Een kind is zindelijk (continent) als het in staat is om urine op te houden en het plassen uit te stellen tot een gepast moment en een geschikte plaats. Zindelijk worden is een leerproces dat normaal gesproken grotendeels vanzelf gaat. Toch komt het voor dat een kind plotseling in zijn broek plast of regelmatig ongelukjes heeft, ook in situaties zoals in de badkamer.
Hoe werkt de blaas en wat kan er misgaan
De blaas lijkt op een ballon, die groter en kleiner kan worden afhankelijk van de hoeveelheid plas die er in zit. Aan het uiteinde van de blaas zit de plasbuis en de sluitspieren, die de plasbuis afsluiten. De plasbuis kan zonder moeite afgesloten blijven tot er een geschikte plaats en tijd is om te plassen. Kinderen met incontinentie zijn nat, omdat hun blaas of hun sluitspier (de spier waarmee je je plas kunt ophouden) niet goed functioneert. Daardoor verliezen ze onvrijwillig steeds kleine beetjes plas.
Soms blijft er nog wel wat urine achter, omdat de kringspier alweer sluit voordat de blaas leeg is. Sommige kinderen hebben hierdoor urineweginfecties of hebben ze gehad. Plasproblemen, blaasfunctie stoornissen, zijn de meest voorkomende oorzaak voor broekplassen bij kinderen. Doordat de blaas plotseling onwillekeurig gaat samentrekken (‘zenuwachtige blaas’), worden de kinderen verrast en zijn ze vaak te laat om hun sluitspier te spannen.
Belangrijke vormen en oorzaken van broekplassen
- Aandrangincontinentie / overactieve blaas: Door krampen van de blaas hebben ze vaak plotselinge drang om te plassen. We noemen dit probleem een overactieve blaas. De kinderen gaan veel naar het toilet en plassen dan kleine beetjes. Het is een kwestie van afknijpen tot er een toilet is gevonden.
- Functionele incontinentie: Dit is wanneer het kind de spieren niet goed onder controle heeft en de samenwerking tussen blaas en sluitspier niet goed is.
- Verkeerd plasgedrag / chronisch ophouden: Sommige kinderen houden de sluitspier en bekkenbodemspieren constant gespannen en hebben geleerd de signalen van de blaas te negeren. Uiteindelijk raakt de blaasspier uitgerekt en wordt minder krachtig (hypo-actieve of 'luie' blaas).
- Stressincontinentie: Kleine hoeveelheden urineverlies bij plotselinge toename van de buikdruk, bijvoorbeeld bij hoesten, niezen, springen of sporten.
- Incontinentie door uitstellen: Kinderen die niet reageren op seintjes van de blaas gaan weinig uit zichzelf naar het toilet en doen soms ineens een hele plas in hun broek.
- Lichamelijke oorzaken: Blaasontsteking, urineweginfectie, obstipatie of zwakke bekkenbodemspieren kunnen bijdragen aan ongelukjes.
- Terugval bij zindelijkheid: Terugval komt vaak voor na veranderingen zoals verhuis, start op school, logeerpartijen of de komst van een babybroer of -zus.
Typisch gedrag en signalen
Kinderen met aandrangincontinentie wiebelen om hun plas op te houden. Vaak gaat een kind hurken met één hak tussen de billen, of het kruist de benen, in een poging de plas op te houden. Omdat het ophouden van de plas met de sluitspier niet altijd lukt, gebruiken de kinderen speciale ‘ophoudmanieren'.
Sommige kinderen gaan buikdruk gebruiken en proberen de blaas met de buikspieren leeg te duwen. Meestal komt de plas dan in stukjes en beetjes. Hun blaasinhoud is dikwijls groter dan normaal en de blaasspier is minder krachtig. Deze kinderen herkennen plasaandrang vaak niet meer en gaan te weinig naar de wc om te plassen.
Een opvallend bijkomend verschijnsel bij veel van deze kinderen is druk gedrag (hyperactiviteit). Zij zijn snel afgeleid en kunnen zich moeilijk concentreren. Deze kinderen voelen de aandrang heel plotseling en moeten dan snel naar het toilet rennen. Zij kunnen de aandrang nauwelijks onderdrukken. Zij gaan veel naar het toilet en plassen kleine beetjes, soms wel meer dan vijftien keer per dag.
Wanneer is het medisch en wanneer niet?
Bedplassen is in eerste instantie een medisch probleem. Psychologische problemen alleen zijn bijna nooit een oorzaak voor het bedplassen. Omgekeerd kan bedplassen wel psychologische problemen veroorzaken. Een tweede mogelijke oorzaak van bedplassen is een onstabiele blaas. Dit betekent dat de blaas niet goed werkt en plots en onbewust samentrekt. Wanneer een kind te veel urine produceert ’s nachts, is dit een mogelijke oorzaak voor het bedplassen. Wanneer een kind in bed plast, is dit vaak door een combinatie van allerlei factoren.
In uitzonderlijke gevallen kunnen lichamelijke problemen een rol spelen. Voorbeelden hiervan zijn een blaasontsteking, waardoor je kindje minder goed aanvoelt wanneer hij/zij aandrang heeft om te plassen. Of een overactieve blaas. In dat geval geeft de blaas vaker dan normaal het signaal af dat hij vol is en heeft je kindje vaak het gevoel dat het moet plassen. Een andere lichamelijke oorzaak voor broekplassen kan zijn dat je kindje zwakke bekkenbodemspieren heeft of deze verkeerd gebruikt, waardoor het vaker ongelukjes heeft.
Onderzoek en diagnose
Wanneer u voor de eerste keer een afspraak heeft gemaakt met uw arts, kan u op voorhand al wat ‘huiswerk’ maken. Noteer gedurende minstens 7 tot 14 opeenvolgende nachten hoeveel urine uw kind ’s nachts produceert. Naast een uitgebreide bevraging van het plas- en drinkpatroon van uw kind, is er ook aandacht voor zijn/haar persoonlijke en familiale voorgeschiedenis. Daarnaast worden er ook psychosociale aspecten (school, temperament van uw kind, eventuele problemen) bevraagd.
De arts zal tijdens het eerste contact een volledig pediatrisch onderzoek doen bij uw kind. Uw kind moet in een potje plassen, waarna de arts de urine kan onderzoeken. Met een echo wordt er naar de blaas en nieren van uw kind gekeken. De verpleegkundige zal uw kind vragen om op een speciaal toilet een plasje te doen. Tijdens het plassen meet dit toilet de plassnelheid en het plasvolume. De arts kan hiermee onderzoeken of er een probleem is met de blaas.

Behandelingsmogelijkheden
Er zijn verschillende manieren om deze plasproblemen op te lossen. Als uw kind last heeft van blaasontstekingen, is het allereerst belangrijk dat deze behandeld worden. De arts zal dan ook vaak eerst medicijnen (antibiotica) voorschrijven. Nieuwe infecties kunnen met een lage dosis antibiotica, die uw kind langere tijd achter elkaar gebruikt (onderhoudsdosering), worden voorkomen.
Daarnaast is behandeling van de blaas zelf mogelijk. Medicijnen (bijvoorbeeld Dridase® of Detrusitol®) kunnen een kramperige blaas rustiger maken. Meestal zijn medicijnen echter niet voldoende en moet er ook iets aan de oorzaak gedaan worden. Kinderen leren bijvoorbeeld zelf de aandrang te herkennen en daarop te reageren of ze leren de sluitspier te ontspannen tijdens het plassen.
Praktische adviezen voor thuis
- Zorg dat uw kind voldoende drinkt, vooral overdag (in de voormiddag). Het drinken ’s avonds moet u beperken; melk in de late namiddag of ’s avonds is een afrader.
- Probeer uw kind zes tot zeven keer per dag te laten plassen en ook vlak voor het slapengaan.
- Laat uw kind rustig en ontspannen op het toilet zitten. Let erop dat uw kind niet perst tijdens het plassen. De buik moet slap gehouden worden.
- Zorg dat uw kind op het toilet in een stabiele houding zit, met de voeten op de grond of op een voetenbankje, zodat het zich goed kan ontspannen.
- Bij jonge kinderen kunnen vaste plasmomenten helpen (bij het wakker worden, voor het eten, voor vertrek, voor het slapen gaan). Voor oudere kinderen kan een plashorloge of plashorloge met piepje helpen.
- Gebruik positieve bekrachtiging: beloningen, complimenten, een stickerkalender of een plaskalender werken beter dan straffen. Straffen en boos worden werkt averechts en veroorzaakt stress.
- Als er sprake is van obstipatie, zorg voor vezelrijke voeding, voldoende drinken en eventueel medicijnen om de ontlasting te vergemakkelijken onder begeleiding van de arts.

Hulpmiddelen en gespecialiseerde behandeling
- Plaswekker: een apparaat dat met een draadje verbonden is aan een speciaal onderbroekje; zodra er 's nachts een paar druppels op het broekje komen, gaat de wekker af.
- Plashorloge: een horloge dat om de zoveel tijd piept of vibreert om het kind aan toiletbezoek te herinneren.
- UnderWunder of absorberend ondergoed: ondergoed met een absorberend kruis voor discretie tijdens de behandeling.
- Kinderbekkenfysiotherapie en urotherapie: behandeling door een kinderbekkenfysiotherapeut om plasgedrag, bekkenbodemspieren en samenwerking tussen blaas en hersenen te verbeteren. De behandelduur varieert meestal van 2 tot 6 maanden.
Wanneer extra hulp inschakelen
Merk je dat je kindje plots heel veel ongelukjes heeft, pijn ervaart bij het plassen of stoelgang maken, erg angstig reageert of volledig blokkeert? Dan is het verstandig om dit verder te laten bekijken. Ook wanneer jullie al langere tijd blijven aanmodderen zonder verbetering, kan extra begeleiding helpend zijn. Blijven de problemen langer aanslepen? Dan kan mijn masterclass of gespecialiseerde poliklinische zorg extra ondersteuning bieden.
Omgaan met terugval en emotionele aspecten
Een terugval bij zindelijkheidstraining komt heel vaak voor bij jonge kinderen. Een kind dat plots terug in zijn broek plast, doet dat meestal niet expres maar omdat er tijdelijk iets uit balans is geraakt. Hevige emoties of stress kunnen een oorzaak zijn wanneer je kind - na een periode van zindelijkheid - opeens weer regelmatig ongelukjes heeft. Soms zijn ongelukjes een onbewuste manier waarop een kindje opnieuw veiligheid, nabijheid of controle probeert te zoeken.
Probeer in zo’n periode vooral rustig te blijven en zoveel mogelijk herkenbaarheid en structuur te bieden. Reageer het best rustig, begripvol en zonder straf wanneer je kindje plots weer ongelukjes heeft. Blijf vertrouwen uitstralen en laat je kindje voelen dat jullie dit samen opnieuw kunnen oefenen. Kleine succesjes verdienen een compliment of een high five.
Praktische checklist voor ouders
| Stap | Wat te doen |
|---|---|
| Observeren | Houd een plasdagboek of plaskalender bij (plasmomenten, hoeveelheden, ongelukjes). |
| Routine | Plan vaste plasmomenten en herinner het kind vriendelijk. |
| Toilethouding | Zorg voor voetensteun en ontspanning op het toilet. |
| Voeding & drinken | Dagelijks voldoende drinken; beperk avonddranken en cafeïne; vezelrijke voeding om obstipatie te voorkomen. |
| Hulp inschakelen | Neem contact op met huisarts bij pijn, veel terugvallen of vermoeden van infectie/obstipatie. |
| Professionele behandeling | Overweeg kinderbekkenfysiotherapie, plaswekker, medicatie of multidisciplinaire aanpak bij aanhoudende problemen. |
Tot slot - houding van ouders
Er is niemand schuldig aan het broekplassen of bedplassen van een kind. Uw kind zoekt hiermee geen aandacht of doet het niet om iemand te pesten. Wees dus niet boos en beschuldig uw kind niet. Blijf uw kind aanmoedigen en stimuleren. Maak je niet te veel zorgen als je kind zo nu en dan een ongelukje heeft; in veruit de meeste gevallen gaat het broekplassen vanzelf over. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo.