Installatietips? Installatietips? → Warmtepomp kopen? Vergelijk altijd voordat u koopt. Vul het formulier in en ontvang offertes van vakspecialisten. Het condenswater tast staal aan. Je krijgt het nl. nooit zo goed geïsoleerd dat condens niet voor zal komen. TIP: Als je messing knelkoppelingen wil gebruiken, tape deze dan na montage eerst strak af met teflontape en lijm pas daarover de dampdichte isolatie.
Lees ook hieronder het stukje isoleren van leidingen. Leidingen met bijbehorende fittingen en appendages dienen geïsoleerd te worden met materialen welke geen schade aan de installatie kunnen veroorzaken. Voor de toepassing van isolatiemateriaal bij messing knelfittingen in koel en warmtepompinstallaties moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van spanningscorrosie. ISSO publicatie 50, specificatieblad 4.3-2 “Corrosiewering”, adviseert messing knelkoppelingen niet te isoleren. Spanningscorrosie (SCC = Stress Corrosion Cracking) is een vorm van corrosie die leidt tot scheurvorming in het metaal als gevolg van interactie tussen metaal, het milieu en een mechanische belasting (trekspanning bij montage). Messing is gevoelig voor spanningscorrosie bij contact met ammonium.
1. Bij fabricage van messing fittingen kan gebruik worden gemaakt van geëxtrudeerd stafmateriaal. Hierbij treedt koude deformatie op wat leidt tot residuele spanningen in het materiaal. 2. Bij een combinatie van voldoende luchtvochtigheid en een temperatuurverschil tussen metaaloppervlak en de omgeving treedt condensvorming op (vochtfilm op het oppervlak). Bij warmtepompinstallaties kan deze situatie aan de koudwaterzijde ontstaan wat leidt tot condensvorming op koperen leidingen en messing fittingen. 3. Ammoniak in het milieu van een warmtepompinstallatie kan een gevolg zijn van contact met schoonmaakmiddelen, of emissie vanuit ammoniakhoudend kunststof isolatiemateriaal. dit geldt zowel bron- koelmiddel- als afgiftezijdig.
Buffervaten en afgiftevermogen
Buffervaten: Als vuistregel kunt u aanhouden 15 liter per kW afgegeven vermogen. Heeft u dus een warmtepomp met een afgegeven vermogen van 10 kW dan volstaat een vat van 150 liter of groter (10 x 15). Voorbeeld 2-traps warmtepomp: Warmtepomp afgifte vermogen = 22 kW (2 x 11 kW) dan pakt u 1,5 x 11 = 16,5 kW x 15 liter = 247 liter buffer.
Toepasbaarheid boiler/warmtepomp en afstemming
Veel type boilers en zwembadwisselaars zijn afgestemd op verwarmen door een cv-ketel en berekend op een aanvoertemperatuur van 90 °C. Bij een verkeerd gekozen combinatie van apparaten kan de warmtepomp zijn vermogen niet goed kwijt, waardoor deze de neiging heeft om te gaan pendelen of middels een HD storing zijn werk stopt. Stem producten dus goed op elkaar af. Een zwembadwisselaar die ontworpen is voor een aanvoertemperatuur van 90 °C doet bovendien bijna niets bij een aanvoertemperatuur van 45°C. Het is erg belangrijk dat uw installatie is voorzien van goede ontluchters, zowel bron- als afgiftezijdig.
Immers de warmtepomp kan onvoldoende energie onttrekken of afgeven aan een ‘luchtbel’. Vaak komt een hoge- of lage druk storing dan ook door lucht in de installatie. Vooral bij een nieuwe installatie kan dit natuurlijk het geval zijn. Het dient dan ook aanbeveling om in ieder geval de bronpomp 2 tot 5 dagen voor de eerste start van de warmtepomp continu te laten draaien. Hierdoor wordt enerzijds het glycol beter gemengd met het water, anderzijds kan lucht zich verzamelen in het hoogste punt in de installatie, daar waar u ook de ontluchter heeft gemonteerd.
Eerste start en zuiggas temperatuur
Als u de bodemwarmtepomp voor het eerst opstart let dan op de zgn. ‘zuiggas temperatuur’, deze mag in principe niet onder de 3 graden komen bij de eerste opstart. Schakel de warmtepomp uit als dit wel dreigt te gebeuren, ontlucht eerst goed, kijk of pompen echt draaien en probeer het dan later weer. Dit voorkomt dat de verdamper invriest. Zowel de bron als het afgiftesysteem heeft een expansievat nodig van voldoende inhoud, immers de vloeistof zet uit als deze wordt verwarmt. Zorgt u voor een goede, altijd open zijnde verbinding van de warmtebron naar het expansievat.
- Voor de bron kunt u ook een standaard expansievat gebruiken, zorgt u dat dit vat aan het einde van een leiding zit waar geen doorstroming meer is (Het bronwater zal hier dan de omgevingstemperatuur opnemen waardoor kans op condens wordt voorkomen).
- Plaats zowel in de bron- als in het afgiftesysteem een leidingfilter nabij de warmtepomp, houdt u hierbij rekening met de richting van de waterstroom, dus dat het water wordt gefilterd voordat het de warmtepomp in gaat.
- Bij cv-ketels worden terugslagkleppen vaak alleen maar ingezet in cascade opstellingen.
- Let op! Bij een cv-ketel met hoge aanvoer temperatuur is de verdeler voor de vloerverwarming meestal een open verdeler met menginrichting en circulatiepomp; bij een warmtepomp is gesloten verdeler meestal vereist.
- Alle slang- aanvoeren komen bij elkaar en dezelfde voor de retouren; voordeel van een water/water warmtepomp is koeling in de zomer.
Een woning kan hier ca 4 graden koelen, maar de badkamer niet passief koelen vanwege vochtigheid en condensatie. Een klepje kan tussen de leiding geplaatst worden om tijdens passief koelen te voorkomen dat vocht de badkamer binnendringt.
Nageregeling, brine en glycol
Bij gesloten bron (meest voorkomend in Nederland) dient aan het water glycol te worden toegevoegd tot -13 °C (ca 30% toevoeging). Bij een open bron wordt een extra warmtewisselaar sterk aangeraden, vaak verplicht gesteld door fabrikant. Voor het tussencircuit wordt glycol toegevoegd tot -4 °C (ca 10% toevoeging). Gebruik 3 afsluiters om later glycol bij te mengen. Ook vulsystemen zijn verkrijgbaar voor het vat en pompje.
Installatievoorbeelden en hydrauliek
Stel dat je een gang van 70 cm breed hebt waar twee mensen doorheen moeten; de hoofdleiding heeft doorgaans grotere diameter dan aftakkingen. Let op: dit schema betreft een niet-nageregelde installatie; indien er na-regeling is en pomp niet toerental geregeld is, kan de druk overal oplopen en moet leidingdiameter aangepast worden. Gebruik aanbevolen diameter op basis van flow en bereken de totaal weerstand t.o.v. opvoerhoogte van de pomp.
Materiaalkeuzes en constructie
Voor nauwkeurig berekenen raadpleeg tabellen van leiding-/toestelfabrikant of ISO/VEWIN. Gebruik koper of kunststof voor de bronzijde; deze leidingen dienen dampdicht geïsoleerd te worden en kunnen lage temperatuur hebben. Een warmtepomp werkt het best bij lage aanvoertemperatuur; vermijd een hoge eerste opwarming van 40°C + tot 90°C. Indien nodig kan een hoogtemperatuur-circuit via mengklep richting warmtepomp worden gestuurd.

Monoblock en buitenunits
Bij een monoblock warmtepomp zorg je dat leidingen naar de woning geïsoleerd zijn. Voor buiteninstallaties geldt dat de unit beschut geplaatst moet worden, niet verder dan 15 meter van de verwarmings-/installatieruimte. De GreenFOX warmtepomp combineert lage geluidsproductie (45,2 db(A)) met een strak ontwerp; een prefab fundering van roestvrij staal is beschikbaar om betonwerk te besparen. Houd rekening met minimum afstanden rondom de unit en muurafstanden: minst 1 meter rond de unit en 300-500 mm tot muren aan de achterkant.
Hydraulische leidingen dienen thermisch geïsoleerd en vorstvrij in de grond gelegd te worden. De uitgeblazen lucht mag geen ijsvorming veroorzaken op trottoirs of terrassen. De benodigde tijd voor installatie ligt afhankelijk van toegankelijkheid en kan 1-2 uur duren bij gebruik van prefab fundering.
Instructie plaatsen van betonpoeren voor een (terras)overkapping | XXL Direct
Regelgeving en garantie
Voor het installeren van een warmtepomp zijn eisen opgenomen in de Warenwetbesluit drukapparatuur (P.E.D.). Zo is het verplicht bij een split-systeem om een sterke beproeving uit te voeren: de koelleidingen moeten met 1,1 keer de maximale werkdruk worden afgeperst. De maximale werkdruk staat vermeld op de typeplaat. Garantie kan alleen gelden als de inbedrijfname rapport volledig is ingevuld.
Samenvatting van belangrijke aandachtspunten
- Beoordeel altijd de afstemming van warmtepomp, boiler en zwembadwisselaar: laat ze op elkaar aansluiten om ruimtependel te voorkomen.
- Ventilatie en ontluchting zijn cruciaal om drukproblemen en luchtbellen te voorkomen.
- Open en gesloten verdelers verschillen op basis van aanvoer-temperaturen en aanwezigheid van radiatoren of vloerverwarming.
- Ventilatie en condensafvoer bij buitenunit voorkomen vocht- en ijsproblemen bij vorst.
- Bij open bron: extra warmtewisselaar tussen open bron en verdamper wordt aanbevolen of verplicht gesteld door fabrikant.
- Regelmatige inspectie van filters en onderhoud voorkomen verspilling van energie en stilstand.

Praktische tips voor onderhoud en navraag bij installateur
CoolConnect ontwerpt installaties met oog voor uitbreiding, energietransitie en integratie met andere systemen. Een toekomstbestendige installatie begint bij vooruitkijken: rekening houden met wetgeving, energieprestaties en onderhoud. Installateurs worden omgeschoold naar warmtepompinstallateur en kennis wordt bijgespijkerd. Een niet-deskundige installatie leidt tot inefficiëntie en extra herstelwerk. Vraag om een inbedrijfname rapport voor garantie en documentatie.
Als u twijfelt over de beste configuratie voor uw woning, kan een combinatie van bronnen en afgifte systemen nodig zijn, waarbij rekening gehouden wordt met de hydraulische berekening en de gewenste comfortniveaus. Een gerenommeerde leverancier geeft duidelijkheid over tolerantiebanden voor delta-T en doorstroming, zodat u een veilige en efficiënte installatie hebt.
tags: #doorvoer #fundering #warmtepomp