Suzan. Ze gaan naar de schuur. Suzan haalt haar timmerdoos. Ze timmeren een mooi hok. O, wat is dat zwaar! 'Ons huis is klaar!' roept Suzan. 's Nachts regent het heel hard. Koert en Suzan liggen een hele tijd wakker. Nu is het onweer over. 'Toch wel,' zegt Suzan, 'we gaan in ons huis spelen. Koert klautert uit zijn stapelbed. Suzan trekt het gordijn open. 'Koert!' roept ze, 'kijk eens! 'Wat staan jullie daar?' horen ze. Een week later staat er een andere auto aan de overkant. Deze heeft een rond ding dat draait. De auto spuugt het grijze spul in het gat dat de grijpauto heeft gegraven. 'Wat doen jullie nou?' vraagt Koert. 'Als het stormt,' zegt Koert. 'Ja,' knikt de man. 'Waar wonen jullie dan?' vraagt de man. 'Is jullie huis ingestort? 'Wat jammer,' zegt de man. Een dwaas man bouwde zijn huis op het zand.
Geef de jongeren de kaartjes (bv. een reeks kaartjes per vier). Op de eerste helft staat een deel van een woord. Nl. - Wat kun je bv. - Welke woorden van Jezus vind je de moeite om in je leven te doen? Vraag de jongeren om de tijdschriften / kranten door te nemen om zo op het spoor te komen van wat mensen belangrijk vinden in hun leven. Daarna overlopen ze al these 'waarden' en vullen ze ze aan met wat ze zelf in hun leven belangrijk vinden. Daarna wordt op elk van de twee 'woordcollages' een huisje getekend. De jongeren proberen zich in te leven in de 'waarden' die Jezus belangrijk vindt. Het zou dus best kunnen dat zij persoonlijk andere waarden hebben dan Jezus.
Wat hebben we genoten van de bergrede! In een lange prekenserie is deze toespraak van Jezus tekst voor tekst langs gekomen. Keer op keer kreeg ik van u als gemeente te horen: wat een fijne preek was het vandaag, helder, duidelijk, radicaal. Een aantal uitspraken van Jezus zijn zelfs zó raak dat ze het in het Nederlands tot spreekwoorden en gezegden hebben geschopt: ‘Heb uw vijanden lief’, ‘Oordeel niet opdat gij niet geoordeeld wordt’, ‘Werp geen parelen voor de zwijnen’, ‘Zoekt en gij zult vinden’.
Toch is dit tegelijkertijd ook het probleem van de Bergrede. Ik sprak eens iemand die me vertelde: ‘Ik ben in mijn jeugd christelijk opgevoed, maar dat was zo eng, zo strak allemaal, daar heb ik afscheid van genomen. Met de God van het Oude Testament, met al die regels en wetten, die oorlogen enzo, daar heb ik niets meer mee. Maar de Jezus van de Bergrede, van liefde voor elkaar, ja, daardoor wordt ik nog steeds geïnspireerd.’
En dat geluid hoor je wijder in onze samenleving. De EO maakte dit jaar het programma Adieu God? Met Tijs van de Brink die bij BN’ers langs gaat die afscheid genomen hebben van het geloof of de kerk. Bij elk bezoek heeft hij een beeld van Jezus bij zich, en stelt de standaardvraag wat de geïnterviewde met Hem heeft. Allen geven aan Jezus hoog te hebben staan. Wat zou u daarop antwoorden?
Fijn, natuurlijk dat iemand een positief beeld van Jezus heeft, maar merkt u dat er dan iets mis gaat? Twee dingen: In de eerste plaats maak je je eigen keuzes uit de Bergrede. Ik hoor die BN’ers er namelijk nooit over dat ze Jezus’ verbod op echtscheiding zo mooi vinden of over die brede weg die naar de verdoemenis leidt. En dat staat er toch ook echt in… In de tweede plaats, en dat is de kern: Door Jezus’ onderwijs als ‘inspirerend’ te zien, houd je het in feite op afstand van je eigen leven. Houd je Jezus zelf ook op afstand: Ik kan net zo goed wijsheid van Boeddha op doen of van mijn buurman. Dat geldt net zo goed voor ons als wij zeggen: Jezus kan het mooi zeggen, maar het is wel móeilijk wat Hij vraagt hoor. Liefde voor je vijand, niet naar andermans vrouw kijken, volmaakt zijn zoals de Vader in de hemel volmaakt is, geen zorgen maken voor de dag van morgen. Dat haal ik nooit, zo goed, heilig en liefdevol leven!
Maar gelukkig worden wij niet omwille van onze goede werken zalig, en is er vergeving. Ook dan houden wij Jezus’ Bergrede op afstand. Wij zijn hier, de Bergrede is hier, en die afstand is per definitie al zo groot dat het in feite gekkenwerk om er aan te beginnen. De Bergrede is dus prachtig. Daar is weinig discussie over mogelijk. Tenminste, ik hoop dat u het ook zo heeft gezien, bent gaan zien. En als de Bergrede toch nog onbekend is, dat je Mattheus 5-7 er nog eens op na leest en het gáát zien: stuk voor stuk gouden woorden.
Maar let op! Als onze reactie is dat wij straks naar de koffie gaan en zeggen: ‘Wat kon Jezus het prachtig zeggen! Jezus maakt aan de einde van de Bergrede een tegenstelling tussen een verstandig/wijs mens en een dwaas mens. Vers 24: ‘ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man’; vers 26: ‘ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden’. Met ‘deze woorden’ bedoelt Jezus alles wat Hij gezegd heeft in het voorgaande, dat wij de Bergrede noemen. Die verstandige én die dwaze man hebben allebei de woorden van Jezus gehoord, daarin zit geen verschil. Het verschil zit hem in het ‘doen’ en het ‘niet doen’.
Jezus wil dus niet dat we naar Hem luisteren en Zijn woorden prachtig en inspirerend vinden… en vervolgens over gaan tot de orde van de dag. Misschien valt u op dat de rots, het fundament, waarover Jezus het heeft, niet Jezus zelf is, zoals in het kinderliedje: ‘Bouw je levenshuis op Jezus de Heer’. Elders in de Bijbel vinden we dat beeld wel. Dat wij als levende stenen gebouwd worden op het fundament Jezus Christus. Zo zegt Paulus het ergens als hij het heeft over de kerk. En in het Oude Testament, vooral in de psalmen, wordt inderdaad de HEERE bezongen als een vaste burcht, een steenrots, waar je kunt schuilen en veilig bent. Op het eerste gezicht zou je dat hier ook achter lezen: Je hebt de Bergrede begrepen als je gelooft in Jezus, dan is je leven zeker en veilig in Zijn hand. Zo horen wij het ook graag, want wij verlangen naar die geborgenheid. En die is ook zeker bij Hem te vinden. Maar we mogen dat hier niet zomaar inlezen. We moeten echt proberen om goed te lezen en dan zegt Jezus hier toch echt iets anders, hier ligt een andere nadruk. Hier gaat het niet om geloof, om je toevlucht zoeken tot God, maar om gehoorzaamheid. Jezus wil dat wij Zijn prachtige woorden dóen, in de praktijk brengen. Alleen dán ben je wijs, alleen dán staat je huis op de rots. De rots staat symbool voor de Bergrede zelf. Dat is dan behoorlijk heftig wat Jezus zegt.

Soms klinkt het evangelie ons in de oren als: ‘Wat voor een puinhoop je ook van je leven maakt, door fouten en zonden, woorden, daden en gedachten, bij God is gelukkig vergeving! Maak je dus geen zorgen, het komt goed. Jezus is immers voor onze zonden gestorven, de hemelpoort staat voor ons open.’ Maar Jezus’ slotakkoord van de Bergrede is véél scherper dan dat. Zo goedkoop is Gods genade ook weer niet! Alleen het huis van de verstandige man blijft staan, van de man die Jezus woorden hoort én doet. Leg dat maar eens naast uw eigen leven. Zou u uzelf dan wijs of dwaas noemen?
Ziet u, u kunt Jezus woorden niet op afstand houden zoals BN’ers doen die ‘de Jezus van de Bergrede’ wel inspirerend vinden, maar ondertussen zélf bepalen hoe ze leven. Of zoals uiterst gelovige mensen, die zichzelf zo klein, zondig of eenvoudig vinden dat ze tot weinig of geen goeds in staat zijn en daarom het hoge ideaal van de Bergrede maar laten voor wat het is. Wat een puinhoop wij ook van ons leven maken of gemaakt hebben, Jezus vraagt van u maar één ding en dat is gehoorzaamheid. Er staat namelijk nogal wat op het spel. Blijft je huis staan of niet. Dat is het verschil: vers 25 ‘en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.’ Zo gaat het bij de verstandige, die Jezus’ Bergrede hoort en doet. Maar bij de ander lezen we vers 27: ‘en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.’
De kracht van water en woede van stormen roepen beelden op van de zondvloed. De zondvloed staat symbool voor het Laatste Oordeel van God. Doel is redding door de woorden van Jezus. Een huis op de rots blijft staan; een leven in navolging van Jezus is een leven dat het oordeel kan doorstaan. De bergrede biedt dus geen vrijblijvend advies, maar een uitnodiging tot gehoorzaamheid en richting naar zaligheid.
De reactie van de menigte die deze preek van Jezus heeft gehoord, lijkt zo bezien best apart. Ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden. De autoriteit van Jezus ligt in Zijn eigen gezag; Hij spreekt niet namens iemand anders maar zegt: “Ik zeg het.” Dit maakt duidelijk dat Jezus meer is dan een profeet.
Keer op keer begrijpen de luisteraars dat de Bergrede een eenheid vormt: één fundament, één weg, één uitnodiging tot leven in overeenstemming met Gods koninkrijk. De boodschap eindigt met een oproep tot volharding in gehoorzaamheid en vertrouwt op de belofte van redding voor wie werkelijk luistert en doet.
Uit de Bergrede blijkt dat het christelijk leven niet gaat om een gloedvol verhaal of inspirerende uitspraken alleen, maar om een concrete volgorde: luister, doe, leef volgens Gods Koninkrijk, beginnend met dagelijks gebed en leiding door de heilige Geest. En als je dat wilt, begin elke dag opnieuw met toewijding en zoek naar groei in kennis, liefde, geloof en hoop.
- Luisteren naar de woorden van Jezus als fundament van het leven.
- Doen wat Hij vraagt, niet alleen luisteren uit bewondering.
- Leven volgens het Koninkrijk van God: zaaien van liefde, gerechtigheid en vrede.
- Blijven groeien in geloof en hoop door dagelijkse gebed en leiding van de Geest.