Ventilatie (luchtverversing) is van belang voor de aanvoer van schone lucht en de afvoer van binnenlucht. Er kunnen gezondheidsklachten ontstaan als er onvoldoende ventilatie is. Of als de aan te voeren schone lucht vervuild raakt met rookgassen of andere vuile lucht. Het Bbl bevat daarom regels over de ventilatievoorziening (voorziening voor luchtverversing). Deze ventilatie-eisen gelden aanvullend op elkaar (artikel 4.122, lid 1 Bbl).
Voor een verblijfsgebied en een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel geldt een minimale ventilatiecapaciteit van 21 dm³/s (artikel 4.122, lid 3 Bbl). Dat is om geur, dampen en waterdamp in korte tijd af te kunnen voeren en verbrandingslucht toe te kunnen voeren. Deze eis geldt naast de hiervoor genoemde eisen van 0,7 dm³/s per m² en 0,9 dm³/s per m² vloeroppervlakte (de zwaarste eis telt). Niet elke ruimte wordt gelijktijdig gebruikt. De totale capaciteit van een centrale ventilatievoorziening moet in ieder geval voldoende zijn voor het verblijfsgebied met de zwaarste ventilatie-eis. Daarnaast geldt dat de totale capaciteit van een centrale ventilatievoorziening minimaal 70% is van de optelsom van de benodigde ventilatiecapaciteiten van alle aangesloten verblijfsgebieden (artikel 4.122, lid 4 Bbl).

Is een afvoeropening in de voorgevel toegestaan?
De ventilatievoorziening moet minimaal 2 m van de grens van het bouwwerkperceel liggen. De aanvoer- en afvoeropening in de gevel moet minimaal 2 m van de grens van het bouwwerkperceel liggen (artikel 4.126, lid 2 Bbl). Op die manier belemmeren aangrenzende bouwwerken het functioneren van een ventilatievoorziening niet. Bij een afvoeropening in de achtergevel gaat het om de haaks op die achtergevel gelegen afstand; de afstand tot zijgevels is niet relevant. Een afvoeropening in de voorgevel valt hieronder en moet voldoen aan deze afstanden en bepalingen.
In sommige gevallen kan een afvoer naar buiten via de voorgevel botsen met regelgeving uit Bouwbesluit en naburige regels. Het Bouwbesluit verandert voortdurend en de NEN 1087 geeft de bepalingsmethode voor ventilatiecapaciteit. Voor nieuwbouw zitten de strengere regels vaak in mechanische of balansventilatie, waardoor een directe buitenafvoer vanuit de keuken extra gelet moet worden op 1) afstand tot perceelgrens, 2) geluids- en underdrukaspecten, 3) totale systeemcapaciteit en 4) mogelijke verstoringen bij overige ruimten.
Ontwerp van een commerciële keukenafzuigkap (met statische druk en frisse luchtbalans)
Regels bij verschillende gebruiksfuncties en capaciteit
Voor een verblijfsgebied en een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel geldt een minimale ventilatiecapaciteit van 21 dm³/s (artikel 4.122, lid 3 Bbl). De totale capaciteit van de centrale ventilatie moet minimaal voldoen aan de zwaarste eis en ten minste 70% zijn van de optelsom van de benodigde capaciteiten van alle aangesloten verblijfsgebieden (artikel 4.122, lid 4 Bbl). Voor andere gebruiksfuncties geldt een verschillende minimale capaciteit; bij een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik geldt bijvoorbeeld 3,8 dm³/s per m² vloeroppervlakte (artikel 4.122, lid 6 Bbl). De ventilatievoorziening moet mechanisch zijn en bij een afvoer naar buiten moet de lucht zo mogelijk rechtstreeks buiten komen.
Bij een woonkamer/keuken die permanent geventileerd moet worden via een afzuigkap, kan dit leiden tot onderdruk in de woning en potentiële vocht- en geurproblemen als de rest van het ventilatiesysteem niet geoptimaliseerd is. Het is mogelijk dat dwarsventilatie via ramen of roosters gecombineerd moet worden met de afvoer via de afzuigkap, maar dit vereist zorgvuldige afstemming volgens NEN 1087 en Bouwbesluit-eisen. In sommige gevallen kan een recirculatiekap met koolstoffilter een alternatief zijn; in andere situaties moet de afvoer naar buiten blijven om te voldoen aan de minimale luchtverversingseisen.
Technische aanscherpingen en randvoorwaarden
- De aanvoer van schone ventilatielucht naar een verblijfsgebied moet rechtstreeks van buiten komen; uitzonderingen gelden bij bepaalde situaties zoals niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied of specifieke gebruiksfuncties.
- Bij een liftschacht of opslagruimte voor afval gelden aparte eisen aan ventilatiecapaciteit en externe aanvoer.
- De verdunningsfactor van afgevoerde binnenlucht mag maximaal 0,01 (1%) zijn; de uitlaatopening moet op voldoende afstand van de gevel en perceelgrens zitten.
- Bij calamiteiten moet mechanische ventilatie handmatig kunnen worden uitgeschakeld en moeten systemen beveiligd zijn tegen calamiteiten.

Overwegingen bij keuze: buitenafvoer vs. recirculatie
In nieuwbouwwoningen kan het verboden zijn om de keukenafvoer direct naar buiten te voeren, met oog voor energiebesparing en BENG-eisen. De regelgeving rond afvoer naar buiten hangt af van het woningtype, het type ventilatiesysteem (natuur/ mechanisch/ balans) en de EPC/BENG-eisen die gelden. Een recirculatiekap met koolstoffilter biedt in veel gevallen een alternatief wanneer buitenafvoer niet mogelijk of wenselijk is, terwijl de combinatie met een mechanisch ventilatiesysteem zorgvuldig moet worden beoordeeld op de totale capaciteit en systeemgedrag.

Praktische stappen bij jouw situatie
- Verifieer welk ventilatiesysteem is geïnstalleerd (natuur/ mechanisch/ balans) en welke capaciteit per ruimte vereist is volgens bouwbesluit en NEN 1087.
- Laat de afstand naar perceelgrens berekenen en controleer of de afvoeropening voldoet aan de 2 meter-eis en de haaks op de gevel gemeten positie.
- Overweeg of een recirculatiekap volstaat of dat een buitenafvoer noodzakelijk is, gezien BENG-eisen en EPC-resultaten.
- Vraag een specialist om een melding bij de gemeente of een advies omtrent de haalbaarheid van de gewenste voorgevelafvoer en mogelijke alternatieven.
Samenvattend
Het Bouwbesluit en de NEN 1087 leggen duidelijke kaders vast voor ventilatie, inclusief afvoer tot buiten en de minimale capaciteiten per verblijfsgebied. Of een afvoer van de afzuigkap in de voorgevel is toegestaan, hangt af van de specifieke situatie: type ventilatiesysteem, afstand tot de perceelgrens, geluids- en onderdrukaspecten en de totale ventilatiecapaciteit. In veel gevallen is een recirculatiekap een acceptabel alternatief, maar bij centrale mechanische ventilatie kunnen regels strenger zijn en vereist een zorgvuldige afweging van buitenafvoer versus binnenfiltering.