Alle bouwwerken moeten minimaal voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. De eisen voor verbouwingen worden per hoofdstuk apart vermeld. Een belangrijke uitzondering betreft de isolatie. Bij het geheel oprichten of vernieuwen van een dakkapel, uitbouw of functioneel bij het hoofdgebouw behorende bijgebouw gelden voor de kozijnen, ramen en deuren de nieuwbouweisen. Een ingrijpende renovatie is wanneer minimaal 25% van de gebouwschil vernieuwd, veranderd of vergroot wordt, en dan moet het gaan om de integrale gebouwschil.
Kernbegrippen en meetinstrumenten
De gebouwschil omvat de begane vloer, de buitenmuren, de ramen, de kozijnen, de deuren en het dak. Bij het bepalen van het oppervlak wordt verwezen naar ISSO 75.1 (uitgave juli 2014). Bij ingrijpende renovatie gelden eisen voor de delen die gerenoveerd worden. Vanaf 1 februari 2022 moet bij een ingrijpende renovatie, gecombineerd met aanpassingen aan het verwarming- of koelsysteem, een minimum hoeveelheid duurzame (hernieuwbare) energie worden opgewekt. De eis wordt uitgedrukt in kWh/m2 gebruiksoppervlak per jaar: 30 x (Aroof/Ago) kWh/m2/jaar, waarbij Aroof het dakoppervlak is en Ago het gebruiksoppervlak van de woning.

Technische eisen en technische bouwsystemen
Het bouwbesluit noemt het verwarming- en/of koelsysteem een technisch bouwsysteem. Bij bestaande systemen geldt de opwekker of de ventilatie-eenheid of een derde van de afgiftelichamen of inbouwarmaturen. Voor ramen, deuren en kozijnen gelden specifieke eisen zoals een Rc-waarde en U-waarde bij vernieuwen. Een belangrijk aandachtspunt bij een ingrijpende renovatie zijn de oppervlakken en het integrale niveau ten opzichte van het rechtens verkregen niveau, met uitzondering van sommige onderdelen die onder specifieke afdelingen vallen.
Zo wordt een ingrijpende renovatie bepaald
- Gaat het om meer dan 25% van de gebouwschil? Dan spreekt men van een ingrijpende renovatie.
- Wordt de integrale gebouwschil aangepakt (dak of gevel openleggen en vernieuwen)? Dan gelden nieuwbouweisen voor daarmee samenhangende onderdelen.
- Wordt een minimum hoeveelheid hernieuwbare energie toegepast bij renovatie gecombineerd met aanpassingen aan verwarming/koeling? Dan geldt de EIS (energie-indicering) per oppervlakteverhouding.
Calculaties en normen
Voor minimum hernieuwbare energie moet gebruik gemaakt worden van NTA 8800. Belangrijk is dat de dakoppervlakte samenhangt met het gebruiksoppervlak van het gebouw. De eis is afhankelijk van de verhouding Aroof/Ago en kan (indien nodig) ook door andere hernieuwbare bronnen ingevuld worden. Als een gebouw niet geschikt is om hernieuwbare energie op te wekken of als de terugverdientijd langer dan 10 jaar is, gelden aanvullende regels.
- Verwarming- en/of koelsysteem: aanpassing betekent plaatsen, gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten.
- Aanpassing omvat ook het installeren of verbeteren van radiatoren; bij vloerverwarming telt elke zone als afgiftelichaam.
- Vervanging na sloop waarbij de oorspronkelijke fundering resteert valt niet onder verbouw.
Kozijnen, deuren en raamwerk
Voor raam- en deurkozijnen gelden bij renovatie en vervanging specifieke eisen; de genoemde warmteweerstanden gelden hier niet altijd en er bestaan afwijkende normen. Bij het bouwen van nieuwbouweisen gelden voor kozijnen, ramen en deuren vaak strengere normen. Als een project bijvoorbeeld een dakraam toevoegt aan een bestaande woning, gelden voor verbouw alleen de regels over het aanbrengen van dat dakraam, maar niet noodzakelijk voor alle andere delen. Het rechtens verkregen niveau blijft uitgangspunt; bij toevoegingen geldt meestal het kwaliteitsniveau voor bestaande bouw, behalve waar afdeling 5.3 Bbl anders aangeeft.

Overgangen in gebouwen: van kantoorgebouw naar woonfunctie
Een kantoorgebouw dat naar een woonfunctie wordt getransformeerd moet voldoen aan de eisen voor bestaande woningfuncties, behalve de onderdelen die wijzigen; deze moeten voldoen aan nieuwbouwnormen. De vrije hoogte en deurdoorstroom spelen een belangrijke rol: vrije hoogte in nieuwe ruimtes volgens nieuwbouweisen kan 2,3 meter zijn, maar bestaande ruimtes kunnen 2,1 meter aanhouden. Een inherent conflict kan ontstaan tussen vrije hoogte en doorgangseisen; ontheffingen zijn vaak niet toegestaan.

Belangrijke regels bij vloeren en balkons
Bij een Frans balkon als vloerafscheiding geldt dat de vloerafscheiding ten minste 0,9 meter hoog moet zijn voor bestaande bouw, terwijl nieuwbouwnormen mogelijk andere eisen stellen. In gevallen van aanbouw gelden doorgaans vergelijkbare uitgangspunten: ten minste hetzelfde kwaliteitsniveau voor gevels als de weggehaalde gevel, met uitzondering van onderdelen zoals Rc en u-waarden die kunnen afwijken volgens afdeling 5.3 Bbl.
Bestemmingsplan, omgevingsvergunning en procedurele routes
Bij transformatie van kantoren naar woningen is meestal een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning nodig. Drie routes zijn mogelijk:
- Bestemmingsplanwijziging: hele plan aanpassen.
- Uitwerkingsplicht ofBinnenplanse afwijking: vaak mogelijk via kruimelgevallenregeling (Besluit Omgevingsrecht).
- Omgevingsvergunning: nodig voor verbouwing en gebruikswijziging; kan 8 tot 26 weken duren afhankelijk van ingewikkeldheid.
Soms moeten bewoners bezwaar maken, parkeren en infrastructuur worden beoordeeld, en monumentale status kan extra regels opleveren. De Kruimelgevallenregeling biedt soms uitkomst voor afwijkingen zonder volledige bestemmingsplanwijziging.

Brandveiligheid, rookmelders en vluchtwegen
Bij wonen gelden strengere eisen voor brandveiligheid dan bij kantoren. Vluchtwegen en rookmelders moeten voldoen aan specifieke normen (NEN). Brandcompartimentering en brandwerende voorzieningen zijn cruciaal bij wooneenheden en logiesverblijven. Ook de BMI (brandmeldinstallatie) moet minimaal voldoen aan het uitgangsniveau van de bestaande installatie of, bij uitbreiding, het niveau voor bestaande bouw.
Financiën, huurprijzen en regelgeving
Transformatie van kantoor naar woning heeft financiële implicaties zoals overdrachtsbelasting en kostenramingen. Overdrachtsbelasting bedraagt doorgaans 8%, met een 2% tarief voor eigen bewoning onder strikte voorwaarden. Indien aan deze voorwaarden niet voldaan wordt, kan het verschil plus rente terugbetaald moeten worden. De Wet Maximering Huurprijsverhogingen beperkt indexering in vrije sector tot maximaal 1% boven inflatie (CBS). WOZ-waarde geeft mee aan huurprijsbepaling via het Woningwaarderingsstelsel (WWS). Subisdies en financiële ondersteuning kunnen per gemeente verschillen.