Dit is het verhaal van mijn opa, Dirk Johannes Jacobus van de Gevel. Alle informatie over dit verhaal heb ik van mijn moeder, Irene van de Gevel, door haar herrineringen hierover en door verhalen van haar broers en brieven van haar jongste broer Theo.
Mijn opa is geboren op 14 juli 1900 te Haarlem, hij trouwde op 16 juni 1920 met Sophia Maria van der Putten. Dirk van de Gevel en Sophia van de Gevel. Ze kregen 3 zonen, Peter ( Pieter Willem van de Gevel 20-07-1923), Dick (D.J.J. van de Gevel 20-01-1927) en Theo (Theo van de Gevel 30-06-1933) en 1 dochter Irene (Irene Sophia van de Gevel 26-06-1941).
Mijn opa was onderopzichter van Bouwen woningtoezicht te Haarlem, hij deed zijn werk goed, een promotie zat eraan te komen. Opa Dirk van de Gevel (links) op zijn werk. Hij zat in het verzet, er werd hier natuurlijk niet over gesproken. Wat mijn moeder nog goed weet, is dat binnen in de kamer een groot gat zat onder de vloerplanken en daarin werd er naar radio Oranje geluisterd. De vloer werd weer dichtgedaan door de planken erop te doen en een vloerkleed daarboven te leggen zodat niemand dat zag. Er is een moment geweest, mijn moeder was een jaar of 3, toen ze de schuilplaats bijna verraadde door ernaar te wijzen toen er Duitsers in huis waren om te boel te inspecteren, gelukkig niet gebeurd, maar iets wat ze nog goed weet. Boven op de vliering van het huis, daar was ook een schuilplaats, een gat waar je je verstoppen kon.
Oorlogsverhalen uit de familie
In Theo’s brieven wordt beschreven hoe Peter begin 1944 naar Osnabrück werd vervoerd om voor de Duitse posterijen te werken. Osnabrück werd regelmatig gebombardeerd; een alarmsituatie maakte dat Peter de schuilkelders in een tegenovergestelde richting zocht en daardoor mogelijk ontkwam aan slachtoffers. De terugkeer naar Haarlem in het najaar van 1944 gaf een opluchting aan de familie. In augustus 1944 werd opa opgepakt door de Grüne Polizei op het Christiaan Huygensplein in Haarlem; het plein werd omsingeld nadat een NSB’er hen verried. Mijn moeder herinnert zich dat het verzet hem later, als represaille, doodgeschoten heeft.
“23 augustus 1944: Het Chr. Huygensplein is fel verlicht, overal soldaten, twee bewapende soldaten dringen mijn slaapkamer binnen.” Deze woorden uit Theo’s brieven geven een beeld van de angstige dagen. De mannen werden op 11 september 1944 op transport naar kamp Amersfoort gezet; een van hen ontsnapte onderweg, dankzij een behulpzame boer. De rest ging naar Amersfoort of naar Neuengamme, waar opa op 23 november 1944 stierf door de verschrikkelijke omstandigheden.
Mijn oma Sophia wachtte na de oorlog op bericht van het Rode Kruis en verloor uiteindelijk haar partner in 1948 aan leverkanker. Dick keerde uit Indonesië terug, waar hij bij de Tijgerbrigade zat; Theo probeerde zijn broer Dick te beschermen en had een sterke aversie tegen geweld. Een moeilijke tijd voor de familie, waarin het weeshuis centraal stond voor Theo en Irene toen ze nog minderjarig waren.
Kinderen en het leven na de oorlog
Na de oorlog werd Peter in 1952 met uitzonderlijk pensioen erkend vanwege het verzet van zijn vader. Irene trouwde op jonge leeftijd en kreeg drie kinderen: Rob, Karin en Simone. Het huwelijk eindigde met scheiding toen Simone ongeveer drie jaar oud was. In 2016 overleed de vader van Simone, Henk de Wilde, maar kort daarvoor hadden Irene en hij nog even contact.
In 1949 begon Theo te reflecteren op de familiegeschiedenis en de brutaliteit van de oorlog. Zijn brieven geven inzicht in het dagelijkse leven, de ongelijkheid en de mentale tol die het verzet eist. De familie vond troost in geloof en bijbelstudie; oma Sophia zocht in de Bijbel hoop en rust na het verlies van Dirk.
Laatste jaren en erfgoed
Een belangrijke vondst kwam begin 2015: een portemonnee van Dirk J.J. van de Gevel werd gevonden. Zijn gouden trouwring lag erin, een symbolisch erfgoed dat via de International Tracing Service terugkeerde naar de familie. De ring werd jarenlang gekoesterd en draagt nu de herinnering aan Dirk en zijn strijd met zich mee.
Over de schrijver in dit verhaal
In de familieverhalen wordt Theo vaak genoemd als een schrijver die brieven en memoires bijhield. Zijn brieven geven een indringend beeld van de onderwerpen die hij beschreef: verzet, familiebanden en de nasleep van oorlog. Deze bronmaterialen helpen bij het reconstrueren van de biografie van Dirk van de Gevel en de impact van zijn werk en leven op zijn familie.

De biografie belicht hoe verzet en menselijk drama verweven raken met dagelijks werk en familierelaties. De zoektocht naar informatie heeft geleid tot archieven in Het Letterenhuis, Albertina Bibliotheek, Liberaal Archief en het Brussels Rijksarchief, waar brieven, radioverhalen en krantenartikelen bewaard liggen. Het verhaal laat zien hoe herinneringen, brieven en officiële documenten samen een beeld geven van een familie in oorlogstijd en de nasleep daarvan.
Context en inspiratie uit bredere biografieën
Hoewel dit verhaal een persoonlijke biografie is, kan het naast de biografieën van andere schrijvers worden geplaatst. Biografieën kunnen thematisch, narratief, chronologisch en zelfs geromantiseerd zijn. Vergelijkingen met biografieën zoals die van J.M.H. Berckmans en André Baillon geven inzicht in methoden van bronnenonderzoek en toonzetting. Ook de aanpak van Erik Vlaminck aan het schrijven van biografieën biedt lessen over stijl en toegankelijkheid.
Tot slot blijkt uit de familiegeschiedenis dat herinnering en verzet niet enkel in strijd liggen met elkaar, maar elkaar juist kunnen dragen: erfgoed en herinneringen helpen bij het begrijpen van de rol van individuen in grotere historische processen.