De Vries Robbé en Co: geschiedenis, schenkingen en erfgoed van een Gorinchemse staalreus

Grondlegger van het bedrijf is Willem de Vries Robbé (1854-1923). Hij kocht in 1881 een noodlijdende ijzergieterij en smederij aan de Arkelsedijk. Overigens kwam hij zelf niet uit Gorinchem. Na zijn opleiding aan de Twentsche Industrie- en Handelsschool trad hij in dienst bij het Twentse bedrijf Stork. Niet verwonderlijk want Willems vader, hoofdingenieur bij het ‘Stoomwezen’, had goede banden met de familie Stork.

Aanvankelijk trad Willem vooral op als agent van Stork en beperkten de werkzaamheden zich tot wat reparatie- en installatiewerk. Die beginjaren waren beslist geen succes. Het werk werd uitgevoerd in een aantal houten gebouwtjes en het terrein aan de Linge had regelmatig te kampen met wateroverlast. Dankzij de blijvende steun van Stork braken na 1895 betere tijden aan. Bij een bezoek aan de wereldtentoonstelling in de VS werden ideeën opgedaan om de bedrijfsvoering en het productieproces te verbeteren. Een goed voorbeeld hoe dat werkte, lieten de fabrieken van Henry Ford zien. Een kenmerkend onderdeel was de introductie van ‘de lopende band’.

Een baan bij de IJzerfabriek gaf zekerheid. Vaders werkten er samen met hun zonen en velen hadden in hun hele loopbaan maar één werkgever: de VR. Willem de Vries Robbé kwam uit een technisch, maar ook heel sociaal milieu. Als toezichthouder bij het Stoomwezen bezocht zijn vader veel fabrieken, zag daar de misstanden en rapporteerde die aan de verantwoordelijke minister. Zijn bijdrage leidde uiteindelijk tot het Kinderwetje van Van Houten (1874), dat arbeid door kinderen jonger dan twaalf jaar in fabrieken en werkplaatsen verbood.

Ook Willem en de generaties na hem voelden zich verantwoordelijk voor het welzijn van hun werknemers. Zelfs voordat de staat zich met dergelijke zaken ging bemoeien nam hij al in 1882 het initiatief voor een ziekenfonds. Onderwijs had ook de aandacht: hij zat in het bestuur van de ambachtsschool in Gorinchem, en een nieuwe ambachtsschool, heel passend gelegen aan de Willem de Vries Robbéweg, werd (mede) gebouwd door zijn firma. Ver voor het landelijk verplicht werd, richtte het bedrijf een pensioenfonds op. De VR nam het initiatief om arbeiders beter te huisvesten: het schortte nogal aan hygiëne op dat gebied. Dat leidde tot de Vereniging Volkshuisvesting, die een groot aantal arbeiderswoningen bouwde, onder andere in de Lingewijk, handig gelegen net tegenover de poort van de fabriek.

Om de afstand tussen leidinggevenden en de werkvloer te verkleinen en te verbeteren werd in 1907 een personeelsvereniging opgericht. Een vertegenwoordiging daarvan die later de naam ‘de Kern’ kreeg, was de schakel tussen werknemers en directie. Je zou het nu een ondernemingsraad noemen. De personeelsvereniging kreeg de beschikking over een eigen verenigingsgebouw midden in de stad. Het werd het centrum van ontspanning. Een baan bij de IJzerfabriek gaf zekerheid. Vaders werkten er samen met hun zonen en velen hadden in hun hele loopbaan maar één werkgever: de VR. Naast werk kon je bij de ijzerfabriek voetballen, kegelen, tafeltennissen, bij de fanfare of de toneelclub. Daarbij bood De Vries Robbé haar werknemers de gelegenheid gebruik te maken van vakantiehuisjes op verschillende plaatsen in Nederland. Het personeelsblad was een goed communicatiemiddel; uiteraard voor mededelingen maar droeg ook bij aan de saamhorigheid. Zo bleven werknemers op de hoogte van alle werken waar ze hun steentjes aan bijdroegen.

Het is maar een kleine opsomming van initiatieven die de ondernemersfamilie nam voor het welzijn van het personeel. Elke onderneming kent magere en vette jaren. De eerste helft van de 20ste eeuw werd getekend door de Eerste en Tweede Wereldoorlog en in de periode daartussen een beurscrash en daaropvolgende economische recessie. Het lukte de leiding van de VR het bedrijf door de moeilijke periodes heen te loodsen. Na het overlijden van founding father Willem de Vries Robbé in 1923, had zijnzoon A.A.C. de Vries Robbe de directeurspositie gekregen en na hem vanaf 1941 C.T. de Vries Robbé. Vooral de bezettingstijd was zwaar, maar de leiding van het bedrijf keek vooruit en pionierde op het gebied van mechanisering, research en innovatie.

Vanaf het begin volgde het bedrijf de ontwikkelingen op technisch gebied: na stoom kwamen diesel en elektriciteit, klinken werd lassen. Stalen skeletconstructies bleken veel voordelen te hebben t.o.v. andere bouwmethodes en daar ging de firma zich op toeleggen. Naast de skeletbouw was de VR radiatoren, stalen ramen en deuren gaan produceren en voor de dakafwerking betonplaten. Zo leverde het concern met ook nog een afdeling gevelafwerking een totaalproduct, waar ontwerp, fabricage en assemblage samengingen met de moderne technieken en materialen van die tijd. Om de productiecapaciteit te kunnen vergroten vond in de jaren dertig een stevige herinrichting plaats van het fabrieksterrein aan de Arkelsedijk (Fabriek I). Net daarvoor was het nieuwe kantoor aan de De Vries Robbéweg opgeleverd. Op dat moment het grootste kantoorgebouw in Gorinchem met voor die tijd supermoderne elektrische verlichting, een automatische telefooncentrale en centrale verwarming.

In dezelfde periode was al een stap gezet naar een nieuw opgespoten bedrijfsterrein aan de Spijksedijk (Fabriek II), aan de overkant van de Linge, waar onder andere enkele constructiewerkplaatsen en de betonafdeling naar toe verhuisden. Als er geen plek voor uitbreiding bij Fabriek I of II beschikbaar was, werd daarbuiten ruimte gezocht. Een radiatorenfabriek verrees in de Lingewijk, de betonpoot werd een aparte N.V. in Arkel onder de naam ‘Betondak’. De wederopbouw had het concern bergen werk bezorgd. In 1956, bij de uitbundige viering van het 75-jarig jubileum, was De Vries Robbé onbetwist het grootste bedrijf in zijn soort in ons land. Tal van hun werken bepaalden en bepalen ook nu nog het stads- en landschapsbeeld in Nederland: gashouders, (spoor)bruggen, hoogspanningsmasten en iconische gebouwen als het voormalige KLM-hoofdkantoor in Den Haag, de Rijksverzekeringsbank in Amsterdam, hangars op Schiphol, de Gerbrandyzendmast in Lopik, het Erasmusziekenhuis in Rotterdam, kantoren van het Philipsconcern, mammoetopslagtanks voor Shell in de Europoort enz. enz.

Eind jaren zestig begon de groei merkbaar te stagneren. Was het bedrijf een ingeslapen familievennootschap geworden, die teerde op oude glorie? Het speelde mee dat de staalwereld in een diepe crisis verkeerde en De Vries Robbé was niet de enige die in die tijd het onderspit delfde. De familie trok zich na bijna negentig jaar terug en verkocht het bedrijf in 1969 aan Billiton, dat zelf na een jaar weer opging in Shell. De oliemultinational had weinig belangstelling voor de staalpoot en zo kwam Gorinchems trots in 1972 in handen van het Nederhorstconcern. De VR maakte echter geen winst, zoals Nederhorst had verwacht, maar leed forse verliezen die eind 1975 waren opgelopen tot 65 miljoen gulden. In 1975 diende Nederhorst een aanvraag in voor surséance van betaling. Bezorgd Gorinchem ging massaal de straat op. Vanaf de Willem de Vries Robbéweg trok een lange stoet van naar schatting 3000 mensen naar de binnenstad. De demonstranten eisten behoud van werkgelegenheid en droegen spandoeken met zich mee als ‘Den Haag, denk om onze magen’ en ‘Nederhorst dood, Gorkum in nood’.

Jan de Graaff was een van de velen die in de loop der jaren de vanzelfsprekende route van de ‘ambachtsschool’ in de Lingewijk naar De Vries Robbé insloegen. Begon in 1953 op zijn twaalfde aan de opleiding aan de bedrijfsschool van de VR. Haalde daar het diploma B-metal en was daarmee fijnbankwerker. “Ik was het liefst met mijn handen bezig.” Kort daarna kwam hij voor de theoretische vorming op de tekenkamer terecht. “De tekenkamer was belangrijk in die tijd, maar op den duur beklemde het werk me verschrikkelijk.” Hij was dolblij toen hij op 26-jarige leeftijd de kans kreeg over te stappen naar het montagebedrijf, dat overal in het land opereerde. Dat De Vries Robbé in 1972 in handen van Nederhorst overging, ervaarde ook hij “als een schok”. Van 1974 tot 1976 was de Graaff montageleider bij de bouw van tanks op de Maasvlakte, een gigantische klus.

“Je was daar praktisch dagelijks aan het werk en maakte lange dagen. Heel veel van die roerige periode is langs me heengegaan. De onaantastbare fabriek, Gorinchems trots en zekerheid failliet... De onaantastbare fabriek, Gorinchems trots en zekerheid failliet...” De Vries Robbé laat een gigantische collectie objecten na, verspreid over heel ons land. Een deel van die objecten staat wellicht al op de industrieel erfgoedlijst, of zou er op moeten staan. Maar hoe is het nu met de plekken waar al deze objecten zijn bedacht, getekend en geproduceerd? Na het faillissement werden de bedrijfsterreinen jarenlang aan hun lot overgelaten. Toen in 1996 het unieke ontvangstkantoor (genaamd de Rotonde) van de VR moest wijken voor een nieuwe brandweerkazerne, redde een burgerinitiatief van Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé het van de sloophamer. Sindsdien is het een Rijksmonument en staat samen het Schaftlokaal aan de Spijksedijk, vlak bij de historische Vesting. In 2003 werd het hoofdkantoor van de VR afgebroken om plaats te maken voor een politiebureau. In 2004 werden de restanten van Fabriek II aan de Spijksedijk gesloopt om ruimte te maken voor de woonboulevard ‘De Spijkse Poort’ en in 2006 viel het doek voor radiatorenfabriek.

Het bedrijfsterrein van Fabriek I, de locatie waar het in 1881 allemaal begon, is echter een ander verhaal. Nadat de gebouwen op het terrein hun oorspronkelijke functie verloren hadden zijn ze, vermoedelijk omwille van de wind- en waterdichtheid, gedeeltelijk van golfplaten voorzien. Maar hoe lang nog? Het gebied wordt ontwikkeld. In november 2024 is het bestemmingsplan Arkelsedijk eensgezind door de gemeenteraad van Gorinchem vastgesteld en daarmee is de weg vrij voor de bouw van 500 nieuwe woningen precies op de plek aan de Linge van Fabriek I. Volgens de projectontwikkelaar komen hier ‘wonen, werken en recreëren samen tot een bruisend gebied’ en ‘maken loodsen plaats (lees: worden gesloopt) voor een ensemble van woongebouwen en voorzieningen die in volume, vormtaal en materiaalgebruik zullen herinneren aan de geschiedenis van de plek. De rationele en transparante fabrieksbebouwing en de innovatieve bedrijvigheid zijn de inspiratiebron.’ Een enkele loods een deel van het transformatorhuis en indien mogelijk onderdelen van de constructie uit één van de oudste loodsen worden hergebruikt in de openbare ruimte.

Plattegrond en tentoonstelling herinnering aan Fabriek I aan de Arkelsedijk en Lingewereld.

Video over het verplaatsen van gebouw ‘de Rotonde’ naar huidige locatie.

Gedenkboek De Vries Robbé & Co 1881 - 1956. Langelaar, M. Robijns, R. Deel je verhaal of tip met de redactie! Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe publicaties? Het Nederlandse merk De Vries Robbé en Co maakt zijn herintrede in de markt van stalen deuren en ramen. Precies 142 jaar na de stichtingsdatum van de onderneming (6 december 1881). Als industrieel pionier heeft het in de vorige eeuw een omvangrijk erfgoed in staal nagelaten. Het traditionele stoeltjesprofiel werd vanaf 1920 beroemd en beeldbepalend in statige fabrieken, kerken en kantoren en villa’s. Met de huidige techniek en vakkennis is het mogelijk de stalen ramen zowel in binnen- als buitensituaties toe te passen. Voor interieurtoepassingen is het authentieke profiel met enkelglas heel sfeervol. Voor exterieurtoepassingen zorgen koudebrugonderbrekingen en isolatieglas dat de warmte binnen blijft. Zonder enig verlies van traditionele elegantie. Optimale daglichttoetredingDe Vries Robbé begrijpt het belang van optimale daglichttoetreding in een woning. Naast slank stalen ramen en deuren maakt De Vries Robbé ook glazen dakkapellen. De voordelen? Natuurlijk licht maakt de ruimte mooier, ruimer en frisser. Dit verbetert jouw concentratie, productiviteit en gezondheid.

Foto- en gevelvoorbeelden van De Vries Robbé ramen en deuren.

Nederlands erfgoedErfgoed, historische waarde en originaliteit vormen de kern van het merk De Vries Robbé en Co. Ambacht en vakmanschap spelen een belangrijke rol. In het Staalatelier van De Vries Robbé worden alle stalen puien met de hand op maat gemaakt. De verbinding tussen het eindresultaat en de ambachtsmannen is sterk. Elk detail en elke nuance worden met zorg en precisie aangebracht, waardoor elk stuk van De Vries Robbé een uniek en karaktervol meesterwerk is. De Vries Robbé en Co brengt het erfgoed van staal terug en zet tegelijkertijd een stap in de toekomst.

Staalatelier en handgemaakt stalen raam.

Exclusive Steel speelt een voorname rol in de herintroductie van het gerenommeerde merk De Vries Robbé en Co. Met hun expertise en vakmanschap, zetten ze zich in om de prachtige ontwerpen en kwaliteit waar De Vries Robbé en Co bekend om staat te herinterpreteren, waardoor het merk een glorieuze terugkeer maakt naar de wereld van stalen ramen en deuren. Heb jij emotie met ambacht, vakmanschap en Nederlands erfgoed? Wil jij deze waarden toepassen in jouw project? Laten we afspreken! Ik maak graag tijd voor je vrij. Via onze online-agenda kun je een afspraak maken op een moment dat je goed uitkomt.

Heb je al een ontwerp of tekeningen klaar? In het interbellum werden stalen ramen en deuren populair. Zo kreeg de AVRO-studio in Hilversum ramen gemaakt door staalconstructiebedrijf De Vries Robbé uit Gorinchem en de nabijgelegen KRO-studio (W.A. Maas, 1938) stalen ramen van de IGB (Internationale Gewapend Betonbouw) uit Breda. Andere fabrieken waren F.W. Braat in Delft, de Ned. Staalindustrie in Rotterdam, Eland-Brandt in Amsterdam en Koop in Leidschendam. Stalen ramen worden gemaakt van staven gewalst vloeistaal die in een strekwals koudgewalst zijn gevormd tot profielstaven; door hun uiterlijk ‘stoeltjesprofielen’ genoemd. Op maat gezaagde profielen worden samengesteld tot ramen en deuren door ze op de hoekpunten aan elkaar te lassen (stuiklassen) en te voorzien van draaiende delen en hang- en sluitwerk. Ter afwerking worden de ramen geverfd of eerst geschopeerd en dan geverfd.

Afb. 1. Stalen ramen met principedetails. Afb. 2. Windwerksluiting bovenlicht stalen raam AVRO-studio in Hilversum uit 1936.

Afb. 3. Boek Aluminium in de gevel uit 1956. Afb. 4. Aluminium deuren woongebouw Adriaen van Ostadelaan in Utrecht uit 1952. Afb. 5. Advertentie Warwick aluminium schuifraam uit 1965. Afhankelijk van de grootte van de ramen zijn er verschillende profielseries, met bijbehorende waterlijsten, onderdorpels, stijlen en kalven. Als het om één langgerekte strook gaat spreekt men van enkelvoudige ramen, wanneer er aan de boven- of onderzijde ramen bijkomen, zijn het opgebouwde ramen. Daarin kunnen ook deuren worden opgenomen. Het hang- en sluitwerk is onlosmakelijk met de stalen ramen verbonden en werd doorgaans door de firma zelf vervaardigd, bijvoorbeeld bij in het profiel opgenomen taatsdozen voor de draaipunten van taats- en tuimelramen, en bij deur- en raamkrukken. Stalen ramen zijn in de wederopbouw op veel plekken toegepast, zoals bij het gemaal H. Wortman in Lelystad-Haven (D. Roosenburg, 1956). Bij grote ramen ging men de stoeltjesprofielen plaatselijk versterken tot kokerprofielen en er kwamen dubbelglas-constructies door toevoeging van een tweede raam (een schoonmaakraam).

Illustraties stalen ramen en bouwdetails.

De Nationale Levensverzekering Bank aan de Schiekade in Rotterdam (C. Elffers en A. van Nieuwenhuyzen, 1949) kreeg dubbele kantoorramen gemaakt door de Ned. Staalindustrie in Rotterdam en het Rode Kruis Ziekenhuis in Den Haag (J. Luthmann en W. Prent, 1960) heeft vensters met binnen- en buitenraam geleverd door F.W. Aluminium is met zijn gesloten oxidehuid beter bestand tegen corrosie en tamelijk onderhoudsarm. Het kwam daarom steeds meer in gebruik voor ramen en deuren. Bij de introductie liep De Vries Robbé voorop. De door extrusie gevormde aluminium profielen zijn over het algemeen fijner dan profielen in staal en in een grotere variatie verkrijgbaar. Ook hier bestaat een onderscheid tussen enkelvoudige stroken en opgebouwde ramen.

Aluminium ramen en gevels uit de jaren vijftig en zestig.

Aluminiumglasgevels konden bestaan uit een combinatie van stroken aluminium ramen met borstweringslaten van aluminiumplaten of ondoorzichtig glazen panelen als borstwering. In het kantoorgebouw van de verzekeringsmaatschappij De Eerste Nederlandsche in Den Haag (A. van der Steur, 1955) zijn aluminium ramen toegepast. Bij de ingang van de flats aan de A. van Ostadelaan in Utrecht (A. Koster en A. van Overhagen, 1952) is voor zowel de deuren als de ramen bronskleurig aluminium gebruikt. In de wederopbouwperiode kwam ook de combinatie van aluminium en hout voor, zoals in het bijkantoor van de Nederlandsche Bank aan de Boompjes (H.T. Zwiers, 1955) en het Stationspostkantoor (E. Kraaijvanger, 1959) beide in Rotterdam. Een bijzonder dubbel raamsysteem zien we bij het ANWB-hoofdkantoor in Den Haag (J.F. Berghoef, 1962) met aluminium vensters en kozijnen van wengehout.

Voorbeelden van aluminium gevelelementen en toepassingen.

De vroege gevelelementen van blank aluminium uit de late jaren vijftig en het begin van de jaren zestig hadden een specifieke lichte uitstraling, die zich goed liet combineren met andere modieuze materialen als geglazuurde baksteen. De aluminium ramen en deuren in het hoofdkantoor van Chefaro Keileweg 8 in Rotterdam (L.C. In hogere gebouwen werden veelal horizontale schuiframen of naar binnen openende draairamen toegepast. Een voorbeeld is het in 1964 geïntroduceerde Warwick Aluminium schuifraam met een onafhankelijk van elkaar schuivend onder- en bovenraam, gemaakt door timmerfabriek De Oude IJssel in Terborg. Een aantal producten werd in licentie gemaakt, zoals het Aluh-kozijn door de Ramenfabriek Leerdam. In het Paleis van Justitie in Arnhem (F. In plaats van complete ramen in serie te produceren, speelde men met standaardprofielen en een grote flexibiliteit in vorm, afwerking en beglazing in op de vraag bij grote bouwprojecten. In het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam (Architectengroep 69, 1973), zijn in de laagbouw dubbele en in de hoogbouw zelfs driedubbele ramen toegepast in de aluminium glaspuien als akoestische isolatie en zonwering.

Met name door de roestgevoeligheid, de condensproblemen aan de binnenzijde en de koudebrug van het raam zelf, nam de populariteit van het stalen raam af. Niettemin publiceerde de Stichting Voorlichtingscentrum Stalen Ramen in 1966, met medewerking van de Vereniging van Metalen-Ramenfabrikanten, een boekje met documentatie van constructiedetails. De fabrikanten zelf waren toen al deels overgegaan op aluminium. Stalen ramen werden nog in beperkte mate toegepast, maar dan gemaakt van koudgewalste en koudgevouwen profielen die herkenbaar zijn aan de wat grotere profieldoorsnede en de afgeronde hoeken. Ze werden onder meer geleverd door Jansen AG uit Zwitserland (sinds 1923).

Overzicht van stalen en aluminium ramen door de jaren heen.

Bij het Nijmeegse Hoofdkantoor van Estel, voortgekomen uit de fusie van Hoogovens en Hoesch in 1972,was men aan zijn stand verplicht om in staal te bouwen. Architect A. De ontwikkeling van stalen en aluminium profielen verliep in de richting van een steeds beter geïsoleerd profiel en een maatvoering waarin ook dikker glas paste. Daarbij verdween de onderverdeling met smallere zijlichten of smalle onder- en bovenlichten waarvan het bovenraam uitzetbaar was. Door toevoeging van een thermische onderbreking werden de profielen vanaf de jaren zeventig dikker. Ook werden vaste ventilatieroosters opgenomen, die waren voorzien van een inwendig ‘labyrint’ met geluiddempende bekleding.

AUTHENTIEKE Stalen RamenDe originele stalen ramen van de Vries Robbé & co. worden geproduceerd in Made. In onze fabriek produceren we op ambachtelijke wijze de originele stalen ramen. DANKZIJ DE HUIDIGE TECHNIEK ONTWIKKELEN WE DUURZAME STALEN RAMEN, ZONDER AFBREUK TE DOEN AAN DE UITSTRALING. WE BRENGEN WE DE AUTHENTICITEIT TERUG VAN STATIGE FABRIEKEN, KANTOREN EN VILLA’S UIT DE JAREN 20 EN 30.

Authentieke stalen ramen - ambacht en duurzaamheid.

IN ONZE FABRIEK PRODUCEREN WIJ AUTHENTIEKE STALEN RAMEN VAN DE VRIES ROBBÉ & CO. We produceren De ORIGINELE STALEN RAMEN VAN DE VRIES ROBBÉ & Co. IN het staalatelier van ons bedrijf exclusive steel. We combineren vakmanschap, ambacht en kennis om het authentieke karakter van staal te maximaliseren. Heeft u vragen? De Stichting Erfgoed DeVries-Robbe zet zich in voor het behoud van het erfgoed, gerelateerd aan de voormalige gelijknamige constructiefirma. Aan de Spijksedijk in Gorkum staat nog een grote bedrijfshal van de Vries-Robbe, waarvoor plannen zijn ontwikkeld om er een nieuwe bestemming aan te geven. Dhr. John Stoop, initiatiefnemer van de stichting, zet zich al ca. 20 jaar in voor het behoud van gebouwen en materialen, die een relatie hebben met het ooit vermaarde Gorinchemse bedrijf. Hij heeft op eigen intiatief het voormalige kantinegebouw van DeVries-Robbe, een markante cirkelvormig staal-glasconstructie, gered van de sloop door het gebouw te verplaatsen.

Behoud Erfgoed DeVries-Robbe - cirkelvormig kantinegebouw verplaatst.

Historie Fa. Het bedrijf groeide vanaf 1925 uit tot het grootste bedrijf van Gorinchem. Met de toename van de grootte van de in de fabriek samen te stellen onderdelen was er behoefte aan een terrein direct aan de Merwede. In 1964 nam De Vries Robbé het bedrijfscomplex van Bijkers Aannemingsbedrijf N.V. over. Het opende vestigingen in diverse Nederlandse plaatsen, waaronder Eindhoven. De Vries Robbé bouwde onder andere stalen bruggen, staalskeletgebouwen, -hallen, elektricititeitsmasten, zendmasten, gashouders en opslagtanks. In de loop der tijd zijn er verschillende nevenbedrijven ontstaan, waaronder fabricage van ramen en deuren, maar ook radiatoren. In 1910 werd begonnen met het vervaardigen van stalen ramen. In 1950 werden aluminium ramen geïntroduceerd. Later ging dit bedrijfsonderdeel zelfstandig verder en evolueerde in een bedrijf dat totale (glas)gevels en gevelbekledingen leverde. Na diverse overnames ontstond hieruit een bedrijf met de handelsnaam De Vries Robbé Gevelbouw BV.

Historische ontwikkeling van de VR en nevenactiviteiten.

Beursfonds De Vries Robbé Group N.V. (DVRG) nam de gevelactiviteiten in 1998 over van BTG, het investeringsvehikel van de zakenlieden J.W. Gaal en H. van den Hombergh. Bij het eveneens aangekochte Britse gevelbedrijf Witte UK werden financiële stroppen ontdekt ter waarde van 10 miljoen gulden. Sindsdien volgde een groot aantal rechtszaken - tussen De Vries Robbé Group en BTG, maar ook tussen De Vries Robbé Gevelbouw en zijn voormalige moederbedrijf. Op 14 juni 1999 verkocht DVRG dit bedrijf en de holding Gevel Nederland aan Forex Lloyd GmbH. Op 26 januari 2000 hield het gevelbouwbedrijf uiteindelijk op te bestaan. Het beursgenoteerde bedrijf meldde in het jaarverslag over 2006 dat het een investeringsmaatschappij is. Op 12 mei 2009 werd DVRG N.V. failliet verklaard.

tags: #de #vries #robbe #kozijnen